Door Guus Schrijvers en Robert Mouton, redacteuren van de nieuwsbrief Zorg en Innovatie.

De lijsttrekkers van D66, CDA en VVD kozen op 9 januari voor een minderheidskabinet. Dat was te verwachten: in de Tweede Kamer hebben zij de steun nodig van Ja21 en in de Eerste Kamer van GL/PvdA. Een meerderheidskabinet met een van beide laatstgenoemde partijen zat er daarom niet in. De redactie sloot aan op het voornemen van 9 januari. Hieronder volgt beantwoording van de vraag: Wat voor zorgbeleid kan bijdragen aan de instandhouding van zo’n kabinet gedurende vier jaar? Hierbij gaat het om zorgbeleid dat robuust is. Onder deze term vallen vijf aspecten: politieke haalbaarheid; gelijkwaardiger toegang tot de zorg zoals geagendeerd in het AZWA; inspirerend voor zorgprofessionals; uitvoerbaarheid voor leidinggevenden en ten vijfde depolariserend. Hierbij gelden voor ons drie uitgangspunten:

Als eerste uitgangspunt geldt dat D66, CDA en VVD rechts én links steun gaan zoeken voor compromissen over het zorgbeleid. Deze partijen hebben Ja21 nodig voor een minimale meerderheid in de Tweede Kamer en steun van GL/ PvdA en de BBB is nodig in de Eerste Kamer.

Het tussenverslag en de agenda van D’66 en CDA dat op 2 december uitkwam vormt het tweede uitgangspunt van deze beschouwing. Onder leiding van informateur Buma schreven Jetten en Bontenbal een opmaat in de agenda voor het volksgezondheidsbeleid voor de te vormen regering. Belangrijke voornemens daaruit zijn:

  • Voor houdbare overheidsfinanciën kijken we naar het afremmen van de grootste collectieve uitgaven. Dat is bovendien ook nodig omdat we door vergrijzing en arbeidsmarkttekorten de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg niet meer kunnen garanderen.
  • Om verhoging van de zorgpremies te voorkomen handhaven we het huidige eigen risico.
  • We investeren in preventie, welzijn, sport, bewegen en een gezonde leefstijl om naar de gezondste generatie ooit te gaan.
  • We brengen nieuwe medisch specialisten standaard in loondienst.

In Bijlage 1 (zie onderaan dit artikel) hebben wij alle passages verzameld uit de agenda .

Het derde uitgangspunt vormt ons editorial van 23 oktober, verschenen een week vóór de verkiezingen. Na een uitgebreide analyse wat wel en wat niet in de verkiezingsprogramma’s staat, formuleerden wij toen aanbevelingen voor het nieuwe kabinet, onder meer:

  • Concentreer u in de komende jaren op de knelpunten van personeelstekort en geldtekort.
  • Maak gebruik van de wereldbekende innovatieve aanpak van Rogers en vermijd “big bang”- reorganisaties van het stelsel.
  • Maak verspreiding van innovatieve initiatieven beter mogelijk door (indien nodig daarvoor) wetgeving en bekostiging aan te passen.
  • Geef bijvoorbeeld provinciebesturen de bevoegdheid om strategische zorgplannen van zorgaanbieders te beoordelen op toegang, beschikbaarheid en kwaliteit voor de provinciale bevolking.
  • In een complexe omgeving moeten de Volksgezondheidsdoelen mede bepalend blijven. Maar er zijn hogere macro-economische doelen zoals verdediging van democratie in Europa die zich voordoen en die invloed hebben op het macrobudget voor de zorg.

Redenerend vanuit bovenstaande drie uitgangspunten kwamen wij tot de volgende vijf scenario’s voor een minderheidsregering die zowel ter linker- als ter rechterzijde politieke steun moet verwerven.

1. Politieke haalbaarheid van zorgbeleid bij een minderheidsregering van D66, CDA en VVD

Het CPB (zie hier, p.9) berekende tot 2030 een basispad van 16,1 miljard groei. In plaats van 16,1 mld groei komen de formerende partijen in hun partijprogramma’s uit op de volgende verminderingen op deze groei: VVD (6,4 mld), D66 (8,7 mld), CDA (10,5 mld), (terzijde: JA21 (6,7 mld). Deze partijen gebruiken de groei-afremming in de zorg om defensie-uitgaven te verhogen. GL/PvdA en de BBB houden vast aan het basispad van 16,1 miljard groei, die goeddeels vanwege bevolkingsgroei en vergrijzing noodzakelijk is. We komen daar zo dadelijk op terug. GL/PvdA geeft als alternatief voor de bezuinigingen een verhoging van de staatsschuld. In 2025 bedroeg deze 44 procent van het nationaal inkomen (EU Government Debt Map, geraadpleegd op 27.12.25). Ons land neemt hiermee de 20ste plaats in tussen Griekenland (156 procent op nr 1) en Estland (met 24 procent op nr 27). De Europese maximumnorm voor nationale staatsschulden bedraagt 60 procent.

Elders in dit nummer geeft gezondheidseconoom Marc Pomp aan, dat het CPB basispad van 16,1 mld euro tot 2030 vijf miljard te is hoog inschat. Hij legt uit: “Het CPB kiest de historische periode 1990 – 2022 en berekent de jaarlijkse groei van de reële zorguitgaven in die periode (reëel wil zeggen: zonder inflatie). Het CPB neemt aan dat zonder beleidsmaatregelen de groei in de toekomst gelijk zal zijn aan deze historische groei. Een deel van de voorspelde groei komt voor rekening van demografie (bevolkingsgroei en vergrijzing), een deel voor rekening van de groei van het Nationaal inkomen per hoofd van de bevolking, een derde deel voor rekening van het Baumol-effect (zie hiervoor Bijlage 1 aan het einde van het artikel van Pomp) en een deel blijft onverklaard. Waarom is het basispad te groot? Het CPB kiest als referentieperiode de reële uitgavengroei van gemiddeld 2,8% per jaar in de periode 1990-2022. Maar is deze referentieperiode, die begint lang vóór invoering van het nieuwe zorgstelsel in 2006, wel relevant voor het ramen van de toekomstige zorguitgaven? Als je de periode 2011-2024 had genomen was je uitgekomen op 2,1%. En zoals hierboven opgemerkt is in het kanteljaar 2012 een pakket maatregelen ingevoerd dat nog steeds een rem zet op de groei van de zorguitgaven. Sinds 2012 zijn de collectieve zorguitgaven als percentage van het BBP vrijwel constant, afgezien van de Covid-hobbel in 2020 en 2021 (noot van de redactie: zie hiervoor de grafiek 1 in het artikel van Pomp) . Deze “collectieve zorgquote” is hét Haagse kengetal voor de betaalbaarheid van de zorg. Het jaar 2012 markeert een keerpunt van een stijgende naar een min of meer constante zorgquote, en dat is niet toevallig: in 2012 voerde VVD-minister Schippers een reeks maatregelen (waaronder hoofdlijnenakkoorden) in om de zorguitgaven te beteugelen. Kennelijk deed zij dat met succes.” Tot zover Marc Pomp.

Wie niet de referentieperiode 1990-2012 neemt maar de periode 2012-2024 komt uit op een basispad van niet 16,1 miljard euro maar van 11,1 miljard euro. Dit kan dankzij beleid dat ruim tien jaar geleden werd ingezet door een VVD-minister.

Een compromis van de minderheidsregering kan het voorstel zijn van D66 om de defensiebegroting met 8,7 miljard te verhogen, voor 5 miljard gefinancierd uit de verlaging van het CPB basispad tot 2030 en voor de andere 3,7 miljard uit verhoging van de staatsschuld. Daarmee verwerft zij in de Eerste en Tweede Kamer steun van Gl/PvdA en de BBB. Hierdoor zou de gevoelde noodzaak tot het schrappen in de zorgpakketten c.q. de zorgvraag laten beantwoorden buiten het stelsel – met alle verlies van solidariteit die daarmee samenhangt – kunnen verdwijnen. Het ontlast echter niet om zeer gericht beleid te ontwikkelen. Zie hiertoe onze adviezen hieronder.

2. Gelijkwaardiger toegang tot de zorg

Twee actuele dossiers over toegang tot de zorg voelen onrechtvaardig aan voor wie het Aanvullend Zorg- en Welzijns Akkoord (AZWA) als beleidsagenda hanteert voor de jaren tot en met 2030. Het eerste dossier betreft de brief van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) aan VWS-minister De Bruijn over de 70 procent omzetgroei van de Zelfstandige Behandel Centra (ZBC’s) sinds 2020 en de sluipwegen om winst uit te keren aan de ZBC-eigenaren (NVZ, 8 december 2025). Zorgverzekeraars Nederland sloot zich aan bij deze brief (ZN, 9 december 2025). ZBC-koepel Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) reageert hierop als volgt: “ZKN is partner in de zorgakkoorden. De ZKN-klinieken zijn vanaf 1 januari 2026 toetsbaar op passende zorg. Wij hebben onze hand uitgestoken aan de NVZ om samen een werkagenda te maken.” (ZKN, 8 december 2025). Wat hier onrechtvaardig aanvoelt, zijn de feiten, dat:

  • Het AZWA tal van voorstellen bevat voor een gelijkwaardigere toegang tot planbare zorg van ZBC’s en ziekenhuizen.
  • Zowel NVZ als ZKN met het AZWA hebben ingestemd.
  • De twee partijen in de afgelopen maanden niet met elkaar in onderhandeling zijn gegaan om de AZWA afspraken uit te werken.
  • Sinds 8 december met elkaar ruzie maken.

Het is te hopen dat het geplande Kamerdebat leidt tot een oproep aan NVZ en ZKN om samen de AZWA-afspraken uit te werken onder leiding van VWS. Dat ministerie zou hierbij dienend leiderschap moeten tonen. Het te vormen minderheidskabinet kan in haar coalitieakkoord hierop anticiperen.

Het tweede dossier betreft de opkomst van enkele woonzorgcombinaties (ook wel villa-verpleeghuizen (VV’s) genoemd) waarvan bewoners uit eigen zak betalen voor het verblijf (soms 5000 euro per maand) en de WLZ betaalt voor de zorg door middel van de VPT of MPT (Volledig Pakket Thuis of Modulaire Zorgpakket Thuis). Hiervoor gold in 2025 een eigen bijdrage van maximaal €900,80 per maand te betalen aan het GAK. Het minderheidskabinet zou voorstellen kunnen doen om op basis van het Raad van State advies van 22 oktober 2025 nauwkeurig de geldstromen te volgen binnen VV’s en ook binnen de ZBC’s om te voorkomen dat bij enkele van deze organisaties geld te zeer weglekt naar commerciële eigenaren. Daarnaast zou de regering dit onderwerp kunnen agenderen binnen de opdracht van de in te stellen Staatscommissie waarnaar het AZWA vaak verwijst.

3. Beleid dat professionals inspireert

Het politieke en maatschappelijke draagvlak voor het minderheidskabinet gaat omhoog, als het concrete voornemens bevat om het werkplezier van professionals te verhogen en niet alleen gaat over het macrobudget voor de zorg en het eigen risico voor de burger. Hieronder volgt een lijst van mogelijke voornemens:

  • Onderken het probleem dat schaarste in concrete situaties tot onoplosbare dilemma’s leidt voor verzorgenden en tot schrijnende situaties voor patiënten en cliënten. Wij verwijzen voor toelichting hierover naar het artikel naar van Van de Heuvel in dit nummer. Aan de orde komen hierbij onderwerpen als: het achterwege laten van vastlegging van informatie bij tijdsgebrek; het accepteren zonder schuldgevoel dat door tijdsgebrek niet alles is gedaan wat kon: het hanteren van Samen Beslissen door professionals en patiënten bij schaarste en wachttijden; het omgaan met wachttijden voor behandelingen;
  • Op grote schaal benutten van artificiële intelligentie bij het uitvoeren van administratieve taken zoals het maken van consultverslagen en het vastleggen van observaties;
  • Het aanpassen van het tuchtrecht: het tuchtrecht hangt als een zwaard van Damocles boven iedere zorgprofessional (wet BIG), maar als die zorgprofessional door schaarste gedwongen wordt te kiezen tussen kwaden dan werkt dat tuchtrecht averechts. De wetgever zal moeten onderkennen dat tuchtrecht gericht op individueel falen in een omgeving van structurele schaarste niet gepast is. Daarnaast blokkeert het juist het open en ‘blamefree’ gesprek gericht op verbetering van kwaliteit en het ontstaan van een ‘just culture’;
  • Het verplicht stellen van Verpleegkundige Adviesraden binnen zorgorganisaties om carrière-perspectieven te verbeteren, de werk-privébalans te handhaven en zelfstandig handelen te bevorderen.
  • Het faciliteren van regionale personeelscommissies die het zorgprofessionals onder meer mogelijk maakt om eenvoudiger over te stappen van de ene naar de andere zorgorganisatie. De landelijke vereniging van 12 regionale werkgeversorganisaties in zorg en welzijn met de naam RegioPlus heeft als speerpunt dit mogelijk te maken via regionaal werkgeverschap;
  • Het verder doorontwikkelen van standaardprocedures bij te lange wachttijden zoals aangegeven in het AZWA-akkoord.
  • Het herinvoeren van het Landelijk Coördinatie Centrum Patiëntenspreiding (LCPS ) speelde een grote rol ten tijde van de COVID-pandemie. Haar kennis en ervaring wordt nu bijvoorbeeld ingezet voor de spreiding van Oekraïense slachtoffers in de ziekenhuizen en revalidatiecentra. En daarmee heeft het LCPS ook Europese contacten gekregen en dit ontwikkelt zich nog meer. De LCPS-taken zijn nu ondergebracht bij het Landelijk Netwerk Acute Zorg.

4. Uitvoerbaar door leidinggevenden

Leiding geven in de zorg bestaat uit drie activiteiten: 1. Anticiperen op de toekomst 2. Het gemotiveerd houden van zorgprofessionals 3. Het borgen van de kwaliteit van het eindproduct. Deze omschrijving ontlenen we aan het boek Leadership and Medicine, geschreven door Floyd Loop, kort nadat hij zijn carrière eindigde als CEO van de Amerikaanse Cleveland Clinics (Loop, 2009, 281 pagina’s). Wij gebruiken deze driedeling al jaren in onze eigen publicaties en in leidinggevende rollen tijdens en na onze carrières. De tekst hieronder gaat in op de eerste activiteit: het anticiperen op de toekomst. De andere twee activiteiten zijn aan de orde hierboven in paragraaf 3 over inspirerend beleid en hieronder in paragraaf 5 over depolariserend beleid door te focussen op kwaliteit van zorg.

Het coalitieakkoord van het minderheidskabinet kan als volgt stimuleren dat leidinggevenden in de zorg beter op de toekomst gaan anticiperen:

  • Zorgverzekeraars en zorgaanbieders maken met elkaar concept-afspraken over de volumengroei 2026 – 2030 van het zorgaanbod en het monitoren daarvan op basis van KPI’s oftewel Kritische Prestatie Indicatoren (Wikipedia, geraadpleegd op 29 december 2025). Eerder is door ons voorgesteld dat een overheidsinstantie, bijvoorbeeld de provincie, de bevoegdheid krijgt dergelijke afspraken, als onderdeel van strategische zorgplannen van zorgaanbieders, te beoordelen op toegang, beschikbaarheid en kwaliteit voor de provinciale bevolking. Overigens werkte dit vóór de stelselwijziging van 2006, weliswaar in een andere context, onder de Wet Ziekenhuis Voorzieningen.
  • Deze afspraken hebben het karakter van een aanneemsom zoals beschreven door Van de Heuvel (2024) en in onze eerdere editorials (klik hier en hier). Hierdoor wordt de betaling per verrichting in de komende jaren minder dominant, iets dat door vele politieke partijen wordt bepleit.
  • Zorgverzekeraars stimuleren bij speech, door tijdelijke dekking van transformatiekosten én als onderdeel van hun inkoopbeleid bewezen, arbeidsbesparende, voorbeelden van hybride zorg. Wij wijzen voor toelichting hierop naar eerdere publicaties (Huijsman, 2024; Elferink e.a., 2025; Rakers e.a., 2025 en Van Kempen-Buning e.a., 2026).

5. Depolariserend beleid

Er zijn enkele onderwerpen waarover elke Nederlandse burger meepraat: voetballen, verkeer, het weer en de zorg. Het behoud van de grote betrokkenheid van burgers bij hun zorgverlening legt een grote verantwoordelijkheid bij het optreden van beleidsmakers in de publiciteit. Wij denken hierbij aan parlementsleden, bewindslieden, CEO’s van zorgverzekeraars en grote zorgaanbieders, voorzitters van adviescommissies en ook aan influencers op de sociale media. Wellicht kan het minderheidskabinet oproepen tot een depolariserende gedragscode, zeg maar een intentieverklaring ondertekend door vele partijen, die wij hier introduceren als de GNMM-code: de Gooi-Niet-Met-Modder-code. Hier volgen enkele voorbeelden die in zo’n code passen:

  • AZWA-partijen gaan niet met elkaar in de clinch over onderwerpen waarover zij in het AZWA overeenstemming hebben bereikt.
  • CEO-’s van zorgverzekeraars komen alleen naar buiten met een nieuwe visie, als deze is onderbouwd met een brede argumentatie in een voorafgaand onderzoeksverslag.
  • De in te stellen Staatscommissie over het zorgstelsel, bepleit in het AZWA-akkoord, is onafhankelijk en wordt ondersteund door een adviesorgaan met grote ervaring met advisering over grote maatschappelijke vraagstukken die daadwerkelijk werden opgevolgd. Wij denken hierbij aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Er is ook grote expertise bij de SER.
  • Over het sluiten of degraderen van seh’s, het geografisch concentreren van medisch specialistische zorg en nieuwbouw daarvoor op een nieuwe vestigingsplaats bestaan sinds de invoering van de marktwerking geen heldere regels voor openbare besluitvorming. Dit leidt per casus tot rechtszaken, parlementaire spoeddebatten en tot modder gooien tussen voor- en tegenstanders in massamedia, social media en talkshows. Wellicht kan het minderheidskabinet de spelregels aanpassen met als vertrekpunt de AMVB acute zorg.  

Kortom

De lijsttrekkers van D66, CDA en VVD komen eind januari met een concept-coalitieakkoord voor een minderheidskabinet. Bovenstaande beschouwing beantwoordt de vraag: Wat kan zorgbeleid bijdragen aan de instandhouding van een minderheidskabinet gedurende vier jaar? Vooraleerst is een analyse van de CPB-voorspelling gegeven en een oplossing geopperd in termen van betaalbaarheid. Daarnaast kan volgens ons het minderheidskabinet het politieke en maatschappelijk draagvlak verhogen als het conceptakkoord vorm geeft aan robuust zorgbeleid. Onder deze term vallen vijf aspecten: voldoende politieke haalbaarheid; gelijkwaardiger toegang tot de zorg; inspirerend voor zorgprofessionals; uitvoerbaar door leidinggevenden en ten vijfde depolariserend met als slogan saai is fraai. De invulling voor de komende vier jaar van deze vijf aspecten komt hierboven achtereenvolgens aan bod. Als het minderheidskabinet rekening houdt met deze vijf aspecten, is het in staat robuust zorgbeleid te realiseren. Ja, dat kan dan.

Bijlage 1 Tussenverslag, dat informateur Buma op 2 december uitbracht.

Onder zijn leiding schreven Rob Jetten en Henri Bontenbal een opmaat voor het volksgezondheidsbeleid voor de te vormen regering. Passages over volksgezondheids- en zorgbeleid staan in de bijlage bij dit tussenverslag. Deze bijlage heet: Inhoudelijke en ambitieuze agenda van de fracties D66 en CDA. 

Pagina 15

  • Voor houdbare overheidsfinanciën kijken we naar het afremmen van de grootste collectieve uitgaven. Dat is bovendien ook nodig omdat we door vergrijzing en arbeidsmarkttekorten de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg niet meer kunnen garanderen

Pagina 16

  • Goede gezondheidszorg betaalbaar en toegankelijk houden. We willen naar de gezondste generatie ooit. Gezond zijn is de basis van alles, van kunnen meedoen in de samenleving. Als we niets doen loopt de zorg vast. Een steeds groter deel van ons (gezamenlijk en individueel) inkomen gaat naar zorg. Wachttijden in de zorg lopen op door het tekort aan personeel. In de zorg zullen zowel op korte termijn als op lange termijn scherpe keuzes moeten worden gemaakt, om de zorg betaalbaar, toegankelijk en van goede kwaliteit te houden. In een zorgzame samenleving is liefdevolle en menswaardige zorg nu en in de toekomst het uitgangspunt. Zorgverleners krijgen weer de ruimte om hun werk te doen. Senioren hebben onze maatschappij opgebouwd en leveren ook vandaag een onmisbare bijdrage aan onze samenleving, door zorg voor (klein)kinderen of mantelzorg voor partners en leeftijdsgenoten. De ouderenzorg van de toekomst vraagt om andere woon-zorg vormen en om gerichte zorg en ondersteuning.

Om de zorg toekomstbestendig te maken, willen we:

  • We investeren in preventie, welzijn, sport, bewegen en een gezonde leefstijl om naar de gezondste generatie ooit te gaan. We willen verder gaan met het normeren en beprijzen van ongezonde producten en kijken over domeinen heen, zoals naar schulden en naar het sociaal domein. De overheid kan dit niet alleen: we zoeken ook oplossingen in de samenleving.
  • Om verhoging van de zorgpremies te voorkomen handhaven we het huidige eigen risico. Zo voorkomen we dat de zorgpremies te sterk stijgen en houden we de zorg toegankelijk.
  • We willen kritisch kijken naar de effectiviteit van nieuwe zorg en medicatie alvorens deze toe te voegen aan het basispakket. Niet-effectieve behandelingen schrappen we in overleg met het zorgveld.
  • We brengen nieuwe medisch specialisten standaard in loondienst.

Pagina 17

  • We hervormen de ouderenzorg waarmee we de stijgende kosten beheersbaar houden en iets willen doen aan het personeelstekort. Uitgangspunten hierbij zijn: een grotere rol voor de samenleving, nieuwe woonvormen voor ouderen, verhogen eigen bijdrage voor wie dat kan betalen en een specifiek gerichte huishoudelijke hulp voor wie dat nodig heeft. We verminderen de regeldruk zodat professionals tijd en ruimte hebben in de zorg.

Zoektermen voor internet

Guus Schrijvers, Robert Mouton, beleidsontwikkeling, zorgbeleid minderheidskabinet 2026, Rob Jetten Henri Bontenbal, AZWA akkoord uitvoering, eigen risico handhaven 2026, medisch specialisten in loondienst, personeelstekort zorg oplossen, hybride zorg innovatie, Marc Pomp basispad zorg, zorgbudget defensie-uitgaven, gelijkwaardige toegang zorg