Guus Schrijvers interviewt Karen Freijer, algemeen manager Partnerschap Overgewicht Nederland (PON).

Inleiding van de redactie

Om drie redenen staat het tegengaan van overgewicht van de bevolking binnen en buiten het parlement op de agenda:

  1. Het coalitieprogramma van het minderheidskabinet pleit voor een suikertaks.
  2. Ozempic wordt op grote schaal online aangeschaft om af te vallen. Dit middel is bedoeld voor de behandeling van diabetes type 2. Als obesitas medicijn valt het buiten de Zorgverzekeringswet. Er zijn inmiddels vier medicijnen die wel voor obesitas bedoeld zijn, waarvan er twee reeds vergoed worden uit het basispakket.
  3. De uitvoering van een Gecombineerde leefstijl interventie (GLI) wordt sinds de vergoeding vanuit de basisverzekering gemonitord door het RIVM. Dit voorjaar verschijnt een eindevaluatie over GLI. Resultaten tot nu toe: zestig procent van de deelnemers heeft baat bij een GLI: gemiddeld gewichtsverlies is 5,2 kilo en de kwaliteit van leven stijgt met 13 procentpunten (RIVM 2025).

Deze drie observaties vormden de aanleiding voor de redactie om Karen Freijer enkele vragen voor te leggen.

GS. Dank voor je bereidheid tot dit interview. Wij beginnen onze interviews meestal met een vraag over statistieken. Neemt het overgewicht toe onder de Nederlandse bevolking?

KF. “In 2025 had 50,6% van de Nederlanders van 18 jaar en ouder matig of ernstig overgewicht (er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2). Matig overgewicht komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Bij obesitas (er is sprake van obesitas of ernstig overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 30 kg/m2.) is dat andersom: meer vrouwen hebben obesitas dan mannen. In totaal heeft 15,7% van de Nederlanders van 18 jaar en ouder obesitas. Matig overgewicht komt bij volwassen mannen en vrouwen steeds vaker voor naarmate zij ouder worden. Obesitas neemt vanaf 65 jaar en ouder weer af. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Deze cijfers zijn gebaseerd op zelfrapportage van lengte en gewicht. In 1990 had één op de drie volwassen Nederlanders matig of ernstig overgewicht. Sindsdien is het aantal Nederlanders met overgewicht sterk gestegen tot de helft van alle volwassenen in 2024. In deze periode tussen 1990 en 2024 is deze significante stijging zichtbaar bij de totale groep volwassenen en voor mannen, vrouwen en alle leeftijdsgroepen afzonderlijk. Ik citeer nu de toelichting bij de statistieken van Overgewicht | Volwassenen | Volksgezondheid en Zorg. Die website bevat nog veel meer data.”

GS: Wij pikken af en toe op: er zijn mensen met overgewicht die niet gemotiveerd zijn voor een GLI, maar door het programma te volgen daarna op kosten van de zorgverzekeraar een obesitas medicijn mogen gebruiken. Is dit een eis die de meeste zorgverzekeraars stellen? Trekt dit GLI deelnemers aan met een verkeerde motivatie?

KF: “Allereerst is het belangrijk te beseffen dat een bepaalde mate van overgewicht gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en dat een tijdige passende behandeling erger kan voorkomen. Net zoals bij vele andere chronische welvaartsaandoeningen, zoals hart-en vaatziekten, longaandoeningen, kanker en meer, is een ongezonde leefstijl veelal één van de oorzaken. Het inpassen van een gezondere leefstijl in de huidige ongezondere leefomgeving, via bijvoorbeeld een GLI, is daarom een belangrijk onderdeel van een totale behandeling bij een bepaalde mate van overgewicht. Daarnaast kunnen bepaalde obesitas medicijnen of andere aanvullende behandelingen ingezet worden bij ernstig overgewicht indien nodig, net zoals bij behandeling van andere welvaartsziekten. Tevens is Ozempic in Nederland niet geregistreerd voor de indicatie overgewicht maar voor de behandeling van diabetes type 2 en daarmee wordt dit medicijn dus veelal onrechtmatig gebruikt. Welke obesitas medicijnen wel bedoeld zijn in een totale behandeling van ernstig overgewicht is te zien op de PON website: Obesitasmedicatie – Partnerschap Overgewicht Nederland. Vergoeding vanuit de basisverzekering wordt bepaald door het Zorginstituut Nederland (ZiNL) in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Deze criteria staan beschreven in de Q&A die PON samen met ZN gemaakt heeft en up-to-date houdt. Daarnaast is er door ZINL een Ronde Tafel Obesitas opgezet, waarin met verschillende landelijke partijen wordt vastgesteld welke van de toekomstige en huidige nieuwe gewicht verlagende medicatie als onderdeel van een totale behandeling van obesitas als eerste vergoed kunnen worden vanuit de Zorgverzekeringswet.”

GS: Dank voor je uitvoerige beantwoording van deze vraag. Dus het is niet waarschijnlijk dat mensen aan een GLI deelnemen om daarna op zorgverzekeringswet-kosten medicatie te mogen gebruiken.

KF: “Dat is in ieder geval niet de juiste insteek en daar ligt dan ook een rol voor de verwijzend arts om dit goed toe te lichten. Ernstig overgewicht is een ziekte die duurzaam behandeld kan en moet worden op basis van de onderliggende problematiek/oorzaken. Er zijn zeven categorieën van factoren die oorzakelijk, bijdragend dan wel in stand houdend zijn van (ernstig) overgewicht; leefstijl is hiervan de bekendste en ook een veelvoorkomende factor. Met het invullen van de vragenlijst op www.checkoorzakenovergewicht.nl worden alle bovengenoemde categorieën van factoren uitgevraagd. De uitslag van deze eerste screening maakt inzichtelijk welke factoren mogelijk aanwezig zijn. Pas daarna zal op basis van een volledige diagnose een effectief behandelplan gemaakt en gestart kunnen worden. Een ‘quick fix’ met inzet van alleen medicatie is geen effectieve of duurzame oplossing. Het is belangrijk dat medicatiegebruik altijd gepaard gaat met een gezonde leefstijl. Als blijkt dat leefstijl nog niet op orde is, zoals bij de meesten het geval is, dan is een leefstijlinterventie noodzakelijk.”

GS: De LHV zegt over GLI versus medicatie in zijn NHG-standaarden niets. Ze laten het aan patiënten over waarvoor zij kiezen. In andere standaarden geven zij een voorkeursvolgorde voor behandeling aan. Wat moet de lezer hiervan vinden?

KF: “Het is geen kwestie van GLI versus medicatie. Op basis van de onderliggende en bijdragende factoren (zie antwoord bij vorige vraag) zijn verschillende behandelingen mogelijk: GLI, medicatie, bariatrische chirurgie en meer. In de huidige landelijk geldende multidisciplinaire richtlijn staat aangegeven welke behandeling op welk moment het beste ingezet kan worden conform de stand van de wetenschap en praktijk (www.behandelovergewicht.nl). De NHG-standaard Obesitas volgt deze bovengenoemde richtlijn voor het grootste deel; inzet van medicatie is daarin ietwat verschillend.”

GS: Het minderheidskabinet wil een suikertaks invoeren. Bekend is dat dit de consumptie van calorieën terugdringt in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Noorwegen. Zie RIVM (2020) en Nieuwsbrief Zorg en Innovatie (2020). Wat vind jij en eventueel het Partnerschap Overgewicht Nederland van het voorstel van het minderheidskabinet?

KF: “PON steunt een aanpak in de collectieve preventie: zoveel mogelijk voorkomen dat we in Nederland ziek worden in het kader van ‘voorkomen is nog altijd beter dan (nog niet te) genezen’. Het invoeren van een suikertaks is daarvan slechts één effectieve maatregel die door het RIVM aangegeven is – zie hiervoor het rapport van RIVM Inventarisatie aanvullende maatregelen Nationaal Preventieakkoord. Er zal een heel pakket aan preventieve maatregelen nodig zijn om een gezondere voedsel- en leefomgeving te creëren. Ook kennisoverdracht is daarin noodzakelijk aangezien heel veel Nederlanders hulp en informatie kunnen gebruiken over hoe je zo gezond mogelijk kan blijven; dit is tegenwoordig erg uitdagend omdat de huidige werk-/leef-/woonomgeving steeds ongezonder wordt door meer aanbod van ongezonde producten dan producten die helpen om zo gezond mogelijk te blijven. Ook daarin heeft het PON een rol door de overheid hierover te adviseren op basis van de expertise bij alle 23 PON partners die bij deze koepelorganisatie aangesloten zijn. Tevens heeft PON nauwe samenwerkingen met andere landelijke partijen die zich hiervoor inzetten zoals De Gezonde Generatie.”

“Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat passende hulp en zorg ingezet wordt voor personen die overgewicht met bijkomende ziekten of de ziekte obesitas hebben: een passende behandeling. Het gaat erom dat ingezet wordt op EN (collectieve) preventie EN behandeling (individuele preventie) – dit geldt voor alle chronische welvaartsziekten; daarin is overgewicht geen uitzondering.”

GS: In sommige van de 43 landen met een suikertaks wordt de opbrengst daarvan gebruikt om nog meer preventieve maatregelen te bekostigen om o.a. overgewicht zoveel mogelijk te voorkomen. Wat vind je daarvan?

KF “Helemaal mee eens.”

GS: De marketing, investeringen en resultaten van obesitas medicijnen zijn dusdanig dat dit een geheel eigen leven aan het leiden is. Wat zijn de voor- en nadelen daarvan?

KF: “Enerzijds is het goed dat er aandacht is voor beschikbare behandelingen voor personen die deze aandoening overgewicht of de ziekte obesitas hebben. Anderzijds zal de context meer belicht moeten worden. Het risico van sommige onvolledige communicatie hierover is dat mensen medicatie zelfstandig gaan gebruiken en dat is nooit de bedoeling. Het zijn medicijnen die onderdeel kunnen zijn van een TOTALE behandeling en niet op zichzelf staan. Zoals eerder aangegeven, zijn deze medicijnen niet bedoeld voor een ‘quick fix’. Tevens vinden we het allemaal heel normaal dat medicijnen ingezet worden bij andere chronische welvaartsziekten zoals hart- en vaatziekten (hoge bloeddruk), kanker, longaandoeningen etc., terwijl ook bij deze aandoeningen een gezonde leefstijl een belangrijke voorkomende rol speelt. Daarvoor zou in de media nog veel meer aandacht moeten zijn. Helaas wordt de ziekte obesitas (het orgaan vet is ziek en daarmee is het lichaam ziek met vele gezondheidsrisico’s) nog te vaak gezien als een uiterlijk probleem en daarop wordt door de media onterecht en schadelijk ingespeeld.”

GS: Is met een opvatting alleen, zie bijvoorbeeld Buskens (2025), een trend te stoppen?

KF: “Met heel veel partijen bundelen we de krachten om zoveel mogelijk te laten inzetten op zowel preventieve maatregelen als ook tegelijkertijd in te zetten op passende behandelingen. Wat betreft mogelijke behandelingen voor mensen die al obesitas ontwikkeld hebben, geeft de huidige Nederlandse multidisciplinaire richtlijn overgewicht en obesitas aan welke er momenteel zijn; ook de plaatsbepaling van obesitas medicatie is daarin een onderdeel. Inzet van deze medicatie is nooit een eerste stap; in kaart brengen van de mogelijke onderliggende problematiek/factoren is dat wel. De meeste voorkomende factoren zijn: combinaties van ongezonde leefstijl, psychosociale factoren, medicijngebruik met gewichtverhogende (bij)werking en/of hormonale zaken. Deze factoren zullen vervolgens eerst geoptimaliseerd moeten worden, alvorens evt. inzet van obesitasmedicijnen of maagoperaties overwogen worden. Tegelijkertijd- en niet in plaats van- is het belangrijk dat de overheid en het bedrijfsleven preventiemaatregelen treft zodat niet nog meer mensen overgewicht of obesitas ontwikkelen. We zien dat preventie en behandeling vaak verward worden, maar beide zijn nodig om de obesitas epidemie te stoppen.”

GS: Als jij de nieuwe minister van Volksgezondheid zou zijn, hoe zou je op dit dossier dan handelen?

KF “Ik zou het systeem weer nieuw leven inblazen hoe we de kwaliteit van zorg in Nederland hebben ingericht– dat is een mooie duidelijke route, waarin eenieder eigen verantwoordelijkheden en taken heeft en er op die wijze juist eenduidigheid is en meer samenwerking tussen alle bestaande professionals i.p.v. weer nieuwe professionals in het leven roepen met weer de zoveelste opleiding. In de structuur hoe we in Nederland momenteel zijn ingericht, kunnen we zoveel meer met minder kosten bereiken dan nu het geval is. Die coördinatie van kwaliteit van zorg is er nu niet meer – de minister van VWS heeft daar een cruciale rol in aangezien deze hiervoor eindverantwoordelijk is. Iedereen zou zich weer bij de eigen leest moeten houden en van daaruit samenwerken; efficiënter, effectiever, verlaging van werkdruk voor alle professionals en bovenal verhoging van kwaliteit van leven voor de patiënten.”

GS: Dank voor het interview.

“KF: “Graag gedaan.”

Over de geïnterviewde

Dr. Karen Freijer is opgeleid als diëtist/voedingskundige en promoveerde in 2014 als voedingswetenschapper op het onderwerp voedingseconomie – een nieuw ontwikkeld vakgebied. Samen met twee gezondheidseconomen en een andere voedingswetenschapper heeft ze ervoor gezorgd dat dit nieuwe vakgebied officieel erkend is door de International Society for Health Economics and Outcomes Research (ISPOR). Dit is het eerste en enige voedingsonderwerp binnen deze voornamelijk op farmacie gerichte vereniging. De missie van deze vereniging is het bevorderen van de excellentie van HEOR om de besluitvorming over gezondheid wereldwijd te verbeteren.

Al meer dan 20 jaar geeft ze (internationaal) lezingen, trainingen en webinars over gezondheid en ziekte, met een focus op de rol van (onder)voeding, waarbij de rol van beweging en gedrag, omdat deze factoren met elkaar samenhangen, altijd wordt meegenomen.

Sinds september 2019 is ze werkzaam als algemeen manager bij het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON). Dit samenwerkingsverband is een koepelorganisatie van (medische en paramedische) beroepsverenigingen, patiëntenorganisaties, wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties en zorgverzekeraars. Het PON zet zich in voor de aanpak van overgewicht en obesitas en adviseert de overheid over beleid op het gebied van overgewicht en obesitas in Nederland. Voorbeelden van resultaten: nieuwe Nederlandse richtlijn en zorgstandaard overgewicht/obesitas in Nederland; implementatietools richtlijn en zorgstandaard voor professionals en beleidsmakers; onderdeel overgewicht/obesitas in (curricula) zorgonderwijs en meer.

Over het Partnerschap Overgewicht Nederland

Voor een optimale aanpak (algemene preventie, vroegtijdige interventie en curatieve zorg staat alles beschreven in de huidige landelijke multidisciplinaire richtlijn en zorgstandaard die samen de huidig geldende Nederlandse kwaliteitstandaard vormen m.b.t. optimale aanpak (behandeling) van overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen. Zie Startpagina – Richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen – Richtlijn – Richtlijnendatabase en ook www.partnerschapovergewicht.nl

Ook heeft het PON deze landelijk geldende richtlijn en zorgstandaard vertaald naar de praktijk in twee websites waarop ook verschillende tools te vinden zijn die de praktijk helpen om de landelijke aanpak daadwerkelijk te kunnen uitvoeren:

www.behandelovergewicht.Nederland = praktische vertaling met handvatten voor behandelaars van volwassenen met overgewicht en obesitas (inhoud) www.aanpakovergewicht.Nederland = praktische vertaling met handvatten voor organisatie van optimale aanpak (organisatie)

Zoektermen voor internet

Guus Schrijvers, ziekenhuizen, eerste lijn, preventie, Karen Freijer PON interview, obesitas statistieken Nederland 2025, suikertaks effectiviteit RIVM, oorzaken overgewicht screening, GLI versus obesitasmedicatie, Ozempic off-label gebruik zorg, Partnerschap Overgewicht Nederland richtlijnen, BMI overgewicht volwassenen, integrale aanpak obesitas, voedingseconomie Karen Freijer.