Door Guus Schrijvers en Robert Mouton, redacteuren van deze nieuwsbrief.

Hieronder geven wij een samenvatting van de CPB-analyse van de zorgkosten uit het coalitieakkoord voor de komende jaren en geven commentaar hierop in cursief gedrukte woorden.

Inleiding

Sinds oktober 2025 staat het basispad van het Centraal Planbureau (CPB) voor de groei zonder inflatie (oftewel de reële groei) van de nationale zorgkosten tot 2030 centraal in politieke beschouwingen binnen en buiten het parlement. Dit pad is het resultaat van reeds ingezet beleid, van bevolkingsgroei en van vergrijzing. In financiële termen komt dit basispad neer op een reële groei van de zorgkosten van 16 miljard euro, in procenten op 3,1%. Citaat: “In het basispad stijgen de zorguitgaven in de kabinetsperiode met 16 mld euro. Vrijwel alle partijen nemen maatregelen om die stijging van de collectieve zorguitgaven te beperken, behalve GroenLinks-PvdA. De ombuigingen lopen na de kabinetsperiode verder op. Deze keuzes hebben gevolgen voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg “.

Wij merken op dat het CPB in oktober 2025 niet verder vooruitkijkt dan 2030. In maart 2025 deed ze dat wel in zijn Middellange termijn raming 2027- 2033: het bureau blikte toen vooruit tot en met het jaar 2033, oftewel ongeveer twee kabinetsperioden vooruit. Ook valt op dat het CPB, zonder uitleg, andere cijfers en jaren gebruikt in oktober dan in haar oktoberstuk. De opmerkingen van dit bureau in oktober zijn neutraal of beter gezegd, inhoudsloos: ze laten de inhoud over aan de politieke partijen. Ook merken we op dat voorbijgegaan is aan maatschappelijke baten van zorg (arbeidsproductiviteit, werkgelegenheid, gezondheid van de bevolking, stabiliteit, etc., hetgeen wel degelijk in euro’s per jaar is uit te drukken).

Op vrijdag 20 februari publiceerde het CPB de Analyse 2026-2030  van het coalitieakkoord. Dit stuk komt hieronder puntsgewijs aan de orde. Per punt staat een korte samenvatting van een deel van de analyse en direct volgt ons cursief gedrukte commentaar daarop.

De CPB doorrekening van het coalitieakkoord voor de periode 2026 – 2030

Tabel 3.2 op pagina 18 van het CPB-document toont de effecten op de collectieve zorguitgaven van het coalitieakkoord. In totaal gaan deze uitgaven met 7,9 miljard euro omlaag. Nader gespecificeerd levert deze ombuiging op:

Ombuigingen op Zorg -7,9 mld euro

  1. Intensivering gemeentefonds (Wmo/jeugdzorg) 0,2
  2. Intensivering in het programma ‘Kansrijke Start’0,1
  3. Intensivering in sport en sportaccommodaties 0,1
  4. Intensivering in medische preventie 0,0
  5. Verhogen verplicht eigen risico en aanpassing maximale eigen bijdrage per behandeling in de medisch-specialistische zorg -5,4
  6. Generieke korting Wlz ouderenzorg, ghz en ggz-wonen (Bestuurlijk akkoord Wlz)-0,8
  7. Schrappen resterende deel envelop ouderenzorg -0,5
  8. Huishoudelijke hulp uit de Wmo i.c.m. een vangnet -0,4
  9. Eigen bijdrage wijkverpleging -0,3
  10. Hoofdlijnenakkoord Zvw i.c.m. mbi (Passende zorg) -0,2
  11. Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg -0,2
  12. Selectie van extramurale geneesmiddelen uit het basispakket Zvw -0,2
  13. Versterken informatiepositie zorgverzekeraars -0,1
  14. Verlagen van de beschikbaarheidbijdrage medisch-specialistische vervolgopleidingen -0,1
  15. Verlagen van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg -0,1

Verandering van zorgkosten genoemd onder hoofdstukken welzijn en openbaar bestuur: -0,9 mld euro

  1. Doorwerking zorgmaatregelen (zoals de verhoging van het eigen risico) op de zorgtoeslag -0,7
  2. Verlagen vermogensgrenzen zorgtoeslag naar heffingsvrij vermogen -0,3
  3. Uitvoeringskosten invoeren suikerbelasting +0,1

Totale ombuiging van zorgkosten ten opzichte van het basispad 7,9 + 0,9 = 8,9 mld euro

Bron: CPB, Analyse coalitieakkoord, 20 februari 2026, pagina 30

Het CPB licht de 18 ombuigingen toe op pagina’s 17 en 18 en op pagina 24 en 30 van zijn analyse van het coalitieakkoord. Hieronder volgen eerst enkele algemene toelichtingen op de analyse die het CPB geeft op diverse pagina’s. Daarna volgt een bespreking van enkele van bovenstaande 18 punten.

Algemene toelichtingen van het CPB op haar analyse

1. De doorrekening is gebaseerd op de tabel met budgettaire effecten uit het coalitieakkoord.

Het onafhankelijke CPB heeft kennelijk niet gecheckt of de budgettaire effecten die de regeringspartijen hebben vermeld in hun coalitieakkoord op de juiste manier zijn onderbouwd. Dat verlaagt de betekenis van de analyse. De vraag blijft hangen; hoe hebben de politieke partijen de budgettaire effecten van bijvoorbeeld de verhoging van het eigen risico naar 460 euro berekend die zouden moeten leiden tot 5,4 miljard extra-inkomsten voor Zorgverzekeringswet? De verantwoording van de berekeningen staat niet vermeld in het coalitieakkoord en niet in de CPB-analyse.

2. Er is slechts op hoofdlijnen naar de houdbaarheid en uitvoerbaarheid van beleid gekeken.

Voornemens in het coalitieakkoord houden partijen geen rekening met de daadwerkelijke effecten die (op termijn) de zorconsumptie zullen verhogen. Er is louter in termen van onmiddellijke uitgaven in euro’s gerekend.

3. Het verplichte eigen risico in de Zvw wordt per 2027 verhoogd naar 460 euro. Vervolgens groeit het eigen risico jaarlijks mee met de groei van de zorguitgaven, waardoor dit in 2030 naar verwachting 520 euro zal zijn. Ook de maximale eigen bijdrage per diagnose-behandelcombinatie (DBC) in de medisch-specialistische zorg wordt aangepast. In plaats van 50 euro per DBC vanaf 2027, geldt vanaf 2028 een eigen bijdrage van 150 euro per DBC. Deze maximale eigen bijdrage per DBC groeit vervolgens jaarlijks mee met de hoogte van het eigen risico. In totaal is dit een ombuiging van 5,4 mld euro. De maatregelen in het coalitieakkoord leiden tot hogere financiële drempels voor zorggebruikers; voor minder draagkrachtigen en chronisch zieken worden er maatregelen genomen om dit effect te verminderen.

Wij merken op dat in de analyse geen stelpost is opgenomen voor maatregelen ter vermindering van hoge financiële drempels voor minder draagkrachtigen en chronisch zieken. Deze aanpak wordt vaker gebruikt: in generieke zin snijden en dan een paar ernstige slachtoffers daarvan een beetje tegemoetkomen zonder hiervoor een stelpost op te nemen. Dit is ook het geval bij de afschaffing van de huishoudelijke hulp en de invoering van een eigen bijdrage voor wijkverpleging.

4. De effecten worden afgezet tegen een nieuw basispad dat gebaseerd is op een tussenstand van het Centraal Economisch Plan 2026. In het basispad zijn beleidswijzigingen uit de Miljoenennota 2026, de Najaarsnota 2025 en het Belastingplan 2026 (inclusief amendementen) verwerkt. Het basispad sluit aan bij de Nationale rekeningen 2024 en de recente realisaties.

Waar vinden we nu welke aanpassingen zijn gemaakt? Andere CPB-publicaties zoals het Centraal Economisch Plan bevatten wel veel verantwoording van de gebruikte rekenmethoden. Deze analyse van de zorgkosten in het coalitieakkoord – is een black box. Wat ontbreekt is een hoofdstuk methodologie-verantwoording.  

Enkele voornemens in het coalitieakkoord apart toegelicht

5. Op het gebied van preventie worden er enkele maatregelen genomen via intensiveringen en een lastenverzwaring. Er worden onder andere middelen gereserveerd voor het aanbieden van gratis schoolfruit, het structureel verankeren van het programma ‘Kansrijke Start’ en het stimuleren van sport. Ook wordt er geïntensiveerd in medische preventie om de vaccinatiegraad te verhogen. Daarnaast wordt er een heffing ingevoerd voor voedingsmiddelen met een suikergehalte van 6 procent of hoger.

Bij de ombuigingen onder punt 4 van de 18 punten hierboven wordt een extra bedrag van 35 miljoen euro opgevoerd voor uitbreiding van de medische preventie. Dit is een zeer gering bedrag gelet op de pleidooien van onder meer de SER 2024 en de KNMG in 2022en 2025.

 6. De huishoudelijke hulp wordt uit de Wmo gehaald en tegelijkertijd wordt er een vangnet geïntroduceerd voor huishoudens die het wegvallen van huishoudelijke hulp niet zelf kunnen dragen. Deze ombuiging op de Wmo is 1,5 mld euro. Het CPB houdt er in deze doorrekening rekening mee dat bij het wegvallen van huishoudelijke hulp uit de Wmo een deel van de cliënten een beroep zal doen op andere vormen van zorg. Hierdoor is er sprake van een intensivering van 1,5 mld euro in de Wlz. Daarnaast is er sprake van een ombuiging van 0,4 mld euro op de Zvw, omdat een deel van de groep die naar de Wlz uitwijkt ook minder zorg via de Zvw ontvangt. Als er andere aannames worden gedaan, kunnen de schuiven tussen de Zvw, Wmo en Wlz anders uitvallen. Per saldo leidt de maatregel tot een taakstellende ombuiging van 0,4 mld euro.

Deze hele alinea kan in twee regels worden geparafraseerd en becommentarieerd: De huishoudelijke hulp gaat uit de WMO (1,5 miljard), wel met een vangnet. Het CPB veronderstelt dat de Wlz daardoor weer zwaarder belast wordt (alsof de indicatie voor de WLZ zomaar gegeven wordt): 1,5 miljard erbij. Het CPB veronderstelt ook dat dit effect heeft op de ZVW en plakt op het totaal gelijk een taakstellende vermindering van 400.000 euro. Ook hier ontbreekt elke verantwoording over de effecten van het verdwijnen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo op de Wlz en de Zvw.

7. Er wordt een eigen bijdrage voor wijkverpleegkundige zorg in de Zvw geïntroduceerd. In deze doorrekening heeft het CPB de maatregel geïnterpreteerd als een inkomensafhankelijke bijdrage met een taakstellende opbrengst van 0,2 mld euro. De maatregel leidt dan tot een ombuiging van 0,9 mld euro in de Zvw en 0,4 mld euro in de Wmo. Daarnaast is er een intensivering van 1,0 mld euro in de Wlz, omdat door de eigen bijdrage voor wijkverpleegkundige zorg het gebruik van Wlz-zorg zal toenemen. Wanneer de maatregel anders wordt ingevuld, kunnen de schuiven tussen de Zvw, Wmo en Wlz anders uitvallen. Per saldo leidt de maatregel tot een taakstellende ombuiging van 0,2 mld euro.

Ook hier ontbreekt de rekenkundige onderbouwing voor al deze getallen en effecten. Het is voor ons onbegrijpelijk dat het CPB zich heeft geleend voor het presenteren van deze budgettaire effecten zonder enige fundering.  

8. Het CPB heeft de maatregel ‘passende zorg’ geïnterpreteerd als een intentie om een bestuurlijk akkoord af te sluiten voor de ziekenhuiszorg, huisartsenzorg, wijkverpleging en de geestelijke gezondheidszorg, met een generiek macrobeheersingsinstrument (mbi) als stok achter de deur. Er wordt beoogd meer passende zorg te leveren. Dit is een ombuiging op de ZVW van 0,2 mld euro.

Hoezo moet er een nieuw bestuurlijk akkoord worden afgesloten? Het AZWA en het IZA zijn toch al met het veld overeengekomen? Hoezo die dreiging met een mbi, die nog nooit is toegepast? Welke statistische trends zijn beschikbaar dat passende zorg leidt tot bezuinigingen? Passende zorg is toch bedoeld om de kwaliteit, doelmatigheid en toegang tot de zorg te verbeteren?

9. Een aantal extramurale geneesmiddelen wordt uit het basispakket van de ZVW gehaald. Dit kan bijvoorbeeld gaan om maagzuurremmers, middelen tegen obstipatie, NSAID’s, kunsttranen en allergiemiddelen. Dit is een ombuiging van 0,2 mld euro op de ZVW.

Zo’n 2,8 miljoen Nederlanders met maagklachten slikken sterke maagzuurremmers op recept. Volgens Zorginstituut Nederland worden deze zogeheten protonpompremmers (PPI’s) vaak onterecht voorgeschreven. Veel patiënten slikken deze maagzuurremmers langdurig, terwijl chronisch gebruik de kans op gezondheidsrisico’s vergroot. Ook zijn er bezwaren tegen het slikken van de andere genoemde geneesmiddelen. Beter zou zijn om eerst een campagne te starten waarin het gebruik van maagzuurremmers wordt ontraden en medische richtlijnen worden aangepast. Daarna volgt pas het schrappen van deze medicatie uit het ZVW-pakket. En bovendien: wat is het effect op de zorgconsumptie als deze middelen niet meer worden vergoed respectievelijk gebruikt?

10. Zorgaanbieders worden verplicht om bij declaraties extra informatie te verstrekken aan zorgverzekeraars bijvoorbeeld over de diagnose, indicatie en geleverde zorgvorm. Hierdoor kunnen zorgverzekeraars gerichter sturen in de contractering. Dit leidt tot een ombuiging op de Zvw van 0,1 mld euro in 2030 en 0,2 mld euro structureel.

Declaraties staan op naam, adres en burgerservicenummer van patiënten. De AVG verzet zich ertegen dat zorgverzekeraars deze gegevens doorgeven aan Vektis voor hergebruik met naam en toenaam van patiënten. Dit is daarom een onhaalbaar voorstel. Beter is het om anonieme kwaliteitsregistraties vaker te gebruiken bij contractering en dan voor de komende jaren afspraken te maken over het na te streven kwaliteitsniveau. 

Kortom

De doorrekeningen voor de zorg van de CPB-analyse van het Regeerakkoord zijn niet te controleren. Een onderbouwing in de vorm van oorzaak-gevolganalyses ontbreekt bij de meeste beleidsmaatregelen. Daardoor zijn effecten van (bezuinigingsmaatregelen) en de volksgezondheidsdoelstellingen (betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit) niet vast te stellen. De neveneffecten waar geen rekening mee gehouden zijn, maar die er wel degelijk zullen zijn, zullen als parameters tevoren moeten worden geïdentificeerd en vertaald moeten worden naar Kritische Prestatie Indicatoren om tijdens en na de rit vast te kunnen stellen of sprake is van successen of juist niet. Wetenschappelijke instituten in de zorg zijn er afdoende.

Een voorbeeld: als de eigen bijdrage substantieel stijgt dan wordt de toegankelijkheid minder (voor sommige groepen), hetgeen terug kan slaan op uitstel of afstel van adequate diagnostiek en behandeling, wat op zijn beurt gezondheidsschade teweeg kan brengen en dan leidt tot latere, ernstiger, duurdere en misschien wel complexere zorg. De hele idee van de huisarts als drempelloze poortwachter wordt tenietgedaan, want hoewel deze dus drempelloos te benaderen is, kunnen zijn verwijzingen verdwijnen in een vacuüm. En dat is niet de bedoeling van een zorgverzekering waarbij de toegankelijkheid voor iedereen op solidaire basis wordt geregeld.

Een alternatief met een beetje remgeld per bezoek (ook aan de huisarts en voor medicijnen) is voorstelbaar, zoals in België. Maar ook dan zijn er compenserende maatregelen om uitwassen te voorkomen en is er sprake van een maximum voor het totaal.

Zoektermen voor internet

Guus Schrijvers, Robert Mouton, beleidsontwikkeling, CPB doorrekening zorg 2026, coalitieakkoord D66 VVD CDA zorg, eigen risico 460 euro 2027, bezuinigingen Wlz ouderenzorg, eigen bijdrage wijkverpleging Zvw, huishoudelijke hulp Wmo vangnet, passende zorg mbi, maagzuurremmers uit basispakket, financiële drempels zorggebruikers, macrobeheersingsinstrument zorg