Guus Schrijvers interviewt André Rouvoet, voorzitter GGD GHOR Nederland.

Inleiding van de redactie

Op 27 maart stuurde minister Hermans (VWS) een Kamerbrief over het pakket Pandemische Paraatheid voor de komende jaren. Daarin stelt zij dat op de VWS-begroting € 177 miljoen structureel beschikbaar is gesteld om versterkingen van de publieke en curatieve gezondheidszorg voort te zetten. Daarmee is Nederland beter voorbereid op pandemieën zoals COVID-19. Deze brief vormde aanleiding voor de redactie om GGD GHOR Nederland-voorzitter André Rouvoet te interviewen.

Welke activiteiten heeft GGD GHOR Nederland ontwikkeld om de pandemische paraatheid te verhogen en hoeveel geld was hiermee gemoeid?

“Diverse onderzoeken en rapporten (o.a. AEF-rapport IZB (2023), Rapport Verwey-Jonker (2021)) toonden afgelopen jaren aan dat de infectieziektebestrijding van de GGD’en vóór de coronapandemie onder het minimumniveau was om de wettelijke taken goed uit te voeren. Het kabinet Rutte-IV maakte structureel geld vrij voor het versterken van de infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid. Hiervan was 180 miljoen euro bestemd voor de publieke gezondheidszorg. Van die 180 miljoen was maar een deel bedoeld voor de GGD’en, zoals te lezen is in de Kamerbrief van 29 juni 2023.

In 2024 schrapte het kabinet Schoof de financiering voor het programma pandemische paraatheid eerst volledig, maar in juli 2025 werd een deel van de financiering tot 2028 gerepareerd onder de noemer Weerbare zorg. Uit de begroting van het ministerie van VWS is hiervoor 33,5 miljoen voor 2027 en 2028 toegezegd. Maar de structurele financiering was tot op heden niet geregeld. Daarom zijn we heel blij dat die middelen nu wel zijn opgenomen in de Voorjaarsnota.

Binnen het programma Structurele versterking GGD’en en pandemische paraatheid heeft GGD GHOR Nederland samen met de GGD’en de volgende activiteiten ontwikkeld: Kwetsbaarheden wegnemen voor pandemische paraatheid, Versterken boven(regionale) monitoring en surveillance, Versterken van de wetenschappelijke kennisinfrastructuur infectieziektebestrijding, Samenwerken op bovenregionaal niveau, Slim én versneld opleiden. GGD’en ontvangen hiervoor ongeveer 33 miljoen per jaar. Deze middelen waren nog tijdelijk, maar in de Voorjaarsnota zijn deze middelen structureel geworden. 

Daarnaast ontvangen de GGD’en ongeveer 8-9 miljoen in 2024, 2025 en 2026 voor de implementatie van de kaders die de LFI aan de GGD’en stelt. Die implementatie wordt in nauwe samenwerking uitgevoerd tussen GGD’en, GGD GHOR Nederland en de LFI.

Met dit budget konden de GGD’en vanaf 2023 extra personeel aannemen. Eind 2023 bleek dat GGD’en hiermee o.a. 185 fte aan artsen, verpleegkundigen, deskundigen infectiepreventie, epidemiologen, communicatiemedewerkers, beleidsmedewerkers en projectleiders hebben aangenomen. De aanvulling met niet medische professionals bleek van grote waarde voor de IZB-teams.

In de Kamerbrief van 21 jan 2026 schrijft de minister dat de structurele financiering voor het programma informatievoorziening infectieziektebestrijding (IV-IZB) op orde is gebracht door hiervoor 23,7 miljoen per jaar structureel beschikbaar te stellen op de begroting van het ministerie van VWS.”

Ben je tevreden over de ontwikkelingen tot nu toe?

“Na twee jaar van grote zorg zijn we nu zeker tevreden. Zie onze reactie op de website. De IZB-teams van de GGD’en zijn sterker en meer op orde door het extra personeel dat is aangetrokken door de middelen voor de versterking van de IZB. Er is betere monitoring en surveillance. Inmiddels is de wetenschappelijk kennis vergroot door PhD en praktijkonderzoeken specifiek over de IZB. GGD’en zetten zich nu meer en meer in om bovenregionaal samen te werken. Er zijn van de 25 GGD’en vijf regio’s gevormd die op steeds meer vlakken samen werken. Denk hierbij aan gezamenlijk oefenen en trainen in de voorbereiding op een grote uitbraak van een infectieziekte, maar ook het delen van data, het afstemmen van de werkwijzen van medische-professionals en het gezamenlijk aantrekken van specialisten als een data-specialist of een jurist. Ten slotte hebben de professionals meer mogelijkheden en kansen op bij te scholen en te trainen om zo pandemisch paraat te staan. Toch hebben we ook een kanttekening: de financiering voor coördinatoren pandemische paraatheid bij de GGD’en is niet gevonden, en dit baart ons wel zorgen.”

Wat moet er nog meer gebeuren aan de verhoging van de pandemische paraatheid? Denk ook aan verbeteringen in datadeling binnen Nederland en met andere Europese landen en aan adequate besluitvorming over bv lockdowns op nationaal niveau.

“De GGD’en gaan de komende periode de bestaande IV-systemen vervangen, zodat ze goed voorbereid zijn op een volgende pandemie. Als het gezondheidsinformatiestelsel, waar de hele zorg aan werkt, goed tot stand komt gaat ons dat erg helpen omdat informatie over bijvoorbeeld testuitslagen dan geautomatiseerd kan worden doorgegeven vanuit bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuizen. Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan een betere uitwisseling van gegevens in de zorg (via de EHDS). Ook dat gaat ons helpen, want infectieziekten trekken zich weinig van grenzen aan.

Wat gebeurt er met de pandemische paraatheid als het nieuwe kabinet geen geld meer betaalt voor pandemische paraatheid?

“Dit is nu niet meer aan de orde. We behouden een flink deel van de in infectieziektebestrijding gespecialiseerde professionals, waardoor niet alleen capaciteit, maar ook kennis, ervaring en training niet verloren gaat. Ook de aansluiting van de GGD’en op de Landelijke Functie Opschaling Infectieziekte-bestrijding (LFI) is mogelijk. GGD’en kunnen de kerntaken goed blijven uitvoeren, zoals monitoring en surveillance, zowel binnen de regio als bovenregionaal. En een doelgroepgerichte aanpak is mogelijk omdat we capaciteit, ruimte en tijd hebben om doelgroepen gericht en op maat te bereiken. Deze investeringen zijn nodig, want alle experts zijn het over eens: het is niet de vraag óf, maar wanneer een nieuwe infectieziekte ons zal treffen, met alle ontwrichtende gevolgen van dien. Nu er geen middelen komen voor de coördinatoren pandemische paraatheid moeten we wel kijken op welke wijze we een goede verbinding maken tussen de GGD’en en de LFI binnen de beschikbare middelen.”

 De nadruk ligt nu vooral op het opleiden van extra-professionals. Wat doen deze professionals als er geen pandemie rondwaart? Hoe blijven zij in die periode hun competenties oefenen?

“Het gaat om het versterken van de reguliere infectieziektebestrijding zodat de GGD’en een goede basis hebben om van hieruit op te schalen als dat nodig is. De professionals blijven hun competenties dus in de dagelijkse praktijk trainen. Daarnaast oefenen de GGD’en jaarlijks gezamenlijk wat ze moeten doen als er een epidemie/pandemie uitbreekt in de IZB-regio. Op deze manier zorgen ze ervoor dat alle professionals blijven trainen en klaarstaan voor een grote uitbraak van een infectieziekte in Nederland.”

Bedankt voor het interview

“Graag gedaan”.

Over de geïnterviewde

André Rouvoet (Hilversum, 4 januari 1962) is een Nederlands bestuurder en voormalig politicus. In het kabinet-Balkenende IV was hij minister voor Jeugd en Gezin en vicepremier. Rouvoet werd op 1 februari 2012 voorzitter van de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Hij volgde daar Hans Wiegel op. Per 1 februari 2020 werd Rouvoet opgevolgd door Dirk Jan van den Berg. Per 1 juli 2020 werd hij aspirant-voorzitter van GGD GHOR Nederland, de koepelorganisatie van de 25 gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD’en) en Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GHOR). Sinds 1 augustus dat jaar is hij formeel voorzitter.

Zoektermen voor internet

Guus Schrijvers, preventie, pandemische paraatheid Nederland 2026, André Rouvoet GGD interview, financiering infectieziektebestrijding VWS, LFI GGD samenwerking, IV-IZB informatiestelsel, bovenregionale surveillance GGD, Weerbare Zorg begroting, EHDS datadeling infectieziekten, capaciteit IZB teams, GGD GHOR Nederland voorjaarsnota.