Door Robert Mouton en Guus Schrijvers, redacteuren van de Nieuwsbrief Zorg en Innovatie.
Inleiding
Zorgkantoren contracteren geen lege bedden. Hoe nu verder? CZ, VGZ en ZK vinden hier al wat van. De Nza laat weten dat lege bedden helemaal niet gecontracteerd c.q. vergoed mogen worden. Maar mondt dit allemaal wel uit in verstandig beleid? Of komt er een koude sanering van het aantal verpleeghuizen net zoals bij verzorgingshuizen in 2013 en de jaren daarna? Zitten gemeenten met bouwplannen en zorgkantoren elkaar niet in de weg? Is het wel mogelijk om een visie te ontwikkelen of uit te dragen (“zoveel mogelijk thuis”) als er zoveel factoren van invloed zijn op de zorgvraag? Moeten we maar lokaal aanmodderen om later te concluderen dat we landelijk een groot probleem over het hoofd hebben gezien dan wel er zelf een gecreëerd hebben?
We zetten een aantal factoren met invloed op de vraag naar verpleeghuiszorg op een rij. Deze rij kan worden aangevuld en genuanceerd. Terzijde: het RIVM doet in opdracht van het CIZ al enige tijd onafhankelijk onderzoek naar de leegstand van verpleeghuisbedden. Dit is voor zover wij weten nog niet afgerond.
Dit is geen enquête maar een opmaat voor een discussie die niet alleen in de bestuurskamers van de zorgkantoren, zorgaanbieders en overheden gevoerd zou moeten worden. Wij nodigen alle lezers uit om op een of meer van onderstaande factoren te reageren. Wij beloven over enkele weken te komen met een samenvatting van de reacties en met een eigen voorstel over omgaan met de behoefte aan verpleeghuiszorg. Voor ons is deze aanpak (vragen aan lezers wat we moeten vinden) redelijk nieuw. Maar we hebben vertrouwen in The wisdom of crowds (Sorowiecki, 2003). Graag vragen we om rekening te houden dat de drempel om in het verpleeghuis te komen in de regel een indicatie van VV5 is (beschermd wonen met intensieve dementiezorg) gedefinieerd op basis van:
- Grondslag
Er moet een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) zijn vastgesteld door een arts. - Noodzaak
De cliënt heeft een “blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid”. - Doel
Het voorkomen van “ernstig nadeel” (zoals gevaar voor de cliënt zelf of de omgeving).
Zie ook alhier voor het overzicht van de andere indicatie – groepen.
Dit is dus iets anders dan geclusterd wonen en voor elkaar zorgen. Het gaat om professionele zorg, in verpleeghuis, in een woonzorgomgeving en al dan niet met PGB.
Leeswijzer bij de 35 factoren
Al brainstormend kwamen wij uit op 35 factoren die de behoeften aan, vraag naar en aanbod van verpleeghuizen beïnvloeden. Deze hebben wij in vijf groepen verdeeld. De volgorde daarvan (zie hieronder) volgt de ideale beleidsnota over behoefte, vraag en aanbod van verpleeghuizen: demografische factoren, visie-ontwikkeling, indicatiestelling, bekostiging, wonen en mantelzorg. Bij de meeste factoren voegen wij een opinie-artikel toe uit de Nieuwsbrief. Wij hopen erop dat de lezer zich uitgedaagd voelt om deze te ondersteunen of juist niet.
Demografische factoren
- Vergrijzing en ontgroening van de bevolkingsopbouw tot 2040 RIVM, VTV, 2024.
- Gezondheid van de bevolking neemt toe, onder meer door de mate van invloed van reablement en preventief gezondheidsbeleid (leefstijl).
- Hoe ouder de bevolking betekent ook meer dubbele vergrijzing; hoe meer dubbele vergrijzing hoe hoger de zorgconsumptie per persoon vanwege complexiteit, multimorbiditeit en toename eenzaamheid. Zie ook alhier.
- Incidentie en prevalentie per leeftijdscohort, met name van dementie en kanker.
Visieontwikkeling
- De mate waarin men deïnstitutionalisering nastreeft dan wel de grenzen hiervan ziet naderen.
- De mate waarin buurt- en wijkzorg zich daadwerkelijk kunnen ontfermen over activiteiten ter ondersteuning van algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
- De mate waarin de wijkverpleging haar taken aankan.
- Een aanhoudend personeelstekort in verpleeghuizen, taboe op zorgmigratie en strikte opleidingseisen.
- De wijze waarop zorgkantoren contracteren en regionaal lange-termijnbeleid ontwikkelen als taak zien.
- Beleid van overheidswege/ zorgkantoren/ casemanagement om patiënten met het Modulair Pakket Thuis (MPT) thuis te laten blijven en voeding/ maaltijdverzorging dus buiten het pakket te houden.
- Beleid van overheidswege om ruimte vrij te krijgen voor doorstroming van ouderen uit rijtjeshuizen voor gezinnen naar in clusters gebouwde, levensloop bestendige appartementen (Kirchner, 2026).
- Het voortbestaan van de WLZ als sociale verzekering voor iedereen dan wel de wijze waarop zorg nog wel of juist niet vergoed wordt. Of moet ouderenzorg toch via een private verzekering (op termijn) worden betaald?
- De mate waarin burgers/ verzekerden/ patiënten invloed uit kunnen oefenen op lokaal, regionaal en landelijk beleid. Nu is er vrijwel 100% aanbodsturing.
- Of maatschappelijke diensttijd in beeld gaat komen.
- Wat er terecht komt van het HLO (Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg).
- Of uiteindelijk de woonkosten in de WLZ in het geheel niet meer vergoed worden.
- In welke mate de Nederlandse langdurige zorg als percentage van het Bruto Nederlandse Product van 4,4 procent moet toegroeien naar het OECD-gemiddelde van 1,8 procent. Zie ook alhier.
- Of hybride zorg en AI het thuis wonen door ouderen gaat bevorderen
Indicatiestelling
- De WLZ-indicatie wordt straks afhankelijk van omstandigheden (vergelijk WMO, nu formeel nog niet; voorgenomen beleid).
- Thuiszorgindicatie en thuiszorgconsumptie kunnen uiteenlopen bij invoering van hogere eigen bijdragen WMO. Dit kan op zijn beurt weer invloed hebben op de gezondheid en op de WLZ-indicatiestelling (eerder zorgzwaarte). Andersom is de vraag wat de invloed is van langer thuis blijven op de WMO.
- WLZ-indicatie VV4 wordt nu (nog) wisselend door enkele zorgkantoren gehonoreerd met verpleeghuiszorg. Wat is de toekomst?
- Veranderingen in de eigen bijdragen in de WMO en de WLZ (voorgenomen beleid).
Bekostiging
- De algemene economische toestand in Nederland: de mate van welvaart heeft invloed op welzijn en zorgbehoefte
- De wijze waarop komende kabinetten omgaan met bezuinigingen in de zorg en de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten.
- Verandering van de hoogte van de Volledig Pakket Thuis-vergoeding.
- Of het Persoonsgebonden Budget nog op dezelfde manier kan worden ingezet (dus ook voor gecombineerde burgerinitiatieven). Zie ook coalitieakkoord.
- Of de Wlz-bezuinigingen van het coalitieakkoord 2026 inderdaad doorgevoerd kunnen worden.
Wonen
- Verdere doorzetting van groei van woonarrangementen tegen eigen betaling voor degenen die zich dat kunnen veroorloven al dan niet gecombineerd met VPT op indicatie (woonzorg).
- Wat de markt dus (op termijn) doet: zie https://www.skipr.nl/nieuws/vraag-naar-kleinschalige-woonzorg-voor-ouderen-explodeert-aanbod-stagneert/.
- De financiële gezondheid, de gesteldheid van gebouwen, afschrijvingen en de mogelijkheden van tijdige nieuwbouw van verpleeghuizen.
- De mate waarin financiers (banken en private equity) bereid zijn te investeren; dit is afhankelijk van onder meer de geprojecteerde bestaanszekerheid achter het bekostigingssysteem (Varkevisser, 2026).
- De wijze waarop gemeenten en provincies (via de Omgevingswet) los van zorgkantoren voor hun eigen inwoners scenario’s ontwikkelen om in woon- en zorgbehoeften te voorzien.
Mantelzorg
- Het aantal mantelzorgers daalt.
- Mantelzorgers worden ouder, zijn steeds vaker tweeverdiener en hebben geen tijd.
- Last but not least uw eigen opvatting: hoe gaat u het straks regelen voor uw ouders of voor uzelf? En is dit te veralgemeniseren?
Kortom
Zware staatscommissies zoals in Nederland bepleit voor de toekomst van de ouderenzorg komen ook in het Verenigd Koninkrijk voor. Daar heten zij Royal Commissions. Gebruikelijk is dat zij alle inwoners en organisaties in de zorg verzoeken om inbreng over te nemen zwaarwegende besluiten in de zorg. Wij weten niet of de in te stellen staatscommissie ook in Nederland zo werkt. En we weten al helemaal niet of de Nieuwsbrief, een tijdschrift voor leidinggevenden in de zorg, feedback uitlokt van zijn lezers over 35 factoren die behoeften, vraag en aanbod van verpleeghuiszorg beïnvloeden. U kunt uw reactie, liefst voorzien van referenties, mailen naar mail@guusschrijvers.nl.
Zoektermen voor internet
Robert Mouton, Guus Schrijvers, langdurige zorg, editorial, Leegstand verpleeghuizen 2026, contractering zorgkantoren lege bedden, NZa vergoeding verpleeghuiszorg, deïnstitutionalisering ouderenzorg Nederland, WLZ indicatie VV5 criteria, dubbele vergrijzing zorgconsumptie, reablement en preventie ouderen, personeelstekort verpleeghuizen 2026, Volledig Pakket Thuis (VPT) vs MPT, scheiden van wonen en zorg WLZ.

De omvang van verpleeghuiszorg zal dalen, dat lijkt mij vrij zeker. Maar nauwkeurig voorspellen van de behoefte over ( ik noem maar een getal) 10 jaar is onmogelijk. Beleidsmakers en instanties moeten het dus doen met onzekerheid. Plannen daarna op 10% lege bedden ( als reserve, dat is minder erg dan een tekort) is helemaal geen probleem. Veel zaken moeten ingepland met enige reserve, van legers tot brandweer, van IC bedden tot woningen, van personeel tot industrieterreinen. Naast de al genoemde factoren mis ik: toename euthanasie, ook al om verpleeghuiszorg te vermijden. Selectieve abortus op basis van voorspelbare defecten bij ongeboren kinderen.( ws meer effect op gehandicaptenzorg, op termijn zeker ook verpleeghuiszorg)Import van verzorgenden van elders, vgl nanny’s. Groei van luxere vormen van verzorgingshuizen incl verpleeghuisachtige zorg( een booming commerciele sector, vele tientallen inmiddels, vaak in buitenlandse handen). Verdringing verpleeghuiszorg door long stay ziekenhuiszorg en zorghotelachtige recalidatie.Door de klimaatverbetering tgv opwarming en schonere lucht minder ziekte bij 80 plussers.
Daarnaast: afname beschikbaarheid mantelzorg door toename werkende vrouwen. Onduidelijke effecten van beschikbaar komende humanoide robots die zeker zorgtaken kunnen uitvoeren, en ook zeker op termijn 10 jaar beschikbaar zullen zijn met vrij zeker al behoorlijke acceptatie.
Heel verstandig lijkt moj integratie verpleeghuiszorg met low grade ziekenhuiszorg en revalidatiecentra. Vooral vanuit gebouwen en personeel geredeneerd. Hoog technologische gezondheidszorg zal ook moeten concentreren.
Dat lege verpleeghuisbedden niet (meer) vergoed worden, is logisch. Lege hotelbedden worden ook niet vergoed. Dit betekent wel dat rekening gehouden moet worden bij de prijsberekening met een aanvaardbare leegstand. Indien de kwaliteit erg goed is, zal die leegstand miniem zijn.
Het lijkt me onmogelijk om een goede voorspelling te doen voor de hoeveelheid verpleeghuisbedden die we nodig hebben in de toekomst. Te veel variabelen.
Reablement zal mi voor een klein deel de behoefte aan zorg kunnen verlagen.
Tegelijkertijd zie ik dat er veel 80 + ook met kwetsbaarheid lang thuis kunnen blijven wonen. Helpend zijn o.a. familie, wijkverpleging, fysiotherapie, ergotherapie, dagbesteding, in de buurt maaltijd kunnen benutten en verder de magnetron 😉
Het wordt mi pas echt ingewikkeld als er (ook) cognitieve problemen gaan spelen.
Ik las jullie artikel over de wijkverpleging. Mi is het scenario van het kleine dorp bij ongewijzigd beleid inderdaad dweilen met de kraan open. Succes jullie!
Leegstaande verpleeghuisbedden zijn op dit moment een direct gevolg van het niet meer indiceren / vergoeden van de ZZP4-indicatie: huisvesting met intensieve lichamelijke zorg. Voor deze groep mensen (ouderen) met ernstige lichamelijke gebreken wordt nu VPT geïndiceerd: het volledig pakket thuis, waar je per dag een maximum aantal bezoeken van de wijkverpleging krijgt en je de rest van de dag in afhankelijkheid en eenzaamheid mag doorbrengen. De opname in het verpleeghuis gaf deze groep hulp op het moment dat het nodig was – die ze met een noodknop konden oproepen – en een sociale omgeving waar ze aan activiteiten konden deelnemen en andere bewoners om zich heen hadden. Opname op basis van de ZZP4 indicatie heeft veel mensen die ernstig zorgafhankelijk waren en thuis vereenzaamden een veel beter laatste deel van hun leven geschonken. Als lid van een cliëntenraad in een verpleeghuis heb ik dat van dichtbij gezien.
De tegenstanders van de ZZP4-indicatie wijzen op de kosten en op goede zorg die nu met VPT ook in de thuissituatie kan worden gegeven. Het kostenaspect is nog maar de vraag. Bij ZZP4 was er al een scheiding wonen/zorg en werd het woondeel al door de bewoner betaald, al dan niet met huursubsidie (zoals ook in de thuissituatie). De omvang en de tijdigheid van zorg zijn in de VPT-situatie duidelijk minder (slechter) dan bij een opname in een verpleeghuis. Het is ook niet voor niets dat mensen met een goed inkomen of vermogen hebben in dat soort situaties kiezen voor opname in een privaat verpleeghuis – met een zeer forse eigen bijdrage – en niet voor de verpaupering in de thuissituatie met de beperkte VPT-zorg. Het afschaffen van verpleeghuiszorg met een ZZP4-indicatie is feitelijk opnieuw een vorm van tweedeling in de langdurige zorg.
Maar ook bij de psychogeriatrische zorg – opname bij dementie – in het verpleeghuis is er steeds meer sprake van een veel latere opname dan een aantal jaren geleden. De indicatie dat 24-uurs zorg nodig is voordat opname in een verpleeghuis mogelijk is wordt ook voor deze groep bewoners steeds strakker gehanteerd. Met als gevolg een steeds zwaardere belasting van de mantelzorgers van deze mensen – er moet bijna sprake zijn van uitputting daar voordat er voor het verpleeghuis wordt geïndiceerd – en een veel zwaardere zorgvraag bij opname in het verpleeghuis. Dat leidt ook tot een kortere verblijfsduur: eufemisme voor het feit dat verpleeghuizen steeds vaker huizen voor verlengde hospicezorg lijken te worden. Of dat ook leidt tot leegstand in verpleeghuizen – de aanleiding voor deze discussie – kan ik niet overzien, maar ik weet wel dat dit tot een steeds zwaardere belasting van de medewerkers leidt, tot het afbranden van medewerkers en dat het steeds moeilijker wordt om nieuwe medewerkers te vinden, omdat de veel zwaardere werklast niet leidt tot uitbreiding van het personeelsbestand. Op deze afdelingen is er ook steeds meer inzet nodig op zware lichamelijke en psychogeriatrische zorg en is er steeds minder ruimte voor welzijnszorg. Ook hier is er een vermindering van kwaliteit van zorg en ook hier zie je dat mensen die voldoende geld hebben de voor hun naaste noodzakelijke psychogeriatrische zorg in particuliere verpleeghuizen inkopen. Ook hier dus een steeds scherpere tweedeling in de zorg. Als je niet beter zou weten dan zou je kunnen denken dat dit een gewenst gevolg van steeds kariger overheidsbeleid is. Maar dat zullen alle beleidsmakers uit alle macht tegenspreken.
De verschuiving van verpleeghuiszorg naar VPT-zorg thuis wordt door de voorstanders beargumenteerd met het ideaal van de “zorgzame wijk”: een wijk waar mantelzorg niet alleen door de directe naasten wordt geleverd, maar breed in de wijk door anderen wordt ondersteund, met een breed en beschikbaar professioneel zorgsysteem en waar veel (dag) voorzieningen zijn om mantelzorgers te ontlasten en zorgvragers een breed gedragen sociale en welzijnsomgeving te bieden, waardoor eenzaamheid en zeker verpaupering worden voorkomen. Als voorbeeld wordt dan altijd Austerlitz genoemd of een ander dorp waar met veel vrijwilligerswerk burenhulp een brede invulling krijgt.
Het ideaal van de “zorgzame wijk” wordt breed gepromoot, maar de werkelijkheid is op de meeste plaatsen veel minder rooskleurig. Een “zorgzame wijk” veronderstelt een ruimtelijke, professionele en vrijwilligersinfrastructuur, die er in de meeste Nederlandse wijken niet is. Met het verdwijnen van het traditionele opbouwwerk en club- en buurthuiswerk, de karige Wmo-financiering vanuit het Rijk aan de gemeenten, en de aanbesteding van projectgericht welzijnswerk is er nog maar zelden een professionele infrastructuur waar betrokken buurtbewoners een beroep op kunnen doen om zo’n “zorgzame wijk” vorm te geven. Door die steeds beperktere Wmo-middelen verdwijnen ook steeds meer gratis locaties waar mensen bijeen kunnen komen en iets voor de wijk kunnen organiseren. Dat nog los van het feit dat er steeds minder vrijwilligers zijn die veel tijd hebben, nu in gezinnen bijna altijd beide partners moeten werken om hun woonlasten te betalen en senioren steeds vaker mantelzorg verlenen voor ouders, partners of (als oppas) kleinkinderen. Tel daarbij op dat er steeds minder huisartsenpraktijken zijn (in de grote steden) en steeds meer thuiszorgaanbieders (onder wie nogal wat zorgcowboys), waardoor het moeilijk is om iets als een laagdrempelig zorgnetwerk in de “zorgzame wijk” te organiseren. We weten dat de randvoorwaarden voor die “zorgzame wijken” vaak niet aanwezig zijn, terwijl er wel mee geschermd wordt om het uitkleden van het verpleeghuis en de inzet van VPT te verkopen.
De vermindering van verpleeghuiszorg komt niet omdat er minder vraag naar deze zorg zou zijn, maar is een bewuste keuze van beleidsmakers en verzekeraars (afschaffen ZZP4-indicatie en (te) laat indiceren voor psychogeriatrische zorg) die wordt verkocht met de promotie van laagwaardige meer zorg thuis (in de vorm van VPT), wat zou kunnen omdat dat wordt ingebed in “zorgzame wijken”. In feite is het een toonbeeld van de verdere verschraling en tweedeling van de zorg, aangestuurd vanuit het mantra “minder overheid, de verantwoordelijke burger aan zet en beperking van de kosten”. Het is een politieke en beleidskeuze die ook in dit stuk te gemakkelijk wordt verhuld.