Editorial: geschreven door Robert Mouton en Guus Schrijvers, redacteuren.

Besproken VWS-publicaties:

  • 36800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026, Nr. 191 Beleidsbrief van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport , april 2026
  • Bijlage bij VWS beleidsbrief Nieuwe wetgeving 2026 -2030

Introductie van de redactie

Op 24 april stuurden de ministers Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) een brief (zie hierboven) aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Daarin staat beschreven wat hun beleidsvoornemens zijn voor de jaren 2026 -2030. Het stuk telt 7.636 woorden. Daarvan gaan er zo’n 3000 over passende zorg. De resterende woorden gaan over, uiteenlopende, belangwekkende beleidsonderwerpen zoals weerbaarheid; een solidair zorgstelsel; veiligheid voor vrouwen en meisjes; arbeidsparticipatie van mensen met beperkingen; medisch-ethische vraagstukken. Lezers die alleen iets willen weten over hun eigen deelsector, doen er goed aan om de digitale beleidsbrief met zoektermen te benaderen: er bestaat een grote kans dat u wat vindt. Deze beschouwing is gericht op die 3000 woorden over passende zorg, die her en der verspreid in de tekst staan opgeschreven.

De wetgevingsbijlage (hierboven vermeld) bij de brief bevat 28 voorstellen om wetten te wijzigingen om de in de brief genoemde beleidsvoornemens te realiseren. Daarvan betreffen dertien de passende zorg. Dit komt erop neer dat VWS per kabinetsjaar ongeveer drie wetswijzingen voor passende zorg wil sturen naar de Raad van State, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Hieronder volgt eerst een samenvatting van de brief voor zover deze gaat over passende zorg. Daarna volgt cursief ons eigen commentaar. Vervolgens doen we datzelfde met de bijlage: eerst de samenvatting en dan de beoordeling. De volgorde van de zeven beleidsvoornemens is van onszelf en vindt u niet terug in de besproken stukken.

Welke beleidsvoornemens over passende zorg staan er in de beleidsbrief?

Beleidsvoornemen 1. Passende zorg wordt de norm

“Iedereen moet kunnen rekenen op de zorg die hij of zij nodig heeft, nu en in de toekomst. Dat bereiken we door passende zorg en ondersteuning de norm maken. Dat betekent dat zorg en ondersteuning beter aansluiten bij wat mensen echt nodig hebben voor de kwaliteit van leven. Dat vraagt om een andere manier van kijken en werken. Want als we minder vanzelfsprekend behandelen of zorgtaken overnemen bij beginnende kwetsbaarheid, als we de kracht van eigen regie, zelfredzaamheid en zorgzame netwerken beter benutten, als we problemen minder snel medicaliseren, als we het met elkaar zo organiseren dat passende zorg de norm is, dan leveren we betere zorg en ondersteuning en houden we zorg toegankelijk voor wie die echt nodig heeft.”

RM/GS: het meest opvallende van deze redenering is dat een norm wordt gesteld en gehanteerd die zelf niet goed genormeerd is, slecht gekaderd is en voor allerlei interpretatie vatbaar is (zie alhier en alhier). Iedereen heeft er wel een idee bij: zoiets als, ‘wat niet nodig is dat doen we niet’ . Maar dat is geen norm, dat is een algemene opdracht om te normeren. Daarnaast is ‘passende zorg’ zelf eigenlijk een onnodig begrip, aangezien er in de Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen in de Zorg (WKKGZ) nauwkeurig gedefinieerd staat wat ‘goede zorg’ is: zie artikel 2 lid 2. Wij citeren hier slechts een fragment: “ Onder goede zorg wordt verstaan; zorg van goede kwaliteit en van goed niveau: die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is, tijdig wordt verleend, en is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt.” Op grond hiervan zouden we kunnen stoppen met een bespreking, maar de beleidsbrief vergt verdere verdieping. We gaan in de onderstaande bespreking niet elke keer meer in op de overlap met de WKKGZ.

Een belangrijke zin in de passage vol wensdenken, luidt: “Dit vraagt om een andere manier van kijken en werken”. Uit de gedragseconomie weten we dat twee belangrijke uitgangspunten zijn: 1. Zorgprofessionals, hun organisaties en zorgverzekeraars hebben gevestigde oftewel institutionele belangen. 2. Waarvoor je betaalt, daar krijg je veel van. De bepleite andere manier van werken is mogelijk als het p x q model in de zorginkoop (prijs maal hoeveelheid) over de hele linie wordt vervangen door meerjarige begrotingen waarbij de inkomsten overeind blijven als kritische prestatie indicatoren afkomstig uit de passende zorg worden gehaald. Onderaan deze beschouwing staan artikelen uit de Nieuwbrief waarin deze uitgangspunten uitgebreid aan de orde komen.

Beleidsvoornemen 2. Alleen zorg die bij jou past

“We moeten stoppen met behandelen wanneer behandelen weinig tot niets toevoegt. Soms is zorg niet het juiste antwoord. En dat weten we eigenlijk allemaal. De zorg wordt beter als hij echt bij jou past. Bijvoorbeeld als de wijkverpleegkundige je leert hoe je zelf een steunkous aantrekt of je ogen druppelt, in plaats van je dat uit handen te nemen. Bijvoorbeeld door samen met je behandelaar te beslissen wat voor jou kwaliteit van leven is in de laatste fase van jouw leven. Of als wat je echt nodig hebt sociale verbinding en ondersteuning is, in plaats van (ggz-)zorg.”

RM/GS: Ook hier kan gesteld worden dat dit overbodig is of zodanig te veralgemeniseren, dat er sprake is van verlegging van wat in de spreek- en behandelkamer thuishoort naar een beleidsniveau. Een voorbeeld: Bij welke lage succeskans moet een intensivist stoppen met behandeling op de IC? De covid-19 pandemie leverde veel discussie op over Code Zwart. Wil het kabinet echt dit soort discussies uitlokken? Het bespreekbaar maken van het wel of niet behandelen samen met de patiënt is op zichzelf een goede zaak die natuurlijk ook al plaatsvindt (zie ook de Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst (WGBO) en de opkomst van Advanced Care Planning). De passage suggereert zelfs, nee impliceert, dat de patiënt medeverantwoordelijk zou moeten worden gemaakt voor een keuze waarin het kostenaspect een (hoofd)rol gaat spelen. Dit zal stuiten op verzet in onze huidige (zorg)moraal. Ook vele zorgprofessionals zullen zich daar tegen verzetten. Ter illustratie: vhbc komt in Nederland nog nauwelijks van de grond. Overheidsbeleid zou hier ver van moeten blijven.

Beleidsvoornemen 3. Ruimte voor niet-passende zorg wordt kleiner

“We willen de voorlopers en volgers in de beweging naar passende zorg bevestigen in hun doen en laten en we willen bijsturen waar dat nog niet zover is. Daarvoor gaan we de ruimte verkleinen die er op dit moment is om niet mee te doen in de beweging. We gaan dus de ruimte voor niet-passende zorg verkleinen. Iedereen moet erop kunnen rekenen dat de aangeboden zorg voor haar of hem passend is. We willen kortom dat niet-passende zorg stopt. Daartoe komt het kabinet een samenhangend pakket aan wet- en regelgeving dat passende zorg altijd en overal de norm maakt.”

RM/GS: De passende zorg wordt wetenschappelijk (dat wil zeggen in het openbaar en door derden) onvoldoende onderzocht. Wij hebben diverse IZA-plannen gezien waar wordt geëvalueerd zonder controlegroepen, zonder nulmetingen en zonder onderscheid van primaire en secundaire uitkomsten. Dit betekent dat de overtuigings- en bewijskracht van de projecten minimaal is. Binnen Value Based Health Care zijn tal van methoden om waarden en kosten te meten beschikbaar. Wij spreken de hoop uit dat passende zorg en VBHC in de komende jaren naar elkaar toe groeien.

Beleidsvoornemen 4. Strengere eisen van de overheid aan professionele richtlijnen

“Het kabinet wil dat beroepsbeoefenaren duidelijk zijn over welke zorg passend is en welke zorg niet en dat zij alleen nog passende zorg verlenen. Via wet- en regelgeving gaan we strengere eisen stellen aan de voorwaarden, kwaliteit en (snelheid van) totstandkoming van beroepsrichtlijnen en kwaliteitsdocumenten. De beroepsgroepen moeten zelf duidelijke inhoudelijke normen vaststellen wat in welke omstandigheden passende zorg is en wat niet, aansluitend op het proces en de kaders van het Zorginstituut over pakketwaardigheid van zorg. Als er een gelijkwaardig alternatief is dat minder arbeidsintensief of meer kosteneffectief is, heeft dat voorrang. Bovendien moeten de beroepsgroepen hun beroepsrichtlijnen en kwaliteitsdocumenten regelmatig actualiseren, en snel implementeren in de praktijk. Het Zorginstituut krijgt een stevigere rol in het toetsen op de verantwoordelijkheid van de beroepsgroepen om te komen tot goede en actuele beroepsrichtlijnen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet daarbij met haar toezichtscapaciteit toe op de daadwerkelijke implementatie van de richtlijnen en de standaarden in de praktijk.”

RM/GS: Ook nu weer veel wensdenken. Wij verwachten niet dat door dertien wetswijzingen beroepsbeoefenaren (meer) passende zorg gaan leveren. Een heilige koe is nog altijd de professionele autonomie, die nooit zover mag worden beperkt dat professionals zich aan strikte behandelvoorschriften moeten houden. Deze strijd aangaan is onbegonnen werk voor het minderheidskabinet. Daarnaast werkt een dergelijke top-down opdracht en controle opstelling precies tegenovergesteld: beroepsgroepen gaan maximale ruimte in standaarden en protocollen brengen, de motivatie om naar echt ‘passende zorg’ toe te werken wordt hen ontnomen, een controlemogelijkheid heeft de overheid niet en de individuele beroepsbeoefenaar haakt af als een instituut het beter weet dan zijn tienjarige opleiding en specialisatie. Liever zien wij de medische specialistische bedrijven, verpleegkundige adviesraden en de RVB’s van ziekenhuizen bestuursraden vormen waar gezamenlijk wordt gesproken over schaarste, kwaliteit van zorg en wachtlijsten binnen een meerjarenbegroting en met prestatie indicatoren voor passende zorg en VHBC.

Beleidsvoornemen 5. Meer toetsing en sturing op pakketwaardigheid

We stellen scherpere eisen aan pakketwaardigheid van zorg en we regelen dat het Zorginstituut, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgverleners die eisen daadwerkelijk kunnen toepassen in hun rol. We laten de beschikbaarheid van mensen en middelen en kosteneffectiviteit zwaarder wegen. We geven het Zorginstituut een stevigere rol in het toetsen en sturen op pakketwaardigheid. Net als bij extramurale geneesmiddelen besluit de minister voortaan ook bij alle intramurale geneesmiddelen over de pakketwaardigheid.

RM/GS: VWS wil het eigen risico verhogen om daardoor onnodige zorg vraag af te remmen. In dit stuk willen de ministers ook nog eens minder zorg leveren, namelijk alleen maar passende zorg. Volgens ons is dit politieke zelfmoord van de VWS-bewindspersonen. Want meer betalen en minder leveren is een giftige mix. Daarnaast wordt (alweer) gesuggereerd dat pakketwaardigheid als begrip genormeerd zou kunnen worden. De enige normering die wij hier zien is het woord “kosteneffectiviteit”. Voor de transparantie in onze democratie is het noodzakelijk dat hier wordt aangegeven hoe dan nu afweging plaatsvindt en hoe de ministers dit dan in de toekomst voor zich zien.

Beleidsvoornemen 6. Zorgaanbieders moeten gezamenlijke afspraken maken

“Het kabinet wil dat zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren dat inwoners de best passende zorg op de beste plek krijgen wanneer dat nodig is. We gaan erop sturen dat zorgaanbieders en zorginkopers, na overleg met inwoners en patiënten en hun inbreng meewegend, in elke regio keuzes maken waar welke zorg verleend wordt en waar welke zorg niet verleend wordt omdat dat beter ergens anders kan. Zodat basiszorg dichtbij is, bijvoorbeeld met hechte wijkverbanden die door nauwe samenwerking met het sociaal domein onnodige medicalisering van hulpvragen voorkomen, en met verloskundige samenwerkingsverbanden voor goede zorg rond zwangerschap en bevalling. Soms betekent dit dat zorg op de ene plek moet worden afgebouwd, zodat deze op een andere plek beter en duurzamer kan worden ingericht. Die keuzes zijn nodig zodat het zorglandschap goed aansluit op de vraag naar passende zorg. Maar die keuzes worden nu niet altijd, of niet voldoende gemaakt – ondanks de afspraken in de zorgakkoorden. Om echte doorbraken te realiseren is het nodig dat zorgaanbieders daarbij constructief en gedegen deelnemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor een passend zorglandschap. En dat aanbieders afspraken maken over het gezamenlijk organiseren van zorg waaraan een partij zich niet zomaar kan onttrekken, bijvoorbeeld op thema’s als de avond-, nacht- en weekendzorg, de acute zorg en de concentratie van complexe zorg. Daarom gaat het kabinet actiever sturen op de organisatie van zorg in de regio: We leggen wettelijk vast dat zorgaanbieders in samenspraak met zorginkopers verplicht zijn om constructief en gedegen deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor een passend zorglandschap. Wat onder constructieve en gedegen deelname wordt verstaan, werken we uit in procesvoorwaarden. We zorgen ervoor dat regionale plannen over het zorglandschap daadwerkelijk richting geven aan alle zorgaanbieders in de regio. En we borgen dat die richting niet vrijblijvend is”

RM/GS: Ook deze passage staat vol van wensdenken. Wellicht komen regionale successen tot stand in de provincie Zeeland, Friesland, de kop van Noord-Holland en Drenthe. We zien dit niet tot stand komen in de Randstad. Voor de andere provincies zien wij dit niet gebeuren in de komende vier jaar. Daarnaast is deze passage doorspekt met IZA-en AZWA filosofie. Die akkoorden zelf zijn nog niet geëvalueerd en of ze zelf ‘passend’ zijn is dus nog niet vastgesteld. De akkoorden zijn ook geen wetten, sterker nog, zijn er mee in strijd: de WMG, de Mededingingswet, de privaatrechtelijke verantwoordelijkheden (en daarmee ook beperkingen) van partijen, het gebruik van zorgkantorenregio’s: het is allemaal slechts gebaseerd op tijdelijke afspraken, gedoogbeleid en aannames. De wetgeving omzetten naar een regionale planningswetgeving en -invulling is een begrijpelijke wens, maar we refereren hier aan de mislukking van de WVG, de Basisverzekering van Simons en het feit dat de stelselwijziging naar de ZVW 20 jaar duurde en van AWBZ naar WLZ en WMO stapsgewijs negen jaar. Invloed van lobby’s is ook niet gering. Daarnaast zijn er nog tal van Europese kaders waar rekening mee moet worden gehouden. Nog een belangrijk punt: wie gaat de regio bestieren? Een concurrerende schadeverzekeraar? Een provinciebestuur? Een nieuwe entiteit? En hoe ziet de verbinding met VWS er dan uit? Wij verwijzen naar de brief van minister Hermans over de Staatscommissie: daar horen deze vragen volgens ons thuis (zie ook het volgende punt). Beter is het voor nu om het investerings- en bouwbeleid voor zorg- en ouderenvoorzieningen beter op elkaar af te stemmen. Een voorbeeld: In de komende acht jaar zijn de drie Utrechtse ziekenhuizen (Antonius, Diakonessenhuis en UMC Utrecht) toe aan (ver)nieuwbouw. Wellicht kunnen bankiers, zorgverzekeraars en provincie (via de Omgevingswet) in gezamenlijk overleg treden met de drie ziekenhuizen over deze grote transities met grote gevolgen voor de bouwnijverheid en ziekenhuisbegrotingen.

Beleidsvoornemen 7. Zorgverzekeraars gaan niet-passende zorg niet meer vergoeden

“Van zorgverzekeraars wordt verwacht het kabinet dat ze sterker gaan sturen op de beschikbaarheid van passende zorg. Daarvoor gaan we de zorgplicht van zorgverzekeraars (inclusief hun rol bij transformaties in de regio) verduidelijken, zodat duidelijk is dat die niet alleen ziet op vandaag maar ook gaat over de toekomst. We gaan daartoe regelen dat zorgverzekeraars de juiste instrumenten hebben om niet-passende zorg niet meer te hoeven vergoeden. Daarnaast regelt het kabinet dat zorgverzekeraars een betere informatiepositie krijgen om scherper onderscheid te maken tussen aanbieders van passende zorg en aanbieders die dat niet of minder leveren.”

RM/GS: Dit voornemen verandert de positie van regionale zorgverzekeraars (die formeel niet bestaan) en zorgkantoren aanzienlijk. Want de kans is groot dat zij van regionaal gekozen politici en van zorgaanbieders de zwarte piet krijgen toegedeeld als ze te weinig geld ter beschikking stellen voor het bijvoorbeeld openhouden van een lokale SEH. Het CDA heeft in de afgelopen jaren gehamerd op de instelling van een Staatscommissie. Die is ook kamerbreed ondersteund. Wij voegen daaraan toe dat op dit moment ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg uit drie wetten worden gefinancierd: de Zorgverzekeringswet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Wet Langdurige Zorg. Er is veel verbetering te behalen in kwaliteit van leven voor deze drie doelgroepen als de zorg vanuit één kader voor gepaste zorg wordt geboden. Laat een staatscommissie dit uitdenken. Dit is overigens geen pleidooi voor samenvoeging van wetten. Wij hebben al eerder geschreven over de mogelijke opdrachten aan de Staatscommissie: zie alhier en alhier.

De wetgevingsbijlage bij de beleidsbrief bevat dertien (!) wetswijzigingen

In onderstaand schema staan de dertien wetswijzingen die de VWS-ministers verwachten te realiseren in deze kabinetsperiode. Alle dertien zijn gericht op het stimuleren van passende zorg. Ons commentaar staat cursief gedrukt onder het schema.

Passende ZorgKabinetsperiode
Wijziging Zorgverzekeringswet verhoging eigen risico  Q2 2026
Wijziging Besluit zorgverzekering trancheren eigen risico  Q2 2026
Aanscherpen normen voor verantwoord ondernemerschap, inperken uitwassen private equity (wordt toegevoegd aan wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders, Kamerstukken 36686)  Q3 2026
Wijziging Besluit zorgverzekering (pakketwaardigheid intramurale geneesmiddelen)  Q3 2026
Eigen bijdrage wijkverpleging (wetsvoorstel of amvb)  Q3 2027
Wetsvoorstel passende zorg (strengere eisen aan beroeps- en kwaliteitsrichtlijnen, passende zorg norm in verzekerd pakket, rol Zorginstituut versterken  Q3 2027
Wetsvoorstel passend zorglandschap (sturen op gezamenlijke verantwoordelijkheid en samenwerking zorglandschap)  Q4 2027
Wetsvoorstel informatiepositie zorgverzekeraars  Q2 2027
Wetsvoorstel beschikbaarheid passende zorg (stoppen vergoeding ongecontracteerde zorg, rol zorgverzekeraars bij transformaties)  Q4 2027
Wetsvoorstel bestrijding zorgfraude (toetredingsdrempels Wtza, screening zorgaanbieders, vervolgen zorgfraudeurs)  Q1 2028
Wetsvoorstel sterkere regie en sturing in crisistijd  Q3 2028
Wetsvoorstel wijziging Wbsrz (IKZ kan meer gegevens uitwisselen met relevante partners)  Q3 2028
Wetsvoorstel implementatie van Europese wetgeving op geneesmiddelenterrein  Nader te bepalen

RM/GS: Op vier gemeenschappelijke aspecten van alle dertien onderwerpen hebben we commentaar. Ten eerste valt op dat de beleidsbrief en bijlage alleen ingaan op wetgeving als beleidsinstrument om passende zorg te stimuleren. Achterwege blijven andere beleidsinstrumenten zoals het vervangen van de al genoemde P-maal-Q-financiering door langetermijnbegrotingen en te behalen KPI’s. Kennelijk wil VWS niet werken met gedragseconomische prikkels. Ten tweede merken wij op dat het werken met voorhoederegio’s en andere pilots die vooruitlopen op nieuwe wetten buiten beeld blijft in de beleidsbrief. De nieuwe VWS-bewindspersonen verlaten kennelijk deze bottom-up-aanpak van beleidsvoorbereiding en kiezen voor recentralisatie. De derde opmerking betreft de verwerkingscapaciteit met nieuwe wetten voor de Raad van State en het parlement. De Tweede Kamer heeft thans gemiddeld eens per jaar tijd om in haar VWS-commissie over de geestelijke gezondheidszorg te vergaderen. De meeste vergaderingen gaan over de asielcrisis of over de internationale oorlogen. De twee VWS-bewindslieden zijn beide carrière-politici en hebben grote ervaring opgedaan in het parlement. Zijn wij zo slim om op te merken dat een wetgevingspakket met dertien voorstellen niet in vier jaar tijd door beide kamers komt? Of zijn wij zo dom dat we aanleidingen over het hoofd zien om toch met dit pakket te komen? Ten vierde dit. Het werken met wetswijzingen komt alleen langs de Raad van State als de onderbouwing daarvoor sterk genoeg is. VWS kan dan niet aankomen met wensdenkformuleringen zoals in de beleidsbrief. Dan zijn grondige evaluaties nodig van alle beleidsprojecten die tot nu toe zijn afgelegd om te komen tot passende zorg. Wij denken aan projecten zoals Zinnige Zorg, De Juiste Zorg op de Juiste plek, het IZA- en AZWA-akkoord en de daaruit voortvloeiende transformatieplannen en aan het Hoofdlijnen Akkoord Ouderenzorg (zie ook Zorgakkoorden.nl) Zijn al die projecten inderdaad doodgelopen en is daarom nu wetgeving nodig? Naar onze mening gooit VWS nu het kind met het badwater weg en worden veldpartijen gedemotiveerd dan wel in de verdediging gedrukt.

Tenslotte een opmerking over één specifieke wetswijziging. Verstopt in de wetswijzigingstabel staat het afschaffen van ongecontracteerde zorg (Art.13 ZVW). Dit is in het coalitieakkoord gekomen door de lobby van ZN en de NVZ. Artikel 13 is niet zomaar een artikel. Het is de crux van toegankelijke zorg, keuzevrijheid van patiënten en biedt geregistreerde beroepsbeoefenaren de mogelijkheid om hun werk te kunnen doen: ook zij moeten zich vanzelfsprekend aan wetten en normen houden. Nog geen twee jaar geleden is een wetsvoorstel dienaangaande ingetrokken door de minister president (16 sep. 2024).

Kortom

  • De VWS-beleidsbrief en de wetgevingsbijlage gaan voor een groot deel over passende zorg maar alle beleidsdossiers passeren de revue.
  • Een analyse van de machtsverhoudingen, regeldruk, personeelsverloop, uitdagingen, toegankelijkheid, bureaucratie etc. ontbreekt.
  • Relaties (overlap / strijdig met / etc.) met bestaande wetgeving (WKKGZ, Mededingingswet, WMG, Wet BIG, ZVW…) zijn niet gelegd.
  • De nieuwe VWS-bewindspersonen pleiten ervoor om passende zorg te stimuleren met behulp van dertien wetswijzingen. Zij verlaten de trajecten van overleg met veld en het blijven werken met pilots.
  • Ze gaan geen gebruik maken van het gedragseconomische inzicht dat passende zorg alleen te realiseren is met een bekostiging op basis van meerjaren-begrotingen en Kritische Prestatie Indicatoren die ontleend zijn aan passende zorg.
  • Dat deze wijzingen nodig zijn, wordt beargumenteerd vanuit wensdenken en niet vanuit grondige evaluatie van het bestaande beleid en de bestaande wetgeving.
  • De toon van de beleidsbrief is plat gezegd: bezuinigen en machtsuitoefening. Hoogleraar en speciaal gezant passende zorg Jan Kremer gaf in zijn afscheidsrede een dag voor de publicatie van deze beleidsbrief een totaal ander beeld van dialoog, beweging, inzet en transitie. Deze rede bespreken we hier niet, maar we verwijzen er wel naar: zie alhier.

Enkele eerdere publicaties over passende zorg in de Nieuwsbrief

Zoektermen voor internet

Robert Mouton, Guus Schrijvers, editorial, beleidsontwikkeling, VWS beleidsbrief begroting 2026 Nr 191, minister Hermans VWS passende zorg wetgeving, wetgevingsbijlage VWS 2026 2030, Wkkgz artikel 2 lid 2 goede zorg, afschaffing ongecontracteerde zorg artikel 13 Zvw, Zorginstituut toetsing pakketwaardigheid intramuraal, Jan Kremer afscheidsrede passende zorg 2026, SiRM Strategy PwC Bernhoven model, private equity zorg wetsvoorstel integere bedrijfsvoering, trancheren eigen risico Besluit zorgverzekering.