Door Tijn Kool, hoogleraar Passende Zorg aan het Radboudumc.
Per 1 april is Tijn Kool hoogleraar Passende Zorg bij het Radboud UMC. Hieronder schetst hij zijn visie op passende en niet-passende zorg en daarna zijn onderzoeksactiviteiten. Op verzoek van de redactie geeft Kool aan wat hij zou doen als hij vijf miljoen extra zou kunnen uitgeven binnen zijn leeropdracht. Aan het einde van dit artikel treft u een kort CV van Tijn Kool aan.
Inleiding
Ik wil beginnen met heel iets anders dan zorg: onze planeet. Steeds duidelijker wordt dat we onze planeet aan het uitputten zijn, dat diersoorten verdwijnen, de zeespiegel stijgt en dat het klimaat verandert. De incovenient truth is dat we niet door kunnen gaan met ons huidige consumptiepatroon. We moeten onze attitude en gedrag veranderen maar weten ook hoe lastig dat is, gezien de rijen bij Schiphol en het nog steeds stijgend aantal kilo’s vlees dat we consumeren.
Ongekend hoog
Ook de zorg zien we in toenemende mate vastlopen. Het zijn niet de euro’s maar vooral het personeel dat in steeds mindere mate beschikbaar is om aan de groeiende zorgvraag te voldoen. Ook hier moeten we dus onze attitude en gedrag veranderen. Het voordeel van de zorg is dat het vaak beter is om terughoudend te zijn en soms geen zorg te verlenen. Zorg kan immers schadelijk zijn als het niet voor de juiste patiënt is bestemd. Zorg vergt maatwerk, dat noemen we passende zorg. Passende zorg is zorg met toegevoegde waarde voor de patiënt, bewezen effectief, op de juiste plaats en voor deze patiënt het beste alternatief, ook wat betreft de kosten. Passende zorg is niet nieuw: we werken al decennia aan passende zorg. In 1989 was de trechter van Dunning al een vorm van passende zorg. Maar nu is de urgentie ongekend hoog dus zullen alle partijen in de zorg aan de slag moeten.
De-implementation science
Waar passende zorg is, is ook niet-passende zorg. Het laatste decennium is daar in toenemende mate aandacht aan besteed, geïnitieerd door de internationale Choosing Wisely-beweging. In meer dan 25 landen zijn zorgverleners gaan nadenken bij welke zorg terughoudendheid op zijn plaats is en welke zorg we niet meer moeten verlenen. In Nederland is al snel de volgende stap gezet met het programma Doen of laten? om deze zorg ook daadwerkelijk in de praktijk te stoppen, het zogenoemde deïmplementeren. De afgelopen negen jaar zijn patiënten en zorgverleners via dit programma bewust geworden dat niet alle zorg effectief is en soms zelfs schadelijk. En zijn zorgverleners geholpen om met de niet-gepaste zorg te stoppen. Ik ben al die tijd programmaleider geweest en heb samen met veel artsen, verpleegkundigen en onderzoekers kennis en ervaring opgedaan met deïmplementeren. We kenden al langer implementation science, het afgelopen decennium is zo ook ontstaan.
Beter-niet-doen-lijsten
Ik heb aan de ontwikkeling van kennis over deïmplementeren samen met mijn collega onderzoekers van het Radboudumc en een brede groep artsen en verpleegkundigen van Doen of laten? kunnen bijdragen door op vier onderwerpen onderzoek te doen:
- Wat is niet-gepaste zorg? Om deze discussie te starten hebben we Beter-niet-doen-lijsten opgesteld met een selectie van aanbevelingen uit de richtlijnen die expliciet aanbevelen iets niet te doen of terughoudend te zijn. We hebben lijsten gepubliceerd voor medisch-specialisten, verpleegkundigen en huisartsen. Bij de huisartsen hebben we de aanbevelingen ook voorgelegd om te bepalen wat de relevantie is voor de dagelijkse praktijk. Momenteel zijn we bezig met een inventarisatie in de GGZ.
- Hoe veel niet-gepaste zorg is er in Nederland? Vaak worden er allerlei percentages genoemd die meestal niet degelijk zijn onderbouwd. Wij komen tot de conclusie dat de hoeveelheid niet gepaste zorg sterk varieert afhankelijk van de definities en data die gebruikt worden, de soort zorg, de zorgverlener en per land.
- Hoe moet je deïmplementeren? We hebben met acht pilotprojecten informatie verzameld over wat belangrijk is bij het stoppen met niet-gepaste zorg. Dat is vastgelegd in een deïmplementatiegids en hierover zal in de zomer een Engelstalig boek worden gepubliceerd met bijdragen van onze Choosing Wisely collega’s over de hele wereld: How to reduce overuse in healthcare? A practical guide.
- Hoe moet je een succesvol deïmplementatieproject borgen en opschalen? Wat in Rotterdam werkt zou moeten worden overgenomen door andere regio’s. We hebben een framework opgesteld met de belangrijkste determinanten van succesvolle opschaling van deïmplementatie-interventies. Ook doen we onderzoek naar wat er nodig is om de behaalde resultaten te laten beklijven.
Veel te winnen
Een van de belangrijkste succesfactoren voor passende zorg is het betrekken van patiënten; zij zijn het per slot van rekening de experts die het best kunnen aangeven wat voor hen belangrijk is en welke optie hun voorkeur heeft. En daarbij is nog veel te winnen. Er is veel onbetrouwbare informatie te vinden op internet. De mate van samen beslissen valt tegen mede omdat zorgverleners niet beseffen wat daarvoor nodig is. Bovendien is de huidige gezondheids- en keuze-informatie voor een deel van de patiënten niet te begrijpen. Het is daarom belangrijk aandacht te besteden aan het betrekken van mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Ik zal me hier de komende jaren voor hard maken en onderzoek doen naar hoe we dat het best kunnen realiseren.
Een (De)implementatieprogramma van vijf miljoen euro
Ik sluit deze introductie af met een wens om een landelijk bottom-up geïnspireerd (de)implementatieprogramma uit te voeren in de huisartsenzorg. Met het ophouden van Doen of laten? kent de Nederlandse zorg geen (de)implementatieprogramma meer dat bottom-up zorgverleners helpt met het verlenen van passende zorg en het stoppen met niet-passende zorg. Programma’s zoals Zorgevaluatie en Gepast gebruik en De Juiste Zorg op de Juiste Plek, zijn top-down programma’s met veel bestuurlijk overleg gericht op systeeminbedding zonder decentrale subsidiemogelijkheden. En met name de huisartsenzorg komt er bij deze programma’s bekaaid vanaf ondanks het feit dat de huisartsen met hun poortwachtersfunctie een cruciale rol spelen in de beweging naar passende zorg. Met vijf miljoen euro zou ik graag met het Nederlands Huisartsengenootschap en de andere koepels en belangenorganisaties van huisartsenzorg een onderzoeks- en (de)implementatieprogramma willen uitvoeren om huisartsenpraktijken te helpen bij het stoppen met niet-passende zorg en te kijken onder welke omstandigheden zij hun patiënten de best passende zorg kunnen geven.
Over de auteurTijn Kool is hoogleraar Passende zorg bij het Radboudumc. Hij is opgeleid als arts en econoom en werkte als ziekenhuisbestuurder en consultant. Sinds 2011 doet hij onderzoek bij IQ healthcare van het Radboudumc naar hoe passende zorg te geven en met niet-passende zorg te stoppen. Hij zit namens de umc’s in de werkorganisatie van het programma Zorgevaluatie en gepast gebruik. Hij is bereikbaar op tijn.kool@radboudumc.nl
Zoektermen voor het internet:
Eerste Lijn, Tijn Kool, Deimplementatie, huisartsen, passende zorg
