Door Annemarie de Vos, Eline de Kok, Susanne Maassen, Monique Booy & Anne Marie Weggelaar-Jansen, die hier een samenvatting geven van een eerder internationaal artikel.

Samengevat artikel: Annemarie de Vos, Eline de Kok, Susanne Maassen, Monique Booy & Anne Marie WeggelaarJansen, Learning from a crisis: a qualitative study on how nurses reshaped their work environment during the COVID 19 pandemic, BMC Nursing (2024) 23:515 

Achtergrond 

De werkomgeving van verpleegkundigen is cruciaal voor het waarborgen van hoogwaardige patiëntenzorg en het behoud van verpleegkundigen voor het vak. De COVID-19 pandemie veranderde de werkomgeving van verpleegkundigen drastisch. Hierdoor werden verpleegkundigen geconfronteerd met enorme uitdagingen, vooral toen het aantal met COVID-19 besmette patiënten de beschikbare verpleegkundige capaciteit overschreed en de toegang tot ziekenhuiszorg voor patiënten onder druk kwam te staan. Hoewel de negatieve effecten van COVID-19 op de gezondheid en het welzijn van verpleegkundigen goed zijn gerapporteerd, is er in onderzoek minder aandacht voor de veranderende werkomgeving en hoe verpleegkundigen met deze veranderingen toch kwaliteit van zorg bleven leveren. We hopen dat geleerde lessen uit deze periode een bijdrage kunnen leveren aan veranderingen in de toekomstige verpleegkundige werkomgeving.  

Vraagstelling 

Deze studie onderzocht de ervaringen van verpleegkundigen in een Nederlands opleidingsziekenhuis tijdens de vroege stadia van de COVID-19-pandemie. De onderzoeksvraag was: hoe hebben verpleegkundigen in een Nederlands ziekenhuis hun werkomgeving aangepast aan de benodigde veranderingen tijdens de eerste stadia van de COVID-19 pandemie?  

Methode 

Een kwalitatieve onderzoeksmethode werd toegepast om de vraag te beantwoorden. Er werden semigestructureerd diepte-interviews gehouden met verpleegkundigen, polikliniekassistenten, betrokkenen bij het ontwikkelen en implementeren van het “Inzetplan Verpleegkundig Personeel” en leden van het Outbreak Management Team (N=26). De thematische data-analyse richtte zich op het identificeren van thema’s die inzicht geven in hoe de werkomgeving veranderde en welke factoren een rol speelden bij het creëren van een positieve werkomgeving. Op verzoek van de redactie ontbreken hier beschouwingen over de onderzoeksmethode. Daarvoor verwijzen wij naar het oorspronkelijke artikel. Ook blijven hier verwijzingen naar door ons geraadpleegde literatuur grotendeels achterwege.  

Resultaten 

In maart 2020 ontwikkelden beleidsmakers en verpleegkundig leidinggevenden binnen het ziekenhuis het “Inzetplan Verpleegkundig Personeel” met als belangrijkste doelen: 

  • Capaciteitsproblemen te voorkomen. 
  • Alle afdelingen voorzien in voldoende verpleegkundige kennis en vaardigheden. 

Dit plan introduceerde drie rollen op verpleegkundig niveau: A – eindverantwoordelijk; B – uitvoerder; en C – ondersteuning. Iedere rol had specifieke taken op de COVID-19-afdelingen en de IC. Per afdeling werden nieuwe micro-teams van drie tot vijf personen samengesteld, om voldoende verpleegkundige capaciteit te hebben. Zo vulden verpleegkundigen van verpleegafdelingen het IC-verpleegkundig team aan. Ook werden polikliniekassistenten toegewezen aan de COVID-19 afdelingen om de verpleegkundigen te ondersteunen.  

Uit de data-analyse kwamen vijf thema’s naar voren die invloed hadden op de werkomgeving van verpleegkundigen in relatie tot het Inzetplan Verpleegkundig Personeel. 

  1. Het Inzetplan Verpleegkundig Personeel creëerde nieuwe micro-teams met complementaire rollen 

Het Inzetplan Verpleegkundig Personeel beschreef het werken met COVID-19 patiënten als een vrijwillige keuze en deed een beroep op de bereidheid van zorgverleners om deze zorg te leveren. De meeste zorgverleners werden via e-mail door hun leidinggevende geïnformeerd over de verschillende rollen op de nieuwe afdelingen. De leidinggevenden verbonden hun verzoek om je aan te melden aan de professionele identiteit. Eén manager zei dat de uitwerking van het Inzetplan Verpleegkundig Personeel grotendeels afhing van de communicatievaardigheden van de leidinggevenden, die hun personeel het beste kenden en taakverschuivingen konden uitleggen en daarmee zorgden voor vermindering van stress. Vervolgens waren de meeste verpleegkundigen intrinsiek gemotiveerd om te werken in andere teams en daarmee een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke aanpassingen in hun werkomgeving ten gevolge van COVID-19 pandemie. Gevolg was het werken met een andere mix van verpleegkundige expertise die verpleegkundigen zelf manageden.  

  1. Verpleegkundige aanpassingen zorgden voor een beheersbare werklast, waardoor de kwaliteit van zorg gewaarborgd bleef 

Door de verplaatsing van personeel was er voldoende personeel beschikbaar op de COVID-19-afdelingen en IC. Gevolg hiervan was een tekort aan verpleegkundigen op andere afdelingen. Dit leidde tot de vraag wat de patiëntratio voor verpleegkundigen moet zijn. Medewerkers van de afdeling Procesinnovatie bepaalden samen met leidinggevenden de verpleegkundige-patiëntratio voor veilige zorg op basis van zorgcomplexiteit en taakverdeling volgens het Inzetplan Verpleegkundig Personeel. In de praktijk hing de ratio echter af van de ervaring van verpleegkundigen, die rekening hielden met de snel verslechterende toestand van COVID-19-patiënten en constante personeelswisselingen binnen de micro-teams, waardoor routines en competenties ook konden wisselen. Juist verpleegkundigen zorgden voor een evenwichtige verdeling van benodigde capaciteit per dienst en pasten indien nodig de verdeling van teamrollen per uur aan, wat flexibiliteit en goed overzicht van personeelscapaciteit vereiste.  

  1. Voortdurende professionele ontwikkeling zorgde voor een adequaat competentieniveau voor alle rollen 

Up-to-date kennis van COVID-19 was cruciaal voor optimale zorg. Verpleegkundigen konden niet meer vertrouwen op eerdere kennis en zochten online naar de nieuwste inzichten en deelden deze onderling. Ze schakelden ondersteunende afdelingen in, zoals de afdeling onderwijs/leren & ontwikkelen die e-learnings en online video’s ontwikkelden. De afdeling Infectiepreventie gaf instructies over isolatiemaatregelen. Verpleegkundigen pasten hun werkroutines aan volgens nieuwe richtlijnen en creëerden eenvoudigere rapportagesjablonen. 

Sommige teamleden waren echter niet competent genoeg voor hun taken, wat soms leidde tot problemen in samenwerking en een (potentieel) kwaliteit en veiligheidsverlies in de zorgverlening. Daarom creëerden verpleegkundigen nieuwe taakverdelingsroutines en organiseerden ze dagelijkse leer- en reflectiesessies om dit op te lossen. Het succes van de micro-teams hing af van investeren in snel verbeterende competenties, door on-the-job training en inschakelen van ondersteuning hierbij. Open en respectvolle communicatie was essentieel om tekortkomingen in de competenties aan te pakken.  

  1. Interprofessionele samenwerking resulteerde in ervaren solidariteit, een positieve sfeer en meer autonomie voor verpleegkundigen. 

De nieuwe verpleegkundige werkomgeving kenmerkte zich door verhoogde interdisciplinaire samenwerking en frequente communicatie over grenzen van beroepen heen. Door beperkte kennis over COVID-19 was regelmatig overleg nodig om verschillende professionele inzichten te combineren voor goede kwaliteit van zorg. Verpleegkundigen deelden in deze overleggen de kennis die zij opdeden door de intensieve zorgverlening aan COVID-besmette patiënten. Deze overleggen leidden tot respectvolle relaties tussen de disciplines die voorheen minder aanwezig waren. Solidariteit en een positieve sfeer werden versterkt door de gedeelde beschermende kleding en het delen van hun gezamenlijk gevoel over de desastreuse situatie door de pandemie. Verpleegkundigen ervaarden meer professionele autonomie, vooral bij snelle beslissingen omdat zij sneller dan andere disciplines praktijkexperts werden. Ze namen actief deel aan afdelingsrondes en multidisciplinaire bijeenkomsten, wat resulteerde in verbeterde behandelplannen, inclusief aandacht voor palliatieve zorg. Artsen respecteerden en waardeerden de autonomie van verpleegkundigen, wat leidde tot meer zelfstandige beslissingen over taken binnen microteams.  

  1. Ondersteunende managers verminderden stress bij verpleegkundigen en verbeterden de werkomstandigheden 

Ondanks het feit dat de leden van de nieuwe micro-teams elkaar niet goed kenden ervoeren zij een sterk gevoel van saamhorigheid en trots op hun prestaties. In deze teamvorming speelden de leidinggevende een belangrijke rol. Cruciaal was de zichtbaarheid en beschikbaarheid van leidinggevenden, waardoor alle verpleegkundige rollen laagdrempelig met hen konden communiceren. Leidinggevenden konden daardoor snel inspelen op de behoeften van de microteams, zoals het aanpassen van roosters of het inlassen van meer korte pauzes of het zorgen voor voldoende apparatuur en medicatie. Hoewel leidinggevenden druk waren met personeelsplanning, maakten ze tijd voor dagelijkse gesprekken met teamleden tijdens pauzes en dagevaluaties. Ze hadden aandacht voor ethische zorgen van hun teamleden en waren aanwezig bij bijeenkomsten om dilemma’s te bespreken, zoals angst om te werken of het virus mee naar huis te nemen. Ondanks de stressvolle omstandigheden zorgden leidinggevenden voor zowel emotionele als praktische steun, wat de stress verlichtte en de werktevredenheid verhoogde. 

Aanbevelingen 

De COVID-19-pandemie leidde tot ingrijpende veranderingen in de werkomgeving van verpleegkundigen. Door middel van het Inzetplan Verpleegkundig Personeel en de vorming van nieuwe micro-teams wisten verpleegkundigen hun werkomgeving succesvol aan te passen aan de eisen van de pandemie. De studie toont aan dat effectieve communicatie, flexibiliteit, samenwerking en intrinsieke motivatie cruciale factoren zijn in het aanpassingsvermogen van verpleegkundigen in crisis. 

Het onderzoek benadrukt ook de noodzaak van voortdurende ondersteuning en erkenning van kennis en vaardigheden van verpleegkundigen om hun eigen werkomgeving vorm te geven en daarmee hun werktevredenheid en de kwaliteit van zorg te waarborgen. Daarnaast toont deze studie de veerkracht en flexibiliteit van verpleegkundigen tijdens de pandemie. De hervormingen in de werkomgeving waren noodzakelijk om de zorg voor ‘pieken’ met COVID-19-besmette patiënten te waarborgen, maar bracht ook nieuwe samenwerkingsverbanden en taakverdelingen met zich mee. Zoals de samenwerking met collega’s die andere competenties hebben, zoals bijvoorbeeld de ondersteunende taak van polikliniek medewerkers. Ook zagen we de professionele autonomie groeien en de verpleegkundige inbreng in het afstemmen van de zorg met medisch specialisten gelijkwaardiger worden. De leidinggevenden ondersteunden de verpleegkundigen. 

Dit onderstreept het belang van erkenning en ondersteuning van verpleegkundigen door hun leidinggevenden en organisaties.  

Over de auteurs 

Eline de Kok werkt als adviseur en onderzoeker bij V&VN en als verpleegkundige in het UMC Utrecht. Het bovenstaande artikel is onderdeel van haar proefschrift over Rebels verpleegkundig leiderschap, die ze op 16 januari 2025 zal verdedigen in Utrecht. De Kok is bereikbaar via mailadres elinedk22@gmail.com.  

Annemarie de Vos is lector Continue Professionele Ontwikkeling van Verpleegkundigen en is verbonden aan Fontys Mens en Gezondheid, Avans Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid en werkzaam in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.  

Susanne Maassen werkt als strategisch adviseur verpleegkunde in het Erasmus MC. Het bovenstaande artikel is onderdeel van haar proefschrift, die ze op 25 oktober 2024 zal verdedigen in Tilburg.  

Monique Booy is Verpleegkundig Specialist en werkzaam in het Amphia ziekenhuis. 

Anne Marie Weggelaar-Janssen is bijzonder hoogleraar Innovatie en Transformatie van de Zorg aan Tilburg Universiteit. Ook is zij werkzaam bij de opleiding Klinische Informatica van de TU/Eindhoven. 

Zoektermen op internet: 

Eline de Kok, Annemarie de Vos, Susanne Maassen, Monique Booy, Anne Marie Weggelaar- Jansen, verpleegkundige zorg, COVID, pandemie, eerste lijn, ziekenhuizen, langdurige zorg