Door Elsbeth de Ruijter en Jos Brinkmann, leden van de Raad van Bestuur van GGZ Noord Holland-Noord.
Door Jos Brinkmann en Elsbeth de Ruijter, raad van bestuur GGZ Noord Holland Noord
In augustus 2025 stelden wij in deze nieuwsbrief dat wachttijden in de ggz alleen terug te dringen zijn via een veelzijdige aanpak: vernieuwing binnen de ggz, versterking van ondersteuning buiten de ggz en betere samenhang daartussen. Inmiddels is het debat verdergegaan en is het probleem niet opgelost. Integendeel: de wachttijden in de ggz zijn in 2025 opnieuw fors toegenomen, waarbij in oktober ruim 100.000 mensen op de wachtlijst stonden (Mind, 2026, Nza, 2025 en 2026). Beleidsmakers, uitvoerders en financiers erkennen steeds vaker dat het vraagstuk niet primair een capaciteitsprobleem is, maar een vraagstuk van sturing, prioritering en inrichting van het stelsel (AZWA, 2025, IBO, 2025, FD, 2025, Varkevisser, 2025, Schut, 20051).
In dit vervolgartikel richten wij ons op een aantal samenhangende beleidsvraagstukken:
- De mentale staat van Nederland.
- Kosten en doelmatigheid: het debat voorbij de mythes.
- De structurele kwetsbaarheid van zorg voor mensen met Ernstige Psychiatrische Aandoening).
- Het spanningsveld tussen lichte en zware zorg.
- Marktwerking en contractering in relatie tot toegankelijkheid.
Tevens zullen we aangeven wat naar ons idee de beleidsimplicaties zijn rondom deze vraagstukken. De centrale boodschap is dat het huidige beleid nog onvoldoende aansluit bij de aard van psychische problematiek en met name op de meer complexe zorgvragen. Dat leidt tot inefficiëntie én tot beperkte toegankelijkheid voor de mensen met de grootste zorgbehoefte.
1. De mentale staat van Nederland: van zorgvraag naar maatschappelijke opgave
Recente rapporten schetsen een genuanceerd beeld van de mentale gezondheid in Nederland. Metingen van het RIVM laten zien dat het mentale welbevinden van jongeren na de coronapandemie deels herstelt, terwijl hulpvragen rondom angst, vermoeidheid en suïcidaliteit nog hoger liggen dan vóór 2019. Onder volwassenen is het beeld stabieler, met lichte stijgingen in stress en cognitieve klachten (RIVM, 2025).
Onderzoek van het Nivel bevestigt deze ontwikkeling. Jongeren rapporteren vaker eenzaamheid en stress, en huisartscontacten rond suïcidegedachten zijn aanzienlijk toegenomen. Tegelijkertijd is er bij volwassenen geen sterke verslechtering zichtbaar (Nivel, 2025).
Het IBO-rapport Uit balans (2025) concludeert dat bijna de helft van de Nederlanders mentale problemen ervaart en dat de maatschappelijke kosten groot zijn. Belangrijker is echter de analyse dat psychische problematiek sterk contextafhankelijk is en vaak niet primair medisch. Preventie, bestaanszekerheid, sociale cohesie en leefomgeving spelen een cruciale rol.
Dit impliceert dat beleid zich niet uitsluitend kan richten op uitbreiding van zorgcapaciteit. Zonder een brede maatschappelijke strategie blijft de vraag naar ggz groeien. De maatschappelijke discussie over “verwarde personen” onderstreept dit. De term omvat zowel psychiatrische ontregeling als sociale problematiek en overlast. Het risico is dat maatschappelijke problemen worden gemedicaliseerd, waardoor zorgcapaciteit onder druk komt te staan zonder structurele oplossingen. En een herhaling van het jaarlijks ritueel dat de politie wéér meer E33 meldingen over verwarde personen heeft ontvangen (E33 is de code voor een incident waarbij sprake is van overlast door een verward of overspannen persoon)
Beleidsimplicatie: versterk preventie en sociale infrastructuur, en voorkom medicalisering van maatschappelijke problematiek.
2. Kosten en doelmatigheid: het debat voorbij de mythes
De discussie over betaalbaarheid van de ggz wordt vaak gekenmerkt door twee tegengestelde narratieven: de ggz zou te duur zijn, of juist structureel worden uitgehold door aanhoudende bezuinigingen. Beide perspectieven zijn onvolledig.
Volgens analyses van onder andere het Trimbos Instituut zijn de uitgaven in de ggz weliswaar gestegen, maar niet buitensporig en in lijn met andere zorgsectoren. Ongeveer 7% van de totale zorguitgaven gaat naar de ggz (Planije en Kroon, 20252) terwijl er een maatschappelijke vraag naar ggz is van ca 28% (Trimbos, 2022). Die kan met het huidige budget nooit beantwoord worden. En daarmee kan ook niet voorkomen worden dat de wachttijden in de GGZ bestaan en zoals we zien ook toenemen.
Het echte vraagstuk betreft derhalve de verdeling van middelen. Algemeen geldt dat complexe zorg duurder is. EPA-patiënten en andere zorg intensieve groepen vragen vaak meer tijd, coördinatie, diagnostiek en behandeling. Die trajecten zijn soms niet goed te vangen in standaard prestatie-tarieven en zij vereisen vaak extra indirecte tijd (administratie, teamoverleg, zorgcoördinatie) die niet altijd volledig wordt vergoed. Door een combinatie van (te) lage tarieven en beperkte compensatie voor complexe zorg worden instellingen soms gedwongen om scherpe keuzes te maken. Die vallen meestal niet gunstig uit voor de EPA-doelgroep en dit heeft zelfs tot gevolg dat afdelingen soms gesloten worden.
Bovendien blijkt uit analyses dat de groei van de uitgaven vooral wordt veroorzaakt door hogere kosten per patiënt, niet zozeer door een sterke toename van het aantal gebruikers (IBO, 2025).
Beleidsimplicatie: de discussie moet verschuiven van volumebeheersing naar sturing op complexiteit en passende zorg.
3. De structurele kwetsbaarheid van zorg voor EPA
Het Nza dashboard “Zicht op zorgaanbieders” laat zien dat Juist de mensen die specialistische ggz hard nodig hebben, het langst hierop wachten (Nza, 2025, Mind, 2025). Ook de Algemene Rekenkamer kwam eerder al tot de conclusie dat de grootste knelpunten in toegankelijkheid voorkomen bij mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen.groep (AR, 2020) Deze groep is relatief klein, maar heeft langdurige en intensieve zorg nodig. De prevalentie is stabiel, maar de complexiteit hoog.
De huidige bekostiging sluit onvoldoende aan bij deze zorg. Specifiek voor de EPA-patienten geldt dat zich problemen voordoen op meerdere terreinen. De behandeling van mensen met ernstige psychische aandoeningen beperkt zich juist niet tot het bevorderen van gezondheid in een ‘curatieve ggz’. Het integreren van de coördinatie en het uitvoeren van de zorg over verschillende domeinen (zoals GGZ, Wlz, gemeenten). is precies het kenmerk in de behandeling van mensen met ernstige psychische aandoeningen. Een geïntegreerde aanpak die aansluit bij de complexe en dynamische samenhang van zorgvragen in deze doelgroep is hierbij een belangrijke voorwaarde voor succes (Over de Brug, 2015).
Sinds de decentralisaties in 2015 is de fragmentatie in de GGZ enorm toegenomen. Integrale ondersteuning over zorg, wonen en participatie heen is moeilijker geworden en een structurele samenwerking tussen deze domeinen komt maar moeizaam tot stand, zo laten ook de IZA projecten in de verschillende regio’s zien.
De bekostiging van de EPA groep kent drie structurele knelpunten (Beekman & van der Lee (2022), IBO, 2025):
- tarieven dekken de werkelijke kosten van complexe zorg niet altijd,
- contractering leidt tot lagere vergoedingen dan maximumtarieven,
- risicoverevening compenseert verzekeraars onvoldoende.
Deze prikkels kunnen leiden tot onderinvestering in complexe zorg. Het is niet verwonderlijk dat een aantal partijen al langere tijd pleiten om de zware groepen buiten de reguliere inkoop en budgetafspraken te financieren, zodat de rest van de zorg voorspelbaar en adequaat kan worden bekostigd. De complexere zorg betekent per definitie onvoorspelbare en hoge uitgaven, wat de huidige bekostigingssystemen onder druk zet.
In een brief van 9 april 2025 geeft de staatssecretaris van VWS, V. Karremans, aan dat er al langere tijd signalen zijn dat prikkels in de contractering afspraken over de coördinatie en beschikbaarheid van cruciale GGZ (ofwel High & Intensive Care (HIC) en Intensive Home Treatment (IHT)) in de weg zitten. Zie ook alhier. Dit kan leiden tot problemen in de continuïteit van het zorgaanbod in dit deel van de GGZ.
Om te komen tot een betere inkoop en bekostiging van de HIC en IHT concluderen ggz-aanbieders en verzekeraars budgetbekostiging met inkoop in representatie een passend antwoord kan geven om de beschikbaarheid van zorg te garanderen (dNggz, 20253).
Overigens stelt de NZA dat er te weinig informatie is om nu al een definitief advies te geven over budgetbekostiging in de cruciale ggz.
Beleidsimplicatie: ontwikkel stabiele, meerjarige bekostiging voor complexe GGZ-zorg en cruciale infrastructuur.
4. Het spanningsveld tussen lichte en zware zorg.
De groei van de vraag naar ggz betreft vooral mildere klachten en daar zien we ook de sterkste groei (bijv ADHD, autisme enz). Beleidsmatig wordt daarom al een tijd ingezet op verschuiving van specialistische ggz naar huisartsenzorg, basis-ggz en sociaal domein. Ofwel: van zwaarder naar lichtere vormen van zorg.
Op het eerste oog lijkt het onderscheid vrij simpel te maken op basis van een aantal kenmerken:
- lichte problematiek → kortdurend, generalistisch, laag risico
- zware problematiek → complex, comorbide, hoog risico, langdurig
Maar in de praktijk is het minder simpel. Mensen melden zich niet bij de GGZ met een label “licht” of “zwaar”. Vaak is er sprake van meerdere problemen en klachten zijn niet netjes in een categorie te stapelen. Het onderscheid tussen licht en zwaar is minder objectief dan vaak wordt aangenomen. Psychische problematiek is dynamisch en contextafhankelijk.
Het onderscheid wordt in de praktijk vaak bestuurlijk en financieel bepaald.
Het risico is dat het label “licht” wordt gebruikt om aanspraak te beperken, terwijl het label “zwaar” leidt tot risicoselectie. In een systeem met financiële prikkels kan dit leiden tot voorkeur voor voorspelbare zorg en wachttijden voor complexe patiënten.
Beleidsimplicatie: ontwikkel inhoudelijke criteria voor prioritering in de ggz en voorkom dat financiële prikkels en ongenuanceerd jargon de zorginhoud domineren.
5. Marktwerking en contractering hebben een beperkte sturingskracht
De ggz functioneert binnen een gereguleerd marktstelsel.
De verwachting was dat (gereguleerde) concurrentie zou leiden tot efficiëntie en betere toegankelijkheid, doordat zorgaanbieders via prijs- en kwaliteitsprikkels gestimuleerd zouden worden doelmatiger te werken en wachttijden te verkorten om aantrekkelijk te blijven voor zorgverzekeraars en cliënten.
De resultaten zijn beperkt. Wachttijden blijven hoog. Volgens cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit wachten ongeveer 100.000 mensen op behandeling, en overschrijden wachttijden de normen, vooral bij complexe problematiek.
Het maatschappelijk of bestuurlijk ongenoegen over de ggz is groot: wachttijden zijn te lang, geregeld overlast, er zijn veel te veel mensen die gebruik maken van de ggz. Los van of dit aan de sector te wijten is, is de kern: de GGZ doet te veel of doet te weinig. En dat terwijl op jaarbasis ruim 1,2 miljoen mensen in de ggz naar tevredenheid worden behandeld.
Het IBO (2025) concludeert dat de huidige prikkels onvoldoende werken:
- complexe zorg is moeilijk te standaardiseren,
- samenwerking over domeinen wordt niet gestimuleerd,
- prioritering van ernstige aandoeningen is lastig.
Dit leidt tot een paradox: het stelsel stimuleert groei van voorspelbare zorg, terwijl de maatschappelijke behoefte ligt bij integrale, meer complexe zorg.
Beleidsimplicatie: contractering alleen is onvoldoende. Aanvullende sturing en mogelijk stelselwijziging zijn nodig.
6. Richting voor beleid: optimalisatie en vernieuwing
In ons artikel van augustus 2025 gaven wij vijf richtingen aan 5 adviezen ten aanzien van wijs beleid en vijf adviezen ten aanzien van onwijs beleid. In dit artikel hebben we laten zien dat deze adviezen nog onverminderd actueel zijn.
De probleemstelling is duidelijk: de manier waarop ondersteuning en zorg voor mensen met (ernstig) psychische klachten op dit moment is georganiseerd kent de nodige gebreken. Steeds meer mensen worden geholpen in de ggz, maar tegelijkertijd is er sprake van lange wachtlijsten. Met name mensen met een complexe hulpvraag of ernstige psychische problematiek moeten lang wachten op passende hulp of vallen tussen wal en schip, met schrijnende situaties tot gevolg.
In het IBO rapport (2025) wordt ten aanzien van de GGZ echter een duidelijk standpunt ingenomen: “Het beleid en stelsel van ondersteuning en zorg voor psychische problematiek is in de huidige vorm niet houdbaar. De toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid schieten te kort”.
Oplossingen?
Dat is een vrij nuchtere en ook dappere constatering van de IBO-werkgroep. En het sterke aan de analyse is dat ze er ook nog oplossingen bij leveren en wel in de vorm van twee hoofdrichtingen: optimalisatie en vernieuwing.
- Maak het bestaande beter (optimalisatie)
Concrete maatregelen binnen het bestaande stelsel die erop zijn gericht onvolkomenheden weg te nemen, gegroepeerd in de vier ‘bouwblokken’: voorkomen, prioriteren, sturen en verbreden.
- Hervorm het zorgstelsel (vernieuwing)
Het IBO wijst ons er op dat optimalisering van de ggz niet voldoende is om de problemen op te lossen. De inrichting van het stelsel voor de GGZ kent twee knelpunten. Het eerste is dat de ggz lijdt aan een ‘selectieprobleem’: zorgaanbod voor de mensen met ernstige problemen komt onvoldoende tot stand. Het tweede knelpunt is dat begrenzing van en prioritering binnen de curatieve ggz in het huidige stelsel heel moeilijk is.
De twee knelpunten hangen in de praktijk van zorg en inkoop samen. Hervorming van het stelsel door de zorgaanspraak te beperken tot ernstige aandoeningen én door de grenzen tussen ggz en andere levensgebieden doorlaatbaar te maken, kan volgens het rapport helpen.
Aan de slag?
Ons pleidooi de vorige keer was: ga nu eerst eens uitvoeren en meten wat de resultaten zijn in plaats van telkens opnieuw beleid uit te denken. Wij zijn dan ook blij met de richting die het IBO-rapport aangeeft. Die sluit naar ons idee ook heel goed aan op de doelen die specifiek voor de ggz in het AZWA zijn opgenomen:
- In 2028 worden alle patiënten binnen de dan geldende treeknormen geholpen.
- Binnen het kader van mensen en middelen gaat de tweedelijns ggz meer focussen op mensen met complexe problematiek.
Alle maatregelen voor de ggz zijn erop gericht ruimte te creëren binnen de grenzen van beschikbare mensen en middelen, met name door de inzet in de lichtere zorg te beperken of anders te organiseren. Het idee daarachter is dat schaarse professionals meer beschikbaar komen voor complexe en cruciale ggz, en dat door minder uitgaven aan lichte zorg financiële ruimte ontstaat om hogere tarieven te hanteren voor zwaardere zorg.
Tegelijkertijd is deze redenering niet zonder risico’s. Immers “lichte zorg” is geen eenduidig afgebakende categorie: ernst, complexiteit en risico op verslechtering laten zich niet altijd vooraf scherp definiëren. Daarmee is het onzeker of verschuiving van middelen daadwerkelijk leidt tot minder druk op de zware zorg.
De kernvraag is daarom niet alleen hoe middelen worden herverdeeld, maar waar het knelpunt primair ligt: bij toegankelijkheid (wachttijden en drempels), bij personele capaciteit (tekort aan professionals), of bij de wijze van financiering en prikkels in het stelsel. Zolang deze onderliggende spanning niet helder wordt geadresseerd, blijft herverdeling binnen het bestaande kader waarschijnlijk een beperkt effectieve oplossing.
1 Schut, F. T., van der Geest, S. A., & Varkevisser, M. (2005). Gereguleerde concurrentie in de planbare curatieve GGZ. Een economische analyse.
2 Planije, M. en H. Kroon (2025). Valt de behoefte aan regionale cruciale ggz te voorspellen? Utrecht, Trimbos Instituut, 2025
3 dNlGGz, Consultatiedocument normenkader HIC & IHT, 26 september 2025
Zoektermen voor internet
Elsbeth de Ruijter, Jos Brinkmann, langdurige zorg, beleidsontwikkeling, wachttijden ggz 2025, IBO rapport psychische problematiek, EPA-zorg knelpunten, medicalisering maatschappelijke problemen, marktwerking in de ggz, budgetbekostiging cruciale ggz, complexe zorgvragen prioritering, toegankelijkheid ggz Nederland, zorg voor verwarde personen, hervorming zorgstelsel ggz

Ik ben vrijwillger bij de rivierduinen 7 jaar, maar door bezuinnigingen is de Rivierduinen gesloten, en wonen GGZ pacenten thuis en dat is zwaar.
En dat er op de GGZ bezuinigd word is triest.
Maar waarom word er op bezuinig, s het teduur, of mogen er geen kinderen geboren worden met een gebrek, en zijn te duur en op de WMO waarop bezuinig word, kan de een wel zorg verlenen, en een anderen gemeenten zorg verlenen.
En de politiek die vind het niet nodig los het zelf maar op, en de VVD,D66,CDA DIE ZEGGEN jammer.