Door Dianne Jaspers, huisarts.

Een aantal jaren geleden zijn er kernwaardes opgesteld door de huisartsenorganisaties;  deze zijn opgenomen in de toekomstvisie huisartsenzorg 2022, modernisering met een menselijke maat. Is deze nu voldoende gebleken om de uitdagingen in de huisartsenzorg het hoofd te bieden? En sluit het Integraal Zorgakkoord (IZA) aan bij deze visie? In deze visie staan de volgende uitgangspunten: 

  • De huisartsenzorg is generalistisch, persoonsgericht en continu – geeft een adequaat antwoord op de vragen van allerlei groepen patiënten in de samenleving. 
  • De huisarts kent zijn of haar patiënten en de patiënten kennen hun huisarts. 
  • Gedeelde en afgestemde verantwoordelijkheden met andere zorgverleners, zodat de verschillende zorgvragen op de juiste tijd, op de juiste plaats, door de juiste zorgverlener worden beantwoord. 
  • Het leveren van kwalitatief goede en samenhangende zorg op maat dichtbij de patiënt. Goede kwaliteit uit zich in: patiëntgerichtheid, effectiviteit, veiligheid, doelmatigheid, tijdigheid, gepaste zorg en gelijkheid. De poortwachtersfunctie is daarbij essentieel 
  • Aandacht voor de betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van de patiënt bij de besluitvorming over het behandelbeleid en de bevordering van zelfmanagement en versterking van de mantelzorg. 
  • De huisartsenzorg draagt bij aan het verminderen van gezondheidsachterstanden in de bevolking. 

Huisarts en beperkingen 

Afgelopen periode is er veel discussie geweest over het IZA en de positie van de huisarts. De huisartsen hebben een “nee, tenzij” gegeven en willen op een aantal punten meer concrete resultaten zien voordat ze dit akkoord ondertekenen. Gaan wij als beroepsgroep ook concrete resultaten geven met onze toekomstvisie?  Het IZA stelt hoofdlijnen vast op financieel gebied en groeiruimte, vanuit een breed maatschappelijk perspectief en over grenzen heen. Duidelijk gesteld wordt dat meer geld niet de oplossing is en meer personeel eigenlijk ook niet, simpelweg omdat die mensen er niet zijn of omdat dan andere sectoren ook om gaan vallen. Samenwerken, preventie, zelfzorg, vermindering administratieve lasten en coördineren zijn onderdelen die duidelijk naar voren komen in het zorgakkoord als mogelijke oplossing voor de huidige en komende uitdagingen. Niemand weet of dit voldoende is om de zorg overeind te houden. Maar het lijken wel logische keuzes en ook veel wel passend bij de huisartsenzorg. Maar het lijkt tegelijkertijd dat de toekomstvisie niet in lijn is met de gestelde eisen in het IZA.  

Nivel heeft 2 jaar na het uitkomen (2012) van de toekomstvisie 2022 een onderzoek gedaan naar de voortgang en het leek dat we op de goede weg zaten met het behalen van doelstellingen. Echter de arbeidsproblematiek was toen nog niet zo prominent aanwezig en de vraag is of de gestelde streefdoelstellingen voldoende hier rekening mee hebben gehouden. Concrete resultaten heb ik nog niet gezien maar er zijn volgens mij ook doelstellingen in de visie die schuren met de huidige maatschappelijke normen, bijvoorbeeld dat de huisarts zijn patiënten kent en de patiënt zijn huisarts. Wat verder opvalt is dat LHV/NHG heel duidelijk aangeeft dat de visie een streefbeeld geeft en geen normstellend karakter is. Blijkbaar is het vertrouwen groot in de beroepsgroep en minder in de opstellers van het IZA. Dit omdat er onder andere in het verleden te vaak niet geluisterd is naar de wensen van de huisarts.   

Dat de huisarts de patiënt kent en andersom , er versterking van de coördinerende rol zou moeten zijn, er flexibelere openingstijden moeten komen en er palliatieve zorg voor eigen patiënten in de ANW-diensten gegeven zou moeten worden lijkt allemaal moeilijk haalbaar met de huidige arbeidsmarkt. Naast de eis om meer tijd voor de patiënt te kunnen contracteren, lijken dit allemaal taken die ervoor zorgen dat de huisarts nog meer zou moeten werken of de patiënt langer moet wachten. Meer werken lijkt mij een onmogelijke opgave voor de moderne huisarts. En meer huisartsen betekent meer ondersteunend personeel en dat is nu toch echt wel een nijpend probleem aan het worden. Veel wordt nu verwacht van de samenwerking met het sociale domein en de inzet van preventie, waarbij het niet onwaarschijnlijk is dat ook hier problemen zullen ontstaan qua kennis en capaciteit. Zijn we ons probleem niet aan het verschuiven naar het sociale domein en de gemeente (preventie en JGGZ)? En wat doet dat dan met de ervaren gezondheid van een burger? Kunnen we dan voldoende bijdragen aan het verschil in gezondheidsachterstanden als huisarts? Dat lijkt mij een te idealistisch beeld als ook de maatschappelijke kloof tussen arm en rijk ook steeds groter wordt. 

Samenwerken of fuseren kan soms helpen om zorgpersoneel efficiënt goed in te zetten, maar als je kijkt naar de toekomstvisie van de huisarts lijkt mij dit niet haalbaar. Omdat de tsunami aan zorgvraag en achterstanden groter is dan het effect van deze oplossingen. Maar het is wel een begin om het anders te gaan doen. 

Een vaste huisarts als norm? 

In een privégesprek dat ik had begonnen twee jongeren er spontaan over dat ze een vaste huisarts echt raar vinden. Oké, n=3 en hoogopgeleid, maar toch. Als ik ze uitleg dat het voor bepaalde zaken toch wel belangrijk is om een vaste huisarts te hebben, knikken ze begrijpend. “Ja, dan is het misschien toch wel handig, maar voor mijn probleempjes nu vind ik het helemaal niet erg dat ik de huisarts niet ken, dat videobellen is echt wel nice hoor en ik wil best vragen invullen voordat ik een afspraak heb”. In meerdere Europese landen is het wettelijk geregeld dat iedereen online een zorgvraag kan insturen naar een (onbekende) huisarts. Dit als oplossing voor de huisartsentekorten in deze landen. In Frankrijk is dit probleem al vele malen groter dan in Nederland. Effecten als mindere kwaliteit van zorg of meer zorgkosten zullen worden onderzocht. De bereikbaarheid van zorg is van belang geweest om dit zo te faciliteren. 

De vaste huisarts moet misschien maar losgelaten worden voor laag urgente problemen? Waarom dit niet eens uitproberen en triëren/onderzoeken welke klachten er door een vaste huisarts gezien moeten worden en welke je prima op afstand kan afhandelen door een onbekende zorgverlener? Als je hieraan meedoet dan heb je gelijk je streefdoelstelling behaald op kwaliteit en innovatie. Dit omdat je iets nieuws uitprobeert en je blijft de kwaliteit van zorg meten op deze laagurgente klachten maar juist ook op de meer complexere zorg die overblijft bij de vaste huisarts. Mogelijk gaat dit wel schuren met het generalistische aspect van het huisartsenvak als dit uitgevoerd wordt door een andere zorgverlener dan een huisarts. 

Goedkope arbeidskrachten versus automatisering 

Ook in andere sectoren is het nog niet doorgedrongen: als blijkt dat de kosten-batenanalyse nog steeds in het voordeel is van inzetten van goedkope arbeidskrachten (jongeren, studenten) versus verdere automatisering geeft dat te denken. Hebben we in de eerstelijn wel goed in kaart welke processen meer geautomatiseerd kunnen en moeten worden? Het IZA geeft hier ruimte voor door middel van transitiegelden, want het is niet even efficiënt en het kost even tijd. Maar niets doen is geen optie. De 5% administratieve reductie is wat mij betreft weinig ambitieus, de transitie gaat zo te langzaam, we blijven zeker de komende jaren achter de feiten aanlopen. Of is het zo dat onze kwaliteit van leven en zorg gewoon het hoogst haalbare niveau heeft bereikt?  

Kortom 

De visie 2022 en het IZA sluiten niet goed op elkaar aan omdat de opgave van niet groeien in personeel en geld niet strookt met meer taken die bij de huisarts horen. Omdat blijkt dat het IZA niet zaligmakend is, wordt het hoog tijd de aangehaalde toekomstvisie te herijken en het IZA en de toekomstvisie dan veel meer op elkaar aan te laten sluiten.