Door Annet van Harten, psycholoog en bedrijfskundige.

Besproken artikel:

Inleiding

In december 2025 verscheen de, hierboven genoemde, verrassende publicatie uit Engeland: meer en hoger opgeleide verpleegkundigen leiden tot minder sterfte, minder heropnames en lagere kosten, vooral als gevolg van kortere ligduur. Zou dit voor Nederland ook gelden en zouden we dat onderzoek moeten herhalen? Mijn antwoord: nee. Niet omdat het vraagstuk niet relevant is, maar omdat we andere inzichten en antwoorden nodig hebben waar we ook op kunnen acteren in situaties van personeelskrapte.

Wat staat er in het artikel?

Het Engelse onderzoek heeft de data geanalyseerd van 626.313 patiënten op 185 afdelingen van NHDS-ziekenhuizen over een periode van 5 jaar. Daarbij zijn de data van patiënten die gedurende de eerste vijf dagen van hun opname geconfronteerd werden met onderbezetting vergeleken met de data van alle andere opgenomen patiënten (ook als dat maar 1 dag was). Onderbezetting is gedefinieerd als “de dagen dat er -volgens de roosters- minder dan een gemiddelde bezetting was in uren verpleegkundig en verzorgend personeel per patiëntdag op een bepaalde afdeling”. De patiënten zijn vergeleken op: sterfte binnen 30 dagen na opname, niet electieve heropname binnen 30 dagen en ligduur. De uitkomsten zijn gecorrigeerd voor leeftijd, diagnostische groep en comorbiditeit en Early Warning Score bij opname.

De belangrijkste bevinding is dat patiënten die te maken kregen met onderbezetting, ca 7% meer risico liepen op sterfte en 1% meer op heropname. Het effect was iets groter bij onderbezetting van HBO-verpleegkundigen (RN nurses) dan bij verzorgenden (NS, nurse supporters) maar dat effect was minimaal. De gemiddelde verhouding RN/NS was 5,3/2,9.

De belangrijkste conclusie is dat de extra kosten van een gemiddelde bezetting of meer, ruim terugverdiend zouden worden uitgedrukt in een lagere kosten/QALY (quality adjusted life year). Deze “besparing” wordt vooral gerealiseerd doordat de ligduur van de patiënten die nu te maken hadden met onderbezetting, dan terug zou lopen van acht naar vijf dagen. Als een medicijn zou leiden tot een dergelijke verlaging van kosten/QALY zou het in Engeland in aanmerking komen voor vergoeding.

Het onderzoek besluit met de aanbeveling om dit onderzoek ook in andere Europese landen te herhalen. De vraag; is dat een goed idee? Om verschillende redenen zeg ik nee.

Nederlandse bezetting is anders dan in Engeland

Ten eerste is in dit onderzoek de maat voor onderbezetting “minder dan de gemiddelde bezetting” Het gaat niet over een genormeerde ondergrens. De Nederlandse onderbezetting is misschien wel hoger dan de “overbezetting” in Engeland. Onderzoek uit 2015 laat zien dat in Nederland de gemiddelde bezetting 1 verpleegkundige op 7 patiënten was en in Engeland 1 op 8,8. Het feit dat in Nederland de bezetting ruimer is wil niet zeggen dat deze optimaal is. Een onderzoek van het Nivel laat zien dat in de laatste jaren we meer patiënten zijn gaan zien met hetzelfde aantal zorgverleners, dus deze ratio’s zullen waarschijnlijk in beide landen inmiddels anders liggen.

Generieke landelijke getallen geven geen handvat

Ten tweede werd hier een associatie gevonden tussen bezetting en ligduur die, gebaseerd op mijn praktijkwaarnemingen, contra-intuïtief is. In mijn ervaring wordt er meer op ontslag gestuurd naarmate de afdeling voller ligt en er minder personeel is. Als er dan vervolgens echt te weinig personeel is, wordt er een opnamestop ingevoerd. Uit het hier besproken onderzoek komt naar voren dat de ligduur juist langer wordt bij onderbezetting. Het vraagt kwalitatief onderzoek om de oorzaken te achterhalen zodat je weet waar je op moet sturen. Misschien gaat een onderbezetting van verpleegkundigen gelijk op met een onderbezetting bij de artsen? Hebben die artsen daardoor geen tijd om de ontslagpapieren in orde te maken? Of proberen ze het werk te verlichten door behoud van relatief gezonde patiënten in plaats van de opname van nieuwe instabiele patiënten? Dit zijn maar enkele vragen die bij mij opkomen over de relatie ligduur en onderbezetting.

Heropnames en sterfte zijn beperkte kwaliteitsmaten

Ten derde is er wat af te dingen op de maat voor patiëntveiligheid in vorm van sterfte en heropnames. De vraag is of dit onze grootste zorg moet zijn. Uit de periodieke monitor zorggerelateerde schade blijkt dat die al sinds 2013 ongeveer gelijk blijft ondanks toenemende complexiteit en comorbiditeit. Bovendien meten we hier alleen de opgenomen patiënt. Welke schade ontstaat bij patiënten die niet opgenomen worden als gevolg van personeelsschaarste? We kennen de verhalen van SEH’s met opnamestop en bevallende vrouwen die naar ver gelegen ziekenhuizen gebracht moeten worden. En welke schade wordt niet zichtbaar in dossieronderzoek naar sterfte? Ian Leistikow (2026), schetst in een recente column van Arts en Auto hoe outcome van bepaalde operaties (pancreaticoduodenectomie) verbeterd werd na centralisatie, We weten uit Zorg Evaluatie en Gepast Gebruik (ZEGG) dat er nog steeds onnodige lage-rugoperaties en kijkoperaties in de knie uitgevoerd worden. We weten uit het onderzoek naar prehabilitatie en fit4surgery dat fysieke training voorafgaand aan een operatie een sneller en beter herstel geeft. Allemaal aspecten van patiëntveiligheid die niet gevangen worden in de maat van vermijdbare sterfte.

Arbeidsmarkt vraagt om slimme keuzes

Tot slot wil ik benadrukken dat de ontwikkeling van kosten en personeel in relatie tot kwaliteit van zorg in de ziekenhuiszorg wel degelijk nog beter in kaart gebracht kan worden, maar dan bij voorkeur zodanig dat ziekenhuisbestuurders daar ook op kunnen acteren. De vraag naar een passende bezetting is actueel gezien de tekorten op de arbeidsmarkt. Ik som de volgende vragen op:

  1. Waar ligt de ondergrens? Recent was er ophef over de inzet van doktersassistenten op de OK bij gebrek aan OK-assistenten. Wat is het effect? Wat is het alternatief?
  2. Op ziekenhuisniveau kunnen ondergrenzen per afdeling bepaald worden om de veiligheid te waarborgen, zie daarvoor de aanbevelingen van RN2Blend. Dat is informatie waarop ziekenhuizen kunnen acteren. Immers benodigde bezetting varieert per afdeling. En dat geldt zowel voor de skills mix als voor de omvang van de bezetting.
  3. Ook de vervolgvraag is interessant: wat doen we met de inzichten? Stel dat er een norm uitkomt voor hoger opgeleid en meer personeel per patiënt en dat personeel is er niet? Hoe kan je dan toch de kwaliteit en veiligheid hooghouden voor de patiënten én het personeel?
  4. Op dit moment daalt de instroom in de opleidingen harder dan de uitstroom uit de zorg (gevolg van demografie). Welke keuzes maken we als we minder personeel hebben van een minder niveau? Om die vraag te beantwoorden hoeven we niet op de uitkomsten van dat onderzoek te wachten.
  5. Maar het antwoord op die vraag kan wel ondersteund worden door een ander type kwalitatief onderzoek dat niet gericht is op de ondergrens van bemensing maar op de bovengrens van wat we aan zorg willen bieden als maatschappij. Welke keuzes maken burgers als ze inzicht krijgen in de kosten die we gezamenlijk opbrengen versus waar het zorggeld heen gaat? Misschien kunnen we medisch meer dan we als maatschappij willen en kunnen dragen. Misschien willen of moeten we ons anders gaan verhouden tot de onvoorspelbaarheid van ons lot en tot onze kwetsbaarheid en sterfelijkheid. En wellicht kan dat, tot onze verrassing, onze kwaliteit van leven verhogen.

Over de auteur

Annet van Harten is senior organisatieadviseur en onderzoeker. Zij werkt parttime voor de V&VN als projectleider op het onderwerp Transitie in de Wijk. Zij is bereikbaar op annetvanharten@me.com of via linkedin.com/in/annetvanharten. Eerder besprak zij haar proefschrift over tijdsdruk, teamwork en kwaliteit van zorg in de Nieuwsbrief Zorg en Innovatie.

Zoektermen voor het internet:   

Annet van Harten, langdurige zorg, personeelstekort zorg gevolgen, verpleegkundige bezetting sterftecijfers, BMJ Qual Saf 2026 nursing study, onderbezetting ziekenhuis gevolgen, RN2Blend aanbevelingen, kosten-effectiviteit verpleging, skills mix ziekenhuis, ligduur en personeelssterkte, patiëntveiligheid personeelsschaarste