Door Nicole Zwaga, kaderhuisarts spoedzorg.
Met de indeling, geschetst in deel 1, wordt de ambitie ondersteund om medisch specialisten op een holistische manier naar patiënten te laten kijken, multidisciplinair te werken en samen met patiënt te kijken naar de meest passende zorg voor de patiënt. In het netwerk waar de patiënt onderdeel van uitmaakt, wordt ook aandacht besteed aan advance care planning. Voor alle genoemde patiëntengroepen geldt dat samenwerking in teams en tijdige inzet van medisch specialistische expertise van belang is voor de kwaliteit van zorg.
Door de verdeling in verschillende categorieën van acute zorg kan onderscheid gemaakt worden hoe de zorg voor deze groepen te organiseren. Zo kunnen er voor patiënten met een acute zorgvraag/verslechtering van bestaande chronische aandoeningen bijvoorbeeld spoedpoli’s worden ingericht buiten de SEH om. Daarnaast kan er meer afstemming plaatsvinden met een regiebehandelaar van een Multi morbide patiënt. De ambitie is om in te zetten op een solide netwerksamenwerking tussen huisartsen, specialisten, GGZ, wijkverpleging om naast afspraken over zorg in de acute fase ook af te stemmen over de zorgverlening daarna.
Consequenties/mogelijkheden met deze nieuwe indeling.
De indeling in vier patiëntengroepen die in het visie document acute zorg van de FMS wordt geschetst en de ambitie die wordt nagestreefd, past in de ontwikkeling van netwerkzorg en juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorgverlener. Door onderscheid te maken tussen patiënten met een levensbedreigende acute zorgvraag (trauma, vitaal bedreigd en complexe acute zorgvraag) en patiënten met een herkenbare acute zorgvraag/ongedifferentieerde zorgvraag en acute verslechtering van bestaande chronische aandoening kan bij triage al beter worden ingeschat waar de patiënt op dat moment het beste geholpen kan worden. Voor levensbedreigende acute zorg is dit bij een SEH-arts (een medisch specialist op het gebied van acute zorg en Advanced Live Support (ALS) of traumacentrum of één van de specifieke complexe acute zorgpaden (acute harthulp, zorgpad CVA etc.). Echter bij een eenmalig korte interventie bij een herkenbare acute zorgvraag, zoals en wond of een verstopte katheter hoeft de zorg niet te worden geleverd door een SEH-arts, maar kan dit ook door een gespecialiseerd verpleegkundige.
Bij acute verslechtering van een bestaande chronische zorgvraag is het voor de patiënt veel effectiever (qua type zorg en tijd) om via een spoedpoli van diens chronische aandoening bij de eigen regiearts (of verpleegkundige) hulp te krijgen dan een protocollaire molen in te gaan op een algemene SEH. Bovendien is er dan in dat traject ook aandacht voor advance care planning, zodat veel bewustere keuzes worden gemaakt, in samenspraak met patiënt welke interventies wanneer gedaan (kunnen) worden.
Triage
Vanuit de triage kan gestuurd worden op deze verdeling, niet alleen op basis van urgentie maar ook vanuit specifieke patiëntencategorieën. Dit vraagt bij uitstek netwerk- geneeskunde, waarbij een patiënt met een acute zorgvraag 1 nummer kan bellen en dan volgens de NTS-triage (zoals dat zowel bij de Meldkamer ambulance als op de huisartsenpost gebruikt wordt) doorgeleid wordt naar de juiste locatie/zorgverlener in het netwerk. Zo zal een patiënt met symptomen van een CVA direct per ambulance naar een ziekenhuis met een daartoe ingericht zorgpad gebracht worden, maar kan een patiënt met een wond naar de huisarts of wondverpleegkundige verwezen worden. Een patiënt met acute buikpijn daarentegen heeft een ongedifferentieerde acute zorgvraag en heeft baat bij SEH-arts die zo nodig direct stabiliseert en vanuit een brede blik kan deduceren welk type behandeling deze patiënt nodig heeft.
Juist door patiënten vanuit triage naar de spoedpoli/regiearts van de chronische aandoening te kunnen verwijzen (van de eigen specialist) wordt de druk op de SEH minder en kan het (gespecialiseerde) personeel zich richten op de patiënten met de levensbedreigende /complexe acute zorgvraag.
Vanuit de visie van de FMS hoort een patiënt die een acute zorgvraag ervaart tot één van de genoemde categorieën. Bij triage wordt dan op basis van de NTS-urgentiecriteria, rekening houdend met patiënt-kenmerken meer maatwerk geleverd voor de unieke patiënt. Door aan de voorkant bij de triage de juiste richting op te sturen, met inzet van eerder advance care planning en netwerkgeneeskunde zal er bewuster zorg verleend worden op de juiste plek.
Patiënten kunnen dan na triage direct naar de voor hen geschikte hulpverlener (SEH-arts, huisarts, ouderengeneeskunde, chronisch zorgpad, wijkverpleging, GGZ) en hoeven niet van het ene “schot” naar het andere “schot” verplaatst te worden. Bovendien hoeft, rekening houdend met de “advance care planning wensen” die de patiënt met diens “regiearts” (specialist) besproken heeft, niet bij elk contact met SEH/ambulance standaard eenzelfde protocol worden gevolg, maar is er ruimte voor maatwerk. Gezamenlijke triage aan de voorkant met voor iedere groep de juiste type zorgverlener en juiste diagnostiek zal de zorg efficiënter maken. Dit doet recht aan de aanbevelingen in het kwaliteitskader spoedzorg.
Beschikbaarheid personeel
Deze indeling zal daarmee ook wellicht ook een invloed hebben op de inzet van het steeds beperkter beschikbare zorgpersoneel. Als er aan de voorkant één triagecentrum is waar de zorg wordt gecoördineerd zal dit minder personeel vergen, dan per discipline een eigen triageplek. Bovendien kan er ook differentiatie ontstaan in type zorg, zoals bv. meer inzet van verpleegkundig specialisten of bachelor acute hulpverleners (HBO) die bij de groep herkenbare acute zorgvraag zelfstandig een patiënt kunnen behandelen. Hierdoor komt er een nieuwe groep personeel op de zorgmarkt beschikbaar als aanvulling op de bestaande zorgmedewerkers.
In pilots zorg coördinatie is aangetoond dat de inzet op solide netwerksamenwerking (huisartsen, medisch specialisten, specialisten ouderenzorg, wijkverpleging) en verbeteren van doorlooptijd naar “zorgplek ”voor patiënten in de post- acute fase, van bepaalde patiëntengroepen, de efficiency en kwaliteit van zorg vergroot. Dit vergt dus naast inzet op personeel in de acute zorg ook juist inzet op voldoende capaciteit in verpleging/verzorging/thuiszorg. Dit vraagt wel een actieve inzet van alle partijen in het netwerk. Bovendien vergt dit koppeling van ICT-systemen, afspraken over inzage in patiëntgegevens, om zo onderling patiëntgegevens veilig te kunnen uitwisselen. Dit is ook een advies van de NZA.
Concluderend geeft de indeling in patiëntencategorieën in de acute zorg meer ruimte voor netwerksamenwerking, advance multimorbiditeit care planning, gedifferentieerde inzet van (meerdere typen) zorgverleners. Medisch specialisten zijn naast regiearts voor hun eigen patiënten ook spil in een netwerk. Voor de SEH-arts betekent dit meer dan ooit een rol als acute-generalist en dus als erkend specialist in deze, net zoals huisartsen dit bij uitstek kunnen als poortwachter. Gezamenlijke, gevalideerde triage is hierbij essentieel, waarbij juist ook rekening wordt gehouden met de kenmerken van specifieke patiënten. Elke patiënt is uniek: met eenzelfde ingangsklacht kan er toch een ander beleid nodig zijn. Het is maatwerk om de juiste zorg op de juiste plek bij de juiste zorgverlener te krijgen.
