(Deels gebaseerd op “Gezond en Actief Leven Akkoord: oude wijn in nieuwe zakken” (sociaalweb)  

Door Erik Buskens.

De grote door de opstellers van het akkoord gesignaleerde opgaven op het terrein van preventie worden in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gepresenteerd. Samen met het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het eerder verschenen Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) vormt het GALA een kader waarin iedere burger, maar ook hun zorgverleners worden gemaand preventie serieus te nemen. Het adagium “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan” zet de toon want de zorg is te duur en arbeidsintensief.   

GALA suggereert beïnvloeding van de zorgvraag 

Wat suggereert het GALA? Dat door effectieve preventie de vraag naar zorg zal afnemen, en dat de zorg vervolgens niet langer zo hoog hoeft te vliegen. Het uitgangspunt: “gezondheid is belangrijk  voor iedereen en in 2040 is daar een gezonde generatie. Vanzelfsprekend zou je zeggen, maar dit nobele streven zal forse offers vergen. Van wie, wat, waar en hoe is niet vastgelegd in het akkoord. Gemeenten en ziektekostenverzekeraars zijn “in charge” en “Health in all Policies” (HiaP) als novum is een belangrijk uitgangspunt.  

De regie ligt dus in handen van niet bijster bekwaam gebleken samenwerkingspartners. Gemeenten hebben sinds 2015 hun handen meer dan vol aan het sociaal domein, de jeugdzorg en de Wmo, terwijl  ziektekostenverzekeraars het marktmeesterschap invulden met beknibbelen en onderhandelen, de jaarlijkse rituele dans met zorgaanbieders. Deze partijen werken bovendien gebudgetteerd. 

De Zorg als Missing link van het GALA 

Die zorgaanbieder vormt wellicht de “missing link” van het GALA. Immers, de “zorg”, en dan met name de eerste lijn en de langdurige zorg, kent burgers individueel in hun kwetsbaarheden, hun sociaal economische ongelijkheid en de opeenvolgende fasen van hun levens. Zorgaanbieders worden i.h.a. niet betaald voor preventie. Het GALA belegt de opgave en het proces (niet de verplichting tot resultaat) bij gemeenten en verzekeraars, maar deze zullen voor een groot deel van de uitvoering moeten aankloppen bij zorgaanbieders. De zorg is voorts een potentieel heel belangrijke kennisbron en partner om, “zorg naar de voorkant” te kunnen verplaatsen. Concreet wordt bedoeld dat verwacht wordt dat effectieve preventie de behoefte aan  medische zorg zal doen afnemen, en dat zelf- en informele (mantel)zorg professionele langdurige zorg zal kunnen vervangen. Hier schuilt de adder onder het gras. Dit veronderstelt immers dat taken en verantwoordelijkheden simpelweg te beleggen zijn, en dat gemeenten met oplossingen zullen komen, ook voor familie, naasten, mantelzorgers, vrijwilligers, welzijnswerkers en burgerinitiatieven. Een “fantastische” revival kortom van de participatiemaatschappij, die zorgverleners geen houvast biedt. 

Consequenties voor de Zorg volstrekt ongewis  

Wat betekent dit voor het (over)volle bord van de eerste lijn,  en de verkeerde bed problematiek in de tweede lijn? Er zijn geen garanties of resultaatverplichting gegeven door gemeenten en ziektekostenverzekeraars. Er is bovendien niet nagegaan of burgers en gemeenschappen voor “zelf, thuis of digitaal” de vereiste kennis, tijd en mogelijkheden hebben. De beweging naar voren is een lonkend perspectief, met veel taken en verantwoordelijkheden voor gemeenten, maar automatisch ook voor de 1e lijn, de thuiszorg en VVT-sector. Het zal een (heel) lange adem vergen, met veel vallen en opstaan.  

Gemeenten en Zorgprofessionals 

Dat het Nationaal Preventie Akkoord nauwelijks effect sorteert en dat domeinoverstijgende integrale vervolgstappen nodig zijn weet intussen iedereen. Het GALA verwacht van gemeenten dat zij een lokale aanpak te ontwikkelen om: 1) gezondheidsachterstanden terug te dringen, onder meer door een Kansrijke Start; 2) het creëren van een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; 3) de sociale basis te versterken; 4) een gezonde leefstijl te bevorderen; 5) de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid te versterken; 6) vitaal ouder worden te bevorderen; 7) door vanuit een domeinoverstijgende regionale preventie-infrastructuur te werken, in interactie met andere beleidsterreinen. Voor deze enorme mondvol werd in het verleden naar de zorg gekeken, en het is dan ook onvoorstelbaar als in de toekomst de gemeenten dit allemaal zouden bestieren zonder gebruik te maken van de kennis, de expertise, de data en vooral de liefde en toewijding van zorgprofessionals voor de publieke gezondheid. Kortom zorgprofessionals, uw opmerkzaamheid en bereidwilligheid tot samenwerking en afstemming met een gemoderniseerd en gestroomlijnd sociaal domein zal gevraagd worden.  

Pro Leefstijl 

Pro leefstijl is uiteraard wel een goed uitgangspunt maar dan wel op basis van HiaP. Niemand zit te wachten op “gij zult niet dit en wel dat…” Zeg maar de simplistische en bij verschijnen van het NPA reeds achterhaalde doelen en thematiek. We wisten al jarenlang dat de rechtstreekse benadering niet zou werken. De lobby (die gevoelig oor vonden bij sommige politieke partijen) heeft ervoor gezorgd dat het wel zo op papier kwam in het NPA, en dat werkelijk effectieve maatregelen uitbleven. Dit was namelijk tegen het korte termijn belang van voedingsindustrie en retail in. Denk daarbij aan zaken als prijsverhoging, btw differentiatie, verkooppunten verminderen, onderwijs over voeding, heldere wel informatieve in plaats van misleidende etiketten etc. Voordat het wel zover is zijn we acht tot tien jaar verder. Dat is het gevolg van zelfregulatie (“keep on dreaming”) en niet in het belang van het individu die het nooit zal redden tegen de trucs, de verleiding en marketing van commerciële partijen. 

Activisme van de Zorgprofessional 

Een proactieve misschien zelfs activistische agenda, waarbij men als professional (mede)verantwoordelijkheid naar zich toe trekt zou bovendien niet misstaan. Als een moderne John Snow aandacht blijven geven en kritische vragen stellen over het gebrek aan effectieve preventie en HiaP is de opgave. Als professional ken je de (sociale) omgeving en de invloed ervan op de gezondheid. De belangen die spelen bij een status quo of zelfs verslechteren van de omgeving zijn voor zorgprofessionals wellicht niet direct reden tot behandelen, maar het is wel mogelijk om gemeenten en bestuurders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. In onmacht verzuchten als in het werkgebied de een na de andere fastfoodketen nieuwe filialen mag openen onder het mom van economische groei en werkgelegenheid is niet van deze tijd. De wethouder van “economische zaken” kan door de wethouder van “gezondheid”, indien gesteund door medisch geschoolde professionals, worden gecorrigeerd. Op langer termijn leggen dergelijke correcties de gemeente overigens geen windeieren omdat de bevolking gezonder, productiever en langer zorgonafhankelijk zal blijven. Als professional merk je dit “de volgende dag” uiteraard nog niet tijdens het spreekuur , maar de praktijkopvolger wel.  

Over de auteur 

Erik Buskens is hoogleraar Health Technology Assessment bij het UMC Groningen en de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijsuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij coördinator onderwijs bij de Aletta Jacobs School of Public Health, en voorzitter van de curriculum board professional Master Healthy Ageing van de Hanze Hogeschool Groningen. Zijn onderzoek spitst zich toe op innovatie, organisatie en samenwerking in het sociaal domein, preventie en zorg. Hij is bereikbaar via e.buskens@umcg.nl

Zoektermen op internet:

leefstijl, zorgprofessional, gezond en actief leven akkoord, zorgprofessionals, gemeenten