Door Joost Mertens, psychiater.
Inleiding
In het najaar van 2022 verscheen een rapport van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP) en de Nederlandse GGZ, de branchevereniging van zorgaanbieders in de geestelijke gezondheidszorg, over de toekomst van de 24×7 crisisdienst. De crisisdienst van de GGZ lijkt soms de sluitpost van de GGZ organisatie en begroting: chronisch overbelast en door alle partijen ondergewaardeerd: huisartsen, patiënten, en verwijzers. Het rapport noemt 3 knelpunten, te weten: 1) groei in psychische problematiek, 2) krapte in personeel, en 3) dat verschillende aanbieders van de GGZ elkaar niet meer weten te vinden. Uit de conclusies aan het eind van het rapport valt dan ook af te lezen dat in een versnipperd landschap partijen een betere collectieve verantwoordelijkheid moeten nemen en vanuit een gezamenlijke visie moeten gaan werken.
Historie
Het is een mooi rapport dat echt probeert tot oplossingen te komen. Helaas gaat het rapport voorbij aan het benoemen van de wortel van het probleem, namelijk de door Klink en Schippers c.s. ingevoerde marktwerking. Deze ‘vernieuwing’, ingevoerd om kosten te beteugelen en efficiëntie te bevorderen, heeft deze beide doelstellingen volstrekt niet bereikt maar heeft wel geleid tot een dramatische versnippering in het veld. Pakweg 20 jaar geleden was de GGZ overzichtelijker. Er was vaak één organisatie per regio, waarbinnen de gehele psychiatrie werd aangeboden: poliklinische zorg, verschillende opnameklinieken (acuut, open, gesloten, voortgezette behandeling), en hieraan gelieerde RIAGG’s. Daarnaast waren er enkele psychiaters met een solopraktijk en waren er PAAZ -en (Psychiatrische Afdeling in het Algemeen Ziekenhuis). Afbakening van taken en verantwoordelijkheden in de acute zorg tussen PAAZ en crisisdiensten is tot de dag van vandaag een dynamisch spel.
Het resultaat: de huidige situatie
De GGZ van 2023 is een caleidoscopisch veld waarin de grote organisaties veel ruimte hebben verloren aan tal van initiatieven, waaronder de kleine GGZ aanbieders die diverse vormen van poliklinische hulp aanbieden, een wildgroei aan vrijgevestigde solopraktijken en daarnaast organisaties voor begeleid wonen, thuiszorg of coaching, enzovoort, enzovoort. De jeugdzorg is de verantwoordelijkheid van de gemeente geworden met nog meer verschotting tot gevolg. Deze ongestuurde versnippering van verschillende vormen van zorg en zorgpakketten, in combinatie met de zo gewenste ‘concurrentie’ maakt dat de grote organisaties zijn ingekrompen, waardoor de pool van psychiaters verkleind is. Ook zijn afdelingen (bedden) afgestoten (want minder rendabel dan de ‘lichte zorg’) waardoor de opvang van patiënten in nood zeer bemoeilijkt wordt. Het maakt het werken in de crisisdienst ook weinig aantrekkelijk: de kans dat je een nacht aan het bellen bent voor het laatste bed in het land is reëel.
Het rapport: wensdenken
Het rapport geeft 6 bouwstenen voor een geïntegreerde aanpak om uit deze impasse te komen. Op zich mooi, maar omdat het de geschetste olifant in de kamer negeert is het vooral wensdenken. Het spreken over invloed op werktijden of flexibele beloning stuit op de krappe betaling: crisisdiensten lijden sowieso verlies. De bezoldiging voor psychiaters is, in vergelijking met de collega’s die dienst doen in ziekenhuizen, slecht geregeld. Het is mogelijk om uren uit de dienst op te nemen, maar dat geeft alleen nog maar meer druk op de dagdiensten. De krapte geeft overdag al een flinke belasting; psychiaters moeten vaak vele petten dragen en menig psychiater is blij als deze de werkdag weer overleefd heeft. Kortom, wijzigen van belasting voor diensten kan niet zonder het organiseren van een betere bemensing overdag. Voldoende tijd voor herstel en goede ondersteuning zijn elementen die, naast een adequate honorering, meer aandacht moeten krijgen.
Netwerkstimulering zinvol?
Een van de oplossingen wordt gezocht in het stimuleren van regionale netwerken. Psychiaters die bij kleine instellingen werken of in de zelfstandige praktijk moeten gaan meedoen in de crisisdiensten. Dat wil men afdwingen door een financiële prikkel in de inkoopcontracten met deze partijen. De contractering in de zorg is echter al bijzonder complex en is voor deze partijen door de mislukte marktwerking met te machtige verzekeraars in financiele zin al onvoldoende. Instellingen worden door de verzekeraars tegen elkaar uitgespeeld. Dat draagt bij aan onderling wantrouwen en de drempel tot samenwerking verhoogt tot een Berlijnse muur. De in instellingen werkzame psychiaters of de ZZP-ers willen gewoon boter bij de vis, en geef ze eens ongelijk. Zolang verzekeraars met ongefundeerde generieke afslagen het stelsel ondermijnen is het verwerken van nog een prikkel – lees bezuiniging – een heilloze weg.
Alternatief: regionale organisaties
Kortom, dit rapport is in mijn ogen daarmee een vrij dure folder waaraan het adviesbureau weer fijn aan verdiend heeft zonder dat dit ons en de patiënt ook maar één steek verder helpt. Er is in mijn ogen maar één oplossing: stoppen met de marktwerking; alle GGZ zorg onderbrengen in regionale organisaties. Vervolgens binnen deze organisaties zorgen voor een adequate medische staf, waarbinnen de crisisdienst wordt ingebed. De psychiaters binnen de staf krijgen een adequate financiële vergoeding waarin kennis en ervaring en taakbelasting (wel/geen dienst) op een goede manier is gestructureerd. Een aansluiting bij huisartsenposten kan ook een bijdrage leveren aan de ontschotting. Regionalisatie is een gegeven en op deze wijze worden alle punten van het rapport verwezenlijkt.
Beleid is het maken van consequente keuzes. Het is óf marktwerking – dan moet de crisisdienst concurrerend (lees meer geld) personeel kunnen werven. Of het is regionalisatie met één CAO. Zoals mijn moeder altijd al zei: “het is van tweeën één”. Tijd om te kiezen, politiek.
Zoektermen op internet:
psychiatrie, GGZ, crisisdienst, NVVP, netwerkstimulering, geestelijke gezondheidszorg

Uhhh….., de Acuut Psychiatrische Hulpverlening wordt al sinds een aantal jaren in representatie en dus non concurrentieel ingekocht. Ik zeg niet dat er geen problemen zijn maar ‘alles ligt aan de marktwerking’ is toch wel de plank groots mis slaan.