Door Wendy Kemper, programma-manager en onderzoeker, auteur van het proefschrift Improving care networks of home-dwelling older adults.
Ouderen wonen langer thuis, verpleeghuisplekken verdwijnen en er zijn in verhouding tot het aantal ouderen minder professionals. Het zorgnetwerk krijgt een belangrijkere rol in het ondersteunen van ouderen. Wendy Kemper onderzocht in haar promotieonderzoek het functioneren van zorgnetwerken en hoe de informele zorg (familie en vrijwilligers) hierin samenwerkt met de formele zorg (o.a. professionals vanuit welzijns- en zorgorganisaties).

De aanname in dit proefschrift is dat in een zorgnetwerk dat goed functioneert twee zaken goed geregeld zijn: 1. Afstemmen, onderhandelen en samen beslissen, 2. Zoeken naar meer of andere hulp als dit nodig is. Daarnaast beïnvloeden zij elkaar op een positieve manier en herkennen welke negatieve dan wel positieve invloeden vanuit de omgeving komen (sociale besmetting). Deze zorgnetwerken leveren praktische en emotionele steun en advies en informatie. En zij hebben daarmee een positieve invloed op de feitelijke, ervaren en potentiële steun van de zelfstandig wonende oudere.
In drie studies onderzochten we het huidige functioneren van zorgnetwerken van thuiswonende ouderen. De resultaten van deze studies werden gebruikt om een trainingsprogramma met bijbehorende instrumenten te ontwikkelen, bedoeld voor professionals.
Hoe functioneren zorgnetwerken nu?
In twee regionale netwerken van zorg- en welzijnsorganisaties hebben we gekeken hoe professionals zoeken naar meer of andere hulp voor hun cliënten. Zij maakten maar beperkt gebruik van alle mogelijkheden in het netwerk van organisaties. Ze verwezen mensen met name door naar diensten van hun eigen organisatie of naar diensten van andere reeds bekende organisaties. Professionals zouden het netwerk van organisaties kunnen gebruiken om meer mogelijkheden van het totaal aan beschikbare zorg toegankelijk te maken voor hun cliënten. Dit betekent dat zij moeten leren om de two-step-reach in praktijk te brengen. Niet alleen verbinding maken naar contacten die zij zelf kennen (one-step), maar die contacten vragen wie of wat zij kennen die hier zou kunnen helpen (two-step). Zo maken zij de contacten van hun contacten toegankelijk voor hun cliënten.
Door in zorgnetwerken de oudere, een informele zorgverlener en een formele zorgverlener te interviewen brachten we in beeld hoe zij nu naar hun zorgnetwerk kijken en wat zij doen om het functioneren te verbeteren. We zagen hetzelfde patroon als in het netwerk van organisaties: dat informele en formele zorgverleners naar meer of andere hulp zoeken binnen hun bestaande relaties. Ook het afstemmen en onderhandelen was gericht op het behouden en verbeteren van bestaande relaties. Hiermee benutten zij niet het volledige potentieel van mogelijke ondersteuning door het zorgnetwerk.
Veelal kijken we naar de samenstelling van een zorgnetwerk, maar als we kijken naar interactie binnen een zorgnetwerk kunnen we netwerktypen onderscheiden. De netwerktypen zijn:
- Generatieve netwerken: waarin een kern informele en formele zorgverleners wordt omringd door meerdere relaties die af en toe helpen of kunnen helpen. Deze netwerken zijn divers en gunstig voor het individu omdat veel actoren steun bieden en zoeken.
- Proxy- netwerken: waarbij de coördinatie wordt gedelegeerd aan één superhelper. Dit netwerk kan nuttig zijn, maar is vaak kwetsbaar, vooral wanneer het steunt op een informele zorgverlener met weinig andere connecties (onze overbelaste mantelzorger?)
- Vermijdende netwerken: waar niet wordt onderhandeld over steun.
- Worstelende netwerken: waar het omgaan met de chronische aandoening een strijd is of geen prioriteit heeft voor de deelnemers aan het zorgnetwerk. We concludeerden dat de netwerktypologie gebaseerd op interactie extra informatie bood over het functioneren van zorgnetwerken.
Wat helpt om het functioneren van het zorgnetwerk te verbeteren?
Uit de verkennende studies bleek dat het volgende helpt:
- Het delen van zorgen als eerste stap in afstemmen/onderhandeling. Want we overtuigen elkaar nu vaak van de eigen oplossing, maar spreken niet uit waar we ons zorgen over maken.
- Het bespreken van de kwaliteit van leven van de oudere en diens wensen daarin. We doen van alles, maar vragen hier zelden naar.
- Het samen zoeken in de buurt naar nieuwe informele zorg, want die buurvrouw die best wil helpen staat niet op een lijstje vrijwilligers.
- Het herkennen van (negatieve of positieve) besmetting. We nemen gedrag over zonder er bij stil te staan. Dus ook gedrag dat niet helpt (bijv. dat we een oudere niets meer vragen omdat we denken dat een oudere niet meer kan veranderen).
In deze acties is het belangrijk om het gehele netwerk te betrekken, om gebruik te maken van de two-step reach en vanuit gelijkwaardigheid en wederkerigheid te handelen.
Om dit allemaal te kunnen, ontwikkelden we een trainingsprogramma met instrumenten voor professionals (met name (geriatrisch), verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. In het algemeen hielp het trainingsprogramma professionals om de werking van het zorgnetwerk te begrijpen. Zij vonden de instrumenten zeer nuttig. De stap naar het gebruik van deze instrumenten met informele zorgverleners leek moeilijker, deels omdat tijdens de pilot het contact in zorgnetwerken werd belemmerd als gevolg van sociale afstandsmaatregelen tijdens de COVID-19 pandemie.
Conclusie
We zien zorgnetwerken vaak als een gegeven, maar er zijn acties mogelijk om het functioneren te verbeteren.
Auteur
Wendy Kemper werkt als programma-manager en onderzoeker bij de HAN University of Applied Sciences. De resultaten van haar proefschrift zet ze om in vernieuwingsprojecten in het netwerk van wooncorporaties, welzijnsorganisaties, zorgorganisaties en lokale overheden én in training voor professionals die in welzijn en zorg werken. Je kunt haar benaderen via wendy.kemper@han.nl. Klik hier voor meer informatie over het proefschrift
