Door Petrie Roodbol.

Extra geld voor de wijkverpleging; goed nieuws  

Goed nieuws voor de wijkverpleging! Minister Conny Helder van Langdurige Zorg en Sport investeert de komende drie jaar 150 miljoen euro in het opleiden van verzorgenden en verpleegkundigen in de wijkverpleging. Dit staat in het half maart ondertekende Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging dat moet leiden tot voldoende en goed opgeleide wijkverpleegkundigen. Dit verdrag is in samenspraak met Actiz, Zorgthuisnl, Zorgverzekeraars Nederland en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland tot stand gekomen. Ook de uitvoering ervan zal samen met deze partijen de komende jaren ter hand worden genomen. De verwachting is dat zonder maatregelen het huidige tekort in Nederland de komende jaren zal oplopen tot 10.500 wijkverpleegkundigen in 2027. Dat is zorgelijk omdat de wijkverpleging de spil is van onze toekomstige gezondheidszorg, die zoveel mogelijk thuis moet plaatsvinden. Ook de verantwoordelijkheid voor preventie wordt in de wijk ondergebracht. Met het extra geld moet de kwaliteit van de wijkverpleging worden verhoogd zodat met optimale inzet van technologie zoveel mogelijk intramurale zorg verplaatst kan worden naar de wijk. De complexiteit van zorg zal daarmee toenemen, waarvoor hooggekwalificeerd personeel onontbeerlijk is.  

Kanttekeningen 

Is het Investeringsakkoord ook goed nieuws ook voor de 4443(!) instellingen in ons land die wijkverpleging leveren? Voor de realisatie van het IZA is er wegens onderbenutting van het macrobudget dit jaar 600 miljoen minder beschikbaar voor de wijkverpleging. Het extra geld van dit akkoord lijkt daarom een meevallertje. Toch moet hierbij wel een kritische kanttekening worden geplaatst. Onbedoeld kan het tot gevolg hebben dat het macrobudget voor de wijkverpleging opnieuw niet geheel besteed wordt. Dit kan leiden tot verdere kortingen de komende jaren voor een sector die moet groeien en de basis moet vormen van ons nieuwe zorgstelsel.  

Overigens is het ook minder goed nieuws voor de verpleeghuissector die met dit Investeringsakkoord bevestigd ziet wat al in het IZA staat; gereserveerde middelen voor een opleidingsakkoord VVT gaat bijna in zijn geheel (94%) naar de wijkverpleging. Er wordt geen rekening gehouden met het feit dat ook de verpleeghuissector fors zal moeten investeren in het opleiden van nieuw personeel nu dezelfde minister heeft besloten tegen eerdere afspraken in het aantal verpleeghuisbedden verder uit te breiden.   

Anders opleiden en kaders 

Dan het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging zelf. Het rapport ademt enthousiasme en (hernieuwd) elan voor de wijkverpleging. Helaas is de achterliggende visie onderbelicht en ontbreekt het aan realiteitszin. Het doel is om het arbeidspotentieel in de wijkverpleging te vergroten door meer en ook anders op te leiden. Wat er precies verandert, wordt weinig tot niet in het akkoord geconcretiseerd. Veel ruimte voor veranderingen bestaat er overigens niet, want er wordt uitgegaan van bestaande initiële opleidingen tot (wijk) verpleegkundige zoals bij wet geregeld. De mogelijkheid om gebruik te maken van vrije ruimte in de curricula lijkt niet aan de orde, want bij het afsluiten van het akkoord is het onderwijs op geen enkele manier betrokken. Veranderingen zullen dus plaats moet vinden binnen bestaande kaders waarvan de opstellers niet geheel op de hoogte lijken te zijn.  

“Ook zouden leerlingen/stagairs in de wijkverpleging kennis en ervaring op kunnen doen in andere zorgsettingen zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, gehandicaptenzorg, ggz en de kraamzorg (p5). ” De opstellers lijken hier gespeend van enige kennis van de huidige opleidingen waarin stagelopen in verschillende sectoren een vast en verplicht onderdeel is. De opleiding tot verpleegkundige is sinds de afschaffing van het inservice onderwijs eind jaren negentig nu eenmaal breed en niet meer veldspecifiek.  

Het streven om meer verpleegkundig specialisten op te leiden voor de eerste lijn is lovenswaardig. De jaarlijkse instroom in de opleidingen is echter al vastgelegd in het capaciteitsplan 2024-2027 en moet dus binnen deze kaders plaats vinden.  

Gefragmenteerd opleidingsbeleid voor een Integraal Zorg akkoord  

“Voor zowel de mbo als de hbo instroom in de wijkverpleging, geldt dat circa 75% dit via een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) of hbo duaal traject doet. Het potentieel aan instroom in de wijkverpleging zit dus met name in zij-instromers (p4).” Helaas valt er op deze conclusie nogal wat af te dingen, omdat sinds jaar en dag ook schoolverlaters als voltijdse reguliere opleiding een dergelijke variant kunnen kiezen. Los daarvan rept het rapport met geen woord hoe potentiële zij-instromers te gaan werven. Het geld gaat besteed worden aan stagevergoedingen en aan werken-leer overeenkomsten voor verpleegkunde studenten zoals die overigens in de ziekenhuizen al decennialang in de CAO’s zijn opgenomen. Dat deze vergoedingen in de thuiszorg nu niet gehanteerd zouden worden, wekt verbazing. Mogelijk gaan er door deze (nieuwe?) regeling wel meer studenten kiezen voor de wijkverpleging, maar zal dit nauwelijks invloed hebben op het totaal aantal verpleegkunde studenten in ons land. Hooguit biedt het enige soelaas voor het al jarenlange bestaande tekort aan stageplaatsen.  

De instroom van pasgediplomeerden in de andere sectoren kan door het aantrekkelijker maken van stages in de wijk echter wel negatief worden beïnvloed. De vraag lijkt daarom gerechtvaardigd waarom veranderingen in de gezondheidszorg zelf met een IZA integraal worden benaderd en de minister voor het opleidingsbeleid kiest voor fragmentatie ten koste van andere sectoren.  

Ambitie, planning en organisatie 

Hoewel het rapport blijk geeft van een hoge ambitie, zijn de resultaten van alle inspanningen niet gekwantificeerd. Dit blijkt ook niet te kunnen omdat er onvoldoende inzicht bestaat ‘in de kosten en baten van het onderhouden van de opleidingsstructuur èn van (de intensivering in) het opleiden en begeleiden van leerlingen in de wijkverpleging (p6)’. Partijen hebben afgesproken dit uiterlijk 1 juni van dit jaar (!) wel helder te hebben. Een vrijwel onmogelijk opgave omdat alleen het overleg al met alle genoemde 4443 organisaties veel tijd zal kosten. Van deze organisaties wordt sowieso veel verwacht. Om de ambities van het akkoord te realiseren moeten ook regionale samenwerkingsverbanden gevormd gaan worden. Dit is (te) veel gevraagd van instellingen die veelal elkaars concurrent zijn. Wie neemt de regie in dit proces? Hoe zal de ACM reageren? Er zijn nog veel vragen en open eindjes.  

Overigens is niet gezegd dat er geen tekorten meer zullen zijn. Ook met het Integraal Zorgakkoord (IZA), het woonzorgplan (WOZO) en andere maatregelen uit het coalitieakkoord dreigt het personeelstekort in de zorg groot te blijven tot naar schatting 137.000 medewerkers in 2032.  

Bijdrage van het akkoord aan de gewenste ontwikkeling wijkzorg 

Gelet op het IZA behoeft het geen betoog dat investeren in de wijkverpleging een must is. Gebaseerd op ervaringen in het verleden heeft de wijkverpleging als beroepsgroep voldoende potentieel om door te groeien en de verwachtingen die in het IZA worden uitgesproken, te realiseren. Natuurlijk hoort daar ook een samenhangend opleidingsbeleid bij en wellicht moet daarbij zelfs initiële veldspecificiteit niet uitgesloten worden. Het opleidingsvraagstuk moet dan echter wel in context met andere sectoren worden bekeken en wellicht ook met andere disciplines. Ook moet het samenhangen met een verdere uitwerking van de organisatie van de toekomstige eerste lijn. Hoe zal de beschikbaarheid van zorg worden gegarandeerd, de samenwerking worden georganiseerd, de transitie worden gerealiseerd in het huidige door de grote aantallen instellingen versnipperde veld? Zonder antwoord op deze vragen en zonder verdere uitwerking van de plannen van de wijkzorg zal het meer geluk dan wijsheid zijn als met het gesloten akkoord de wijkverpleging zich in de gewenste richting zal ontwikkelen.  

Zoektermen op internet:

wijkverpleging, IZA, opleidingsbeleid, beroepsbegeleidende leerweg, Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging