Door Karel-Peter Companje, medisch historicus.
Drank en tabak met heilzame effecten
Evenals drank werd tabak in de loop van de geschiedenis niet alleen als genots-, maar ook als geneesmiddel beschouwd. Nicotine is een vluchtig, kleurloos, olieachtig en giftig alkaloïde.
De bewoners van het pré-Columbiaanse Amerika snoven en rookten tabak, niet alleen voor de aangename effecten, maar ook voor de behandeling van ziekten. In heel Latijns-Amerika werd tabak in een papje met limoen of kalk gebruikt als tandpasta, zoals dit in India nog steeds gebeurt.
Tabak als desinfectiemiddel en anestheticum
De Portugese ontdekkingsreiziger Pedro Alvarez Cabral (1467-1520) beschreef hoe in het latere Brazilië tabak gebruikt werd bij de behandeling van open zweren, fistels en poliepen. Het werd als heilig kruid beschouwd door de effectieve werking bij acute gevallen. Welke dit waren noemde Cabral helaas niet.
Twee bemanningsleden van Columbus (1451-1506) zagen in 1493 hoe op het eiland Cuba een brandende toorts met tabak werd gebruikt als methode om te desinfecteren, om ziektes af te weren en om van vermoeidheid af te komen. Columbus zelf noteerde in een reisverslag dat tabak als snuifanestheticum werd aangewend bij trepanatie, een in die tijd populaire operatie.

Therapeutische toepassingen
Mexicaanse medicijnmannen/artsen schreven het inademen van de geur van verse groene tabaksbladeren voor tegen hoofdpijn en migraine. Bij verkoudheid en mondslijmvliesontsteking diende poeder van groene bladeren rond en in de mond te worden gesmeerd. Bij ziekte van klieren in de nek moest in de klier een snede worden gemaakt en werd deze gevuld met een mengsel van zout en geplet tabaksblad. Tabak werd ook gebruikt als middel tegen diarree, slaapmiddel, pijnstillend middel en als papje voor het sneller laten genezen van wonden.
Het therapeutisch aanwenden van tabak was in het zestiende-eeuwse Europa sneller bekend dan de functie als genotsmiddel. Tussen 1537 en 1559 verschenen veertien boeken over het medicinaal gebruik van tabak, geschreven door ontdekkingsreizigers, historici, missionarissen, botanisten en artsen. De Portugese Jezuïet Luis de Goês nam de plant en zijn zaden vòòr 1547 mee naar Europa. Het onbekende kruid dat in vreemde contreien als een krachtig geneesmiddel werd beschouwd stimuleerde Europese artsen om het op eigen wijze te gebruiken. Een van Goês’ Ordegenoten noemde het kruid zelfs Gods wonder.
Tabak als antigif en pijnstiller in Europa en Amerika
Nicolas Monardes (1493‑1588), Spaans arts en botanist, schreef in zijn Historia medicinal de las cosas que se traen de nuestras Indias Occidentales enthousiast over de door hem geconstateerde krachtige werking van tabak als antigif. Volgens Monardes kon tabak worden gebruikt voor twintig ziektes, van verkoudheid tot kanker. Het werk van Monardes werd in het Engels vertaald als Joyful Newes out of the New-Found World. Hierdoor kwam het geneeskundig gebruik van tabak via Europa weer terug op de medische opleidingen in Amerika.

Tabak werd in Europa als uitwendige pijnstiller gebruikt. Tabaksbladeren werden verbrand en als hete as op wonden en pijnlijke plekken gelegd. Ze werden tot smeersels verwerkt tegen hoofdpijn, migraine, toevallen en jicht. Tandmeesters gebruikten het als pijnstiller bij tand- of kiespijn. Zij doopten een bolletje linnen in tabakssap en smeerden hier de kaak mee in. Geplet tabaksblad werd in het holletje van een rotte kies gestopt. Wintervoeten, eksterogen en andere huidkwalen konden worden verzacht door tabaksbladolie. Het kruid werd in Europa, evenals in Latijns-Amerika, als slaapmiddel in gebruik: 10 centiliter sap opdrinken voor het slapengaan.
Opmerkelijk was de conclusie over tabak als profylactisch middel: omdat tijdens de Londense Grote Pest van 1685 geen enkele tabakshandelaar getroffen was, werd in Engeland tabak als middel tegen infectieziekten de hemel in geprezen.
Groeiend wantrouwen tegen het medicinaal gebruik
Desondanks begonnen artsen in de zeventiende eeuw tabak als medicinaal panacee te wantrouwen. Na de isolatie van nicotine in 1828 werd het wantrouwen groter door het besef dat dit een giftig alkaloïde was, dat alleen door gericht gebruik en met afgemeten hoeveelheden veilig kon worden toegediend: bijvoorbeeld rectaal tegen hernia, constipatie, tetanus en wormen. Vanaf 1926 werd nicotine gebruikt voor de behandeling van hersen- en zenuwziekten.
Tegelijkertijd groeide het besef dat tabak slecht was voor hart en bloedvaten. Hoewel de psychiater‑neuroloog Sigmund Freud al in 1894 het advies kreeg om te stoppen met het fanatiek roken van zware sigaren in verband met onregelmatige hartslag, kreeg hij in 1923 de diagnose mondkanker door zijn sigaren. Hij overleefde 33 operaties en rookte op zijn tachtigste nog stug door. He admitted that the torture when not smoking was beyond his human power to bear…
De houding tegenover tabak is ook anno 2025 tweeslachtig. Medisch en maatschappelijk is de verslavende en ziekteverwekkende werking volledig bekend. Maar tegelijkertijd is er het massale inslaan van tabak en sigaretten door Nederlanders tijdens koop toeristische tripjes naar Luxemburg…
Literatuur:
- A. Charlton, ‘Medicinal uses of tabacco in history’, in: Journal of the Royal Society of Medicine 6 (2004) 292-296
- G.G. Stewart, ‘A history of the medicinal use of tobacco 1492-1860’, in: Medical History 3 (1967) 228-268
- https://www.cbc.ca/radio/quirks/june-16-2018-animals-becoming-nocturnal-cod-comeback-stumbles-and-more-1.4705655/incan-doctors-scraped-holes-in-skulls-with-stone-tools-and-the-patients-survived-1.4705674, ingezien op 9 augustus 2020
- https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/140479-de-geneeskracht-van-tabak.html, ingezien op 9 augustus 2020
- S. Porter, The Great Plague (Stroud 2009)
- https://nieuwsbriefzorgeninnovatie.nl/verbied-verkopen-van-tabak-aan-iedereen-die-geboren-is-na-2016/, ingezien op 4 juni 2025
Zoektermen voor internet
Karel Peter Companje, historisch feitje, tabak, zestiende eeuw, medicinaal, genotsmiddel, pijnstiller, antigif
