Door Evert Karregat, Jelle Himmelreich, Ralf Harskamp en Eric Moll van Charante.
Dit is een Nederlandstalige samenvatting van onze publicatie in BMJ Open uit December 2025:
“Het horloge draag je gewoon. De Holter voel je de hele dag.”
Inleiding
Hartkloppingen behoren tot de meest voorkomende klachten die leiden tot een bezoek aan de huisarts. Voor de huisarts staan dan twee vragen centraal: kan ik deze klacht verklaren? En bovenal: is er sprake van een hartritmestoornis? De meest aandacht gaat bij dat laatste uit naar atriumfibrilleren, ook wel boezemfibrilleren (BF) genoemd. Dit is een veelvoorkomende hartritmestoornis die het risico op beroerte en hartfalen verhoogt. Tijdige opsporing en behandeling (met onder andere antistolling-medicatie, maar ook van bijkomende risicofactoren zoals verhoogde bloeddruk of diabetes) verlaagt het risico op deze complicaties. Om een verklaring voor hartkloppingen van de patiënt te vinden, is een hartfilmpje (elektrocardiogram; ECG) nodig ten tijde van klachten. In de praktijk valt dat moment echter zelden samen met het spreekuur-bezoek. Daarom krijgen veel patiënten ambulante ritmemonitoring met een Holter: een draagbaar kastje met draden en plakkers op de borst die het hartritme continu registreert, waarbij de patiënt een klachten-dagboek bijhoudt. Daarnaast kan een continue registratie ook aanvalsgewijs BF opsporen dat niet tot klachten leidt (asymptomatisch paroxismaal BF).
De Holter heeft echter enkele belangrijke nadelen. De bedrading, de plakpleisters en het kastje zelf worden vaak als hinderlijk ervaren. Pleisters kunnen huidirritatie veroorzaken. Draden zitten in de weg bij dagelijkse bezigheden. De meetduur blijft bovendien meestal beperkt van één tot zeven dagen. Juist bij ritmestoornissen die af en toe optreden, kan die periode te kort zijn. Een langere meetperiode vergroot de kans op het vastleggen van afwijkingen. In de praktijk betekent dat vaak herhaling van onderzoek, extra kosten en nieuwe belasting voor patiënten.
De afgelopen jaren verschenen compacte, gebruiksvriendelijke alternatieven voor de Holter, waaronder smartwatches met een één-kanaals ECG-functie (1L-ECG) die het hartritme kunnen vastleggen. Eerder onderzoek liet zien dat smartwatches, mits correct gebruikt en beoordeeld, BF betrouwbaar kunnen herkennen. lieten collega’s uit het Amsterdam UMC in samenwerking met Cardiologie Centra Nederland op grond van een breed opgezet onderzoek zien dat het gebruik van smartwatches het opsporen van BF kan verbeteren ten opzichte van traditionele monitoring. Wat tot nu toe echter ontbrak, was inzicht in de ervaringen van patiënten die zo’n smartwatch gebruiken in vergelijking met het Holter-onderzoek. Dat perspectief is relevant voor zorgprofessionals, maar ook voor beleidsmakers die de haalbaarheid en de toekomstige inzet van deze technologie in de zorg willen beoordelen.
Opzet van het onderzoek
Dit interviewonderzoek is dus niet opgezet om de diagnostische opbrengst van de smartwatch en Holter registratie direct te vergelijken, maar om patiëntervaringen van de twee meettechnieken te inventariseren en te voorzien van een (voorzichtige) evaluatie. Aan de interviews deden 18 patiënten mee die door de huisarts waren verwezen voor een Holter-registratie vanwege terugkerende hartkloppingen. Zij waren 32 tot 85 jaar oud. Gedurende zeven dagen droegen zij zowel een Holter monitor als een smartwatch met een 1L-ECG functie (één-kanaals ECG-meting). Het horloge was uitsluitend gekoppeld aan hun eigen smartphone, zodat deelnemers konden zien of metingen waren gelukt. Na afloop interviewden wij ze over hun ervaringen met beide apparaten. Deelnemers werden geïncludeerd op de polikliniek cardiologie van het Dijklander ziekenhuis Hoorn, waar de patiënten door hun huisarts naar toe waren verwezen voor Holter registratie. De Holter werd verstrekt door de medewerkers van het Dijklander ziekenhuis als onderdeel van usual care. De smartwatch werd, ook aldaar, verstrekt door onze onderzoekers.
Draagcomfort: een groot verschil in ervaren belasting
De smartwatch werd door geen van de deelnemers als belastend ervaren. Het lichte ontwerp, zonder draden, maakte dat het apparaat probleemloos gedragen kon worden tijdens werk, slapen en douchen. De Holter monitor veroorzaakte daarentegen regelmatig klachten, zoals huidirritatie door pleisters, angst om draden los te trekken en ongemak tijdens dagelijkse activiteiten. Sommige deelnemers stopten hierdoor voortijdig met het dragen van de Holter, terwijl niemand de smartwatch eerder afdeed. Dit suggereert dat smartwatches kunnen bijdragen aan een langere en betrouwbaardere hartritme monitoring, doordat zij als minder belastend worden ervaren.
Gebruiksgemak en praktische bruikbaarheid
De smartwatch werd door deelnemers als eenvoudig en intuïtief ervaren: met één handeling kon een ECG-meting van 30 seconden worden gestart. Ook de bijbehorende app was overzichtelijk en gemakkelijk te begrijpen. Wel gaven deelnemers aan dat het maken van een meting soms lastig was, bijvoorbeeld bij klachten die ’s nachts optraden of tijdens autorijden of sporten. Omdat de smartwatch alleen meet wanneer de gebruiker zelf een opname start, kunnen zeer kortdurende hartritmestoornissen worden gemist.
Daarnaast twijfelden sommige deelnemers wanneer zij wel of geen meting moesten maken bij lichamelijke sensaties. De Holter monitor, die continu registreert, werd daardoor door een deel van de deelnemers als vollediger of ‘veiliger’ ervaren.
Tegelijkertijd kende de Holter praktische nadelen: de knop om klachten te registreren zat vaak onder de kleding verstopt, wat in sociale situaties onhandig of zelfs gênant kon zijn. In dergelijke situaties moest kleding worden opgetild om een klacht te registreren, wat tot sociaal ongemak kon leiden. De smartwatch daarentegen kon vrijwel altijd en overal probleemloos en moeiteloos worden gebruikt, wat positief kan bijdragen aan het volhouden van het onderzoek. Hoewel de mening van familie en vrienden soms een rol speelde, gaf de meerderheid van de deelnemers aan dat vooral het advies van hun zorgverlener doorslaggevend was in hun acceptatie van een medische technologie zoals de smartwatch.
Vertrouwen in techniek is sociaal bepaald
De ervaren betrouwbaarheid van de smartwatch liep uiteen. Sommige deelnemers hadden direct vertrouwen in de smartwatch, terwijl anderen het apparaat vooral zagen als een commercieel product en dus de Holter meer vertrouwden vanwege zijn professionele uiterlijk en continue registratie. Het idee dat de Holter op meerdere meetpunten registreerde versterkte dat gevoel. Opvallend was dat patiënten hun vertrouwen in de technologie sterk laten afhangen van wat zorgprofessionals ervan vinden. Vrijwel alle deelnemers gaven aan dat zij, als hun arts de smartwatch aanbeveelt, deze zonder twijfel zouden accepteren. Meer bewijs voor de validiteit ten opzichte van ECG/Holter in combinatie met heldere uitleg bleken belangrijke pijlers voor het draagvlak.
Automatische algoritmes: zowel rust als onrust
De automatische interpretatie die de smartwatch gaf na iedere 1L-ECG meting vormde een belangrijk thema. Een normale uitslag gaf veel patiënten direct een gevoel van rust en controle. Deze feedback versterkte hun motivatie om het apparaat te blijven gebruiken. Tegelijkertijd veroorzaakten meldingen van mogelijke afwijkingen – bijvoorbeeld “mogelijk boezemfibrilleren” – soms onrust/ongerustheid. Eén deelnemer zocht zelfs contact met de huisartsenpost zonder ernstige klachten. Ook metingen die als “niet interpreteerbaar” werden afgegeven (bijvoorbeeld door ruis) leidden tot twijfel over het juiste gebruik onder deelnemers.
Voor zorgprofessionals betekent dit dat automatische terugkoppeling zowel voordelen als risico’s heeft. Ongefilterde meldingen kunnen onnodige zorgvragen en werkdruk veroorzaken. Een belangrijke aanbeveling is daarom om automatische interpretaties bij professioneel gebruik niet direct aan patiënten te tonen, of deze te combineren met actieve telemonitoring door zorgverleners zodat patiënten weten dat zij op de achtergrond in de gaten worden gehouden, en dus automatisch worden benaderd bij relevante afwijkingen.
Extra functies: onverwachte meerwaarde
Hoewel dit buiten het onderzoek viel, gaven deelnemers aan dat extra functies van de smartwatch, zoals het bijhouden van stappen, slaap en hartslag, hen motiveerden om het apparaat vaker en langer te dragen. Dit suggereert dat smartwatches ook breder kunnen bijdragen aan gezondheidsbewustzijn en daarmee de acceptatie voor medisch gebruik vergroten.
Data, privacy en informatie-uitwisseling
Privacy vormde nauwelijks een drempel voor deelnemers. ECG-gegevens werden als weinig gevoelig ervaren. Het vertrouwen in het ziekenhuis speelde daarbij een belangrijke rol. Wel bestond behoefte aan snellere en directere gegevensdeling met zorgverleners, bijvoorbeeld via het patiëntportaal. Vooral bij afwijkende meldingen werd de wachttijd tot uitslag als te lang ervaren. In het huidige onderzoek kreeg de patiënt de uitslag van het Holter-onderzoek een paar dagen na de zevendaagse monitoring-periode te horen.
Wat betekent dit voor zorgorganisaties?
Dit onderzoek laat zien dat smartwatches met een 1L-ECG-functie een patiëntvriendelijk alternatief kunnen zijn voor een deel van de hartritmediagnostiek. Het draagcomfort en het gebruiksgemak vergroten de kans op langdurige monitoring. Tegelijkertijd vraagt veilige en effectieve inzet om duidelijke randvoorwaarden. Niet elke patiënt is geschikt. Patiënten hebben behoefte aan heldere instructies en begrijpelijke informatie over wanneer meten zinvol is. Daarnaast hebben ze begeleiding nodig bij de interpretatie van automatische meldingen, die zowel geruststelling als onrust kunnen oproepen. Naast mondelinge uitleg en een informatiefolder gaven deelnemers aan behoefte te hebben aan korte instructievideo’s. Ook werd laagdrempelig contact met een zorgverlener, bijvoorbeeld via een chatfunctie, als wenselijk gezien bij bredere toepassing.
De geschiktheid van deze technologie hangt daarnaast samen met het type klachten. Kortdurende symptomen, zoals hartoverslagen, worden niet altijd vastgelegd met een smartwatch, waardoor sommige deelnemers het gevoel hadden dat continue monitoring met een Holter in deze situaties geschikter was. Tegelijkertijd betekent dit niet automatisch dat de uiteindelijke diagnostische opbrengst lager is, omdat juist zeer kortdurende klachten mogelijk minder klinisch relevant zijn. Ons interviewonderzoek was, zoals aan het begin van dit artikel vermeld, niet opgezet om de diagnostische opbrengst van de smartwatch en Holter registratie direct te vergelijken. Vervolgonderzoek is daarom nodig om te bepalen welke ritme-afwijkingen in de eerstelijnscontext mogelijk worden gemist en wat dit betekent voor de klinische besluitvorming bij patiënten die door de huisarts worden verwezen voor ambulante ECG-diagnostiek.
Verder is eenvoudige en betrouwbare gegevensdeling met zorgverleners, bij voorkeur via bestaande patiëntportalen, essentieel. Tot slot blijkt het vertrouwen van patiënten sterk samen te hangen met het oordeel van zorgprofessionals, wat onderstreept dat succesvolle implementatie vraagt om goede voorlichting en duidelijke positionering van deze technologie binnen de reguliere zorg.
Conclusie
De smartwatch met 1L-ECG functie is een patiëntvriendelijke aanvulling op de ambulante hartritmediagnostiek in de huisartsenpraktijk, maar is niet altijd geschikt. Het gebruiksgemak verlaagt de belasting voor patiënten en vergroot de kans dat meerdaagse hartritme-monitoring wordt volgehouden ten opzichte van de Holter. Tegelijkertijd kent de technologie beperkingen, zoals het missen van zeer kortdurende ritmestoornissen en het oproepen van ongerustheid door (onjuiste) automatische interpretaties. Onbekend is of hiermee ook klinisch relevante ritme-afwijkingen worden gemist. Met duidelijke instructies, zorgvuldig databeheer, doordachte terugkoppeling van meetresultaten en gerichte selectie van patiënten kan de smartwatch via gericht onderzoek uitgroeien tot een waardevolle toevoeging op het diagnostisch arsenaal van de huisarts.
Over de auteurs
Evert Karregat, huisarts en promovendus – Huisarts en praktijkhouder bij Huisartsenpraktijk Velius’ HOED in Hoorn. Tevens promovendus bij de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Amsterdam UMC naar de rol van 1-kanaals ECG apparaatjes in het opsporen van hartritmestoornissen in de huisartsenpraktijk. Mailadres: e.p.karregat@amsterdamumc.nl
Jelle Himmelreich, huisarts en Assistant Professor – Praktijkhoudend huisarts in dienstverband bij HONK Huisartsenpraktijk in Alkmaar. Tevens universitair docent bij de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Amsterdam UMC, met onderzoeksfocus o.a. vroege opsporing van hart- en vaatziekten. Mail: j.c.himmelreich@amsterdamumc.nl
Ralf Harskamp, huisarts en Associate Professor – Huisarts bij Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuid-Oost en Diemen. Tevens Associate Professor bij de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Amsterdam UMC waarbij de focus ligt op de ontwikkeling en implementatie van eerstelijns interventies gericht op het verbeteren van vroege detectie en behandeling van hart- en vaatziekten. Mail: r.e.harskamp@amsterdamumc.nl
Eric Moll van Charante, hoogleraar Huisartsgeneeskunde en Public & Occupational Health verbonden aan het Amsterdam UMC. Zijn onderzoek richt zich op preventieve strategieën voor hart- en vaatziekten en dementie, met bijzondere aandacht voor gezondheidsverschillen in cultureel diverse populaties. Mail: e.p.mollvancharante@amsterdamumc.nl
Zoektermen op internet:
Evert Karregat, Jelle Himmelreich, Ralf Harskamp, Eric Moll van Charante, digitalisering, hartritmestoornissen opsporen, boezemfibrilleren diagnose, smartwatch medisch gebruik, Holter-onderzoek ervaringen, 1L-ECG smartwatch, ambulante ritmemonitoring, patiëntenperspectief zorgtechnologie, hartkloppingen onderzoek, eHealth cardiologie, Dijklander ziekenhuis
