Door Simone van Dulmen, Janine Liefers, Eva Verkerk en Philip van der Wees.
Samenvatting van het rapport: Dulmen S van, J Liefers, E Verkerk en P van der Wees, International Health Policy Survey 2022, Onderzoek onder huisartsen in tien landen, Commonwealth Fund, 2023
Inleiding
In 2022, in de periode van maart tot en met juli ontvingen 1600 Nederlandse huisartsen een uitnodiging voor deelname aan de 3-jaarlijkse Commonwealth Fund International Health Policy Survey. Nederland doet sinds 2006 aan dit onderzoek mee. De andere deelnemende landen zijn Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Zwitserland, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. In totaal zijn 671 volledig ingevulde vragenlijsten van Nederlandse huisartsen meegenomen in de analyse (respons 40%). Deze rapportage beschrijft vijf thema’s om een beeld te geven over de prestaties van het Nederlandse gezondheidssysteem. Per thema vatten wij hieronder de meest opvallende bevindingen samen.
1. Praktijkorganisatie en werkwijze huisartsenpraktijk: Nederlandse huisartsen hebben de kortste consultduur van alle landen
De praktijkgrootte uitgedrukt in FTE’s (fulltime-equivalent) in Nederland is relatief klein. Gemiddeld zijn er 2.0 FTE artsen werkzaam per praktijk in Nederland. Van de Nederlandse respondenten werkt 59% in een praktijk kleiner dan twee FTE en 36% in een praktijk werkt met twee tot vijf FTE. Nederland heeft het grootste aantal praktijken met minder dan twee FTE’s aan huisartsen va de onderzochte tien landen. Gemiddeld zien Nederlandse huisartsen 111 patiënten per week. De gemiddelde tijd voor een consult met de patiënt is 13 minuten in Nederland en dit is iets meer geworden dan voorgaande jaren. Dit is de laagste gemiddelde consulttijd van alle landen. Tussen landen bestaan er flinke verschillen in de gemiddelde tijd die er per consult aan een patiënt besteed kan worden, variërend van 13 tot 25 minuten per consult. In 2022 gaf 30% van de respondenten aan meer dan 55 uur per week te werken. Dat is iets minder dan in 2019 (34%). Alleen in Canada, Duitsland en de Verenigde Staten werken meer huisartsen 55 uur per week of meer.
Videoconsultatie nam toe door de Covid-pandemie
Het gebruik van videoconsultatie is door de COVID-19 pandemie toegenomen. In 2022 maakte 55% van de huisartsen wel eens gebruik van videoconsultatie, terwijl dit in 2019 dit nog 4% was. Hierin is een grote variatie tussen landen, variërend van 15% (Zwitserland) tot 85% (Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten). Desondanks vindt in alle landen het grootste deel van de consulten fysiek plaats (variërend van 40% tot 88% van de consulten). Ten opzichte van de fysieke consulten bestaan er grotere verschillen in het gebruik van telefonische (gesprek of bericht) of videoconsultatie tussen landen. Telefonische consulten variëren van 4% (Frankrijk) tot 55% (Verenigd Koninkrijk). Nederland bevindt zich in de middenmoot met 25%.
Nederland is samen met Zweden aan kop met online afspraken maken
Huisartsenpraktijken in Nederland bieden in toenemende mate de mogelijkheid om online zaken te regelen. Bij 78% van de praktijken is het mogelijk om het patiëntverslag na opname online in te zien en herhaalrecepten op te vragen. Bij 94% is het mogelijk om medische uitslagen online te zien en bij 96% van de praktijken is het mogelijk om via email of een beveiligde online omgeving vragen te stellen over medische zaken of andere zaken waar de patiënt zich zorgen om maakt. Bij 69% van de praktijken kunnen afspraken online gemaakt worden. Samen met Zweden neemt Nederland hierin de koppositie.
2. Kwaliteit van de zorg loopt achteruit sinds 2019
De Nederlandse huisartsen zijn, net als de huisartsen in de meeste andere landen, positief over de kwaliteit van de medische zorg; 66% van de huisartsen vindt het Nederlandse zorgsysteem (zeer) goed. Huisartsen in het Zweden, Canada, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten zijn minder positief over de kwaliteit van de zorg; 20-26% van de respondenten in deze landen vindt dat het zorgsysteem (zeer) slecht is. In alle landen is de waardering gedaald ten opzichte van 2019. In dat jaar vond 80% van de Nederlandse huisartsen nog dat het zorgsysteem (erg) goed presteert. In 2022 is gevraagd naar de ervaring van huisartsen over de kwaliteit van zorg die patiënten ontvangen sinds het begin van de COVID-19 pandemie. Van de Nederlandse huisartsen heeft 57% aangegeven dat de kwaliteit is verslechterd, 39% heeft aangegeven dat de kwaliteit gelijk is gebleven en 4% vindt dat de kwaliteit is verbeterd.
Toegankelijkheid van huisartsen verbetert
Van de Nederlandse huisartsen geeft 74% aan dat telefonische en videoconsulten hebben bijgedragen aan de toegankelijkheid van de zorg. Ook geeft 73% van de respondenten aan dat zij middels telefonische of videoconsulten de mentale zorgbehoefte van hun patiënten goed kunnen beoordelen.
Meer beeldvormende diagnostiek en meer antibiotica
Daarnaast is er wel een toename in antibiotica en beeldvorming door het gebruik van telefonische of videoconsulten. Nederlandse huisartsen hebben door telefonische of videoconsulten 23% meer antibiotica voorgeschreven. Nederland scoort hierin op de middenmoot en er is een grote variatie te zien. Huisartsen in het Verenigd Koninkrijk geven 67% meer antibiotica, Duitse huisartsen maar 5%. Nederlandse huisartsen hebben 16% meer aanvragen voor laboratorium of beeldvormende diagnostiek gedaan. Mogelijk is een deel van deze zorg niet van toegevoegde waarde. Een terugkerende vraag is de mate van het verlenen van van niet-gepaste zorg. 33% van de Nederlandse huisartsen vindt dat patiënten (veel) teveel zorg ontvangen, dit is nagenoeg gelijk aan 2019. Slechts 8% vindt dat patiënten (veel) te weinig zorg ontvangen, en in 2019 was dit 5%.
Nederland koploper met hergebruik routinedata
Huisartsen ontvangen en analyseren met grote regelmaat routinematig gegevens over klinische uitkomsten. 94% van de Nederlandse huisartsen analyseert jaarlijks of per kwartaal de klinische uitkomsten van hun patiëntenzorg; Nederland was en is de koploper op dit gebied. Vragenlijsten betreffende tevredenheid en ervaringen met de zorg van patiënten worden relatief minder vaak ontvangen en geanalyseerd: 35% van de huisartsen doet dit per kwartaal of jaarlijks. Van de Nederlandse huisartsen analyseert 25% PROMs per kwartaal/jaarlijks, in 2019 was dit 23%.
3. Werkbeleving: huisartsen zijn vooral ontevreden over de werkdruk en administratie
Nederlandse huisartsen zijn relatief tevreden met het uitoefenen van hun beroep; 39% van de respondenten geeft aan (heel) erg tevreden te zijn met de uitoefening van het medisch beroep. Ten opzichte van 2019 is dit een afname (54%). In alle landen was er een afname te zien op deze vraag ten opzichte van 2019. Tegelijkertijd ervaart 33% van de huisartsen zijn/haar werk als (uiterst) stressvol. Hoewel dit ten opzichte van de andere landen laag is, is het wel een lichte toename ten opzichte van 2019 (31%). De Nederlandse huisartsen zijn het meest ontevreden over de dagelijkse werkdruk, 41% is hier helemaal niet tevreden mee en 80% van de Nederlandse huisartsen geeft aan dat de werkdruk is gestegen sinds de COVID-19 pandemie. Daarnaast ervaren huisartsen de tijd voor administratieve handelingen als een probleem, 62% is hier helemaal niet tevreden mee. Vooral administratie in verband met zorgverzekeraars of declaraties worden als problematisch ervaren. 55% vindt dit een groot probleem, in 2019 was dit nog 45%. Ook het rapporteren van klinische informatie of informatie over de kwaliteit van zorg aan overheid of andere instanties wordt in toenemende mate als een groot probleem gezien, 42% in 2022 en 40% in 2019.
4. Coördinatie en informatie-uitwisseling is sterk verbeterd: Nederland is nu koploper
De informatie-uitwisseling van de huisartsenpraktijk met andere zorgverleners buiten de praktijk is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Bij 96% van de huisartsen is het delen van zowel de klinische samenvattingen van de patiënt, als resultaten van laboratoriumonderzoek en medicatie mogelijk. Nederland is koploper op alle drie de onderdelen. De coördinatie van zorg tussen de tweede lijn en de huisarts is over het algemeen goed. In de overgrote meerderheid van de gevallen ontvangt de huisarts informatie over bezoek van de patiënt aan de spoedeisende hulp, huisartsenpost of opname in het ziekenhuis. Nederland is ook hierin koploper. Van de Nederlandse huisartsen ontvangt 89% informatie van de specialist betreffende aanpassingen in medicatie of het zorgplan van de patiënt. Er is nog ruimte voor verbetering ten aanzien van het tijdig ontvangen van de specialistenbrief. Slechts 62% ontvangt deze binnen een week en dit is niet veel verbeterd ten opzichte van 2019. Binnen 48 uur nadat de patiënt is ontslagen uit het ziekenhuis, ontvangt 44% van de huisartsen de informatie die nodig is om de zorg voor die patiënt voort te zetten.
Coördinatie met sociaal domein werkt niet goed: Nederland zit in middenmoot van alle landen
Huisartsen ervaren diverse drempels bij het coördineren van patiëntenzorg met sociaal-maatschappelijke dienstverleners. Meer dan de helft van de huisartsen (52%) ervaren grote drempels door het gebrek aan follow-up van maatschappelijke organisaties over de diensten die patiënten ontvangen en/of nodig hebben (43% in 2019). Te veel papierwerk die gemoeid gaat met het coördineren van maatschappelijke zorg is voor 48% van de huisartsen een grote drempel (39% in 2019). 34% ervaart een grote drempel door het gebrek aan een systeem voor doorverwijzing (20% in 2019). 32% van de huisartsen ervaart een enorme drempel door onvoldoende personeel om door te verwijzen en zorg te coördineren met maatschappelijke organisaties (24% in 2019). Gebrek aan bewustzijn van de beschikbaarheid van maatschappelijke organisaties in de buurt wordt door 16% van de huisartsen als een grote drempel ervaren (13% in 2019). Op alle onderdelen is een grote toename in de problematiek. In vergelijking met andere landen scoort Nederland in de middenmoot.
5. Chronische zorg en andere specifieke zorg: Nederland en Duitsland lopen voorop
Nederlandse huisartsen zijn in het algemeen goed voorbereid om optimale zorg te verlenen aan patiënten met chronische aandoeningen en patiënten met psychische klachten. Met scores van respectievelijk 93% en 74% scoort Nederland voor patiënten met chronische aandoeningen (samen met Duitsland) het hoogst in vergelijking met de overige landen. De huisartsen in Nederland blijken ook het best voorbereid te zijn voor patiënten met dementie ten opzichte van de andere landen; 58% van de huisartsen geven aan goed voorbereid te zijn. Nederlandse huisartsen zetten relatief vaak medische apparatuur in om patiënten op afstand klinisch te monitoren. Negentien procent van de huisartsen doet dit doorgaans/vaak en 17% soms. Nederland scoort hier het hoogst in ten opzichte van de andere deelnemende landen en er is ook een toename ten opzichte van 2019 (7%). Tachtig procent van de huisartsen ontwikkelt een behandelstrategie voor patiënten met chronische aandoeningen voor het managen van hun eigen ziekte, dit is een lichte toename ten opzichte van 2019 (76%). Het leveren van schriftelijke instructie is voor Nederlandse huisartsen echter nog geen routine: 49% van de Nederlandse huisartsen geeft aan routinematig schriftelijke instructies over zelfmanagement in de thuissituatie te geven. Zelfmanagementdoelen worden bij 51% van de patiënten vastgelegd.
Kortom
Evenals voorgaande jaren laten de resultaten van de IHP 2022 zien dat Nederland op een aantal gebieden koploper is in de gezondheidszorg, gezien vanuit het perspectief van de huisarts. Daarentegen is op andere vlakken nog verbeterpotentieel. Het Nederlandse zorgsysteem over het geheel wordt als goed ervaren door de huisartsen en zij zijn tevreden met het uitoefenen van hun beroep. Patiënten kunnen veel online regelen met hun huisartsenpraktijk. Nederland is koploper op het gebied van het inzien van het patiëntenverslag, herhaalrecepten opvragen, via email vragen stellen aan de zorgverlener, het online maken van afspraken, en informatie-uitwisseling met andere zorgverleners buiten de praktijk. Daarnaast zijn Nederlandse huisartsen in het algemeen goed voorbereid om optimale zorg te verlenen aan patiënten met chronische aandoeningen en psychische klachten. Daar staat tegenover dat veel huisartsen hun werk als stressvol ervaren en veel werkdruk ervaren.
Over de auteurs
Simone van Dulmen
Simone van Dulmen studeerde gezondheidswetenschappen en fysiotherapie. Ze werkt als senior onderzoeker bij het Radboudumc. Haar onderzoek richt zich op het verbeteren van kwaliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid van de zorg. Ze is bereikbaar via emailadres Simone.vandulmen@radboudumc.nl.
Janine Liefers
Janine Liefers studeerde Biomedische Wetenschappen aan het Radboudumc in Nijmegen. Ze werkt als data-analist op het gebied van de kwaliteitsverbetering en implementatie in de zorg bij het Radboudumc.
Eva Verkerk
Eva Verkerk studeerde Biomedische Wetenschappen aan het Radboudumc in Nijmegen en promoveerde daar ook in 2021. Ze is werkzaam als postdoc onderzoeker bij het Radboudumc en doet onderzoek naar kwaliteitsverbetering en implementatie in de zorg.
Philip van der Wees
Philip van der Wees is hoogleraar Paramedische Wetenschappen aan het Radboudumc en de Radboud Universiteit Nijmegen. De leerstoel zich op de kwaliteitsbevordering van persoonsgerichte paramedische zorg in interdisciplinaire netwerken. Zijn onderzoek integreert klinische praktijk, patiëntgerichtheid en kwaliteitsverbetering binnen de paramedische disciplines waaronder fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, en diëtetiek.
Zoektermen op internet:
Simone van Dulmen, Janine Liefers, Eva Verkerk, Philip van der Wees, Commonwealth Fund 2023, huisartsen, gezondheidssysteem Nederland, vergelijking internationale zorgsystemen, toegankelijkheid zorg, zorgcoordinatie, werkbeleving, zorgkwaliteit
