Door Jan Christiaan Huijsman, strategisch adviseur digitale zorg bij Zilveren Kruis.
In het internationale tijdschrift voor gezondheidsbeleid Health Affairs verscheen in mei dit jaar het artikel “Policy Considerations to Ensure Telemedicine Equity” over de noodzaak tot evenwichtige en gelijkwaardige inzet van telemedicine – telebegeleiding door zorg op afstand met digitale middelen. Dit is een belangrijk thema gezien de grote aandacht voor digitale zorg en de versnelde inzet van diverse oplossingen. Doet die inzet recht aan een evenwichtige en gelijkwaardige toegankelijkheid van zorg voor alle bevolkingsgroepen, in alle gebieden en door alle zorgverzekeraars? De auteur betoogt dat beleidsmaatregelen nodig zijn om gelijkwaardige inzet en toegang van telebegeleiding te waarborgen.
Inleiding
De aandacht voor inzet van digitale zorg, waaronder telebegeleiding, is door Covid in een versnelling geraakt. Onder druk van besmettingsvrees, beperkingen aan anderhalve meter afstand in de fysieke zorginstellingen en vereiste continuïteit van zorg bleek opgeschaald gebruik van digitaal contact en consult toch mogelijk voor arts en patiënt. Onder druk worden zaken vloeibaar, zo werd duidelijk na jaren van wantrouwen, gebrek aan wetenschappelijk bewijs maar ook vasthouden aan de status quo door de angst voor verlies van patiënten en omzet. In het IZA zijn expliciete doelstellingen opgenomen voor de stevige opschaling van digitale zorg in te herontwerpen zorgpaden naar een hybride vorm onder het motto ‘digitaal waar het kan, fysiek als het moet’. Dat is lofrijk maar wordt in dit streven voldoende rekening gehouden met een gelijkwaardige beschikbaarheid van digitale zorg en toegankelijkheid voor alle patiëntgroepen? Elaine Khoong, werkzaam in het San Francisco General Hospital, schreef een artikel over de “Policy Considerations to Ensure Telemedicine Equity”. Equity is een prachtig Engelstalig woord dat zich niet 1-op1 laat vertalen maar dichtbij onze begrippen billijkheid, gelijkwaardigheid en evenwichtigheid komt. Auteur Khoong geeft aan dat nieuw en gericht zorgbeleid nodig is om evenwichtige beschikbaarheid en inzet van digitale zorg voor alle betrokkenen zoveel mogelijk te garanderen.
Meervoudige uitdagingen
Voor Covid ging de discussie over toepassing van telebegeleiding vooral over de wetenschappelijke bewijsvoering en kwamen zorgverleners en zorgaanbieders veelal niet voorbij de pilotfase van een hartfalen-, COPD- of IBD-oplossing. We zien in de afgelopen twee jaren een relatief snelle oversteek naar opschaling van digitale zorg en de ambitie om hierop door te zetten, getriggerd door de urgentie van de arbeidsmarktproblematiek en het besef dat de noodzakelijke modernisering van de zorg achterloopt. Zie onder meer de studies van Gupta en SiRM over de lage productiviteit en de hoeveelheid niet-passende zorg en de daarmee samenhangende hoge kosten van arbeidsinzet die ieder jaar verder oplopen.
Het risico is reëel dat die opschaling, zonder bijsturing in zorgbeleid, leidt tot ongewenste effecten. Gaan individuele zorgverzekeraars tekorten aan huisartsen en triagisten in hun gebieden oplossen met digitale zorg waardoor geografische verschillen in vormen van toegankelijkheid door inzet van digitale zorg ontstaan? Gaan lage tot zeer lage sociale economische status groepen waardevolle digitale zorg proposities missen omdat ze de vaardigheden niet hebben? Ontstaan daardoor nieuwe en diepere scheidingen tussen de have’s en de have-not’s? Wat zijn de effecten op de risicoverevening? Is de beschikbaarheid van passende digitale zorg voor verzekerden evenwichtig georganiseerd bij alle verzekeraars in hun polissen en gecontracteerde zorg?
De uitdaging samengevat: hoe borgen we een evenwichtige toegankelijkheid van passende zorg, bij de verwachte forse opschaling van digitale zorg voor alle burgers, door alle klassen en etnische achtergronden in alle gebieden. De beschikbaarheid en het gebruik van digitale zorg raakt ook de toetredingseisen voor zorgaanbieders (WTZA) en het toezicht op kwaliteit en veiligheid van zorg door de IGJ en niet in de laatste plaats aandacht hiervoor in de opleidingen.
Opschaling van digitale zorg
Wouter Bos sprak zich enkele jaren geleden al uit over de noodzaak tot opschaling van digitale zorg. Hij stelde dat die, gezien de omvang van ons land in combinatie met de gewenste kostenefficiënte schaal, alleen mogelijk is door de middelen, onderdelen en randvoorwaarden van digitale zorg als een landelijke infrastructurele uitdaging te zien. Sommigen spreken in dit verband over een Deltaplan. Oftewel, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, VWS, ZINL, NZA en andere stakeholders zouden deze digitale infrastructuur gezamenlijk – non-concurrentieel – moeten realiseren. Dit is een interessant punt als we het relateren aan de kwestie van een evenwichtig georganiseerde beschikbaarheid en bereikbaarheid van digitale zorg voor alle burgers. Khoong noemt terecht in haar artikel het specifieke aspect van relatief hoge investeringen voor inzet van digitale zorg. Academische en topklinische ziekenhuizen zijn nog enigszins in staat om hier de fondsen voor aan te wenden maar kleinere huizen, VVT-instellingen, revalidatiehuizen en huisartspraktijken komen hier tekort. De vraag is of ze zonder ondersteuning de IZA doelstellingen in dit verband kunnen waarmaken. En moet je eventuele transformatiegelden op dit gebied dan per verzekeraar per gebied per zorginstelling gaan inzetten of draagt dat bij aan instandhouding van de bestaande fragmentatie en genereert het onvoldoende tempo en impact? Voor breed toegepaste gegevensuitwisseling is het evident dat dit landelijk en non-concurrentieel moet gebeuren en dat blijkt al moeilijk te zijn. Voor implementatie en inzet van opgeschaalde digitale zorg moet het gezamenlijk inzicht en optreden nog starten. Het IZA noemt wel een ‘ondersteuningsinfrastructuur’ voor opschaling van digitale zorg maar het is niet duidelijk wat dat concreet inhoudt en hoever het gaat.
Conclusie
Het vraagstuk van evenwichtige inzet van digitale zorg waaronder telebegeleiding is actueel en urgent geworden gezien het akkoord op de IZA-doelstellingen. De vertaling naar instandhouding c.q. reparatie van de toegankelijkheid van goede, veilige en passende zorg voor alle burgers, waarbij uiterlijk in 2026 een groot deel van de zorgpaden gedigitaliseerd is, vraagt om extra landelijk zorgbeleid en kaders voor zorgaanbieders en verzekeraars. Zonder specifieke maatregelen bestaat er een serieus risico dat ongelijkheid toeneemt, zowel door groeiende verschillen in digitale en gezondheidsvaardigheden als door het aanbod van digitale zorg in de zorgverzekeringen en in de gecontracteerde zorg. Het realisatievraagstuk van een duurzame en landelijke digitale zorginfrastructuur speelt daarbij een bijzondere rol. Dat geldt voor de vormgeving, implementatie en opschaling als ook de kwaliteitsvoorwaarden die gesteld worden aan de inzet van digitale zorg door de zorguitvoerders.
