Door Paul van der Velpen.
Wereldwijd is het aantal mensen met overgewicht spectaculair gestegen. De helft van de wereldbevolking is op dit moment te zwaar. Het aantal mensen met ernstig overgewicht, obesitas, is in Nederland verdrievoudigd van 5% begin jaren 80 tot 16 procent in 2023. Jaap Seidell doet al meer dan 40 jaar onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van overgewicht. Recent nam hij afscheid als hoogleraar voeding en gezondheid. In zijn afscheidsrede geeft hij aan dat in het begin van zijn werkzame bestaan als oorzaak vooral werd gewezen naar individueel gedrag: mensen eten te veel en bewegen te weinig. Populair gezegd: gulzigheid en luiheid. Daar ligt volgens Seidell niet de oorzaak, en zeker niet de verantwoordelijkheid. Hij wijst allereerst naar de voedingsindustrie. Wat de afgelopen halve eeuw dramatisch is veranderd is het voedselaanbod. Een overmatig aanbod van sterk bewerkt goedkoop voedsel. De voedingsindustrie is vooral gericht op overconsumptie en winst maken. De hele keten eromheen, landbouw, supermarkten, wil dat we veel consumeren. Het ongezondste en meest bewerkte voedsel is het goedkoopst en overal verkrijgbaar. Kwetsbare groepen – kinderen en mensen met weinig kennis, vaardigheden, tijd, geld – zijn het makkelijkste doelwit en het slachtoffer van deze ontwikkeling. Maar ook de overheid is verantwoordelijk voor de overgewicht-epidemie. Het is de grondwettelijke taak van de overheid om de gezondheid te beschermen tegen schadelijke invloeden die al dan niet opzettelijk de gezondheid ondermijnen. Die taak heeft de overheid te weinig opgepakt. De redactie vroeg Paul van der Velpen een afscheidsgesprek te voeren met Jaap Seidell.
PvdV: Stel je bent minister, wat zou je dan doen om te zorgen dat minder mensen overgewicht, obesitas krijgen?
Jaap Seidell (JS): “De ambities van de staatssecretarissen die de afgelopen jaren verantwoordelijk waren voor preventie neem ik over: minder mensen met overgewicht/ obesitas, door gezonde keuzes makkelijker te maken. Met focus op kinderen en mensen voor wie het moeilijk is gezonde keuzes te maken vanwege allerlei obstakels. Maar de weerstand tegen deze ambitie is enorm. Met name van de kant van het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven zet een enorme lobbykracht in. De tactiek is om mogelijke oplossingen complex te maken, zodat er twijfel ontstaat over de effectiviteit van de maatregelen. Bij politieke partijen is er nogal wat onwil om effectieve maatregelen te nemen, want zoals Wouter Bos eens tegen me zei: je wint er geen zetels mee als je maatregelen neemt om het ongezonde voedselaanbod te beperken. Daarmee komen we meteen op het volgende obstakel: burgers gaan niet de straat op tegen ongezonde (voedsel)omgeving. Burgers accepteren dat het aantal mensen met diabetes type 2 toeneemt. Er is nauwelijks verontwaardiging over de mate waarin ongezonde omgevingen onze gezondheid schaadt. Het is ook moeilijk om de oorzaak achter de oorzaken te zien. Dat is complex en blijft voor mensen buiten beeld. Het is moeilijk om in te zien hoe de marketing van voedselindustrie de individuele voedselkeuzen beïnvloedt, en dat stress of armoede de oorzaken kunnen zijn van ongezond gedrag. Mensen houden het graag simpel, laatst zei iemand: u zegt dat bestaanszekerheid een rol speelt, maar ik heb onderzoek gelezen waarbij mensen 1000 euro extra kregen, maar ze gingen niet gezonder leven. De maatschappelijke samenhang tussen de vele factoren is complex en daarmee is het voor mensen makkelijker om te individualiseren: gebrek aan wilskracht, gemakzucht zijn de oorzaken van ongezond gedrag en dat leidt tot toename van mensen met overgewicht.
Er is geen gebrek aan ambities en urgentie, er is wel stevige weerstand. Daarom zou ik meer inzetten op ‘doen’. Ik zou het preventieakkoord nieuw leven in blazen. Het zijn goede thema’s: Bewegen, roken, alcohol, voeding en mentale gezondheid. Ik zou de doelen veel verder uitwerken, en niet alleen doelen op lange termijn vaststellen zoals nu is gebeurd, maar ook op korte termijn en veel concreter. Ik zou het beleid vaststellen zonder het bedrijfsleven. Bij het preventie-akkoord sloten, met uitzondering van de tabakstafel, overal mensen aan met commerciële belangen en hun houding was vanaf het begin: we gaan niets doen dat voor ons eventueel schadelijk kan zijn. Daarom zou ik het beleid laten bepalen door partijen die geen commerciële belangen hebben bij het aanbieden van ongezonde producten en diensten: wetenschappers, overheid, burgers, professionals
Als het beleid vaststaat zou ik bedrijven, organisaties uitnodigen om in te tekenen. Welk deel neem je voor je rekening? Die afspraken zou ik niet maken met koepels want die houden te veel rekening met de meest afhoudende partijen uit hun achterban.”
PvdV: Wat is volgens jou de meest effectieve maatregel?
JS: “Ongezondheid kun je zien als een overstroming, als een dijkdoorbraak. Het gat in de dijk zul je moeten vullen met veel zakken. Er zijn allerlei maatregelen nodig, zoals het verlagen van BTW op groenten en fruit, het instellen van een suikertax, het verminderen van ultra bewerkt voedsel in de supermarkten. In de zorg, in de wijk, in het onderwijs, in de sportvereniging, op het werk moet de gezonde omgeving standaard worden, zodat de gezonde keuze makkelijker wordt. Per stuk is het effect van elke maatregel misschien weinig, maar omdat het maatregelen zijn die de hele bevolking of grote groepen raken én door de combinatie van maatregelen, kun je de volksgezondheid erdoor versterken.
Je kunt niet uitrekenen wat de bijdrage is per zandzak aan het stoppen van de doorbraak.
In het pakket van maatregelen moet zowel gezondheidsbescherming zitten, zoals verboden of hogere prijzen voor ongezond voedsel, maar ook gezondheidsbevordering, voorlichting. Gezondheidsbescherming zal door het bedrijfsleven worden betiteld met “betutteling” en de politiek neemt dat vaak over. Daarom moet je via goede voorlichting aan mensen uitleggen waarom de maatregel wordt genomen. Mensen accepteren geen maatregelen die ze dwingen andere keuzes te maken en hun het gevoel geeft dat hun vrijheid beknot wordt. Oud-minister van volksgezondheid Edith Schipper zei, als ik mensen vraag of ze zelf mogen bepalen wat ze willen eten, of dat de overheid dat doet, dan antwoord iedereen dat ze zelf willen kiezen. Ja, natuurlijk. Iedereen wil zelf kiezen. Als je maatregelen neemt moet je dat dus goed uitleggen. Daar komt bij: als je ziet wat de invloed is van bedrijven op de voedselkeuzen van mensen is het nog maar de vraag of er sprake is van een vrije keuze.”
PvdV: Waarom denk je dat het combineren van maatregelen effectief zal zijn?
JS: “We kunnen een voorbeeld nemen aan de maatregelen die zijn genomen om het aantal verkeersslachtoffers te verminderen. Het aantal verkeersdoden is drastisch verminderd, terwijl er meer mensen zijn en veel meer auto’s. Dat is gekomen door een pakket van maatregelen: autogordel verplichten, snelheidsbeperking, veiliger wegen, BOB-campagne, airbags, boetes en handhaving etc.
Er was veel weerstand bij b.v. het verplichten van de autogordel, maar toch is dat gebeurd. En op gegeven moment ging de auto-industrie er in mee. Nu piept er een geluidje als je je autogordel niet om doet. Maar de autogordel alleen zal niet effectief zijn, als je de maximumsnelheid afschaft en je de stoplichten uitzet.”
PvdV: Aan welke maatregelen gericht op hele jonge kinderen denk je?
JS: “Je kunt het programma Kansrijke Start opplussen met bij voorbeeld maatregelen om het geven van borstvoeding te stimuleren. Zoals het nu gaat is volstrekt onvoldoende. Menige vrouw die wil kolven komt in haar organisatie in een of andere bezemkast terecht. Het zwangerschapsverlof moet naar één jaar, ook het vaderschapsverlof moet langer. Dan wordt het o.a. makkelijker om borstvoeding te blijven geven. De overgang van borstvoeding naar vaste voeding moet goed gebeuren. Daar moeten ouders de tijd en aandacht voor kunnen hebben. En meer opvoedondersteuning is nodig zodat vaardigheden, kennis en mogelijkheden van ouders worden versterkt. Mensen halen hun informatie nu vooral van TikTok. En de informatie van opa en oma is meestal achterhaald. Je zou willen dat het consultatiebureau meer mogelijkheden heeft, ook digitaal, om ouders goed voor te lichten.”
PvdV: Zie je een rol voor het onderwijs?
JS. “Alle systemen zijn zo ingericht dat ze de volksgezondheid ondermijnen. Dat geldt ook voor het onderwijs. Neem het continurooster in het onderwijs. Daardoor blijft er een half uurtje pauze over. In dat half uurtje blijft er 8 minuten over voor lunchen. Dat continurooster is nooit samengesteld met het oog op de gezondheid van kinderen. De schooldag is nu 5 uur. En dan moet elke ouder de naschoolse opvang maar regelen. Die naschoolse tijd is volledig geïndividualiseerd en gecommercialiseerd.
Beter is een langere schooldag, inclusief de naschoolse opvang. De aanpak van de basisschool van de toekomst is effectief gebleken en zou breed moeten worden geïmplementeerd. Uit onderzoek blijkt dat het voor iedereen beter is: ouders hebben minder stress voor het regelen van naschoolse opvang, meer inclusie, leerkrachten ervaren een betere sfeer, er wordt minder gepest etc. De effecten van de gezonde basisschool krijg je niet met voorlichtingscampagnes gerealiseerd.
Maar in Nederland gaan dit soort veranderingen in het onderwijs heel moeizaam. Bij het preventie-akkoord zag je ook dat het ministerie van onderwijs niet actief meedeed. Velen zien het niet als taken van de school om met de gezondheid, fysiek en mentaal, bezig te zijn. Er is bij velen alleen aandacht voor taal en rekenen. En dat terwijl dat door meer aandacht voor gezond gedrag juist de schoolprestaties verbeteren.
Voedseleducatie in het onderwijs wordt overgelaten aan commercie. Varkensboeren maken lespakketten voor het onderwijs. Daarin wordt een heel romantisch beeld van veehouderij geschetst en is de boodschap: eet vlees.”
PvdV: Is er een leeftijdsgroep waarop je zou focussen?
JS: “Ik zou focussen op kinderen, op de jeugd. Er is veel maatschappelijke draagvlak om maatregelen te nemen die de gezondheid van de jeugd beschermen. Kinderen willen dat zelf ook. Toen Eric van den Burg wethouder in Amsterdam was en het programma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht was gestart, sprak hij regelmatig met groepen kinderen over de plannen. Kinderen waren vaak voor bescherming. Hun reactie was vaak: Als je vindt dat ik geen cola moet drinken, dan moet je me op school niet de keuze geven. Dan moet je drinken van water makkelijk maken. Eric haalde daar zijn motivatie uit om beschermende maatregelen te nemen, zoals het verbod op kindermarketing in Amsterdam.”
PvdV: Wat vind je van het voorstel van RVS om supermarkten te belonen als ze meer gezonde producten aanbieden?
JS: “Ik heb daar nog wel wat vragen bij. Kun je supermarkten die in volksbuurten te veel ongezonde producten aanbieden gaan beboeten? Wordt de consument geholpen met dit voorstel? Wordt boete doorberekend? Krijgt de consument meer vaardigheden, meer geld, meer mogelijkheden? En dan moet je ook nog gaan handhaven. “
PvdV: Hoe zou je burgers meer kunnen activeren om gezonde omgevingen op te eisen?
JS: “Ik denk aan twee acties. Onderzoek doen of het bedrijfsleven zich aan afspraken houdt. Dat doet o.a. foodwatch. Meer activisme. Zoals petities opstellen tegen kindermarketing, acties tegen vapen. Ten tweede burgers beter uitleggen hoe hun gedrag wordt gestuurd door de marketingafdelingen van bedrijven. Mensen denken dat ze hun eigen keuzes bepalen. Dat is echter maar beperkt. Daarom is het belangrijk dat mensen leren inzien dat hun gedrag wordt gestuurd. We hebben het rotsvaste geloof dat we ons eigen gedrag bepalen, misschien is het ook wel een griezelige gedachte dat je zo wordt beïnvloed door bedrijven, door de omgeving.”
PvdV: Heb je nog hoop dat we het tij weten te keren?
JS: “Ik was laatst in Bulgarije. En als je ziet hoe veel daar nog wordt gerookt, hoeveel verkeersslachtoffers er zijn, toen dacht ik: zo was het bij ons ook, en kijk eens wat we hebben bereikt. Dus waarom zouden we ook niet een volgende stap kunnen zetten? Bedrijven zijn niet alleen producent van producten en diensten, al dan niet gezond. Maar bedrijven zijn ook werkgever, en werkgevers willen meer investeren in preventie. Zij weten dat er een groot arbeidstekort komt, en minder jeugd. Dus dan moet die jeugd wel vitaal zijn, en niet nicotine-afhankelijk, mentaal ongezond en te dik.”.
PvdV: Je hebt afscheid genomen als hoogleraar bij de VU. Wat ga je privé en professioneel doen in de komende jaren?
Ik hoop meer nog vele jaren in te kunnen zetten voor een gezondere samenleving. Niet alleen door bestuurlijke taken maar ook door het theater in te gaan en mensen op een leuke manier te inspireren tot gezondere en bewustere keuzes.
PvdV: Dank je wel voor het gesprek
JS: “graag gedaan”.
Zoektermen op internet:
Paul van der Velpen, Jaap Seidell, preventie, interview, overgewicht, obesitas, jeugd, maatregelen, gezondheidsbescherming, voorlichting
