Door Léon Wever.  

There is no place like home’. Gupta Strategists laat zien dat er de afgelopen vijf jaar een verschuiving heeft plaatsgevonden van zorg in het ziekenhuis naar ‘ziekenhuiszorg’ thuis. Een actuele studie, bijvoorbeeld in het licht van het ambitieuze Integraal Zorg Akkoord, dat ongetwijfeld op de beleidsbureaus met belangstelling wordt bekeken. 

Er kan veel meer dan er gebeurt. 

Vijf jaar geleden gaf Gupta aan dat 41% van de ziekenhuiszorg thuis zou kunnen worden geleverd. Dat geldt bijvoorbeeld voor cardiologische en oncologische zorg. 

Die verschuiving van ziekenhuis naar thuis is groeiend, maar beperkt. Ongeveer 12% van de patiënten kan nu ziekenhuiszorg thuis krijgen en tweederde van de ziekenhuizen is hier min of meer concreet mee bezig. Er zijn de afgelopen jaren bevestigende antwoorden gekomen op de vragen ‘kan het’, ‘mag het’ en ‘betaalt het’. Maar erg snel vooruit gaat deze geit nou ook weer niet. Op het gebied van diagnostiek, chirurgie en verpleegkunde kan er veel meer buiten het ziekenhuis, dan nu gebeurt, zo constateert Gupta. 

De afgelopen jaren is – als gevolg van de coronamaatregelen – wel een sterke groei te zien geweest van online spreekuren. Met name gebeurt dat op het gebied van maag-lever-darm en andere interne geneeskunde. Het kan dus wel. 

Voor de patiënten hangt het er maar vanaf waar je woont. Grotere ziekenhuizen lijken hier grotere stappen te zetten, maar dat is zeker niet overal in het land zo, laat Gupta zien. 

Wat kunnen we leren van andere landen? 

Nederland is op dit punt trouwens bepaald geen voorloper. Gupta laat voorbeelden zien van Denemarken en Finland. In die landen zijn de ‘readiness’ en de ‘uitvoering’ het verste gevorderd, zoals dit blijkt uit overheidsbeleid, bekostigingsmogelijkheden en de zorgpraktijk. 

Wat moet er gebeuren om deze ontwikkeling verder te brengen? 

Er zijn volgens Gupta drie scenario’s voor de ontwikkeling naar ziekenhuiszorg thuis: laisser-faire, samenwerking of dirigisme. Laissez-faire is wat we nu doen. Dat leidt tot suboptimale en niet-efficiënte keuzes. Samenwerking tussen zorgaanbieders en verzekeraars kan het innovatieproces versnellen: gezamenlijk nieuwe zorgconcepten en standaarden ontwikkelen en met steun van de autoriteiten (ACM en NZa) mogelijk maken. Dirigisme vanuit de overheid is ook een veranderstrategie, maar deze past niet goed in het Nederlandse zorgstelsel. Bovendien heb je bij het stimuleren van innovaties in de zorg diepgaande kennis nodig van de zorgpraktijk, zicht op de technologische mogelijkheden en niet te vergeten nauwe banden met de mensen waar het om gaat: de patiënten en de zorgverleners. 

Een reality check? 

De analyses van Gupta zijn gebaseerd op openbare stukken, waarin staat wat er mogelijk is, niet op de praktijk waaruit blijkt wat er feitelijk gebeurt. Dat betekent aan de ene kant dat de mooi-weer-verhalen het beeld kunnen bepalen en aan de andere kant dat we niet zien wat er gebeurt als het niet is opgeschreven. Ook zitten er in de kwantitatieve analyses van Gupta behoorlijk wat aannames. De grote lijn is niettemin duidelijk: in vijf jaar zijn kleine stapjes gezet naar ziekenhuiszorg thuis.  

Het is een reality check als je naar de haalbaarheid van de alomvattende ambities kijkt, waarover men op landelijk niveau spreekt in het “Integraal Zorg Akkoord”. Maar zonder niet-vrijblijvende landelijke (en regionale) samenwerking en leiderschap krijgen we over vijf jaar opnieuw een Gupta-rapport met de zelfde analyses en conclusies: ziekenhuiszorg thuis kan best, maar het schiet niet op.