Door Noa de Smit, Isa Bijloo, Felicia Yarde en Judith Huirne.  

Samengevat artikel:

Inleiding

Vrouwengezondheid staat wereldwijd steeds hoger op de agenda, maar de urgentie om hierin te investeren wordt nog vaak onderschat. Het hier samengevat artikel, vindbaar via bovenstaande hyperlink, laat zien dat investeren in vrouwengezondheid niet alleen een kwestie is van rechtvaardigheid, maar ook een strategische keuze: het bevordert volksgezondheid, economische groei en een duurzaam zorgsysteem.

Vrouwengezondheid: de feiten op een rij

Vrouwen brengen gemiddeld negen jaar van hun leven door in slechte gezondheid, wat 25% meer is dan mannen (Ellingrud et al., 2024 Closing the women’s health gap | McKinsey). Opvallend is dat deze jaren zich niet aan het einde van het leven bevinden, maar juist in de vroege levensfase: van menarche (Ongesteld zijn (menstruatie) – De Gynaecoloog) tot menopauze (De overgang – De Gynaecoloog), precies de periode waarin vrouwen actief zijn in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Veelvoorkomende vrouwspecifieke aandoeningen zoals endometriose, adenomyose (Endometriose – De Gynaecoloog), myomen (Myomen – RTL nieuws), premenstrueel syndroom (PMS) (Premenstrueel syndroom (PMS) – De Gynaecoloog), stressincontinentie (Stressincontinentie – De Gynaecoloog) en menopauzale klachten spelen hierin een rol en hebben een grote impact op dagelijks functioneren, kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie.

Uit een Nederlandse enquête onder ruim 32.000 vrouwen blijkt dat 14% verzuimt van werk of school door menstruatieklachten en dat 81% aangeeft minder productief te zijn, ook wel presenteïsme genoemd: wel aanwezig zijn, maar niet volledig in staat om te presteren (Schoep et al., 2019 Productivity loss due to menstruation-related symptoms: a nationwide cross-sectional survey among 32 748 women). Internationaal ligt het verzuim door menstruatieklachten rond de 15%, met uitschieters tot 20% (Starr et al., 2025 Epidemiology of menstrual-related absenteeism in 44 low-income and middle-income countries: a cross-sectional analysis of Multiple Indicator Cluster Surveys – The Lancet Global Health). Ook recente Nederlandse cijfers laten zien dat hormoongerelateerde klachten, een aanzienlijke impact hebben op het functioneren op de werkvloer. Zo geeft 67% van de vrouwen met deze klachten aan toch door te werken terwijl zij zich ziek voelen (Hengel., 2025, 1 op 3 werknemers met hormoongerelateerde klachten verbergt deze).

Economische impact en productiviteitsverlies

De economische gevolgen hiervan zijn aanzienlijk. Volgens het NVOG-rapport bedragen de maatschappelijke kosten door vrouwspecifieke aandoeningen naar schatting jaarlijks 7,6 miljard euro, onder meer door zorgkosten, ziekteverzuim en productiviteitsverlies (NVOG-rapport-maatschappelijke-acceptatie-van-vrouwspecifieke-aandoeningen.pdf). Ook het McKinsey Health Institute laat zien dat investeren in vrouwengezondheid wereldwijd tot 1 biljoen dollar per jaar opleveren (Ellingrud et al., 2024 Closing the women’s health gap | McKinsey). Onvoldoende herkenning en behandeling van vrouwspecifieke klachten leidt tot verzuim en presenteïsme, en kan uiteindelijk resulteren in uitval uit het arbeidsproces. Vooral sectoren waarin veel vrouwen werkzaam zijn, zoals zorg en onderwijs, worden hierdoor het hardst geraakt, wat de druk op de arbeidsmarkt en bestaande personeelstekorten verder vergroot.

Diagnostiek en behandeling: structurele knelpunten

Aanpak van dit probleem vraagt om verbetering over de gehele zorgketen. Vrouwspecifieke aandoeningen blijven vaak een taboeonderwerp en zowel bij vrouwen als zorgverleners is nog onvoldoende kennis aanwezig. Zo bedraagt de tijd tot diagnose van bijvoorbeeld endometriose of adenomyose gemiddeld 8 tot 12 jaar, waarbij vrouwen vaak al acht zorgverleners hebben bezocht door vertraagde of misdiagnose (TDe Corte et al., 2024;Breton et al., 2026). Naast het feit dat dit resulteert in een inefficiënt zorgproces leidt deze vertraging ook tot onnodige ziekteprogressie, onnodige behandelingen en soms ingrijpende operaties zoals baarmoederverwijdering of vruchtbaarheidsbehandelingen, die wellicht voorkomen hadden kunnen worden bij eerdere diagnose en behandeling. Veel van deze aandoeningen zijn goed en in een vroeg stadium te diagnosticeren door middel van een geavanceerde gynaecologisch onderzoek inclusief Transvaginale echografie. Toch krijgt echografie binnen gynaecologische opleidingsprogramma’s nog onvoldoende structurele aandacht, en blijft formele accreditatie van echovaardigheden beperkt (Leonardi et al., 2018; Matschl et al., 2024). Het structureel opnemen van echografietraining in zowel de basisopleiding als vervolgopleidingen en het ontwikkelen van betere middelen kan de diagnostiek in de eerste en tweede lijn verbeteren, de tijd tot diagnose verkorten en onnodige zorgtrajecten voorkomen. Daarnaast zijn veel van de behandelingen van vrouwspecifieke aandoeningen vaak gericht op symptoombestrijding, bijvoorbeeld met hormonale therapie, pijnstillers of operaties. Er moet meer aandacht komen voor het ontwikkelen van innovatieve, patiëntgerichte behandelingen die de oorzaak aanpakken, de vruchtbaarheid behouden en bijwerkingen minimaliseren.

Onderzoek en innovatie: een ondergeschoven kindje

Hoewel investeren in vrouwengezondheid grote voordelen biedt, blijft financiering achter. Volgens het WHAM-rapport levert elke geïnvesteerde dollar een 40-voudig rendement op (Wham Now, 2025), terwijl op dit moment slechts 1% van het farmaceutisch onderzoeksbudget naar vrouwspecifieke aandoeningen gaat (Reuters, 2025). Dit belemmert de ontwikkeling van broodnodige diagnostische en therapeutische innovaties.

Menstruatieverlof: alleen zinvol bij betere behandeling en diagnostiek

Steeds meer landen erkennen het belang van menstruele gelijkheid en voeren beleid zoals menstruatieverlof in. Japan was hierin koploper in 1947, gevolgd door onder andere Indonesië, Zuid-Korea, Taiwan, Zambia en recent Spanje (Olsen et al., 2025). In Nederland is menstruatieverlof geen standaard maar is wel toenemend een onderwerp van gesprek bij diverse CAO onderhandelingen. Hoewel dergelijke regelingen kunnen bijdragen aan het doorbreken van taboes en het bespreekbaar maken op de werkvloer, brengen ze ook risico’s op stigmatisering en ongelijke kansen met zich mee (Barnack-Tavlaris et al., 2018). Zonder verbetering van diagnostiek en behandeling blijft menstruatieverlof vooral symptoombestrijding in plaats van een structurele aanpak die het onderliggende probleem oplost.

Relevantie voor leidinggevenden in de zorg

Aangezien een groot deel van de beroepsbevolking uit vrouwen bestaat, is kennis over vrouwengezondheid voor zowel leidinggevenden als werknemers van belang. Door tijdige herkenning en behandeling van vrouwspecifieke aandoeningen kan de inzetbaarheid van vrouwen worden vergroot, wat bijdraagt aan het terugdringen van personeelstekorten. Leidinggevenden kunnen een sleutelrol vervullen door bewustwording te vergroten en te zorgen voor een werkomgeving waarin klachten bespreekbaar zijn en vrouwen tijdig naar passende zorg worden begeleid. Op dit moment bespreekt slechts 12% van alle vrouwen met hevige VSA (Vrouw Specifieke Aandoeningen) klachten dit met hun leidinggevende en slechts 2% met de bedrijfsarts. (Hengel., 2025). Echter je kunt leidinggevenden niet verantwoordelijk houden voor een “falend” zorgsysteem. Om de tijd tot diagnose en tijdige behandeling structureel op te lossen is verbetering nodig van de hele keten.  

Om hiermee vast een start te maken is het Amsterdam UMC sinds januari 2025 gestart met een gratis spreekuur voor medewerkers met vrouwspecifieke klachten. Het spreekuur biedt een uitgebreid gespecialiseerd consult inclusief een eventuele geavanceerde echo. Naast het verkorten van de tijd tot diagnose en daarmee snellere behandeling, beogen we hiermee ook de autonomie en zelfmanagement van vrouwen te vergroten, huisartsen te ondersteunen en het taboe te doorbreken om zo bij te dragen aan duurzame inzetbaarheid. Onze triage VSA poli is opgezet met input van huisartsen, bedrijfsartsen en patiëntenorganisaties. We vinden het belangrijk dat we de zorg in de hele keten verbeteren en dat er ook een breed draagvlak is voor deze innovatie.

Wat is er nodig om het zorgsysteem te optimaliseren

De gratis poli is gestart in AmsterdamUMC, maar de kennis die we hebben opgedaan en alle middelen die we hebben ontwikkeld willen we graag delen met andere ziekenhuizen die ook deze poli willen aanbieden aan hun medewerkers. Om meer inzicht te krijgen in de huidige knelpunten en welke interventies de meeste toegevoegde waarde hebben, doen we onderzoek met alle data die we verzamelen tijdens de triagespreekuren. Met deze kennis willen we uiteindelijk het transmurale zorgpad optimaliseren en efficiënter maken voor alle vrouwen. Dit vergt ook een doorontwikkeling van betere diagnostische middelen, zelfmanagementtools en gerichte liefst medicamenteuze behandelingen. Daarom zijn we ook het public-private partnership gestart met verschillende belangrijke stakeholders om samen met patiëntenorganisaties, bedrijven en kennisinstellingen met subsidie van Health Holland hier een start mee te maken (FEMCURE geraadpleegd op 15 5 26).

Het optimaliseren van het zorgsysteem voor vrouwspecifieke aandoeningen vraagt dus om samenwerking en gerichte investeringen door overheid, zorginstellingen, kennisinstituten en het bedrijfsleven. De Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025 biedt een belangrijk fundament, met aandacht voor onderzoek, vroege signalering, diagnostiek en innovatie (Nationale Strategie Vrouwengezondheid, 2025). Maar alleen plannen zijn niet voldoende om deze ambitie ook waar te maken.

Kortom

Investeren in vrouwengezondheid is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook een strategische noodzaak voor de samenleving als geheel. Het verbeteren van diagnostiek, behandeling en begeleiding van vrouwspecifieke aandoeningen, geeft een hogere kwaliteit van leven, meer arbeidsparticipatie en lagere zorgkosten en een efficiënter zorgsysteem. Daarmee is het niet langer de vraag of we ons kunnen veroorloven om in vrouwengezondheid te investeren, maar eerder of we het ons kunnen veroorloven om dat níet te doen. En daarom roepen we ook alle partijen op om samen met ons hun verantwoordelijkheid te nemen om dit doel te bereiken.

Over de auteurs

Alle auteurs zijn werkzaam in het Amsterdam UMC bij de afdeling gynaecologie en zijn ingebed in het onderzoeksinstituut Amsterdam Reproduction and Development (AR&D).

Noa de Smit is arts-assistent gynaecologie en verloskunde en verricht tevens promotie onderzoek naar vrouwspecifieke aandoeningen, in het bijzonder myomen met onder andere aandacht voor minimaal invasieve behandelingen van myomen.

 Isa Bijloo is arts-onderzoeker gynaecologie op de VSA poli en doet promotieonderzoek naar core-outcome set voor VSA en de (maatschappelijke)impact van de VSA poli voor eigen medewerkers.

Felicia Yarde is gynaecoloog en gespecialiseerd in Vrouwspecifieke aandoeningen, hormonale aandoeningen en kindergynaecologie. Ze is coördinator van de VSA poli voor eigen medewerkers en de verbindende factor voor Vrouwengezondheid in Amsterdam UMC.

Judith Huirne is gynaecoloog en hoogleraar gynaecologie en gespecialiseerd in diagnostiek en minimaal invasieve behandelingen. Ze is mede initiatiefnemer van het project maatschappelijke acceptatie Vrouwspecifieke aandoeningen, ze is initiatiefnemer de gratis poli voor medewerkers met vrouwspecifieke aandoeningen, van het FEMCURE programma en van het internationale training- en researchcenter VSA. Ze is lid van het kernteam alliantie Vrouwengezondheid en ze is onderdeel van het MI Global Network Women’s Health. Huirne is bereikbaar via j.huirne@amsterdamumc.nl

Zoektermen op internet: 

Noa de Smit, Isa Bijloo, Felicia Yarde, Judith Huirne, Women’s health gap Lancet 2026, economische impact vrouwspecifieke aandoeningen, NVOG rapport maatschappelijke kosten vrouwengezondheid, presenteïsme menstruatieklachten Schoep, diagnostische vertraging endometriose, triage VSA poli Amsterdam UMC, Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025, transvaginale echografie gynaecologie opleiding, McKinsey Health Institute womens health, FEMCURE Health Holland.