Door Guus Schrijvers, redacteur.
Besproken proefschrift: N.Kleinenberg, From frailty and care to vitality and preparedness in older age: the new public health challenge, Groningen, 28 mei 2025.
Introductie
De bevolking veroudert, een ontwikkeling die wereldwijd zichtbaar is, en ook in Nederland. Met een toename van het aantal ouderen neemt ook het aandeel kwetsbare ouderen in de populatie toe. Bovendien is de verwachting dat toenemende aantallen ouderen afhankelijk zullen worden van afnemende aantallen werkende volwassenen. Daarbij komt nog dat er meer vraag zal zijn naar mantelzorg, maar juist minder beschikbaarheid van potentiële mantelzorgers. Deze ontwikkelingen veroorzaken druk op de gezondheidszorg en hebben negatieve gevolgen voor individuen, zoals minder beschikbaarheid van zorg, minder ondersteuning en hulp bij dagelijkse activiteiten. Nanda Kleinenberg schreef een proefschrift over deze ontwikkelingen. Hieronder volgt een samenvatting daarvan, die de redacteur maakte.
- Ik kortte hiervoor de Nederlandse samenvatting in het proefschrift in,
- Ik liet referenties en besprekingen van andere studies weg en
- Ik bespreek niet de gebruikte onderzoeksmethoden en evenmin de vier uitstekende vragenlijsten in de bijlagen, die Kleinenberg gebruikte om te komen tot haar onderzoeksresultaten.
Hiervoor verwijst de redacteur naar de oorspronkelijke dissertatie. Ik voeg hier en daar bij vaktermen verklarende hyperlinks toe.
Voorkom kwetsbaarheid van ouderen
Het algemene doel van dit proefschrift is te onderzoeken hoe een transitie gemaakt kan worden van het bieden van zorg aan kwetsbare ouderen naar het voorkómen van kwetsbaarheid en het stimuleren van gezondheid en vitaliteit op latere leeftijd. Drie meer specifieke doelen zijn opgesteld om dit algemene doel te bereiken:
- Inzicht geven in kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen in Nederland en de impact van kwetsbaarheid op gezondheidsuitkomsten (deel 1 van het proefschrift);
- Inzichtelijk maken van perspectieven en ervaringen van ouderen op het gebied van kwetsbaarheid en wat daar tegenover staat (deel 2);
- Inzicht geven in perspectieven en gedrag ten aanzien van voorkomen van kwetsbaarheid en voorbereiden op latere leeftijd (deel 3).
Deel 1: Het meten en de impact van kwetsbaarheid
In het eerste deel van het proefschrift staan het monitoren van kwetsbaarheid in de Nederlandse thuiswonende oudere bevolking, en de impact van kwetsbaarheid op gezondheidsuitkomsten centraal. In de cross-sectionele studie in hoofdstuk 2 is de FIHM37 oftewel de Frailty Index Health Monitor ontwikkeld, een index voor kwetsbaarheid die is samengesteld uit een bestaande nationale gezondheidsenquête, de Nederlandse Gezondheidsmonitor van Volwassenen en Ouderen. Voor de constructie van de index zijn de onderwerpen uit deze Gezondheidsmonitor besproken door het onderzoeksteam, waarna een eerste selectie van onderwerpen werd gemaakt. In totaal werden 42 gezondheidstekorten uit het fysieke, sociale en psychologische gezondheidsdomein geselecteerd op basis van literatuur, andere indexen voor kwetsbaarheid, validiteit en gebruikelijke criteria voor het ontwikkelen van een dergelijke index. Zevenendertig tekorten hadden sterke psychometrische kenmerken en werden behouden in de index, resulterend in de FI-HM37. Deze 37 tekorten zijn geclusterd in acht domeinen:
- Ervaren gezondheid
- Aanwezigheid chronische aandoeningen
- Functionele beperkingen
- Angst en depressie
- Zelfmanagement
- Lengte en gewicht
- Lichaamsbeweging
- Eenzaamheid
Aan het proefschrift (en dus ook aan deze samenvatting) ontbreken:
- Een overzicht van de verdeling van de 37 items over deze acht domeinen.
- Een instructie aan gebruikers van de FIHM37 om voor de eigen regio of bediende populatie de kwetsbaarheid onder ouderen te meten.
Het voordeel van deze index is dat daarvoor geen eigen data-verzameling door middel van een vragenlijst nodig is. De genoemde gezondheidsmonitor van CBS/GGD/GHOR en RIVM bestaat al vele jaren en wordt per GGD-regio afgenomen.
Resultaten wijzen erop dat de genoemde gezondheidsenquête is te gebruiken ook al is die niet met het doel opgezet om kwetsbaarheid onder ouderen te meten..
Meer kwetsbaarheid = Meer zorggebruik
In hoofdstuk 3 is de impact van kwetsbaarheid bij ouderen op gezondheidsuitkomsten onderzocht. Kwetsbaarheid is gemeten door middel van de hierboven besproken FI-HM37. De promovendus zocht naar het verband hiervan met het gebruik van de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo), wijkverpleegkunde, medicijngebruik en sterfte. Dit hoofdstuk toont aan dat naarmate kwetsbaarheid, gemeten met de FI-HM37 toeneemt, het gebruik van Wmo-ondersteuning, wijkverpleging, medicijngebruik en de kans op sterfte ook toenemen. Deze bevindingen benadrukken het belang van preventie van kwetsbaarheid voor ouderen en van publieke gezondheidsbeleid.
Deel 2: Perspectieven op en ervaringen met kwetsbaarheid
Het tweede deel van het proefschrift beschrijft de perspectieven en ervaringen van ouderen op het gebied van kwetsbaarheid en wat daar tegenover staat. Een uitgebreide kwalitatieve studie is uitgevoerd, waarvoor in totaal 36 thuiswonende ouderen van 65 jaar en ouder zijn geïnterviewd. Deze interviewdata vormen de basis voor de studies in hoofdstukken 4, 5 en 6 (deel drie van het proefschrift). In de kwalitatieve studie in hoofdstuk 4 worden de perspectieven van thuiswonende 65-plussers over kwetsbaarheid en wat daar tegenover staat, verkend op basis van semi-gestructureerde interviews.
Deelnemers beschrijven fysieke, sociale en psychische gezondheidsdomeinen als deel van het bredere begrip kwetsbaarheid. De deelnemers beschrijven ook beperkte financiële ruimte en beperkte digitale bekwaamheid als aspecten van kwetsbaarheid. Voor concepten tegenovergesteld aan kwetsbaarheid, zoals veerkracht en vitaliteit, onderscheiden de deelnemende ouders eveneens fysieke, sociale en psychische gezondheidsdomeinen. Vooral bij de concepten tegenovergesteld aan kwetsbaarheid, is het psychische domein dominant volgens de ouderen. Dit geeft mogelijkheden om te focussen op de (psychische) mogelijkheden van ouderen zelf in het omgaan met kwetsbaarheid en de gevolgen van kwetsbaarheid.
In hoofdstuk 5, is het doel inzicht te verkrijgen hoe kwetsbaarheid gedrag en functioneren beïnvloeden volgens thuiswonende ouderen. Semi-gestructureerde interviews met 65-plussers zijn uitgevoerd. Bevindingen duidden erop dat kwetsbaarheidservaringen tijdelijk zijn en gerelateerd zijn aan persoonlijke ervaringen, levensgebeurtenissen of interne triggers. Omgaan met kwetsbaarheid en ervaringen van kwetsbaarheid blijken sterk geïndividualiseerd. Bovendien zijn psychische aspecten cruciaal in het omgaan met kwetsbaarheid.
Deel 3: Preventie van kwetsbaarheid en voorbereiden op latere leeftijd
Het laatste deel van dit proefschrift is gericht op perspectieven en gedragingen voor preventie van kwetsbaarheid en voorbereidingen daarop voor latere leeftijd. De kwalitatieve studie in hoofdstuk 6 heeft als doel te beschrijven wat de perspectieven, houding en gedrag van ouderen zijn aangaande preventie van kwetsbaarheid en goed ouder worden. Semi-gestructureerde interviews zijn afgenomen bij de eerdergenoemde 36 65-plussers. Vier thema’s zijn geïdentificeerd:
- Preventieve strategieën versus omgaan met kwetsbaarheid;
- Praktische voorbereidingen versus niet voorbereiden;
- De complexiteit van ondersteuning: van wie en op welk moment;
- Mogelijkheden voor, versus gebruik van georganiseerde activiteiten.
De geïnterviewde ouderen willen graag onafhankelijk blijven en zelfregie behouden. Al benadrukken ze eigen verantwoordelijkheid in het ouder worden en voorbereiden op de oude dag, ze erkennen ook dat er mensen zijn die hier ondersteuning bij nodig hebben. Interventies gericht op het voorkomen van kwetsbaarheid zouden de diversiteit in de oudere populatie daarom zeker in acht moeten nemen.
Voorbereiding door ouderen op wonen en vrijetijdsbesteding vindt nauwelijks plaats
In de mixed-methods studie in hoofdstuk 7, is het doel te begrijpen wat de focuspunten, behoeften en wensen zijn van mensen van middelbare leeftijd en ouderen, in de voorbereidingen op latere leeftijd. In totaal zijn 134 vragenlijsten over voorbereiden op latere leeftijd ingevuld; zes focusgroepen georganiseerd, en twee individuele interviews afgenomen. Voorbereiden op latere leeftijd varieerde tussen de vier hierboven genoemde thema’s. Terwijl respondenten hoog scoorden op voorbereiden op thema’s als persoonlijke relaties en fysieke en mentale fitheid, werd het voorbereiden op thema’s als wonen en vrijetijdsbesteding veel minder gedaan. Deelnemers identificeerden een extra thema, buurt, dat niet in de vragenlijst was opgenomen. Bovendien werden verschillende sub-thema’s toegevoegd aan bestaande thema’s gezondheid en persoonlijke relaties. Hoewel veel mensen wel nadachten over voorbereidingen voor latere leeftijd, hielden slechts weinig zich bezig met concrete voorbereidingen. Lokale betrokkenen, zoals gemeenten, welzijnsorganisaties en GGD’en, zouden volwassenen en ouderen moeten stimuleren, faciliteren en ondersteunen in het voorbereiden op latere leeftijd. Betere voorbereiding kan helpen met preventie of uitstellen van kwetsbaarheid, onafhankelijkheid verlengen en kwaliteit van leven verbeteren.
Nabeschouwing: Er bestaat een tweedeling tussen voorbereiders en niet-voorbereiders van een vitaal leven
In relatie tot voorbereiden op latere leeftijd is een tweedeling gevonden tussen mensen die voorbereidingen treffen voor latere leeftijd, en die dat niet doen. Actieve voorbereidingen zijn vooral gericht op fysieke gezondheid, zoals voeding en beweging, en wonen. De buurt waarin men woont is een thema waar men veel over nadenkt in relatie tot latere leeftijd: de buurt wordt gezien als essentieel voor goed en vitaal ouder worden. Vooral de aanwezigheid van faciliteiten en sociale relaties zijn hierbij van belang. Voor professionals in publieke gezondheid duiden deze bevindingen erop dat zij zouden moeten beogen meer zichtbaar te zijn voor mensen, en dat concrete ondersteuning zou moeten worden geboden in het voorbereiden op latere leeftijd. Dit vraagt kennis van lokale context en de lokale bevolking, bijvoorbeeld over hoe inwoners het beste bereikt kunnen worden, met wie samenwerking moet worden gezocht en op welke thema’s de focus zou moeten liggen. Vanwege deze lokale aspecten zou dit bij uitstek een taak voor gemeenten kunnen zijn. Preventieve interventies ten aanzien van preventie van kwetsbaarheid en goed oud worden, moeten concreet zijn en tegelijkertijd een brede aanpak hebben met aandacht voor fysieke, sociale, psychische, cognitieve en omgevingsaspecten.
Kortom
In plaats van omgaan met de gevolgen van kwetsbaarheid en de daaraan gerelateerde vraag naar gezondheidszorg, moet een transitie plaatsvinden naar de bewustwording van en voorbereiding op de veranderingen die plaatsvinden bij het ouder worden. Dit vraagt een benadering vanuit publieke gezondheid, gericht op preventie voor de gehele doelgroep.
Zoektermen voor internet
Guus Schrijvers, langdurige zorg, preventie, kwetsbaarheid, ouderen, proefschrift, Nanda Kleinenberg, zorggebruik, voorbereiding

Het is mijn ervaring als “oud zorg-bestuurder in de ouderenzorg” dat mensen tot actie overgaan als er sprake is van een crisis in de thuissituatie.
De Provinciale Seniorenbonden georganiseerd in het Senioren Netwerk Nederland zetten zich de afgelopen jaren in voor het project “Senior Zelf aan Zet”. Een project dat zich richt op de bewustwording van senioren op de onderwerpen: Wonen, Zorg en welzijn en het gebruik van de digitale hulpmiddelen in de thuissituatie. De bonden hebben enkele concrete concepten ontwikkelt: Het concept van de woonscan om te beoordelen of de eigen woning “ Zorggeschikt” is, Het concept van de “Voorzorgcirlkels” om de sociale netwerken in de straat en wijk te versterken en het concept van de “Helden”, een systeem van alarmering dat gebruik maakt van informele vraagopvolgers, de “Helden” van de straat. Deze drie concepten worden uitgerold door de burgers, cq senioren zelf met (soms) een steuntje in de rug van de lokale overheid.
Het is de ervaring dat deze drie concepten een versterking geven van de zelfzorg en de samenzorg en daardoor een vermindering van de zorgconsumptie.
Het is een interessante vraag wat het effect is van deze concepten op de ervaren gezondheid van senioren?
Beste Peter,
Dank voor je reactie. Eens dat voor deze drie concepten evaluatiestudies nodig zijn. Je noemt dat ervaring leert, dat deze drie interventies leiden tot minder zorgconsumptie. Staan die ervaringen al; ergens op schrift. Wil je deze naar mij toesturen? Wellicht zit er een artikel in voor de Nieuwsbrief.