Door Karlijn Cazemier, teammanager polikliniek pre-operatieve screening, Reinier Tromp Meesters, anesthesist en Bastiaan van Hoorn, arts-onderzoeker.  

Dit artikel bevat een samenvatting van het oorspronkelijke artikel: “Van Hoorn BT, Tromp DJ, van Rees RCM, van Rossenberg LX, Cazemier HK, van Heijl M, Tromp Meesters RC. Effectiveness of a digital vs face-to-face preoperative assessment: A randomized, noninferiority clinical trial, J Clin Anesth. 2023 Nov 9.”  

Introductie 

Een screening voorafgaand aan een operatie (preoperatieve screening, POS) is essentieel om risico’s voor patiënten tijdens de operatie zo veel mogelijk te beperken en het herstel na de operatie te bespoedigen. Het goed informeren van de soms angstige patiënt over opname, operatie, anesthesie, werkwijze, risico’s en bijwerkingen is ook onderdeel van de screening. Wanneer dit goed wordt uitgevoerd kan het de kans op overlijden en ongewenste neveneffecten verlagen, opnameduur verkorten en ook last-minute afzeggingen van operaties voorkomen. Echter, een kwalitatief goede POS is tijdrovend. En met het groeiend aantal ouderen dat een operatie ondergaat neemt de druk op de afdelingen die deze screenings uitvoeren toe.  
Er zijn meerdere studies bekend waarin de efficiëntie van een deels digitale POS is onderzocht. Een voorbeeld is een studie van Milne-Ives et al.,2022, waar patiënten preoperatief werden gescreend middels digitale vragenlijsten en voorzien werden van digitale informatie. In de helft van de gevallen was een fysieke afspraak niet meer nodig. Dit verlaagde de werkdruk en kosten met bijna 40%. Naast efficiëntie is kwaliteit (in de vorm van veiligheid, gemiste diagnoses, adequate informatievoorziening en patiënttevredenheid) een belangrijk criterium bij digitalisering van de POS. 

De onderzoeksvraag binnen het Diakonessenhuis te Utrecht en Zeist 

Aangezien nog niet eerder onderzocht was of een digitale POS even effectief en veilig is als een fysieke POS heeft het Diakonessenhuis te Utrecht/Zeist hier een studie naar verricht. Er is onderzocht of patiënten die digitaal gescreend werden niet minder goed herstellen na een operatie dan patiënten die fysiek gescreend werden. Daarnaast is er gekeken of er verschillen zijn in mate van angst voor de operatie, stress in de keuze voor anesthesie methode, tevredenheid van patiënten, duur van opname in het ziekenhuis, complicaties, de betrouwbaarheid van de ASA-score (score gegeven door anesthesisten aan patiënten om hun algehele medische toestand te bepalen) en kosten.  

Opzet van de studie 

Het betrof een non-inferioriteitstudie. Daarin wordt onderzocht of een interventie niet minder effectief is dan een standaardbehandeling. Alle Nederlandse patiënten met beschikking over een online computer thuis, die gescreend moesten worden voor hun opkomende operatie, werden gevraagd deel te nemen aan de studie. Vervolgens werden zij geloot over twee groepen: de digitale groep (interventie) of de fysieke groep (reguliere zorg). In de digitale groep kregen patiënten een digitale vragenlijst om hun gezondheid in kaart te brengen en vervolgens toegang tot een onlineportaal met informatie over hun operatie en mogelijke anesthesie methoden. De anesthesist of physician-assistant (PA) belde de patiënt vervolgens om informed-consent (akkoord van de patiënt) te verkrijgen over de anesthesie methode. In de fysieke groep werden patiënten uitgenodigd voor twee gesprekken van 20-minuten met een verpleegkundige en een anesthesist in het ziekenhuis. De studie werd goedgekeurd door de regionale medisch ethische toetsingscommissie (MEC-U). Een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksmethode is te vinden in het originele wetenschappelijke artikel.  

Resultaat 

Van maart 2021 tot en met augustus 2021 zijn in totaal 480 patiënten gevraagd deel te nemen aan het onderzoek waarvan 400 patiënten instemden en zijn geloot over de 2 groepen: 201 in de digitale groep en 199 in de fysieke groep. Daarvan bleven 124 patiënten over in de digitale groep en 117 patiënten in de fysieke groep doordat operaties werden afgezegd of patiënten de vragenlijsten thuis niet invulden. Er werden tussen de twee groepen geen belangrijke verschillen gezien in de patiëntkarakteristieken leeftijd, geslacht, fysieke gezondheid. 

Afbeelding met tekst, schermopname, lijn, Perceel

Automatisch gegenereerde beschrijvingTekstvak

Patiënten in de digitale groep bleken niet slechter te herstellen na operatie dan patiënten in de fysieke groep. Afbeelding 1 laat de spreiding zien (rode lijn) van het verschil in kwaliteit van herstel scores tussen patiënten in de digitale en fysieke groep. De 2.5 procent slecht herstellende patiënten (onderkant van de rode lijn) in de digitale groep hebben niet merkbaar meer klachten dan ieder andere patiënt in de fysieke groep. De onderkant van de rode lijn, -2.1, ligt boven de non inferioriteit marge van -6). 

Tussen de groepen werd evenmin verschil gevonden in mate van angst voor de operatie, stress in de keuze voor anesthesie methode, tevredenheid over de informatie en het zorgproces, duur van opname, em complicaties (tabel 1). De betrouwbaarheid van de ASA-score gegeven door anesthesisten of PA’ers was hoog en vergelijkbaar in beiden groepen (zie originele wetenschappelijke artikel). In de digitale screening lagen de arbeidskosten 26% lager dan in de fysieke screening.  

Er waren geen significante verschillen in angst voor de operatie (STAI-score), Tabel digitale en stress in de keuze voor anesthesie (DCS-score), tevredenheid van patiënten met de informatie en het proces afzonderlijk (satisfaction), duur van opname in het ziekenhuis (postoperative admission days), afzeggingen van preoperatieve screening consulten (PAC appointment cancelations), afzeggingen van operaties (surgery cancelations) en complicaties (complications).  

Discussie 

De resultaten van dit onderzoek suggereren dat een digitale preoperatieve screening niet slechter is dan een fysieke preoperatieve screening wat betreft kwaliteit van herstel na de operatie. Het verminderen van het aantal fysieke consulten leidt tot lagere arbeidskosten en in potentie meer tijd voor zorgprofessionals om zorg te verlenen aan patiënten waarbij dat harder nodig is. Daarnaast hebben patiënten met het onlineportaal 24/7 toegang tot begrijpelijke informatie over hun aanstaande operatie.   

Een sterk punt van deze studie is dat de resultaten in hoge mate van toepassing zijn op andere tweedelijns stadsziekenhuizen in Nederland, aangezien we een brede chirurgische populatie hebben onderzocht: patiënten van 18 t/m 89 jaar, met en zonder medische voorgeschiedenis (ASA 1-4), vanuit alle chirurgische specialismen en onder behandeling van een diverse groep zorgprofessionals. Daarnaast is het naar ons weten de eerste randomized controlled trial (lotingsstudie) die kijkt naar de effectiviteit van een digitale screening middels een uitgebreid palet aan patiënt gerelateerde uitkomsten.  

Een beperking van deze studie is dat de omvang van de onderzochte populatie niet toereikend is om een relevant verschil in complicaties aan te tonen. Duizenden patiënten zijn nodig, met behulp van gecombineerde data uit verschillende ziekenhuizen, om relevante verschillen hierin op te sporen. Echter, complicaties met ernstige medische gevolgen zijn zeldzaam in het preoperatieve screeningsproces.  

Concluderend laat deze studie zien dat een digitale preoperatieve screening effectief is en kosten kan besparen. Een uitgebreide kosteneffectiviteit studie vanuit ziekenhuis en maatschappelijk perspectief is nodig om goed (landelijk) beleid te kunnen maken.  

Tot slot 

In het Diakonessenhuis heeft dit onderzoek geleid tot herinrichting van de POS en wordt momenteel 70 procent van de patiënten digitaal gescreend. Momenteel wordt er gewerkt aan een ASA-algoritme (geautomatiseerd bepalen van ASA op basis van antwoorden op digitale vragenlijst) en onderzoeken we de mogelijkheden voor een digitaal informed consent. Dit doen wij in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie. 

Wij hopen dat onze studie en werkwijze andere ziekenhuizen inspireert tot een herontwerp en digitalisering van het preoperatieve screeningsproces, ten gunste van de patiënt, zorgverlener en het ziekenhuis. Wat ons betreft zou een patiënt waar mogelijk altijd de keuze moeten krijgen digitale of fysieke zorg te ontvangen. Daarbij is het uiterst belangrijk dat de digitale zorg makkelijk en toegankelijk is.  

Over de auteurs 

Bastiaan van Hoorn verrichte zijn promotieonderzoek als arts-onderzoeker in het Diakonessenhuis bij de afdelingen chirurgie en anesthesie waar hij binnenkort op promoveert aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast heeft hij gewerkt als arts op de afdelingen chirurgie en plastische chirurgie. Momenteel is hij in opleiding tot huisarts aan de Universiteit van Amsterdam en houdt hij zich bezig met de ontwikkeling van digitale zorg voor patiënten met hand -en pols problematiek in het Diakonessenhuis, bastiaanvanhoorn@gmail.com 

Karlijn Cazemier studeerde Biomedical Engineering aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na een aantal jaar als health care consultant te hebben gewerkt bij PwC maakte zij de overstap naar intern adviseur in het Diakonessenhuis. Gedurende het hier beschreven onderzoek was zij tevens leidinggevende van de POS afdelingen in Utrecht en Zeist. Inmiddels werkt Karlijn als afdelingshoofd Waardegedreven zorg in het St. Antoniusziekenhuis, k.cazemier@antoniusziekenhuis.nl . 

Reinier Tromp Meesters is een ervaren anesthesioloog-intensivist met grote belangstelling voor ketenzorg vanuit patiëntperspectief en innovatie. Hij is tevens CMIO in het Diakonessenhuis. Daarbij voelt hij passie bij minder regeldruk, efficientie en warme menselijke zorg, rtromp@diakhuis.nl. 

Zoektermen op internet:

Karlijn Cazemier, Bastiaan van Hoorn, Reinier Tromp Meesters, Pre-operatieve screening, onderzoek, ziekenhuizen, digitale screening, POS, digitalisering