Door Karel-Peter Companje, medisch historicus.
Een probleem bij het bezoek aan een kapper
Het beroep van kapper had aan het begin van de twintigste eeuw voor- en nadelen. Naast het café was de kapperszaak dé sociale ontmoetingsplek en klanten klaagden weinig over de behandeling. Kapper werd als een afwisselend beroep gezien, waardoor het voor jongens aantrekkelijk werd gevonden om als gezel-scheerder het vak te leren. De clientèle was echter niet altijd vrij van minder prettige aandoeningen. De gezel-scheerder deed bij een scheerbeurt de klant een doek om, zeepte hem met de kwast of met de hand en ontdekte dan dat de man leed aan baardschurft (zie afbeelding). Vervolgens werd de klant eenmaal omlaag en omhoog geschoren met alle besmettelijke en bloederige gevolgen van dien.

Baardschurft of Tineae barbae is een door een schimmel, Tinea Verrucosum, veroorzaakte ontsteking van de huid in het gelaat waar bij mannen de baardgroei optreedt. Het woord baardschurft is eigenlijk onjuist, want de ontstekingen worden niet veroorzaakt door de schurftmijt. Vaak komt de infectie voor als ontsteking of als granuloom, een reactie op een chronische ontsteking, in of onder de huid.
De behandeling door de eeuwen heen
Baardschurft was al in het oude Egypte bekend: als baardplage; een straf van de goden. Er is een legende dat Toetanchamon een valse baard had om deze schurft te verbergen. Inwrijving met het sap van de sycamorevijg, de heilige boom van de koeiengod Hathor (zie afbeelding hieronder) zou verlichting kunnen brengen.

Grondlegger dermatologie legt basis voor moderne diagnostiek
In 1808 beschreef de Engelse arts Robert Willan (1757‑1812, zie afbeelding hieronder), grondlegger van de dermatologie, in zijn boek On Cutaneous Diseases ziekten als krentenbaard, lupus, psoriasis, sclerodermie, ichtyose en sycose of baardschurft.

Willan bouwde voort op ontdekkingen van de Italiaan Girolamo Mercuriali en zijn De morbis cutaneis uit 1572 en op De morbis cutaneis van Daniel Turner uit 1712.
Alternatieve geneeswijzen: zwavelspiritus tegen baardschurft
Baardschurft was een dankbare ziekte voor alternatieve geneeswijzen en kwakzalvers. Samuel Hahnemann, de grondlegger van de klassieke homeopathie, beschouwde baardschurft als een van drie miasma’s die chronische ziekten konden veroorzaken naast syfilis en psora. Hahneman veronderstelde dat schurftmijten en schimmels, net als de verwekker van syfilis, huidaandoeningen veroorzaakten die via de huid en de slijmvliezen naar binnen drongen en voor een scala aan inwendige ziekten zorgden. Hij ontwikkelde aan de hand van geneesmiddelenproeven antipsorische middelen als zwavelspiritus tegen kwalen als baardschurft.
Rode kwikoxide in Friesland (1922)
Wonderdokters adviseerden in Friesland soms het insmeren met eigen wetter, ofwel urine. In het Maandblad uitgegeven door de Vereeniging Tegen de Kwakzalverij van januari 1922 werd de zalf tegen baardschurft van Dr. G. te D. onderzocht. Het middel bestond uit rode kwikoxyde, loodacetaat, kamfer en vet. Toepassing scheen geen kwaad te kunnen.
Een flinke boete in Rijswijk
In het Zuidhollandse Rijswijk dreef Jacob Zeijlemaker in 1900-1925 een drogisterij, maar Zeijlemaker vond dat hij meer kon dan dropjes verkopen. Hij hield een kruidentuin achter zijn huis voor de samenstelling van diverse geneesmiddelen. Lijders aan baardschurft kregen van hem een samenstelling van oxyd hydrarg en pasta lassar. Hij raadde hen aan geen vocht uit te wrijven met slaolie. Zijn nevenberoep leverde hem een veroordeling met een flinke boete voor ongeoorloofd uitoefenen van de geneeskunde op.
Wonderdokter in Tull en ’t Waal verdiende goed aan zijn roze huidzalf
Piet Hommelberg was rond 1900 de wonderdokter van het dorpje Tull en ‘t Waal. Hij verkocht een roze huidzalf waarvan werd gezegd dat deze tegen iedere huidkwaal hielp. In 1938 spande de huisarts W.V. van der Hoofd uit Beesd een rechtszaak tegen Hommelberg aan, omdat een van zijn patiënten diens zalf gebruikte. Hommelberg werd gratis bijgestaan door de Utrechtse advocaat W.J.G. Vermeulen, omdat deze raadsman door de roze zalf van zijn baardschurft verlost was. Ondanks de verdediging werd Hommelberg veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf, die in hoger beroep werd omgezet in een boete van vierhonderd gulden. De zalf mocht nog wel worden verkocht, maar alleen door apotheker G.H.P. van de Meene uit Driebergen (zie afbeelding hieronder). Piet vond het wel best: het leverde een goede verdienste op.

De moderne behandeling van baardschurft
Baardschurft komt nog steeds voor. Het wordt nu ook wel baardschimmel genoemd. De behandeling is mogelijk met systemische antischimmelmiddelen als itraconazol of terbinafine. Gewone zalven of crèmes dringen onvoldoende in de huid door. Boeren zijn dikwijls slachtoffer doordat de overdracht vaker van dier op mens gebeurt, in plaats van mens op mens. Koeien zijn dragers van de schimmel. De meeste jonge boeren die voor het eerst met kalveren werken, krijgen regelmatig hoofdschimmel en daarna baardschurft. Zij krijgen het advies om op Texaanse wijze een monddoek of mondkapje te dragen ter preventie. Maar soms ontstaat de infectie ook als men met zijn gezicht op een kat slaapt…
Literatuur:
- ‘Opgaaf van de samenstelling der middelen vanwege de Vereeniging tegen de Kwakzalverij in 1922 onderzocht’, in: Maandblad uitgegeven door de Vereeniging tegen de kwakzalverij 12 (1922) 2.
- http://www.hommelberg.nl/genea/index.html, ingezien op 10 juni 2020.
- https://www.huidarts.com/huidaandoeningen/baardschimmel-tinea-barbae/, ingezien op 24 juni 2025.
- https://renevanmaarsseveen.nl/11457/kwakzalver-zijn-overgrootvader, ingezien op 10 juni 2020.
- https://www.huidziekten.nl/zakboek/dermatosen/ttxt/tinea-barbae.htm, ingezien op 24 juni 2025.
- F. Debats, ‘De miasmaleer van Hahneman’, in: Homeopathie 4 (2010) 10-14.
- L. Kooke, Medische kunst: een nieuwe diagnose. Pschotherapie, dermapathologie en voedingspathologie in de hedendaagse kunst (masterscriptie; Utrecht 2015-2016) 37.
- H. Mercurialis, De morbis cutaneis et omnibus corporis humani excrementis (Venetië 1572).
- D. Nas, W. Wemmers, Geknipt en geschoren. 125 jaar vakorganisatie in het kappersbedrijf (Utrecht 1989).
- D. Turner, De morbis cutaneis. A treatise of diseases incident tot the skin (Londen 1712).
- R. Portier, ‘Jacob Zeijlemaker, drogist of dokter?, in: Jaarboek 2010 van de Historische Vereniging Rijswijk (Den Haag 2010). R. Wilan, Description and treatment of cutaneous diseases (Londen 1808).
Zoektermen voor internet
Karel Peter Companje, historisch feitje, baardschurft, kwakzalverij, dermatologie
