Door Robert Mouton en Guus Schrijvers, redacteuren van de nieuwsbrief Zorg en Innovatie.

Besproken document:

Inleiding

Dit artikel geeft een analyse van volksgezondheidstekst op de pagina’s 52 tot en met 57 in het coalitieakkoord. Hieronder vatten wij deze passages in het coalitieakkoord niet samen. Wij geven direct onze bespiegelingen over wat er wel en niet staat in het akkoord.

Gebrek aan visie

Wij missen op pagina 52 in het coalitieakkoord uitgangspunten en doelstellingen van gezondheidsbeleid voor de komende vier jaar zoals houdbare solidariteit, op peil houden van beschaving, fatsoen en rechtvaardigheid, bekommering om alle medemensen, vertrouwen in de professionaliteit en opvattingen van de mensen in de zorg, het borgen van het juridische recht op zorg en toegankelijkheid, en de handhaving van het kwaliteitsniveau. De inleidende paragraaf blijft steken in maar één dominant gebruikt uitgangspunt: betaalbaarheid. Dit terwijl er juist financiële injecties en investeringen nodig zijn om met relatief minder personeel, meer techniek, slimmer organiseren, meer passende zorg en met aanpassingen van het stelsel gewerkt moet gaan worden. Het resultaat van deze exercitie en drempelverhoging in het coalitieakkoord zal daarom de zorgkloof vergroten, ambities frustreren en zorgpersoneel op de werkvloer eerder afschrikken dan helpen. Er zijn natuurlijk wel een paar goede voornemens en lichtpuntjes, maar ja, het zou wel heel erg cru zijn als die er niet zouden zijn.

Gebrek aan duidelijkheid op majeure punten

  • De Staatscommissie zorg, genoemd in het HLO, het AZWA, het CDA-verkiezingsprogramma en hun website, wordt vermeld op p.52 maar heeft nog geen duidelijke opdracht.
  • De personeelstekorten die voorzien zijn spelen nauwelijks een rol in het akkoord: berekeningen, maatregelen en effecten ontbreken volledig. Voor de goede orde: we hebben het bijvoorbeeld over honderdduizenden zorgprofessionals, over reeds hoog en langdurig verzuim, over hoge uitstroom, over motivatieverlies en over stress en vergissingen door schaarste.
  • De achterliggende berekeningen van het CPB zijn helemaal verdwenen; het lijkt erop dat de 10 miljard kostenbesparing (uitgavenbeperking) tevoren als opdracht is ingestoken en men gezocht heeft naar posten. Posten die de burger en de patiënt in de portemonnee en dus in de toegankelijkheid raken. Een afwegingskader door andere bezuinigingsmogelijkheden te opperen is niet te vinden. Dit terwijl voor de burger gezondheid op nummer 1 staat.
  • Er wordt geen commitment of steun gegeven aan het uitgangspunt ‘health in all policies’: zie de landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 – 2028; een gemiste kans om op alle beleidsterreinen gezondheid een (voornamere) rol te laten spelen.

Pagina- en rubrieksgewijs commentaar

Op pagina 52 stellen de drie coalitiepartijen, dat zorgakkoorden worden verlengd en juridisch versterkt. Let op: voor een akkoord zijn twee partijen nodig (VWS en veld). Beiden hebben belang bij een afgesproken macrobudget. Als een akkoord afdwingbaar wordt is het geen akkoord maar een oukaze. In het huidige stelsel van maatschappelijk ondernemen past dat niet want zonder akkoord blijft recht op zorg en recht op betaling gewoon bestaan. Vergeten wordt al gauw dat de burger verplicht verzekerd is met polis en al en dat daar het recht op zorg op geënt is: het is geen gunst van een verzekeraar of een overheid. De verzekeraar mag zorg contracteren waar hij wil, maar hij moet het wel doen: het is geen vrijblijvende exercitie. Iedere veldpartij moet bij het sluiten van hoofdlijnakkoorden dus eigenlijk iets te winnen hebben, zo simpel is het. Versterking van een akkoord kan betrekking hebben op afdwingbaarheid, niet alleen budgettair en beleidsinhoudelijk tussen VWS en veld, maar ook tussen veldpartijen onderling. Dit raakt (zie verderop) de marktwerking, de mededinging en de inrichting van het stelsel. Overigens zou volgens ons ook onderuitputting onderwerp moeten zijn in akkoorden. Overigens is een akkoord met koepels nog geen akkoord met individuele partijen (dat zou sterk op kartelvorming lijken), de vraag is dus wat je met juridische versterking bereikt.

De opmerkingen in het coalitieakkoord overPassende Zorg bevatten weinig nieuws. Er is al gebleken dat deze moeilijk afdwingbaar is; het vergt een cultuurwijziging die een generatie in beslag kan nemen. Vergeten wordt dat pxq-contractering de boosdoener is, niet de productiedrift van zorgaanbieders. Uitleg: Als je een volume (pxq) contracteert dan wordt op grond daarvan een interne begroting opgesteld door de zorgaanbieder: hij zal het volume moeten halen om uit te komen. De inzet van productieplafonds in contracten remmen dit soms, maar leiden ook tot verliezen, wachtlijsten en in een aantal gevallen tot niet nakomen van de zorgplicht of onbetaalde productie. Streefwaarden van meerjarenbegrotingen van zorgaanbieders die passend zijn in de macrobudgetten zijn lastig zolang er meerdere contractpartijen (inkopers) met een eigen agenda tussen zitten. Het werken met meerjarenbegrotingen en aanneemsommen kan enig soelaas bieden (zie alhier).

P.53 Zorgverzekeraar kan wettelijk geen regisseur zijn

Het coalitieakkoord stelt: De rol van zorgverzekeraars en overheid (-heden) wordt versterkt en een gelijker speelveld wordt nagestreefd inz. zelfstandige klinieken en ziekenhuizen. Om met het eerste maar te beginnen: zorgverzekeraars hebben op dit moment inkoopplicht (inkoopmacht), maar geen wettelijke regiefunctie. Dat kan ook niet want het zijn als schadeverzekeraars private partijen in een markt: een regiefunctie van 1 of 2 verzekeraars per (niet-wettelijk gefundeerde) regio is in strijd met machtsconcentratie en kartelvorming (mededingingswet). Wij merken op dat elders in de Nieuwsbrief werd aangetoond dat al honderd jaar regionalisatie in de zorgverzekeringswet en haar voorgangers onhaalbaar blijkt door grote ideologische en financiële belangenverschillen in de samenleving (zie alhier). Als de rol van de overheid wordt versterkt dan zit niemand te wachten op een extra regionale regisseur en ligt het voor de hand dat op een andere manier een bestaande overheid planmatige taken krijgt. Daarmee wordt dan de positie van de overheid versterkt. Op enkele uitzonderingen na hapert of schuurt het in de regioplanning nu omdat de verzekeraar met een door IZA-gelegitimeerde regiefunctie zelf partij is in het te regisseren veld terwijl de ACM oogluikend toeziet. In de budgettaire bijlage staat nog meer over de rol van de zorgverzekeraars ten opzichte van de zorgaanbieders. Landelijk werkende en onderling concurrerende private schadeverzekeraars als regionale regisseurs aanwijzen is bovendien een merkwaardige gedachte (zie alhier). Over het tweede punt: is er wel sprake van een ongelijk speelveld inzake zelfstandige klinieken en ziekenhuizen? De Nza zet hier zeer recent grote vraagtekens bij (zie alhier).

P.54 Het afschaffen van ongecontracteerde zorg heeft niets met kwaliteit te maken en alles met boekhouding en macht

Verder blijkt de hardnekkige lobby van ZN vruchten te hebben afgeworpen: geen ongecontracteerde zorg meer. Dit is in strijd met de vrije artsenkeuze (art.13 Zvw). In beide gevallen – gecontracteerde en ongecontracteerde zorg – zijn kwaliteitseisen (ook nu al) natuurlijk van toepassing (Wet BIG, Wtza en WKKGZ) en de toezichthouder (IGJ) houdt net zo goed vinger aan de pols. Met de financiële maatregel om ongecontracteerde zorg te stoppen negeert de coalitie de zorgvraag als uitgangspunt van de schadeverzekering en schoffeert zij in feite al die professionals die nu al op 50 of 60% van het tarief zorg verlenen terwijl er elders wachtlijsten zijn en/of de patiënt domweg kiest voor wat hij wil. Het motief van afschaffing kan alleen maar in de controledrift van de zorgverzekeraar worden gevonden: hij wil niet meer betalen, en dus contracteren, dan er aan premie binnenkomt en derhalve de regisseur zijn van het totale zorgaanbod. Maar dat is zijn rol niet (zie de alinea hierboven). Een eerder voorstel tot afschaffing is na veel debat in het parlement ingetrokken (16 september 2024). De restitutiepolis komt overigens weer terug. Dit is voor velen een goede zaak.

P.54 Het eigen risico: Verbeter de prognose van het CPB dan kan de verhoging van het eigen risico vervallen

De verhoging en de indexatie van het eigen risico levert ongeveer het zelfde op als een schaduwberekening van de gezondheidseconoom Marc Pomp over de stijging van de zorgkosten. Pomp rekent voor dat extrapolatie van het basispad door het CPB veronderstelt dat er tientallen jaren gelijk VWS-beleid en kostenverhoging heeft plaats gevonden, terwijl met de ingreep van minister Schippers met hoofdlijnakkoorden (2012) er een minder grote stijging ontstond. Dat scheelt in 2030 5 miljard per jaar. De opbrengst van het verhoogde extra risico staat in de financiële bijlage geboekt voor 4.222 miljard (structureel 4.766 miljard). “Tel uit je winst”.

 P.54 Langdurige zorg: Het is ongepast om spijt te hebben over intramurale instellingen

De zinnen op pagina 54 en verder over langdurige zorg zijn als intentie wel duidelijk, maar qua maatregelen helemaal niet. Er zijn nogal wat vraagtekens bij te zetten. Hoe verandert een buurt of wijk? Wat heeft de Rijksoverheid hier te doen? Is de focus op een buurt of wijk niet een romantisch en nostalgisch misplaatst beeld? Hoe komt een wijk tot samenhang als de ene helft op PVV stemt en de andere helft op Denk? Wie kent meer dan zijn directe buren? Hoe mobiliseer je bewoners? Wordt kinderopvang door de wijk of buurt georganiseerd?

Is de institutionalisering en specialisering van zorg in de vorige twee eeuwen een beweging geweest waarvan zowel de doelgroepen als de bewoners van buurten en wijken spijt hebben? Welk onderzoek naar de potentie van buurten en wijken is er gedaan? Zijn die representatief? Is hier sprake van een ideologie? Van wie? De genoemde Staatscommissie (p.52 van het akkoord) zou hier terdege naar moeten kijken. Mantelzorg.nl heeft niet voor niets tegen het AZWA gestemd.

P.54 VN-rechten moeten voor gehandicaptenzorg weer leidraad worden

Inderdaad zou dit een beleidskader moeten zijn, maar wel een beetje sneu dat dit genoemd moet worden, want de VN-rechten zijn al lang geldig natuurlijk.

P.54 Verbeteren aspecten van de Wlz door AZWA, HLO en IZA uit te werken en een vervolg te geven

In het akkoord staan ook opmerkingen over WLZ-verbeteringen, een vrijblijvende zin, zonder maatregelen, zonder onderzoek en waarbij de vraag is wat de overheid/VWS zou kunnen doen. Wat dat betreft kan beter verwezen worden naar het HLO, het AZWA, de Staatscommissie en de begroting VWS 2026. Gaat de coalitie gebruik maken van de resultaten van de vele IZA-transformatieplannen en daaraan een vervolg bieden? Of is het na 2027 einde verhaal? Vele effecten (ook financiële!) en motivaties zijn hiervan afhankelijk. Een groot, nog niet gesignaleerd manco dreigt.

P.55 Jeugdzorg: opsomming van oude intenties

De bespreking van de jeugdzorg slaan wij over. De hervormingsagenda jeugd (2023) heeft op grond van de informatie die wij hebben nog weinig verandering teweeggebracht en het opnieuw opsommen van mooie intenties en richtingen in het coalitieakkoord zonder harde doelen en maatregelen voegt weinig toe.

P.55 Geestelijke gezondheidszorg is een warboel geworden omdat deze nu over drie wetten is verdeeld

In het eerste bolletje onder het kopje geestelijke gezondheidszorg op pagina 55 staan opmerkingen die grote beloften inhouden voor preventie en complexe zorg. De prikkels die er zouden zijn voor lichte zorg lijken ook weer uit input van ZN te zijn ontstaan. Er bestaat helemaal geen lichte zorg, daar zou het jargon als eerste van af moeten, het suggereert op zijn minst dat cliënt en professional niet serieus worden genomen. Het tweede dat nodig is, is een opsomming van de feiten: wie gaat waarvoor naar welke hulpverlener, hoe zit het met doorverwijzingen, wat zijn de resultaten, wat wordt voorkomen, wie betaalt wat, hoe wordt geturfd, wat is de zorgvraag precies, kan die worden beantwoord? Wat zeggen de monitors mentale gezondheid? etc. Afgaan op één partij zonder anderen (waaronder patiëntenverenigingen) te raadplegen is niet correct. Wij verwijzen naar artikelen hierover hier, hier, hier en hier.

De GGZ is na het uitkleden van de AWBZ onder drie wetten opgedeeld: WLZ, WMO en ZVW. Nu blijkt dat met al die regels en loketten het een warboel is geworden voor patiënt, behandelaars, verwijzers, casemanagers, ondersteuners, indicatiestellers, budgethouders, gemeenten etc. etc. Gekke prikkels, tarieven, indicaties en onderlinge verschuivingen beïnvloeden sterk waar en hoe patiënten terecht komen. Met andere woorden: er wordt onbewust gespeeld met de levens van burgers. Nu weer werken om de boel aan elkaar te plakken zal een beetje helpen. Logischer lijkt het om de Staatscommissie te vragen hoe met één hoofdregeling en één loket gewerkt kan worden. Mutatis mutandis geldt dit eigenlijk ook voor de Gehandicaptenzorg en de Jeugdzorg.

P. 56 Werken in de zorg: goede voorbeelden uit het veld en het AZWA komen niet aan de orde

Over de voornemens op pagina 56 die gaan over Werken in de zorg is weinig commentaar te geven. Maar er ontbreekt wel een fundamenteel stuk. De personeelstekorten lopen in de komende regeerperiode gigantisch op, dat is ook in andere sectoren zo, dus de spoeling is dun. Het AZWA- akkoord staat vol met suggesties om de werkdruk en uitstroom van personeel te verminderen. Geen woord over voorstellen uit dat akkoord om versneld te implementeren. Maatregelen om mantelzorgers te vergoeden, voorzichtige (!) inzet van technologie en digitalisering (zie hier en hier), eens goed becijferen of thuiszorg ten opzichte van institutionele zorg qua personeelsinzet nou wel zo veel voordeliger is, administratieve lasten met harde doelen verminderen: al deze maatregelen die uit te rekenen zijn ontbreken. Daarvoor in de plaats staan in het hier besproken akkoord vage ideeën over buurt- en wijkzorg: alsof het succes van een enkel experiment in een typische context over het land is uit te rollen. Het zou de coalitiepartijen sieren als ze hiernaar zouden verwijzen, onderzoek afdwingen en deadlines stellen. Wij merken daarnaast op dat het concrete onderwerp loondienst voor nieuw aangestelde medisch specialisten, onlangs nog genoemd in de agenda van D’66/CDA en een jaar geleden bepleit door de VVD, is verdwenen.

Onderbezetting van personeel heeft overigens grote gevolgen in maatschappelijke zin (overbelasting mantelzorg, wachtlijsten, ziektelast en sterfte) en in financiële zin (niet gebruikt recht is de goedkoopste zorg). Het verdient aanbeveling dat het RIVM in haar VTV (Volksgezondheid Toekomst Verkenningen) en het Centraal Planbureau in haar middellange termijnplanningen voor de zorg de gevolgen van bezuinigingen ook doorrekenen naar gevolgen voor personeelsuitstroom-versnelling en wachtlijstverlenging. Gebrek aan zorg is een serieus volksgezondheidsprobleem en maatschappelijk probleem.

P.56 Gegevensuitwisseling en inzet slimme technologie betreft een enorme investering; dat vermeldt het coalitieakkoord niet

Over gegevensuitwisseling merken wij het volgende op: Los van de ingewikkelde weg die te gaan is in termen van standaardisatie, AVG en bijvoorbeeld de opt-out mogelijkheid van het EHDS hebben we het hier over een enorme investering die niet uit reguliere zorggelden kan worden betaald. Zie ook dit artikel in deze editie van de Nieuwsbrief. Voor de helderheid: het gaat waarschijnlijk om miljarden. Wij missen hier een paragraaf en een begrotingspost over. Slimme technologie is natuurlijk welkom, al zal invoering geruime tijd vergen. AI wordt niet genoemd (zie hiertoe bijvoorbeeld hier, hier en hier), één van de stokpaardjes van de vorige minister van VWS.

P.57 Geld voor fraudebestrijding verdient zich terug

Een extra fraude taskforce zal zichzelf wel terug moeten verdienen. Terzijde: is dit een overheidstaak of een taak van de zorginkopers (verzekeraars, zorgkantoren en gemeenten) die verzuimen?

P.57 Medische ethiek

Het hoofdstuk over volksgezondheid en zorg eindigt op pagina 57 met het onderwerp medische ethiek. De coalitie doet een vage oproep voor een algemene maatschappelijke dialoog en een oproep voor een concrete dialoog over de veertiendagengrens in de Embryowet. Het debat over de aanpassing van het tuchtrecht (ZonMW-rapport, zie alhier) zal in het kader van de personeelsschaarste en de patiëntveiligheid gevoerd moeten worden en tot uitsluitsel moeten leiden. Dit wordt niet genoemd.

Bijlage Budgettaire tabel: een suikertaks is geen verdienmodel maar een instrument om de gezondheid te bevorderen

Als punt 65 in de budgettaire tabel noemt het coalitieakkoord de invoering van de suikertaks. Wij citeren de bijna onvindbare toelichting: “Per 2030 wordt er (taakstellend) een heffing op basis van het suikergehalte in bepaalde voedingsmiddelen ingevoerd voor producenten. Het gaat hierbij om voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6%. De belasting is van toepassing op producten die zijn voorverpakt, zodat het suikergehalte van het product van het etiket kan worden afgelezen. Aan deze maatregelen zijn vanaf 2028 structureel 50 miljoen euro uitvoeringskosten verbonden.” Het voorstel is ingebed in de fiscale wetgeving en moet in 2030 al 850 miljoen euro extra belastinginkomsten opleveren. Invoering van de suikertaks is al gerealiseerd in onder andere Engeland en Frankrijk. Voedingsindustrie, supermarkten en horeca waren aldaar fel tegen. Voorstanders werden al snel geframed als preventie-drammers en betuttelaars (zie ook alhier voor achterliggend onderzoek).

Bijlage Budgettaire tabel: Pandemische paraatheid is verdwenen

Als laatste opmerking een verzuchting; De pandemische paraatheid, goed voor 300 miljoen, is in het vorige regeerakkoord geschrapt en komt niet meer terug. Blijkbaar komen crises (ook andere dan pandemieën) nooit meer voor. Passende zorg heeft blijkbaar een beperkt domein.

Conclusies

  1. We zien goede voornemens op het terrein van preventie, eerstelijn en ziekenhuiszorg, want het AZWA, IZA en HLO blijven gehandhaafd (zolang die akkoorden geldig zijn).
  2. We zetten vraagtekens bij stelselgerelateerde opvattingen. Regionalisatie invoeren in de bestaande Zorgverzekeringswet is onbegonnen werk.
  3. De hierboven summier en helaas oppervlakkig geformuleerde onderwerpen zijn al vertaald naar begrotingsposten in de financiële paragraaf. Oppervlakkigheid wordt keihard omgezet naar bezuinigingen. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.
  4. Feitelijk is sprake van een micro-economische benadering: inboeken en afboeken van respectievelijk baten en kosten. Noch de begroting VWS noch een CPB-doorrekening is als referentiemateriaal gegeven. Dat betekent dat keuzes moeilijk in financieel-economische termen (macro-economisch) zijn in te schatten: zaken als arbeidsproductiviteit, percentage van het bnp, koopkracht, investeringstekorten ontbreken. En er zijn niet genoemde posten zoals de invloed van een zorginformatiestelsel en (gemiste) maatschappelijke baten van zorg. Een dergelijke boekhouding is niet goed te beoordelen.
  5. In week 10 (begin maart) zal de begroting VWS 2026 nog in het parlement worden besproken. Het parlement heeft het budgetrecht. Wij kunnen ons voorstellen dat dit de nodige voorbereiding gaat vergen.

Concrete Aanbevelingen

  • Wij zien wel mogelijkheden om de verhoging van het eigen risico terug te draaien en mensen met een chronische beperking zo te compenseren dat zij de facto wel een halvering van het eigen risico ervaren. Dit kan door herziening van het CPB-basispad (zie alhier).
  • Een overheid, bijvoorbeeld de provincie, zou een rol moeten krijgen bij spreiding en concentratie van zorg: de zorgverzekeraar (concurrerende schadeverzekeraar) is hier niet de juiste partij voor.
  • De genoemde Staatscommissie zou een duidelijke opdracht in het coalitieakkoord moeten krijgen.

Kortom

Een keur aan al bekende opties heeft de overlegtafel gepasseerd, sommigen hebben het akkoord niet bereikt en de meesten die het wel bereikt hebben zijn zacht geformuleerd (niet SMART), maar wel hard ingeboekt.

Zoektermen voor internet

Robert Mouton, Guus Schrijvers, beleidsontwikkeling, coalitieakkoord 2026 zorgmaatregelen, eigen risico verhoging 2026, passende zorg coalitieakkoord, Staatscommissie zorg opdracht, bezuinigingen volksgezondheid 2026-2030, ongecontracteerde zorg afschaffen, personeelstekort zorg coalitie, juridische versterking zorgakkoorden, betaalbaarheid zorg Nederland