Door Wanda de Kanter, longarts en voorzitter Rookpreventie Jeugd.
Inleiding van de redactie
Wat voor einddoel zou jij formuleren voor het rook-preventiebeleid van de nieuwe regering, als jij minister voor Volksgezondheid zou worden? Deze vraag legde de redactie voor aan longarts De Kanter, die al vele jaren strijd voert tegen het gebruik van tabak en nicotineproducten. Hieronder volgt haar antwoord op deze vraag.
Inleiding
Als ik minister van Volksgezondheid zou zijn, zou ik beginnen met een zin die in Den Haag zelden hardop wordt uitgesproken: roken is geen individueel falen, maar het voorspelbare gevolg van een industrie die verslaving verkoopt en van een overheid die dat bijna een eeuw heeft toegestaan. Dat is dus geen moreel oordeel over rokers. Integendeel. Het is een erkenning dat volksgezondheid niet draait om individuele wilskracht, maar om systemen, prikkels en bescherming. En dat precies daar de taak van een minister ligt.
We weten al lang genoeg
Over weinig onderwerpen bestaat zoveel wetenschappelijke consensus als over de schadelijkheid van tabak en nicotine. Roken veroorzaakt kanker, hart- en vaatziekten, longziekten, complicaties tijdens zwangerschap en een enorme ziektelast gedurende de hele levensloop. Jaarlijks sterven in Nederland ruim 20.000 mensen aan de gevolgen van roken. De maatschappelijke kosten lopen in de miljarden: zorguitgaven, productiviteitsverlies, werkloosheid, ziekteverzuim, vroegtijdige sterfte. Naast personeelstekort en wachtlijsten. Roken is de grootste oorzaak van de gezondheidskloof.
Dit zijn geen nieuwe feiten. Ze staan in rapporten, adviezen van de Gezondheidsraad, internationale verdragen en beleidsnota’s. We hebben ze vertaald naar maatregelen: accijnsverhogingen, rookvrije publieke ruimtes, publiekscampagnes, stoppen-met-rokenzorg. En dat heeft effect gehad. Het aantal rokers is gedaald. Maar niet genoeg. En niet eerlijk verdeeld. De meest effectieve maatregelen zoals elk jaar minimaal 10 % accijns verhoging met inflatiecorrectie wordt slechts hier en daar toegepast, deze is niet structureel. Minder verkooppunten door tabaksverkoop in supermarkten te verbieden wordt niet wettelijk verankerd middels een vergunningstelsel. Hoewel daar een meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Zelfs de registratieplicht is alweer een half jaar uitgesteld. En wat doet een registratieplicht? Registreren….
De oproep door retailers (deels in handen van de tabaksindustrie zoals Primera en Volado) om nu snel, nu het nog kan, nog meer verkooppunten te openen daar waar de overheid ze gaat sluiten (naast supermarkten en benzinestations) met tegelijkertijd het voor hen gunstige VVD standpunt dat die soort verkooppunten pas in 2032 mogen gaan sluiten: als overheid moet je – aldus de VVD – een betrouwbare partner zijn: niet voor de burger, de jongeren, maar voor de tabaksindustrie.
De hardnekkigheid van het probleem
Wat roken zo hardnekkig maakt, is niet alleen de verslavende aard van nicotine, maar ook de normalisering ervan. Op (social) media, op spotify, de catwalk, door influencers, op Netflix en andere streamingsplatforms wordt weer uitbundig gerookt. Roken is weer meer zichtbaar, overal verkrijgbaar en relatief betaalbaar. Voor jongeren is het ondanks leeftijdsgrenzen eenvoudig om aan nicotineproducten te komen. De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) doet zijn uiterste best, maar het lukt niet adequaat te handhaven. Juist omdat er geen vergunning is die je kunt intrekken en de boetes te laag zijn. Voor mensen in kwetsbare sociaaleconomische posities is stoppen met roken aantoonbaar moeilijker, terwijl zij juist de zwaarste gezondheidsgevolgen dragen.
Als minister zou ik erkennen dat dit geen falen van beleid is, maar het gevolg van half beleid. We hebben steeds kleine stappen gezet, zonder ooit een helder eindpunt te formuleren. Alsof we bang zijn om uit te spreken waar we eigenlijk naartoe willen. Ja een Rookvrije Generatie in 2040, maar zonder enige wettelijke onderbouwing, met miljoenen jongeren die vapen en extreem nicotine verslaafd raken, 70% die de overstap naar sigaretten maakt, schiet het niet op. Integendeel. De preventie tafel 2018 verbood contact met de tabaksindustrie. Helaas had zij wel degelijk invloed via VNO- NCW en de VVD, zo lieten onderzoeksjournalistieke publicaties zien.
Een eindpunt durven formuleren
Daarom zou ik kiezen voor een generatiegebonden verkoopverbod van tabak en nicotineproducten. Een maatregel die eenvoudig klinkt, maar fundamenteel is. Wie vandaag rookt, behoudt het recht om tabak te kopen. Niemand wordt gedwongen te stoppen. Maar wie na een bepaalde datum wordt geboren, kan nooit legaal tabak of nicotine kopen. Dat is geen symboolpolitiek. Het is een structurele preventiemaatregel die het probleem bij de wortel aanpakt: het voorkomen dat nieuwe generaties überhaupt beginnen. Het bezwaar laat zich raden. Is dit niet betuttelend? Is dit geen inbreuk op autonomie? Is dit juridisch houdbaar? Die vragen verdienen serieuze antwoorden — en die zijn er ook.
Autonomie is geen absoluut begrip
Autonomie wordt in het debat vaak voorgesteld als een onaantastbaar recht, los van context. Maar in de volksgezondheid weten we beter. Keuzes worden gemaakt binnen een omgeving die die keuzes stuurt: prijs, beschikbaarheid, marketing, sociale norm. De tabaksindustrie investeert miljarden in precies die beïnvloeding. Bovendien begint roken zelden als een volledig geïnformeerde, rationele keuze. De meeste rokers beginnen jong, vaak voordat ze de langetermijngevolgen kunnen overzien. Een generatiegebonden verkoopverbod grijpt juist vóór dat moment in. Het beschermt toekomstige autonomie door verslaving te voorkomen. Dat is geen beperking van vrijheid, maar een herverdeling ervan.
Juridisch en ethisch verdedigbaar
Vanuit juridisch perspectief is zo’n maatregel proportioneel en verdedigbaar. Het doel — bescherming van de volksgezondheid — is legitiem en zwaarwegend. De maatregel is geschikt, omdat hij instroom voorkomt. Hij is noodzakelijk, omdat mildere maatregelen de instroom onvoldoende stoppen. En hij is evenwichtig, omdat bestaande rokers niet worden getroffen. Ethisch gezien sluit het aan bij een kernprincipe van de volksgezondheid: het beschermen van degenen die zichzelf nog niet kunnen beschermen. We accepteren dat principe op talloze terreinen, van verkeersveiligheid tot voedselnormen. Dat tabak hier zo lang buiten is gehouden, zegt meer over politieke voorzichtigheid in het licht van de invloed van de tabakslobby dan over morele helderheid.
Leren van eerdere stappen
Wie denkt dat zulke maatregelen maatschappelijk onhaalbaar zijn, vergeet hoe rookvrij beleid zich historisch heeft ontwikkeld. Rookvrije vliegtuigen, treinen, kantoren, horeca en scholen waren ooit controversieel. Ze werden fel bestreden met precies dezelfde argumenten die nu weer opduiken. Achteraf is het oordeel unaniem: ze hebben gezondheid beschermd en niemand wil terug. Beleid loopt vaak voor op draagvlak — en creëert dat draagvlak vervolgens.
Maak rookgedrag minder zichtbaar
Als minister zou ik daarnaast consequent zijn in het terugdringen van zichtbaarheid. Het is moeilijk te rijmen met preventiebeleid dat terrassen nog steeds vaak uitzonderingen vormen. Juist daar komen jongeren, juist daar wordt rookgedrag genormaliseerd. Een rookvrij terras is geen pesterij voor rokers, maar een signaal over wat we normaal vinden. Gedrag dat je niet ziet, wordt minder aantrekkelijk. Dat is geen aanname, maar gedragswetenschap. Daarnaast rookt ruim 80% helemaal niet.
Prijs en beschikbaarheid: onderschatte instrumenten
Prijsbeleid blijft een van de krachtigste middelen om jongeren weg te houden van nicotine. Hoe duurder het product, hoe kleiner de kans dat zij beginnen. Dat geldt voor sigaretten, shag én vapes. Accijnsverhogingen zijn geen strafmaatregel, maar een preventiestrategie. En ja, er wordt gesmokkeld: pak het smokkel probleem ook aan, en zie ook hier de invloed van de tabaksindustrie die het smokkelprobleem in de beeldvorming in de media aantoonbaar verdubbelt… Zorg er bijvoorbeeld voor dat mensen maximaal een pakje extra over de grens mogen kopen, in plaats van sloffen en emmers shag. Daar hoort ook een drastische vermindering van het aantal verkooppunten bij. Elk verkooppunt is een verleiding. Een streng vergunningenstelsel – vergelijkbaar met alcohol – zou vanzelfsprekend moeten zijn voor een product dat zo schadelijk is.
Bescherm beleid tegen de industrie
Een onderschat maar cruciaal onderdeel van effectief tabaksbeleid is het beschermen van beleidsvorming tegen de invloed van de tabaksindustrie. Internationale verdragen verplichten overheden daartoe, maar in de praktijk blijft het een kwetsbaar punt (WHO FCTC 5.3) . Zolang de tabakslobbyist op de publieke tribune openlijk zit te appen met de Tweede-kamerleden met tabakstaal tot gevolg schiet het niet op. De woordvoerder die 7 jaar lang voor het Ministerie van Volksgezondheid VWS werkte en vervolgens via de cannabis industrie hoofd PR en communicatie van Philip Morris werd. Daarnaast is hij lid en trainer voor de VVD. Als ik Minister was zou ik dit onmogelijk willen maken. Iemand die alle contacten bij VWS heeft hoort nooit voor de tabaksindustrie te werken, met zijn 8 miljoen doden en 40 miljoen zieken.
Volledige transparantie over contacten, belangen en lobby is geen detail, maar een voorwaarde voor effectief beleid. Volksgezondheid kan niet concurreren met marketingbudgetten; ze moet wettelijk beschermd worden.
De Europese dimensie
Geen enkel land kan dit probleem volledig alleen oplossen. Grote prijsverschillen binnen Europa ondermijnen nationaal beleid via grenshandel en smokkel. Europese samenwerking is essentieel. Een Europese minimumprijs voor tabak en nicotineproducten zou een enorme stap zijn.
Politieke moed boven politieke voorzichtigheid
Een generatiegebonden verkoopverbod is geen wondermiddel. Het werkt alleen als onderdeel van een bredere endgame-strategie, met duidelijke communicatie, goede handhaving en blijvende investering in stoppen-met-rokenzorg. www.nicotinee.nl, Burgerinitiatief voor een Eindspel Tabak en Rookvrije Generatie in een Wet. Het heeft iets wat veel beleid mist: richting. Het zegt expliciet dat we toewerken naar een rookvrije samenleving. Niet ergens in een vage toekomst, maar concreet, wettelijk verankerd en stap voor stap. Dat vraagt politieke moed. Het is makkelijker om te blijven praten over uitvoerbaarheid, draagvlak en timing. Maar uitstel is geen neutrale keuze. Uitstel betekent dat nieuwe generaties blijven beginnen met roken – met alle gevolgen van dien.
Kortom
Nederland staat op een kruispunt. We kunnen doorgaan op de ingeslagen weg van geleidelijke reductie zonder einddatum. Of we kunnen erkennen dat sommige problemen een duidelijk eindpunt vereisen. Als ik minister van Volksgezondheid zou zijn, zou ik kiezen voor dat laatste. Niet omdat het populair is, maar omdat het noodzakelijk is. Omdat bescherming van toekomstige generaties de kern is van volksgezondheid. En omdat de vraag niet is of we dit beleid ooit invoeren – maar hoeveel levens het kost voordat we dat doen
Zoektermen op internet:
Wanda de Kanter, beleidsontwikkeling, preventie, generatiegebonden verkoopverbod tabak, rookvrije generatie 2040, tabakslobby Nederland, verkoopverbod nicotineproducten, preventieakkoord roken, accijnsverhoging tabak, Rookpreventie Jeugd, vapen jongeren voorkomen, endgame tabaksbeleid

Ik vind het verbazend dat de verkoop van grondig bewezen en onweersproken zeer schadelijke, en verslavende middelen als nicotine uberhaupt wordt getolereerd in een samenleving waar wel dwingend en met succes wordt geprocedeerd tegen aanzienlijk minder direct schadelijke zaken als een (afnemende) milieuvervuiling, relatief beperkte uitstoot van ammoniak en NOx etc. Waarom is een totaal verbod( cq verstrekking op basis van recept indien medisch noodzakelijk, als dat tenminste bestaat) kennelijk niet haalbaar? Zelfs voor lichaamseigen ethanol, mede met ons microbioom geproduceerd, bestaan meer wettelijke regelingen.