Door Erik Buskens, hoogleraar Population Health Management UMCG, RUG.

Je zou kunnen stellen dat leefstijl gerelateerde aandoeningenAn Inconvenient Truth” zijn, net als klimaatverandering. De mensheid wordt zeker bedreigd door klimaatverandering, maar ook door het feit dat commerciële belangen vrijwel altijd prevaleren boven de belangen van de gezondheid van de bevolking en ecosystemen. Dat wil zeggen, korte termijn economisch gewin en het stimuleren van de economie krijgen vrijwel overal ter wereld voorrang, terwijl wordt weggekeken van de ermee gepaarde uitbuiting, gezondheidsschade, vervuiling van het milieu en vernielen van hele ecosystemen totdat het apocalyptische proporties heeft aangenomen. Zoals recent in The Lancet werd gepresenteerd komt dit patroon in de levensmiddelen- en voedingsindustrie eveneens heel sterk tot uiting. Bovendien is het zo dat in en met zorg als zodanig enorme commerciële belangen spelen. Aan zorg wordt grof verdiend, met bijvoorbeeld jaar in jaar uit winstmarges in de 10-tallen procenten in de farmaceutische industrie (die men stelt nodig te hebben om innovatie en R&D te kunnen financieren). Dit leidt echter af van de op zich wetenschappelijk doorwrochte boodschap dat leefstijlgeneeskunde een opmars verdient te maken, ook als daarmee geen winst gemaakt zal worden maar “slechts” besparingen worden gerealiseerd.

Wat toont de kennisbundel Wetenschappelijk Bewijs Leefstijlgeneeskunde?

Er wordt met de update 2025 aanvullend en overtuigend Wetenschappelijk bewijs voor Leefstijlgeneeskunde gepresenteerd. Een transitie van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag is absoluut noodzakelijk. Chronische, niet-overdraagbare aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes, kanker en dementie domineren de zorgvraag en veroorzaken stijgende zorgkosten (van €113 miljard in 2022 naar €202 miljard in 2050). De traditioneel door de zorg(industrie) geboden behandelingen zijn meestal niet duurzaam effectief, zolang leefstijlfactoren – voeding, beweging, slaap, stress, roken en alcohol – niet integraal onderdeel zijn van de zorg. Daarop zou leefstijl in de zorg een antwoord kunnen zijn zodat patiënten een betere gezondheid, minder klachten, en meer zelfregie verkrijgen. Tegelijk zou het zorgsysteem minder overspoeld worden door vermijdbare zorg, en daardoor lagere zorgkosten, terwijl de maatschappij als geheel zou profiteren van een hogere participatie, en minder ziekteverzuim.

Robuust onderzoek wordt aangehaald dat toont aan dat Type 2 Diabetes Mellitus met programma’s zoals “Keer Diabetes2 Om” leiden tot remissie, gewichtsverlies en minder medicatie. Hieraan gerelateerd zijn er voor patiënten met obesitas Gecombineerde Leefstijl Interventie-programma’s (zoals SLIMMER, CooL) die bij een deel van in aanmerking komende patiënten gedurende bepaalde tijd zorgen voor gewichtsverlies en betere kwaliteit van leven. Ook bij hart- en vaatziekten leidt een gezonde leefstijl tot verlaging van de bloeddruk, cholesterol en complicatierisico’s. Voorts is op het terrein van kankerzorg aangetoond dat fysieke activiteit en gezonde voeding leiden tot verbeterde kwaliteit van leven en wellicht een verbeterde prognose. Bij psychische aandoeningen geldt ook dat “lifestyle is medicine”: beweging, voeding en slaapinterventies verminderen duidelijk depressie- en angstklachten. Zelfs het met vergrijzing snel aanzwellend probleem van dementie zou deels ook met leefstijl worden ondervangen omdat cognitieve achteruitgang kan worden vertraagd, waarbij met name hypertensiebestrijding cruciaal is. Verder zit vergrijzing niet alleen in ons hoofd maar ook in het bewegingsapparaat. Krachttraining en goede voeding helpen bij osteoporose en sarcopenie (leeftijdsgebonden verlies van spiermassa en spierkracht), en valpreventie.

Kortom, je zou kunnen concluderen dat alles en iedereen in de gezondheidszorg alles uit handen moet laten vallen om het “panacee” leefstijl te omarmen. Vooropgesteld is het zo dat leefstijl in de spreekkamer inderdaad niet de aandacht en nadruk krijgt die het wèl verdient. Maar er zijn een aantal praktische en maatschappelijke c.q. economische barrières waaraan in het vurig pleidooi voorbij wordt gegaan of toch in ieder geval om nadere reflectie vragen. Laten we beginnen bij wat ik als “the elephant in the room” zou willen duiden.

Meer dan de helft bevolking patiënt?

VIJFTIG procent van de bevolking heeft overgewicht en zo’n 15% obesitas en dit aandeel stijgt! Twintig procent rookt, en via effectieve niet te grijpen (social media) campagnes voor vapen zal de nicotineverslaving ook niet 1,2,3 verder dalen. De beweegrichtlijn, de richtlijn alcoholgebruik en groenteconsumptie wordt nog niet door de helft van de bevolking gehaald. Kortom ruim 8 tot wellicht 10 of meer miljoen patiënten “staan te trappelen” om door leefstijlgeneeskundigen advies en behandeling voorgeschreven te krijgen. Let wel, ik ben er 100% van overtuigd dat leefstijl, en dan vooral de onderliggende oorzaken van een suboptimale leefstijl (daarover later meer), dient te worden aangepakt. Echter, alleen al gezien de enorme omvang van het vraagstuk lijkt het geen reëel perspectief om dit op te lossen vanuit een toch al onderbemand en overbelast zorgsysteem. En dan heb ik het nog helemaal niet gehad over het feit dat het niet waarschijnlijk is dat de helft van de bevolking zichzelf expliciet herkent als potentieel patiënt van leefstijlgeneeskunde. Alhoewel een meerderheid er voorstander van blijkt te zijn meer aandacht aan preventie te schenken is dat nog niet hetzelfde als de individuele motivatie en ruimte om daar actief wat aan te doen. Bovendien leunt leefstijlgeneeskunde vooral op individuele verantwoordelijkheid en gezondheidsvaardigheden, die ook weer door professionals zullen moeten worden bevorderd. En dat betreft dus het gehele systeem van zorg (voor gezondheid). De gemiddelde zorgprofessional wordt er (nog) niet voor opgeleid, heeft er initieel niet voor gekozen hiervoor verantwoordelijkheid te dragen, en wordt er (nog) niet voor betaald. We betalen premie voor een zorgverzekering en de verzekeraars vergoeden geleverde zorg. Preventieve zorg als stoproken, dieetadvies, of wandelen via welzijn op recept wordt weliswaar als steeds belangrijker gezien maar welke interventies werken voor welke doelgroep en onder welke condities? Wat als bijvoorbeeld armoede een gezonde leefstijl in de weg staat. Vergoedt de zorgverzekeraar, hoe doelmatig ook, aanvullend inkomen? Een retorische vraag uiteraard. Het zal ook duidelijk zijn dat geen enkele private investeerder onderzoek of innovatie zal financieren naar het effect van een basisinkomen op gezondheid. Daarvan is immers op voorhand duidelijk dat die investering nooit en te nimmer met een aantrekkelijk rendement in diezelfde private handen zal terugvloeien. Dezelfde “commercial determinants” of health spelen ook hier.

Health in All Policies

Het gezondheidsperspectief in alle beleidsterreinen wordt onderkend en in de bundel op verschillende plaatsen genoemd, maar men onthoudt zich van een direct signaal over de inconvenient truth, en de onherroepelijke verantwoordelijkheid en urgentie richting beleidsmakers en politiek. “In deze bundel gaan we niet dieper in op de benodigde maatschappelijke veranderingen of benodigde beleidsmaatregelen”, en zo blijft men weg van het aanwijzen van de (eind)verantwoordelijken. Door vervolgens te stellen dat leefstijlgeneeskunde een bijdrage kan leveren aan het indammen van de epidemieën van leefstijl gerelateerde aandoeningen wordt een wel heel grote broek aangetrokken. Dat wil zeggen er wordt schijnbaar verantwoordelijkheid genomen voor een vraagstuk dat primair politiek is. Voor politici wellicht een excuus om het nog maar even aan de sector en het ministerie van Volksgezondheid van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alleen over te laten. Leefstijlgeneeskunde in de juiste context en met bescheiden verwachtingen kan de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat bijdragen maar de werkelijke oplossing ligt dieper en systemisch. Met “stoproken” en ook de GLI in diverse varianten worden leefstijlfactoren individueel aangepakt, maar dit blijft veelal bij krabbelen aan het oppervlak van de ijsberg. Als juist de diepere onderliggende en meer complexe vraagstukken, die burgers uiteindelijk tot patiënt maken, niet radicaal worden aangepakt zal de leefstijlgeneeskundige blijven dweilen met de kraan open.

John Snow van de 21e eeuw

Alhoewel het om slechts één specifieke ziekte ging met een enkele verwekker blijft het werk en de aanpak van John Snow uniek, bewonderenswaardig en navolgingswaardig. Als bron voor een vaak fataal verlopende cholera-epidemie in de wijk Soho van Londen wees Snow na zijn onderzoek en interpretatie van data een waterpomp in Broadstreet aan als waarschijnlijke bron van ziekte. In plaats van als huisarts individuele patiënten te adviseren hun water voortaan elders te halen of bijvoorbeeld te koken ijverde hij succesvol voor het afsluiten van de waterpomp, daarmee direct ingaand tegen de commerciële belangen van de waterbedrijven. Hij was een heel creatieve en slimme epidemioloog avant la lettre, en deed zonder het zo te noemen feitelijk al aan population health management. Wie zou het vandaag de dag in zijn hoofd halen om de inwoners van Utrecht of Amersfoort te adviseren voortaan maar zelf voor veilig water te zorgen? Als leefstijlgeneeskunde zich zou laten inspireren en verbreden tot professionals die het complexe Health in and for All Policies voor en met burgers gestalte geven, en via actie-onderzoek evalueren en ijveren voor en aan implementatie is er veel meer mogelijk. Zo’n verbreding en verdieping zal effectiever en doelmatiger zijn dan vanuit de zorg de effectiviteit van behandeling en prognose van ziekten middels leefstijlinterventies te verbeteren. Leefstijlgeneeskunde op het niveau van gemeenschappen of delen van de samenleving zou kunnen zorgen voor het beoogde en broodnodige behoud van gezondheid en veerkracht.

Leefstijlgeneeskunde 2.0

Passende en doelmatige aandacht voor leefstijl inbouwen en vergoeden in zorgpaden dient uiteraard de opdracht te worden aan professionals, zorginstellingen en niet te vergeten zorgverzekeraars. De akkoorden (IZA, GALA, AZWA) stellen het voor, maar dwingen nog niet af. Laten we zeggen leefstijlgeneeskunde 1.0. Omdat dit maar een beperkt deel van het immense vraagstuk kan oplossen zou complementair en consistent leefstijlgeneeskunde 2.0 vanuit alle beleidsdomeinen dienen te worden opgebouwd. De leefstijlprofessional die daaraan invulling geeft houdt zich bezig met het deel van de ijsberg dat anders onder water zou blijven. Dat wil zeggen met bestaanszekerheid, een gezonde en veilige (sociale) leefomgeving, fatsoenlijke en betaalbare huisvesting en energie, een niet obesogene (voedsel)omgeving, veiligheid op het werk en duurzame inzetbaarheid, toegankelijk onderwijs met leefstijl, inclusief voldoende bewegen in het curriculum, terugdringen van het aanbod van verslavende middelen, media of (kans)spelen, elektrische fietsen aan banden etc., etc., kortom het dringend noodzakelijke tegenwicht bieden aan commerciële partijen, die individuele leefstijlgeneeskundigen, en burgers al helemaal niet kunnen bieden. Een slechte leefstijl wordt door beleidsmakers op dit moment vaak nog te nauw gedefinieerd (roken, overgewicht, bewegingsarmoede en ongezond dieet), de verantwoordelijkheid wordt onder het inmiddels sleetse argument “betutteling” consequent bij de slachtoffers (de burgers met een suboptimale leefstijl) van ondermaats beleid gelegd, en de aanpak is veel te simplistisch en rechtlijnig. We weten meer dan genoeg over het effect van de bekende leefstijlfactoren, en weten ruim voldoende over onderliggende oorzaken om effectief beleid en wetgeving te kunnen ontwikkelen en implementeren. Het zal financieel en economisch aanvankelijk wellicht wat pijn doen maar zichzelf (3,4,5…) dubbel en dwars uitbetalen. De schijnbaar ongelegen urgentie spreekt ook uit de bundel heel duidelijk. Neemt de volgende regering geen verantwoordelijkheid, dan zal de volksgezondheid onherroepelijk verder achteruitgaan. Laat 2026 het jaar van passende leefstijlbevordering worden, uitgevoerd door leefstijlgeneeskunde 2.0. Leefstijlgeneeskunde 1.0, gecompleteerd met “genezing” van onze samenleving. Population Health Management, zoals feitelijk ook verwoord in “Samen werken aan gezondheid” als goed voornemen van de overheid voor 2026 en daarna.

Over de auteur

Erik Buskens is arts en hoogleraar Population Health Management UMCG en Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Rijks Universiteit Groningen. Hij is ook Scientific Director Aletta Jacobs School of Public Health. Buskens is bereikbaar via e.buskens@umcg.nl

Zoektermen voor internet

Erik Buskens, preventie, leefstijlgeneeskunde 2025, wetenschappelijk bewijs preventie, chronische aandoeningen zorgkosten, Keer Diabetes 2 Om remissie, gecombineerde leefstijlinterventie GLI, commercial determinants of health, leefstijl als medicijn, transitie van zorg naar gezondheid, Population Health Management Nederland, John Snow preventie