Door Hans Maarse en Patrick Jeurissen, zorgonderzoekers.
Samengevat boek:
- Hans Maarse & Patrick Jeurissen, Hervormen van de zorg, radboud university press, Gratis te downloaden op: www.radbouduniversitypress.nl, 2026. Samengevat is alleen hoofdstuk 4 (p 30 -38), met de titel Resultaat van hervormingen.
Inleiding
De historie van de zorg in Nederland is een historie van hervormingen. Forse ingrepen van ‘bovenaf’ moesten het functioneren van de zorg verbeteren. Vooral in de 20ste eeuw zijn tal van hervormingen doorgevoerd. In deze bijdrage staat de vraag naar de gevolgen van deze hervormingen voor de zorg centraal. Hierbij maken we onderscheid tussen bestuurlijke en beleidseffecten. Bestuurlijke effecten betreffen de organisatie van de besluitvorming en uitvoering van de zorg. Onze aandacht gaat daarbij uit naar de rol van de overheid en de verhouding tussen overheid en particulier initiatief in de zorg. Voor wat betreft de beleidseffecten beperken wij ons tot enkele effecten voor de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg.
Verstatelijking
In de 19de eeuw maar vooral de 20ste eeuw heeft zich een geleidelijke verstatelijking in de Nederlandse zorg voltrokken. Met verstatelijking wordt hier bedoeld dat de overheid steeds nauwer bij de financiering en organisatie van de zorg betrokken is geraakt. De zorg groeide geleidelijk uit tot een belangrijke pijler van de verzorgingsstaat. Parallel aan deze ontwikkeling verschoof het zwaartepunt in de besturing in de richting van de nationale overheid.
De verstatelijking betekende een belangrijke verandering in de relatie tussen overheid en particulier initiatief. Van oudsher lag het zwaartepunt in de zorg namelijk bij het (niet-)kerkelijke particulier initiatief. De bestuurlijke verhouding tussen overheid en particulier initiatief kende een stevige ideologische verankering. Het in calvinistische kring aangehangen principe van soevereiniteit in eigen kring hield in dat elke levenskring een democratisch recht op zelforganisatie en zelfbestuur had, ook in de zorg. Het vooral in katholieke kring beleden subsidiariteitsbeginsel ging minder ver. De zorg was een taak voor het particulier initiatief. Mocht het particulier initiatief echter in zijn taak tekortschieten, dan was overheidsoptreden gelegitimeerd. Ook de liberalen die in de negentiende eeuw het politieke landschap domineerden zagen weinig in een actief overheidsoptreden in de zorg (Andeweg R., G. Irwin en T. Louwerse 2020).
In de 20ste eeuw hebben overheid en particulier initiatief echter steeds meer met elkaar te maken gekregen. De verantwoordelijkheid voor de zorg verschoof geleidelijk richting nationale overheid. Zo betekende de invoering van het Ziekenfondsenbesluit (1941) en de Ziekenfondswet (1966) dat de fondsen onder een wettelijk regime werden gebracht met daarin belangrijke bevoegdheden voor de overheid. In de langdurige zorg deed zich met de invoering van de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (1968) een vergelijkbare ontwikkeling voor. De talloze maatregelen met het oog op de uitgavenbeheersing resulteerden eveneens in een uitdijende overheidsbemoeienis met de zorg. In contrast met de 19de eeuw valt de overheid tegenwoordig niet meer uit de zorg weg te denken. Deze institutionele verandering is het resultaat van een reeks van ‘grote’ en ‘kleine’ beslissingen in het verleden.
De verstatelijking werkt ook door in de publieke opinie over de verantwoordelijkheid van de overheid in de zorg. De burger verwacht niets minder dan een toegankelijke en betaalbare zorg van hoge kwaliteit. Falen op deze terreinen wordt de verantwoordelijke minister al gauw zwaar aangerekend. Indien de minister niet of over effectieve instrumenten tot ingrijpen beschikt zoals in het geval van de beslissing tot sluiting van ziekenhuizen of een ingrijpende herverdeling van zorgtaken tussen instellingen (bijvoorbeeld geboortezorg of complexe acute zorg) wordt daarop met ongeloof en boosheid gereageerd. De zorg is een politiek gevoelig thema geworden.
Wederzijdse afhankelijkheid
Ondanks de verstatelijking heeft het particulier initiatief altijd een sterke positie in de zorgverlening, zorgverzekering en besturing van de zorg behouden. De Nederlandse zorg combineert een hoge graad van publieke financiering (ongeveer 90%) met een particulier georganiseerd aanbod van zorginstellingen en zorgverzekeraars. Er bestaat een omvangrijk netwerk van belangenorganisaties die hun invloed in de beleidscircuits trachten te doen gelden.
Niettemin is in deze situatie veel veranderd. Er is in de jaren negentig bijvoorbeeld fors gesnoeid in de wereld van adviesorganen en adviesprocedures. Uitvoerende taken zijn opgedragen aan zelfstandige bestuursorganen waarin de rol van het veld in ieder geval formeel is teruggedrongen. Deze veranderingen nemen echter niet weg dat er altijd sprake is gebleven van een nauwe betrokkenheid van het particulier initiatief bij de besturing van de zorg, niet alleen via de lijn van belangenorganisaties maar ook door directe betrokkenheid bij de besluitvorming. Hiërarchische overheidsbesturing blijkt zelden of nooit te werken en leidt al gauw tot allerlei conflicten. De Bestuurlijke Hoofdlijnakkoorden tussen overheid en veld met afspraken over de uitgavenstijging, het Integraal Zorgakkoord (2022) en het Aanvullend Zorg en Welzijnakkoord (2025) en andere onderwerpen weerspiegelen het belang van een gedeelde verantwoordelijkheid.
De bestuurlijke verhouding tussen overheid en particulier initiatief kenmerkt zich door wederzijdse afhankelijkheid (Grinten, T. van der, 2006). In deze verhouding is de afgelopen echter twee eeuwen veel veranderd. De verstatelijking duidt op een aanzienlijke institutionele verandering in de zorg, maar deze verandering is tegelijkertijd beperkt gebleken. Overheid en particulier initiatief zijn sterk op elkaar aangewezen. Er is sprake van een sterke vervlechting die grenzen aan hiërarchische besturing stelt.
De huidige verhouding tussen overheid en particulier initiatief valt te duiden als de uitkomst van allerlei hervormingen in het verleden. De overheid heeft meer beslissingsmacht naar zich toegetrokken. Tegelijkertijd heeft het traditioneel sterke particulier initiatief hieraan altijd grenzen gesteld: de system logic (Tuohy C. 1999) was dat de traditionele positie van het particulier initiatief in elke hervorming moest worden gerespecteerd. Het Nederlandse zorgstelsel wordt om deze reden beschouwd als een historisch compromis tussen overheid en particulier initiatief waarbij de overheid verantwoordelijk is voor de financiering van de zorg en het particulier initiatief binnen een systeem van overheidsregulering voor de zorgverlening en zorgverzekering .
Toegankelijkheid
Hervormingen hebben de toegankelijkheid van de zorg in Nederland ingrijpend verbeterd. Met de moeizame invoering van de Ziekenfondswet in 1966 werd een pad ingeslagen dat in de periode steeds verder werd vervolgd met de Zorgverzekeringswet en de bijna volledig publieke financiering van de langdurige zorg als voorlopig eindpunt (Companje K-P. red 2008). Elke legale ingezetene in Nederland heeft recht op toegang tot een breed pakket van voorzieningen. De financiering van de zorg wordt gekenmerkt door een hoge mate van risico- en inkomenssolidariteit (Douven R., K. Gaspar, M. Hofland et al, 2024). Dit is een majeure beleidsprestatie, al is de politieke discussie over de lastenverdeling nooit verstomd zoals bijvoorbeeld de discussie over het verplichte eigen risico leert. Tevens is sprake van een breed geschakeerd aanbod van voorzieningen, hoewel de toegang hiertoe door het oplopende personeelstekort onder druk staat en niet iedereen goed de weg weet te vinden. Internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat de Nederlandse zorg hoog scoort ten aanzien van de toegankelijkheid van de zorg. Nergens in de OECD-landen is het percentage van de bevolking met een onvervulde behoefte aan zorg zo laag als in Nederland (OECD 2023). Burgers hebben eveneens toegang tot een breed publiek-gefinancierd pakket van zorgvoorzieningen, ook op het terrein van de langdurige zorg, met overigens tandheelkunde als notoire uitzondering.
Een breed en voor iedere burger toegankelijke zorg is in de 20ste eeuw uitgegroeid tot een heilige graal. Scherpe keuzen zoals bepleit door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) mogen dan wel voor noodzakelijk en onvermijdelijk worden gehouden, maar kunnen in de praktijk rekenen op politiek en maatschappelijk verzet. Politici kiezen als uitweg daarom voor verbetering van de doelmatigheid (wie kan tegen verbetering van de doelmatigheid zijn?), maar ook maatregelen daartoe blijken in praktijk vaak omstreden. Verbetering van de doelmatigheid lijkt een technocratische exercitie maar blijkt steeds een politiek gevoelig onderwerp. Over doelmatigheid kunnen de meningen immers sterk uiteenlopen, ook omdat er altijd verschillende belangen in het spel zijn.
Kwaliteit van zorg
De kwaliteit van de zorgverlening is eveneens onderwerp van hervormingen geweest. Thorbecke’s Geneeskundige Staatsregeling van 1865 die de medische beroepsgroep het exclusieve recht op geneeskundige handelingen bood was een stevige stap op weg naar verbetering van de kwaliteit van de zorg. De staatsregeling eerbiedigde het principe van de zelfregulering door de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg primair bij de beroepsgroep neer te leggen. Aan dit bestuurlijke principe is sedertdien altijd consequent vastgehouden, uiteraard mede onder druk van de beroepsgroep zelf.
Hervormingen hebben de kwaliteit van de zorg bevorderd. Zo had de stapsgewijze uitbouw van ziektekostenverzekering een positieve effect op investeringen in de zorg net zoals de bouw van ziekenhuizen en andere voorzieningen. De planning van de zorg in de jaren zeventig is weliswaar op een grote mislukking uitgedraaid, maar heeft het denken over de noodzaak van echellonering, regionalisering en samenwerking in de zorgverlening in gang gezet. Ideeën hierover in de Structuurnota Gezondheidszorg (1974) zijn duidelijk herkenbaar in de huidige gedachtenvorming over de kwaliteit en inrichting van de zorg. Initiatieven tot het meetbaar en zichtbaar maken van de effecten van zorg passen ook in het streven tot verbetering van de kwaliteit. Dit is tevens het geval voor de (pogingen tot) concentratie van de hoog-specialistische zorg. Tenslotte betreft versterking van de kwaliteit onder de nieuwe noemer van passende zorg een hoofdthema in het Integrale Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg en Welzijnakkoord.
De impact van hervormingen op de kwaliteit van de curatieve zorg is lastig vast te stellen. De verbetering van de kwaliteit van deze zorg valt bijvoorbeeld niet los te zien van de spectaculaire groei van de kennis van ziekte en gezondheid en sterke uitbreiding van de behandelingsmogelijkheden. Wel is het zo dat de uitgavengroei (veel) sneller is gegaan dan men op grond van de demografische ontwikkeling zou verwachten. Dit verschil in tempo kan als een investering in de kwaliteit van de zorg worden gezien.
Soms is de impact van hervormingen echter duidelijk zichtbaar. Zo gaf de totstandkoming van de Awbz (in 2015 vervangen door de Wet Langdurige Zorg) zonder meer een belangrijke kwaliteitsimpuls aan de langdurige zorg. Deze wet bood immers elke burger, afhankelijk van de indicatiestelling, recht op een breed geschakeerd palet van publiek gefinancierde voorzieningen. De kwaliteit van de zorgverlening is eveneens sterk verbeterd. Meerpersoonskamers bestaan in de langdurige zorg (bijna) niet meer. De kwaliteit van de zorgverlening blijft sterk afhankelijk is van het financiële kader.
Betaalbaarheid
De verstatelijking van de zorg was vanaf ongeveer 1970 mede ingegeven door de overweging dat de overheid met het oog op de betaalbaarheid meer sturend in de zorg diende op te treden. Om de uitgavenstijging te beteugelen zijn sindsdien tal van grote en kleine hervormingen doorgevoerd om de doelmatigheid van de zorg te versterken (Companje K-P, T. Kappelhof, R. Mouton en P. Jeurissen, 2018). De effectiviteit van deze hervormingen betreft een complex vraagstuk. Dit is niet verwonderlijk. De uitgavenstijging is immers bovenal een kwestie van demografie, prijsstijgingen en technologische vernieuwing, alle zaken waarop de overheid geen of maar beperkt invloed kan uitoefenen (Jeurissen P., J. Maarse en M. Tanke, red, 2018)
Om de uitgavenstijging te beteugelen koos de overheid in de jaren zeventig voor planning van het zorgaanbod in combinatie met een beddenreductie. Toen de planning in een politiek-bureaucratisch moeras vastliep, schakelde zij over op de budgettering van instellingen. Vanwege het beperkte budgettaire kader voor de jaarlijkse netto-groei (1,3 %) ontstonden er vervolgens lange wachtrijen die de overheid rondom de eeuwwisseling tot een forse uitgavenstijging dwongen. Tegen deze achtergrond werd de eerder vastgelopen discussie over de markthervorming weer nieuw leven ingeblazen. Deze hervorming kreeg in 2006 uiteindelijk haar beslag. De markthervorming betekende niet het einde van het budgettair kader zorg. Vanaf 2012 werd echter van een top-down vastgesteld kader overgeschakeld op bestuurlijke afspraken met het veld over de jaarlijkse reële uitgavenstijging. Deze zogeheten Bestuurlijke Hoofdlijnakkoorden zijn effectief gebleken. Het percentage van het bruto binnenlands product (bbp) dat aan zorg wordt besteed schommelt sinds 2012 rond de 11 procent. De verklaring voor dit resultaat moet niet alleen gezocht worden in de forse stijging van het bbp, maar vermoedelijk ook in de effectiviteit van de hoofdlijnakkoorden en het feit dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders door de markthervorming een veel groter financieel risico dragen dan voorheen.
Tot slot
Vooral in de 20ste eeuw zijn in de Nederlandse zorg tal van hervormingen doorgevoerd. Als gevolg van deze hervormingen is de overheid, anders dan in de 19de eeuw steeds nauwer bij de besturing van de zorg betrokken geraakt (verstatelijking). Tegelijkertijd heeft het particulier initiatief altijd een sterke eigen positie in de zorg behouden. De bestuurlijke relatie tussen overheid en particulier kenmerkt zich door wederzijdse afhankelijkheid. Veel hervormingen hebben als hoofddoel de verbetering van de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg. Hoewel de effectiviteit ervan vaak moeilijk meetbaar is, staat vast dat zij tot het bereiken van deze doeleinden hebben bijgedragen. Met name ten aanzien van de financiële toegankelijkheid is sprake van een majeure beleidsprestatie.
Over de auteurs
Hans Maarse is emeritus hoogleraar beleid van de zorg aan de Universiteit van Maastricht.
Patrick Jeurissen is hoogleraar betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg aan de Radboud Universiteit, Nijmegen.
Over het boek Hans Maarse & Patrick Jeurissen, Hervormen van de zorg, radboud university press, Gratis te downloaden op: www.radbouduniversitypress.nl
In dit boek nemen de auteurs de belangrijkste zorghervormingen in Nederland onder de loep en laten zij zien dat niet elke hervorming hetzelfde is of het beoogde resultaat heeft. Hervormingen die de toegankelijkheid van zorg verbeteren, blijken vaak succesvoller dan pogingen om de kwaliteit en doelmatigheid te vergroten.
De zorg laat zich echter niet vanachter de tekentafel hervormen. Zorghervormingen worden sterk bepaald door hun politieke en maatschappelijke context en moeten worden “bevochten” in een complexe arena met tal van belanghebbende spelers. Hervormingen zijn bedoeld om institutionele veranderingen tot stand te brengen, maar tonen veelal ook een verrassende mate van institutionele continuïteit. Ook in de toekomst zal de roep om zorghervormingen blijven klinken, in het bijzonder met het oog op de houdbaarheid van het stelsel.
Aanbeveling van het boek door de redactie
Dit goed leesbare boek is uitstekend geschikt voor zorgopleidingen aan universiteiten en hogescholen. Wie vanuit de huidige werkkring een overstap maakt naar de zorg, vindt in dit boek veel informatie over het functioneren in de zorg en kent na lezing de voor- en nadelen van grote hervormingen.
Zoektermen voor internet
Hans Maarse, Patrick Jeurissen, beleidsontwikkeling, Hervormen van de zorg Maarse Jeurissen 2026, geschiedenis Nederlandse gezondheidszorg, verstatelijking van de zorg betekenis, publiek-privaat compromis zorg, toegankelijkheid Nederlandse zorg OECD, Bestuurlijke Hoofdlijnakkoorden zorg effectiviteit, Ziekenfondswet vs Zorgverzekeringswet, institutionele continuïteit zorg, betaalbaarheid zorgstelsel Nederland, Patrick Jeurissen Radboud University Press.
