Door Robert Mouton en Guus Schrijvers, hoofdredacteur en redacteur Nieuwsbrief Zorg & Innovatie.
Het gaat niet langer zo
Na een flinke aanloop van waarschuwingen van adviseurs en adviesorganen, de aanloop van de verkiezingen, het regeerakkoord en het IZA wordt dan nu eindelijk door de NZa-bestuursvoorzitter, de CZ-bestuursvoorzitter en de minister van VWS hardop gezegd: het gaat niet langer zo. Vraag en aanbod passen niet meer, recht op zorg kan niet meer verzilverd worden en het ligt (grosso modo) aan drie zaken:
- Gebrek aan capaciteit (personeel, bedden, tijd, geld…)
- Een te grote administratieve belasting
- Het systeem.
En al deze functionarissen steken de handen in de lucht met als ultieme uitspraak: de zorg kan niet meer gegarandeerd worden.
Allemaal waar en begrijpelijk, maar wat leert nadere beschouwing van deze drie punten?
Ad 1) gebrek aan capaciteit. In het huidige systeem heeft de verzekeraar de zorgplicht en moet hij adequaat inkopen. Hoe kan het dan dat er te weinig wordt ingekocht of dat zelfs onderbesteding plaatsvindt op grote dossiers waar een nijpend tekort aan zorg wordt ervaren? Is dat alleen een personeelskwestie? Heeft niemand ooit prognoses gelezen? De RVZ voorspelde tien jaar geleden al dat er ernstige krapte zou ontstaan. Wie is dan incompetent? Los daarvan: hoe ga je met gebrekkige capaciteit om?
Ad 2) Een te grote belasting aan administratie. Ook dat is natuurlijk waar. 35 tot 45% van de zorgkosten zit in niet patiëntgebonden tijd. Dat zit hem niet alleen in tijd van de zorgverleners, maar ook in de tijd van staf en management, toezicht, controle, advies, private verzekeraars, bestuursorganen, ministerie, etc. Iedereen is het er over eens dat dit absurd is: de moraal ‘controle is beter dan vertrouwen’ is dan ook al zo ver ingeburgerd in de zorg dat iedereen het gewoon vindt.
Ad 3) Het ligt aan het systeem. Dat is natuurlijk de ultieme dooddoener: niet de spelers in het systeem, maar het systeem is schuldig. Maar ook al is dat hard te maken, kun je daarmee ook het kind met het badwater weggooien: toegankelijkheid (recht op zorg), kwaliteit en betaalbaarheid blijven immers bovenaan staan als doelstellingen of uitgangspunten. Sinds kort is daar overigens “effectiviteit” bij velen aan toegevoegd, hoewel daar ook nog iets over valt te zeggen.
Wat nu?
Als we dit zo bezien dan is de vraag waar je zou moeten beginnen. Met een verdere verwijzing naar het systeem? Bijvoorbeeld de schuld geven aan marktwerking? Helpt dat bij 1 en 2? Met het doorzetten van regie (doorzettingsmacht) naar de overheid? Of zullen we een partij uit het stelsel schrappen? Waar is bijvoorbeeld de inkoop door vele zorgverzekeraars eigenlijk voor nodig? Zijn die om te vormen tot enkele uitvoeringsorganisaties? Het is ook denkbaar om elke zorgwet te voorzien van een geclausuleerd experimenteer-artikel: afwijken van wet- en regelgeving mag met toestemming van de NZA en ZINL indien dit het bereiken van gezondheidsdoelen bevordert. Dat zal allemaal een klein beetje kunnen helpen, maar de inspanning vergt ook weer een heel circus van wetswijzigingen, juridische en financiële complicaties en administratieve rompslomp. Met het loslaten van de regeldrift dan? Dat is natuurlijk prima: de regel is voortaan bijvoorbeeld dat voor iedere nieuwe regel er tenminste twee regels verdwijnen. Met het tempo waarin we regels maken zou dit voor een snelle teruggang kunnen zorgen. Sterker nog: het is zelf een regel: een beloningsregel. Een prijsvraag zou ook nog kunnen.
Behoud personeel
Al deze positief bedoelde denkoefeningen ten spijt: de hamvraag zit hem, op zowel de korte als de lange termijn, in personeelsbeleid: alle inspanningen van alle spelers in het veld zouden gericht moeten zijn op innovaties van adequaat personeelsbeleid, en met name om de uitstroom van medewerkers te beperken. In de bijdrage van Marc Spoek in deze nieuwsbrief is daar meer over te lezen. Hier houden wij het bij een oproep aan de eerder genoemde bestuursvoorzitters, de minister en natuurlijk de cao-partijen: U bent zelf aan zet. Als de belangrijkste partij, namelijk de zorgverlener, systematisch uit de zorg vertrekt dan bent u individueel en gezamenlijk met spoed verantwoordelijk voor actie. Een paragraaf in een beleidsstuk of een verwijzing naar andere overlegtafels is dan niet genoeg.
