Door Rube van Poelgeest (zorgonderzoeker te Maarn), Hans Peucker (huisarts te Houten) en Bart van Pinxteren (huisarts te Utrecht).
Transparantie: de auteurs zijn betrokken bij de ontwikkeling van de DigiLadder via SpinDok (zie ook de transparantieverklaring aan het einde van dit artikel).
Beoordeelde website:
- LHV, AI in de huisartsenpraktijk, onlangs geopende website, geraadpleegd begin juni 2026.
Inleiding van de redactie
In eerdere artikelen (klik hier, hier en hier) in deze nieuwsbrief lieten de auteurs zien dat digitalisering pas waarde oplevert wanneer technologie, zorgprocessen en organisatie samen veranderen. Die conclusie geldt onverminderd voor kunstmatige intelligentie (AI). Recent publiceerden de LHV en het CMIO een recente website hierover. De auteurs bespreken de inhoud, plaatsen die in de context van de internationale literatuur en beschrijven wat nodig is voor een succesvolle invoering van de tips en adviezen. De auteurs zijn betrokken bij de ontwikkeling van de DigiLadder via SpinDok (zie ook de transparantieverklaring aan het einde van dit artikel).
1. Wat staat er in de handreiking?
De handreiking van de LHV en het CMIO-netwerk positioneert AI nadrukkelijk als hulpmiddel voor de huisarts, niet als vervanger van professionele besluitvorming. De werkdruk vormt de aanleiding: 80 procent van de huisartsenpraktijken ervaart een (te) hoge werkdruk en het aandeel praktijken dat geen nieuwe patiënten kan aannemen steeg van 48 naar 60 procent1. De handreiking onderscheidt toepassingen die nu al worden ingezet of getest:
- Digitale triage en consultvoorbereiding, waarbij patiënten hun klachten gestructureerd invoeren;
- Beelddiagnostiek op huisartsenposten, zoals beoordeling van röntgenopnamen bij verdenking op botbreuken buiten kantooruren;
- Consultadministratie via spraakherkenning en automatische gesprekssamenvattingen, zodat de huisarts zich meer kan richten op de patiënt;
- Vroegsignalering van ziekten, waarbij AI-patronen herkent in vrij geschreven EPD-notities — bijvoorbeeld bij verhoogd risico op longkanker;
- Ondersteuning bij richtlijnen en literatuur: AI-tools die op basis van een klinische vraag in gewone taal binnen seconden een onderbouwd antwoord geven met verwijzing naar NHG-richtlijnen of wetenschappelijke bronnen;
- Slimme postverwerking: automatisch samenvatten van verwijsbrieven en koppelen aan het juiste specialisme of de juiste episode.
De handreiking maakt ook een belangrijk juridisch onderscheid: systemen die medische besluitvorming (mede) uitvoeren, vallen onder de Medical Device Regulation (MDR) en mogen uitsluitend binnen dat wettelijke kader worden toegepast (European Parliament and Council of the European Union ,2017). Deze MDR-plichtige systemen worden nu nog slechts beperkt ingezet. De LHV en het CMIO-netwerk ondersteunen huisartsen actief via een landelijk AI-netwerk, praktijkverhalen en juridische Q&A’s, scholing en webinars, en lobby voor passende bekostiging.
Voor huisartsen die willen experimenteren biedt de handreiking een praktische checklist: begin met één pilot, gebruik alleen gevalideerde — bij voorkeur CE-gemarkeerde — tools, zet geen patiëntgegevens in publieke AI-toepassingen, documenteer gebruik en uitkomsten, en deel ervaringen binnen het LHV-netwerk of via de regionale CMIO.
2. Hoe verhoudt dit zich tot de bevindingen uit de internationale wetenschappelijke literatuur?
In juni 2025 publiceerde een Spaanse onderzoeksgroep een internationaal overzichtsartikel (Martínez-Martínez H en collega’s, 2025) over het gebruik van AI in de eerstelijn. Dat verscheen in het wetenschappelijke Journal of Medical Internet Research. Dit review is gebaseerd op 54, in het Engels geschreven, artikelen . Het betreft onderzoeken bij huisartsenpraktijken in Canada, USA, Australië, Duitsland, Groot-Brittannië en Denemarken. Vier centrale thema’s kwamen naar voren:
- De invloed van AI op de arts-patiëntrelatie;
- AI als partner voor efficiënter tijd- en informatiemanagement;
- Het belang van datakwaliteit, privacy en bias;
- Voorwaarden voor succesvolle implementatie, waaronder toegankelijkheid, vertrouwen en gezamenlijke ontwikkeling met gebruikers.
Opvallend is dat de handreiking en het internationale onderzoek sterk overeenkomen. Beide benadrukken de potentiële vermindering van administratieve lasten, het behoud van professionele autonomie, zorgen over privacy en gegevensgebruik, risico’s van vooringenomen algoritmen en de noodzaak van zorgvuldige implementatie.
Het artikel gaat echter verder dan de handreiking door nadrukkelijker aandacht te besteden aan veranderingen in de arts-patiëntrelatie. Patiënten en zorgverleners vrezen verlies van empathie, persoonlijk contact en vertrouwen wanneer AI te dominant wordt ingezet. Daarnaast benadrukt het onderzoek dat succesvolle invoering alleen mogelijk is wanneer patiënten en zorgverleners vanaf het begin worden betrokken bij ontwerp en implementatie.
3. Is de inhoud van de handreiking volledig?
Grotendeels wel, zeker voor een praktijkgericht document. De handreiking gaat verder dan een algemene beleidswebsite: beelddiagnostiek en vroegsignalering worden expliciet genoemd, en het MDR-onderscheid geeft huisartsen juridische houvast. Toch ontbreken enkele thema’s die in de internationale literatuur steeds vaker terugkomen.
AI en klinische besluitvorming
De nadruk ligt op administratieve en organisatorische ondersteuning. De bredere ontwikkeling van AI bij differentiaaldiagnostiek en risicostratificatie – waarbij AI actief bijdraagt aan klinische redenering – krijgt ook in de handreiking beperkte aandacht. Juist daar liggen toepassingen die het huisartsen vak fundamenteel kunnen veranderen.
Verandering van de huisartsrol
De handreiking bespreekt nauwelijks hoe de rol van de huisarts mogelijk verschuift van informatieverwerker naar regisseur, beoordelaar en coach van AI-ondersteunde zorgprocessen. Dat is een wezenlijke verandering in de professionele identiteit die aandacht verdient in de nascholing en beroepsopleiding.
Patiënt-AI interacties
Steeds meer patiënten raadplegen ChatGPT of vergelijkbare systemen vóórdat zij de huisarts bellen. Zij komen het consult in met een eigen diagnose, een lijst met vragen of juist met geruststellende AI-uitkomsten die hen ervan weerhielden eerder te komen. Dit verandert de dynamiek van het consult fundamenteel: de huisarts is niet langer de eerste informatiebron, maar de toetser van wat de patiënt al meent te weten. In de dagelijkse praktijk is dit al zichtbaar — en toch besteedt de handreiking er geen aandacht aan.
Organisatieverandering
De handreiking richt zich vooral op individuele toepassingen. De grotere vraag hoe AI complete praktijkprocessen kan herontwerpen blijft onderbelicht. Juist daar liggen waarschijnlijk de grootste en meest duurzame effecten.
4. Is de inhoud voldoende betrouwbaar?
Ja, grotendeels wel. De LHV en het CMIO-netwerk kiezen bewust voor een voorzichtige en professionele benadering. De beschreven kansen en risico’s sluiten goed aan bij de internationale literatuur. Ook de nadruk op menselijke controle, privacybescherming en professionele verantwoordelijkheid wordt breed ondersteund door onderzoek. Wel valt op dat verwachtingen rondom werkdrukvermindering nog beperkt wetenschappelijk zijn onderbouwd. Verschillende onderzoeken laten zien dat AI vaak leidt tot meer werkplezier en meer aandacht voor de patiënt, maar niet automatisch tot tijdswinst. Nieuwe controle- en verificatietaken kunnen een deel van de winst weer teniet doen.De betrouwbaarheid van de handreiking is daarmee hoog, maar sommige veronderstelde effecten moeten nog in de praktijk worden bewezen.
5. Wat verandert er als huisartsen alle adviezen opvolgen?
Wanneer AI breed wordt ingevoerd volgens de aanbevelingen van de LHV en het CMIO-netwerk, zijn de gevolgen waarschijnlijk aanzienlijk.
Werkplezier
Waarschijnlijk neemt het werkplezier toe. Huisartsen rapporteren nu al dat zij tijdens consulten beter kunnen luisteren doordat minder aandacht nodig is voor typen en verslaglegging.
Werkdruk
De ervaren werkdruk zal vermoedelijk dalen, hoewel de beschikbare tijd niet noodzakelijk toeneemt. Minder administratieve belasting voelt anders dan daadwerkelijk minder uren werken.
Consultvoering
Consulten worden waarschijnlijk persoonlijker. De huisarts kan meer oogcontact maken en zich meer richten op het gesprek. Tegelijk ontstaat een nieuwe taak: het beoordelen van AI-gegenereerde samenvattingen en adviezen.
Triage
AI-ondersteunde triage zal waarschijnlijk leiden tot betere prioritering van hulpvragen en efficiëntere inzet van praktijkondersteuners en assistenten. Daarbij blijft menselijk toezicht noodzakelijk.
Aantal consulten
Op basis van ervaringen met eerdere digitaliseringsprojecten – zoals beschreven in onze eerdere bijdragen aan deze nieuwsbrief – is het meest waarschijnlijke scenario dat laagdrempelige digitale toegang extra zorgvragen genereert in plaats van minder. Wie AI inzet zonder de onderliggende zorgprocessen te herontwerpen, riskeert meer vraag zonder meer capaciteit.
Zelfmanagement
Hier ligt waarschijnlijk de grootste winst op langere termijn. Patiënten krijgen steeds betere mogelijkheden om informatie te verzamelen, symptomen te analyseren en eenvoudige vragen zelfstandig af te handelen. Hierdoor kan een deel van de huidige huisartsenzorg verschuiven naar ondersteund zelfmanagement.
6. Wat is een goede implementatiestrategie om AI veilig en snel te versterken in de eerste lijn?
De grootste fout zou zijn AI te beschouwen als een nieuw softwarepakket dat simpelweg aan de praktijk kan worden toegevoegd. Onze eerdere artikelen over digitale zorg lieten al zien dat technologie pas waarde creëert wanneer ook processen, organisatie en vaardigheden veranderen. Dat geldt misschien nog sterker voor AI.
Stap 1. Meet eerst de digitale volwassenheid van de praktijk
Praktijken die AI willen invoeren doen er verstandig aan eerst hun digitale volwassenheid in kaart te brengen. Een praktijk die nog worstelt met gegevensuitwisseling, taakdelegatie of digitale patiëntcommunicatie zal minder profiteren van AI dan een praktijk met een hoge digitale volwassenheid.
Stap 2. Begin bij het zorgproces
Analyseer vervolgens waar tijdverlies, administratieve belasting, wachttijden en knelpunten ontstaan. Pas daarna wordt bekeken welke AI-toepassingen daadwerkelijk kunnen helpen.
Stap 3. Kies toepassingen met directe meerwaarde
Start met bewezen toepassingen zoals:
- Consultregistratie en spraakgestuurde verslaglegging;
- Administratieve ondersteuning en postverwerking;
- Triageondersteuning;
- Ondersteuning van patiëntcommunicatie.
Stap 4. Integreer AI in bestaande systemen
AI moet onderdeel worden van het huisartsinformatiesysteem en niet leiden tot extra schermen, extra registraties of dubbele workflow.
Stap 5. Organiseer scholing en kwaliteitsbewaking
Iedere praktijk zou een AI-verantwoordelijke moeten aanwijzen die kennis opbouwt over privacy, veiligheid, kwaliteit en verantwoord gebruik. De CMIO’s in de regio kunnen hierbij een ondersteunende rol spelen, zoals de handreiking ook aangeeft.
Stap 6. Meet effecten systematisch
Niet alleen productiviteit, maar ook de volgende indicatoren moeten worden gevolgd:
- Patiënttevredenheid;
- Werkplezier en werkdruk;
- Toegankelijkheid van de praktijk;
- Kwaliteit van zorg;
- Digitale inclusie.
Kortom
De LHV en het CMIO-netwerk hebben een evenwichtige en betrouwbare handreiking geschreven over AI in de huisartsenpraktijk. De inhoud sluit goed aan bij de internationale wetenschappelijke literatuur en biedt huisartsen praktische handvatten voor verantwoord gebruik. De aandacht voor concrete toepassingen – van beelddiagnostiek tot slimme postverwerking – en het juridische onderscheid rond de MDR geven de handreiking een meerwaarde boven een algemene beleidswebsite.
Tegelijkertijd staat de discussie nog maar aan het begin. De grootste impact van AI zal waarschijnlijk niet ontstaan door snellere verslaglegging of betere triage, maar door fundamentele veranderingen in de organisatie van huisartsenzorg en in de rol van patiënten – inclusief de patiënt die met een AI-diagnose op zak het spreekuur binnenstapt.
Net als bij eerdere vormen van digitalisering zal de uiteindelijke opbrengst niet worden bepaald door de technologie zelf, maar door de mate waarin huisartsenpraktijken hun werkprocessen durven herontwerpen. Het meten en ontwikkelen van digitale volwassenheid is daarbij geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde.
De vraag voor de komende jaren is niet óf AI de huisartsenzorg gaat veranderen, maar hoe huisartsen die verandering zelf vormgeven.
Over de auteurs:
dr. ir. Rube van Poelgeest houdt zich bezig met innovatie, organisatieontwikkeling en digitalisering in de zorg. Vanuit SpinDok werkt hij aan instrumenten waarmee zorgorganisaties hun digitale volwassenheid kunnen meten en verbeteren. Hij publiceert regelmatig over digitale transformatie, zorginnovatie en implementatie van nieuwe technologieën.
Hans Peucker is huisarts in Houten en medeoprichter van SpinDok. Hij combineert zijn dagelijkse praktijkervaring met een sterke interesse in digitale innovatie, procesverbetering en toekomstbestendige organisatie van huisartsenzorg. Vanuit SpinDok adviseert hij huisartsenpraktijken over digitalisering en implementatie van innovatieve zorgconcepten.
Bart van Pinxteren is huisarts in Utrecht en behoort tot de voorlopers op het gebied van digitalisering en e-health binnen de Nederlandse huisartsenzorg. Hij ontwikkelde onder meer de DigiLadder (voorheen ICT-Ladder) voor huisartsenpraktijken en houdt zich bezig met digitale transformatie, e-health en innovatie van zorgprocessen in de eerste lijn.
Over SpinDok:
De auteurs ontwikkelden vanuit SpinDok de DigiLadder. De DigiLadder maakt inzichtelijk in welke ontwikkelingsfase een praktijk zich bevindt op het gebied van digitalisering, werkprocessen, patiëntcommunicatie en de inzet van innovatieve technologieën zoals AI. Niet de aanwezigheid van software staat centraal, maar de vraag of digitale toepassingen daadwerkelijk bijdragen aan betere zorg, meer werkplezier en een betere patiëntervaring. Na de meting ontvangen praktijken een concrete routekaart voor verdere ontwikkeling.
Vanuit SpinDok werken de auteurs door aan een groeiend palet van meetinstrumenten voor de eerste lijn https://www.digiladder.nl/
Naast de DigiLadder – die de digitale volwassenheid van een praktijk als geheel in kaart brengt – zijn inmiddels twee nieuwe instrumenten beschikbaar.
De PatientLadder meet de patiënttevredenheid met het digitale aanbod van een praktijk: hoe ervaren patiënten de digitale toegankelijkheid, communicatie en dienstverlening? De SkillzLadder brengt de digitale vaardigheden van praktijkmedewerkers in kaart en maakt zichtbaar waar scholing of ondersteuning nodig is.
In ontwikkeling is de 7510Ladder, die praktijken stap voor stap helpt om NEN 7510-compliant te worden – de Nederlandse norm voor informatiebeveiliging in de zorg. Juist nu AI-toepassingen steeds meer persoonsgegevens verwerken, wordt informatiebeveiliging een randvoorwaarde voor verantwoord gebruik. De 7510Ladder komt naar verwachting in het najaar van 2026 beschikbaar. Meer informatie: http://www.DigiLadder.nl
1 Van den Berg M, en collega’s, 2022 Batenburg R, Versteeg S, Vis E. De arbeidsmarkt van de Nederlandse huisartsenzorg in 2021: Toelichting en samenvatting van het onderzoek. Utrecht: Nivel; 2022
Zoektermen voor internet
Rube van Poelgeest, Hans Peucker, Bart van Pinxteren, Eerste Lijn, Digitalisering, LHV handreiking AI huisartsenpraktijk 2026, CMIO netwerk kunstmatige intelligentie eerstelijn, spraakgestuurde consultregistratie EPD, Medical Device Regulation MDR huisarts AI, Martínez-Martínez JMIR AI review 2025, invloed AI op arts-patiëntrelatie, DigiLadder digitale volwassenheid SpinDok, risico op aanbodgecreëerde zorgvraag AI.
