Door Petrie Roodbol, em. hoogleraar verplegingswetenschappen

Inleiding

Op 12 juni jl. is het boek “Heilige Zorghuisjes, meer mensen en minder systemen” van Marjet Veldhuis verschenen waarin zij bloot legt dat de onbetaalbaarheid van de zorg berust op een hardnekkige mythe. Zij beschrijft hoe de beeldvorming over deze onbetaalbaarheid is ontstaan en in stand wordt gehouden. Daarnaast gaat zij uitvoerig in op de disbalans tussen de uitgaven aan het primaire proces (uitgaven ín de zorg) en die aan de steeds verder uitdijende organisatie van de zorg in brede zin (uitgaven áán de zorg).

Het is haar tweede boek over dit onderwerp, maar kan ook zelfstandig worden gelezen. Een aantal conclusies uit haar eerste boek komt terug.

Inhoud in het kort

Het ruim 200 pagina’s tellende boek bestaat uit vier delen met in totaal 18 hoofdstukken. Het is rijkelijk voorzien van tabellen, schema’s en infographics. Deel één en twee laten zien hoe het verhaal over de onbetaalbaarheid van de zorg in de wereld is gekomen en een eigen leven leidt. Krantenkoppen bijvoorbeeld over de toenemende vergrijzing met foto’s van hulpbehoevende ouderen bevestigen het idee dat de kosten de komende jaren verder de pan uit zullen rijzen. Daarom is het van het grootste belang dat zorgprofessionals zo efficiënt mogelijk werken. Ook de schaarste aan personeel, waar ook veel over wordt geschreven, maakt dit tot topprioriteit.

Cijfermatig toont de auteur echter aan dat procentueel van het BBP de zorgkosten de afgelopen jaren nauwelijks zijn gestegen, zeker als hier de inflatie en bevolkingsgroei in wordt meegewogen. Wel heeft er een verschuiving plaats gevonden van geld voor zorginhoud naar de organisatie van de zorg, naar de systemen. Daarbij blijft buiten beeld wat zorg maatschappelijk oplevert aan gezondheid, kwaliteit, ontlasting van mantelzorgers, zelfstandigheid en arbeidsparticipatie. Dit komt in deel drie aan de orde. Schulden, dakloosheid, armoede, ondervoeding en laaggeletterdheid zijn factoren die hun oorsprong buiten de zorg vinden, maar uiteindelijk wel leiden tot gezondheidsproblemen en dus tot zorgkosten.

Alle kosten die buiten de directe zorg zelf worden gemaakt komen worden in dit deel behandeld in een “aan-de-zorgalfabet” waarin de systemen (instanties en regelingen) aan de kaak worden gesteld die weliswaar aan de zorg gelieerd zijn, maar niet of nauwelijks bijdragen aan de zorg zelf. Denk hierbij aan zorgverzekeraars, brancheverenigingen, managementlagen, actieprogramma’s, indicatoren, benchmarks, kennis en expertisecentra. Tot slot wordt in deel vier gepleit om vanuit het perspectief van zorgprofessionals, patiënten en mantelzorgers te werken aan een nieuwe balans tussen uitgaven ín de zorg en áán de zorg.

Reactie

Het boek is vlot en toegankelijk geschreven. De aanklacht tegen het huidige zorgsysteem is zonder meer herkenbaar. Het is ook mijn ervaring dat de schil van de directe zorg de afgelopen decennia exponentieel is toegenomen met bedrijfsbureaus, ICT en facilitaire diensten, financiële afdelingen, juristen, organisatieadviseurs, ARBO-medewerkers en tal van management lagen met een gelijkblijvende formatie zorgprofessionals. Regelgeving, procedures, protocollen en niet te vergeten het EPD beheersen het uitvoerend werk en niet altijd ten goede. Dit wordt onder meer bevestigd door verpleegkundige Eline de Kok in haar proefschrift over rebels verpleegkundig leiderschap (Deviating in White, 2024, zie ook alhier).  Om niet werkende regelingen te ontwijken ontwikkelen verpleegkundigen onder de radar geitenpaadjes in het belang van hun patiënten (p. 150). Huisarts, bestuurder en auteur Danka Stuyver (2025) beschrijft in haar Dit kost ons de Zorg, hoe zorgverleners geconfronteerd worden met de gevolgen van disfunctioneel macrobeleid (p.49). 

Veldhuis onderbouwt haar beweringen met harde cijfers uit betrouwbare bronnen, scherpe observaties en eigen ervaringen. Zij nuanceert de beeldvorming over de hoge kosten van de vergrijzing, de hoofdschuldige van de stijgende zorguitgaven. De prognose van het aantal dementeerden kan op basis van veranderde definities fors naar beneden worden bijgesteld. Het aantal mensen op de wachtlijsten voor verpleeghuizen is gedaald, het aantal indicaties voor verpleeghuiszorg neemt af en werkorganisaties signaleren minder zorguren. De periode van grote zorgafhankelijkheid van ouderen is gelijk gebleven, maar begint later. Vergrijzing leidt niet automatisch tot stijging van de zorgkosten.

Is schaarste van zorgpersoneel een arbeidsmarkprobleem of een systeemprobleem? Veelzeggend is het gegeven dat een kwart van de Zzp’ers vindt dat zij als zelfstandige betere zorg kunnen leveren. Bij arbeidsmarkt prognoses worden alleen die Zzp’ers volwaardig meegeteld die directe zorg taken uitvoeren. Het potentieel blijft buiten beeld.

De steeds hoger wordende kosten aan de zorg wordt geïllustreerd met onder meer de kosten van inhuur van personeel bij VWS dat in korte tijd vertienvoudigde (van 8,7 miljoen in 2019 naar 87 miljoen in 2025). Instellingen geven samen jaarlijks ongeveer driekwart miljard uit aan consultancy, exclusief ICT-projecten.

Scherp is de analyse over de toenemende rol van de banken in de gezondheidszorg waarin bedrijfsplannen en solvabiliteit prevaleren boven zorginhoudelijke keuzes.

In een beperkt aantal gevallen berusten de gebruikte argumenten op aannames. Zo suggereert ze in haar aan-de zorg-alfabet dat het groeiend aantal bijzonder hoogleraren vooral onderzoek doet op het terrein waar hun financiering vandaan komt. Hier ontbreekt een onderbouwing met proefschriften en artikelen.  

Dat bijna iedere zorginstelling een eigen (interne) opleidingscentrum heeft, waar erg veel geld mee gemoeid is, leidt geen twijfel. Maar waarom is de behoefte aan bij- en nascholingen zo groot? Hoe is de aansluiting van het initiële onderwijs op de beroepsuitoefening?

Bijna cabaretesk is de opsomming van banen waarvan moeilijk te begrijpen is waarom ze eigenlijk bestaan, als vertaling van David Graeber Bullshitjobs, 2018. Genoemd worden onder meer programmacoördinatoren, speechschrijvers, registratiecoaches, lean consultants, vitaliteitscoaches enz. De auteur loopt hier het risico niet serieus te worden genomen. Toch is ook dit herkenbaar.

Deel vier is het minst uitgewerkte deel en gaat over de oplossingsrichting. Dé oplossing bestaat niet. Het begint vooral met niet meer vanuit onbetaalbaarheid maar anders naar de zorg te kijken en daar vragen over te stellen. Erkenning van het systeemfalen is daarbij een eerste stap. Maar misschien dat dit verder uitgewerkt kan worden in een derde boek?

Conclusie

Een heldere analyse van de problemen in ons huidige zorgsysteem waarin Veldhuis een vinger op de zere plek legt. Verplichte kost voor beleidsmakers!

Op een schaal van vijf sterren geef ik deze publicatie 4 sterren. Voor zorgverleners ín de zorg is dit boek een feest van herkenning. Ik beveel aan het cadeau te doen aan iedereen die áán de zorg werkt.

Over de auteur van het besproken boek:

Marjet Veldhuis heeft als verpleegkundige in verschillende functies in de directe zorg gewerkt. Ze is na de studie Beleid en Beheer bij onder meer een zorgverzekeraar, een zorgkantoor, het zorginstituut, gemeenten en een branchevereniging terechtgekomen. Zij kent de zorg van binnen en buiten. Met een helicopterview en onderbouwd met een veelheid aan literatuur levert zij kritiek op het huidige systeem van de gezondheidszorg en de betaalbaarheid daarvan.

Over de recensent:

Petrie Roodbol, emeritus hoogleraar verplegingswetenschappen, is begonnen als verpleegkundige. Ze heeft gedurende haar vijftigjarige loopbaan gewerkt in de directe patiëntenzorg, het management, onderwijs en onderzoek in binnen- en buitenland. Na een studie verplegingswetenschap is zij gepromoveerd op taakherschikking tussen artsen en verpleegkundigen en heeft zij in ons land de functie van Nurse Practitioner geïntroduceerd, waaruit de verpleegkundig specialist is voortgekomen.