Door Robert Mouton en Guus Schrijvers, hoofdredacteur en redacteur van de Nieuwsbrief Zorg en Innovatie.

In de ziekenhuiszorg is sprake van een zorginfarct, aldus het NRC van deze week. In de verpleeghuiszorg is ook een infarct (zo is te lezen in deze Nieuwsbrief) en wordt er weliswaar onafhankelijk geïndiceerd maar over twee jaar ben je misschien aan de beurt; waarschijnlijk ben je dan al overleden. Ook zijn er in de GGZ onacceptabel lange wachtlijsten, zo is ook te lezen in deze editie van de Nieuwsbrief. In de jeugdzorg is het geduld al enige tijd op. Het ziekteverzuim en de uitstroom in de zorg zijn niet bepaald hoopgevend. Dit ondanks pogingen om medewerkers meer te laten te werken of anderszins langer of beter te binden. Ook financieel is er weinig hoop: vier op de vijf ziekenhuizen komen volgend jaar (vanwege energiekosten, loonsverhogingen en duurder personeel (niet in loondienst)) in de rode cijfers. Waar Duitsland acht miljard uittrekt om ziekenhuizen tegemoet te komen is in Nederland met een IZA het macrobudget dichtgetimmerd. Door verandering van het regime voor GGZ-patiënten (de wlz-indicatie is verruimd), moeten er tegelijkertijd honderden miljoenen extra worden gevonden.

De zorg zit verstopt

Ondertussen kunnen patiënten moeilijk terecht in de acute geboortezorg, aldus een noodkreet op LinkedIn, worden ambulances soms doorgestuurd en kan specialistische zorg op verwijzing van de huisarts niet meer standaard worden geboden. Tal van goedbedoelde initiatieven om beter met schaarste om te gaan (afstemming, samenwerking, coördinatie) kunnen niet verhullen dat ook bedrijfsmatige verbeteringen uiteindelijk weinig of geen soelaas meer bieden: de zorg zit verstopt. De machtsverhoudingen in de contractering van de zorg lijken zich in deze schaarste in toenemende mate te manifesteren: de kleine aanbieders hebben het zwaar te verduren, zowel in de feitelijke onderhandeling als in het z.g. artikel 13-debat.

Niemand is verantwoordelijk voor wat voor beleid dan ook

In een vorige blog riepen wij degenen waarvan men mag aannemen dat ze aan de touwtjes kunnen trekken op om zich actief voor personeelsbeleid in te zetten. Dat was goed bedoeld, maar geen van die partijen, sterker nog, geen enkele partij, lijkt in Nederland meer verantwoordelijk te stellen voor welk beleid dan ook. Alle schaarste wordt door de nationale beleidsmakers vertaald naar nog niet bewezen en nauwelijks onderzochte middellange termijn oplossingen. Zij blijven als het ware toch steken in de oproep dat samenwerking en coördinatie de oplossing is. We komen hier dadelijk op terug.

IZA bevat geen gezondheidsdoelen

Als niemand meer verantwoordelijk is voor het oplossen van schaarste, dan worden de uitgangspunten rond solidariteit, kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid niet als integrale opdracht bewaakt. Wat zich wreekt is dat in het IZA geen volksgezondheidsdoelen staan. De complexiteit wint daardoor. Voorbeeld: ons parlement kan signalen afgeven in dezelfde trant als hierboven beschreven, maar het coalitieakkoord zorgt er voor dat slechts sporadisch van binnenuit de coalitie commentaar wordt gegeven. Wat opmerkelijk is, is dat het IZA door een minister wordt georganiseerd met veldpartijen en dat het parlement dit slikt: want wie gaat er nu in tegen een akkoord dat met het veld is afgesproken? Maar, los van alle goede intenties en voornemens: het IZA lost uiteindelijk niet de schaarste op en timmert wel een macrobudget vast. Dat is in onze ogen een paradox.

Twee voorstellen

Er is dus grote schaarste aan zorg in de jaren 2023 en 2024 en wellicht ook in de jaren daarna. Wat kunnen de zittende regering en parlement doen om deze schaarste te beperken vóór de nieuwe verkiezingen in 2025? Hieronder volgen onze twee antwoorden.

1. Laat de regionale coördinatiecentra (RGC’s) voor acute zorg werken voor alle zorgverlening

In een aantal regio’s zoals Midden-Nederland en Rotterdam-Rijnmond komen alle verzoeken om acute zorg, binnen bij één RGC (regionaal coördinatiecentrum). Dat heeft overzicht van beschikbare capaciteit van seh’s, afdelingen verloskunde en IC’s van ziekenhuizen in de regio en verbindt door via triage naar huisartsenpost, acute ouderenzorg of crisisdienst-ggz. In deze regio’s verminderde dit de schaarste bij patiënten en verwijzende hulpverleners. In de coronajaren 2020 en 2021 functioneerden vergelijkbare Regionale Centra Patiënten Spreiding . Ons staat voor ogen dat de RGC’s ook gaan werken voor de spreiding van electieve, niet-spoedeisende patiënten met een wachttijd langer dan in de Treeknormen is overeengekomen. Zij verdelen patiënten op de wachtlijst voor electieve ingrepen over regionale ziekenhuizen en Zelfstandige Behandel Centra. Zodra de wachttijden binnen de Treeknormen vallen, vervalt deze regionale spreiding. Een vergelijkbare regionaal toewijzing voor jeugdzorg, ggz en ouderenzorg is niet te vermijden gelet op de grote schaarste op alle fronten.

2. Ontwikkel en hanteer urgentiecriteria voor wie wanneer voor zorg in aanmerking komt

Deze maanden buigen tal van wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten zich over de bestaande richtlijnen voor verwijzing en toegang tot behandeling met de vraag of deze zijn aan te scherpen vanwege schaarste en de discussie over passende zorg. Wij stellen voor om bij deze activiteiten mee te nemen het benoemen van urgentie criteria, de behandelvorm van voorkeur (online of fysiek), verwijs- en terugverwijscriteria en standaardprocedures om beslissingen te nemen in geval van capaciteitsschaarste. Bij die laatste procedures denken wij onder meer aan het hanteren van de Code Zwart in geval van schaarste aan IC-bedden. Ook voor andere sectoren als de jeugdzorg, eerste lijn, ggz en ouderenzorg bepleiten wij vergelijkbare initiatieven.

Kortom

Onze eerste beleidssuggestie betreft de vorm van de besluitvorming bij schaarste: deze ligt voor alle zorg bij de genoemde Regionale Coördinatie Centra. De tweede suggestie betreft de inhoud ervan: het formuleren van urgentiecriteria voor in behandelneming van patiënten/cliënten. De twee voorstellen combineren vorm en inhoud van schaarste-beslissingen. Wij beseffen dat hiervoor systeemwijzigingen nodig zijn. Die kwamen snel en vrijwillig tot stand tijdens de pandemie. Thans is de schaarste in de zorg op vergelijkbare hoogte. Onze twee voorstellen zijn ingegeven om de WHO principes Gelijke Toegang tot de zorg voor iedereen en betaalbaarheid van zorg vast te houden in de komende twee, drie jaren.

Dit laat onverlet dat structurele herinrichting voor de langere termijn onontkoombaar lijkt.