Door Joba van den Berg.
Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is afgesloten om de zorg beschikbaar, bereikbaar én betaalbaar te houden, ook voor volgende generaties. De kosten van de zorg stijgen immers al jaren harder dan de groei van ons bruto binnenlands product en dat is een onhoudbaar pad. Per volwassene wordt gemiddeld 7174 euro uitgegeven min 571 euro zorgtoeslag. En iedere euro besteed aan zorg kan niet worden uitgegeven aan voeding, kleding of vervoer. Dus het is belangrijk dat we met het IZA vanuit ‘passende zorg’ gaan werken aan toekomstbestendige oplossingen.
Regio als toverwoord
Aanpassingen zijn dus nodig. Zo moeten de administratieve taken minimaal worden gehalveerd (op dit moment 30-40% van de arbeidstijd), zodat zorgprofessionals meer tijd krijgen om te zorgen.
Het is ook nodig om te de-medicaliseren. Pillen zijn niet de primaire oplossing. Mentale problemen die hun oorzaak hebben in het sociale domein zoals schuldenproblematiek en werkloosheid moeten worden opgelost in het sociale domein. Zingevingsproblemen zoals eenzaamheid moeten meer worden opgelost met omzien naar elkaar.
Een derde omslag die moet worden gemaakt is naar minder marktwerking en meer samenwerking.
Dus van elkaar leren en kopiëren in plaats van het not–invented-here–syndroom en iedereen die het wiel zelf opnieuw uitvindt.
De meest logische plek om te gaan samenwerken is natuurlijk dichtbij: in de regio.
Het woord ‘regio’ staat 474 keer in het Integraal Zorg Akkoord (IZA). En het woord ‘samenwerking’ wordt 187 keer genoemd. De combinatie ‘regionale samenwerking’ 34 keer.
‘Regio’ lijkt daarmee het toverwoord om alle problemen en uitdagingen op te lossen. Dat is natuurlijk maar gedeeltelijk waar, want er komt meer bij kijken.
Structuur: basis op orde brengen
Het eerste probleem is dat het ook in de regio qua ICT en gegevensuitwisseling een rommeltje is: systemen kunnen niet met elkaar spreken, iedere zorgaanbieder maakt een eigen portaal voor patiënten, onduidelijkheid over verschillende wetgeving en handelingsverlegenheid bij zorgprofessionals. Zoals wijlen mijn vader altijd zei: om te werken heb je goede spullen nodig. Dus met volle kracht aan de slag met de WEGIZ (Wet Elektronische Gegevensuitwisseling In de Zorg) met regie voor de minister.
Het tweede probleem is dat er ook in de regio te veel concurrentie is tussen zorgaanbieders; iedereen wil meer volume, want dat betekent meer inkomsten. Het is dus nodig perverse financiële prikkels weg te nemen. Bijvoorbeeld door de spoedeisende hulpafdeling te financieren zoals een brandweerfunctie en niet alleen op basis van het aantal incidenten.
Het derde probleem is dat de regio niet alles kan oplossen. Hoogcomplexe GGZ-zorg, zoals klinische psychotherapie is maar op enkele plaatsen beschikbaar. Dan moet juist op nationaal niveau bekend zijn wat de zorgbehoefte en het zorgaanbod is. Dit geldt ook voor hoogcomplexe (acute) somatische zorg zoals kindercardiologie en traumacentra.
Dat brengt ons bij het vierde probleem: wat is de regio? Samenwerken blijft mensenwerk. Mensen werken nu eenmaal makkelijker samen als ze elkaar kennen. De Zeeuwse Zorgcoalitie, De Drentse Zorgtafel en de Zorgtafel in Flevoland laten goed zien dat elkaar leren kennen, hindernissen wegneemt. Die regio kan ook midden in de Randstad zijn zoals bij het Langeland ziekenhuis in Zoetermeer.
De regio-indeling is echter een rommeltje. Al in 2018 vroeg ik de minister met een eenduidiger regio-indeling te komen: zo hebben we 25 Veiligheidsregio’s, 11 ROAZ, 30 zorgkantoren, 12 provincies en voor de zo belangrijke regiobeelden is er weer een andere indeling gekozen. Dat de ene taak om een grotere regio vraagt dan de andere is begrijpelijk. Maar zorg dan voor een matruschka model: dat de verschillende regio-indelingen perfect in elkaar passen en dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden daarop naadloos aansluiten.
Cultuur: anders denken: nabijheid van zorg is ook kwaliteit
Een nog grotere uitdaging is de benodigde cultuurverandering. Want zoals bekend: structuren kun je makkelijker aanpassen maar culturen kunnen hardnekkig zijn.
De regio’s krijgen nu allerlei taken toegeschoven, waarbij de gedachte nog steeds is dat hoe groter, hoe beter is. Uit onderzoek van de Autoriteit Consument en Markt in 2016 blijkt dat fusies van ziekenhuizen vaak samengaan met prijsstijgingen. Uit onderzoek van Significant blijkt daarnaast dat ’er geen indicatie is van een sterk effect van ziekenhuisfusies op de kwaliteit van zorg’.
Academische ziekenhuizen trekken nog steeds basiszorg naar zich toe, terwijl die zorg uitstekend in het ziekenhuis om de hoek kan worden gegeven. Gelukkig wordt dat nu op basis van een van mijn moties gemonitord.
In zijn beleidsagenda acute zorg schrijft de minister dat nabijheid van zorg geen aspect is van de kwaliteit van acute zorg. Maar patiënten vinden dat wel degelijk. De patiënt kent dan de arts en voelt zich meer op zijn gemak. Familie en vrienden kunnen makkelijker op bezoek komen en dat bevordert de genezing. Want de mens is meer dan een lichaam.
Het algemeen ziekenhuis heeft een netwerk in de regio met huisartsen, wijkverpleging, instellingen voor langdurige zorg en vele anderen die het grote ziekenhuis op afstand niet heeft. Dat is van belang want zorg is anno 2022 ketenzorg.
De Jenga-toren en de regio
Het is naïef om te denken dat de zorg precies hetzelfde zal blijven. Hoogcomplexe zorg zoals traumazorg moet wellicht verder worden geconcentreerd. Ik kan ook niet uitsluiten dat er moeilijke besluiten genomen moeten worden. Een nachtapotheek kan bijvoorbeeld niet openblijven voor een paar patiënten, maar dan moet bijvoorbeeld bezorging worden georganiseerd.
Er zal meer bottom up in plaats van top down moeten worden gedacht, wil de regio echt gaan functioneren. Want als je te veel blokken weghaalt uit de zorgtoren valt deze om als een jengatoren. Dan heb je niet alleen uitgeklede zorg maar ook ongeruste burgers die afhaken in regio’s waar de leefbaarheid verder wordt aangetast.
Minister Kuipers stelt overal dezelfde normen te willen hanteren. Dus van Stadskanaal in Oost-Groningen tot Sluis in West-Zeeuws-Vlaanderen. Daar ben ik het mee eens, maar laat bij de uitwerking van het Integraal Zorg Akkoord nabijheid en leefbaarheid ook onderdeel zijn van die norm. Dan werk je aan het verminderen van kansenongelijkheid en gezondheidsverschillen om te komen tot een aangehaakt Nederland in plaats van een afgehaakt Nederland.
Joba van den Berg is Tweede Kamerlid voor het CDA, woordvoerder medische zorg, GGZ, corona en thema’s in de zorg
