Door Vincent Roberdel, Ioulia Ossokina, Jos van Ommeren en Theo Arentze, onderzoekers bij TU Eindhoven en Vrije Universiteit.
Samengevat artikel:
- Roberdel VP, IV Ossokina,J van Ommeren en TA Arentze, Effect of energy-efficient homes on residents’ health: evidence from a natural experiment in the Netherlands, The Lancet Public Health, April 2026.
Inleiding van de redactie
In Nederland stimuleert de overheid energiebesparende renovaties van miljoenen woningen om de klimaatdoelen te halen. Bij deze renovaties worden onder andere isolatie en ventilatie verbeterd. Het is echter nog niet altijd duidelijk in hoeverre deze maatregelen ook gezondheidsrisico’s verminderen. Het hier samengevat onderzoek laat zien dat zulke renovaties leiden tot een betere gezondheid van de luchtwegen bij kinderen. In onderstaande samenvatting ligt het focus op de onderzoeksvraag en -resultaten. Op verzoek van de redactie blijven verantwoording van de onderzoeksresultaten en verwijzingen naar andere publicaties achterwege. Daarvoor verwijzen de auteurs naar het oorspronkelijke artikel.
Inleiding
Een slechte woonkwaliteit kan leiden tot verschillende gezondheidsproblemen. De belangrijkste zijn aandoeningen aan de luchtwegen, hart- en vaatziekten, infecties en psychische klachten. Deze problemen kunnen erger worden in koude woningen of bij slechte binnenluchtkwaliteit door onvoldoende isolatie en ventilatie. Hoe sterk renovaties de gezondheid beïnvloeden verschilt per land en hangt af van het klimaat en de staat van de woningen. Nederland heeft een mild klimaat met een hoge luchtvochtigheid en de meeste woningen hebben redelijk goede verwarming. Daarom zijn luchtwegklachten die verband houden met de binnenluchtkwaliteit een belangrijke factor in de gezondheidseffecten in Nederland.
Slechte luchtkwaliteit, vocht en schimmel in huis kunnen luchtwegaandoeningen, zoals astma, verergeren. Dit geldt vooral voor kwetsbare groepen, zoals mensen met een zwakkere gezondheid of mensen die veel tijd binnenshuis doorbrengen. Senioren hebben bijvoorbeeld vaker ademhalingsproblemen dan jongere mensen. Het is aannemelijk dat renovaties die de isolatie en ventilatie verbeteren, het risico op luchtwegproblemen verlagen. De precieze mechanismen zijn moeilijk te meten door de complexiteit van het binnenklimaat, maar het is duidelijk dat meerdere factoren een rol spelen. Betere isolatie en ventilatie zorgen voor een lager vochtgehalte, minder schimmel en ze voorkomen nieuwe schimmelgroei. Dit zijn bekende oorzaken van luchtwegproblemen, vooral van astma. Daarnaast zorgt goede ventilatie voor een betere luchtverversing en vermindert zij vervuilende stoffen en allergenen in huis, zoals huisstofmijt en stikstofdioxide (NO₂) van gasfornuizen en kachels.
De maatschappelijke voordelen van minder luchtwegaandoeningen zijn groot. In Nederland hebben meer dan 600.000 mensen astma. Bij kinderen is astma zelfs de meest voorkomende chronische aandoening. Daarom is te verwachten dat woningverbeteringen vooral voor kinderen grote voordelen opleveren, die ook op latere leeftijd doorwerken. Onze studie onderzocht of energiezuinige renovaties ook in Nederland, waar de woningkwaliteit relatief hoog is, gezondheidswinst opleveren.
Onderzoeksopzet
Het onderzoek richtte zich op een groot aantal sociale huurwoningen die tussen 2012 en 2021 in heel Nederland zijn gerenoveerd. De renovaties waren gericht op woningen met een lage energie-efficiëntie die vóór de jaren negentig zijn gebouwd. Ze bestonden vooral uit betere isolatie en mechanische ventilatie.
In totaal zijn 670.000 woningen onderzocht, waarvan 85.000 zijn gerenoveerd. Hiervan was 36% een appartement en 64% een eengezinswoning. We volgden twee miljoen mensen gedurende tien jaar en analyseerden het medicijngebruik op individueel niveau met gegevens van zorgverzekeraars. Het medicijngebruik van 180.000 huurders in gerenoveerde woningen werd vergeleken met dat van 1.8 miljoen huurders in woningen die nog niet waren gerenoveerd. Daarbij is gekeken naar voorgeschreven medicijnen voor aandoeningen aan de luchtwegen, zoals medicijnen tegen astma of COPD, hoestmiddelen en antihistaminica.
Resultaten
We hebben het effect van woningrenovaties onderzocht voor de hele bevolking en voor specifieke groepen: kinderen, ouderen en huishoudens met een laag inkomen. Voor de totale bevolking zien we een daling van 2% in het gebruik van antihistaminica. Bij kinderen zijn de effecten duidelijk sterker. Bij 4% minder kinderen werden medicijnen voor luchtwegaandoeningen voorgeschreven. Deze afname komt vooral door minder gebruik van astmamedicatie. Vijf jaar na de renovatie is het gebruik van astmamedicatie bij kinderen met 7% gedaald. Dit betekent dat duizenden kinderen na de renovatie geen astmamedicatie meer nodig hadden. Voor ouderen en huishoudens met een laag inkomen vonden we geen statistisch overtuigend effect van renovaties op het gebruik van luchtwegmedicatie. Ook hebben we gekeken naar het gebruik van medicijnen voor hart- en vaatziekten en artritis en naar zorgkosten, zoals uitgaven voor de huisarts, apotheek en ziekenhuis. Hier werd geen statistisch significant verschil gevonden tussen de interventiegroep in de renovatiewoningen en de controlegroep die daar niet woonden.
Discussie
Dit grootschalige natuurlijke experiment laat zien dat het verbeteren van isolatie en ventilatie in oudere sociale huurwoningen leidt tot minder gebruik van zorg en medicijnen voor luchtwegaandoeningen bij kinderen. Kinderen die in gerenoveerde woningen wonen, gebruiken minder astmamedicatie dan vergelijkbare kinderen in niet-gerenoveerde woningen. Deze resultaten ondersteunen het idee dat goed geïsoleerde en goed geventileerde woningen de belangrijkste oorzaken van luchtwegproblemen verminderen, zoals vocht, schimmel, stikstofdioxide en huisstofmijt.
De afname van ongeveer 7% in het gebruik van astmamedicatie is misschien niet heel groot, maar wel belangrijk vanuit het oogpunt van volksgezondheid. Aangezien Nederland nog miljoenen slecht geïsoleerde woningen kent, kan woningrenovatie de gezondheid van duizenden kinderen verbeteren. De afname van astma bij kinderen is daarom een belangrijke nevenopbrengst van energiebesparende woningrenovaties. Deze gezondheidsvoordelen kunnen mogelijk worden versterkt door het uitfaseren van aardgas in woningen – een maatregel die buiten de reikwijdte van dit onderzoek valt, maar centraal staat in de Nederlandse decarbonisatieagenda, met een volledige uitfasering gepland voor 2050.
De resultaten zijn ook relevant voor beleid. Het renoveren van sociale huurwoningen verlaagt niet alleen de energiekosten voor huishoudens met een laag inkomen, maar draagt ook bij aan meer gezondheidsgelijkheid. Een laag inkomen gaat vaak samen met een grotere blootstelling aan gezondheidsrisico’s, vooral bij kinderen. Betere isolatie en ventilatie kunnen deze risico’s duidelijk verminderen.
Dit betekent dat dit onderzoek bijdraagt aan de bewustwording van zorgprofessionals van de rol die de woning van hun patiënten speelt in het ontstaan en in stand houden van klachten, vooral bij kinderen. Onze resultaten laten zien dat energiebesparende technische ingrepen – betere isolatie en mechanische ventilatie – in oudere corporatiewoningen al leiden tot minder gebruik van astmamedicatie bij kinderen, terwijl de reguliere zorg en medicamenteuze behandeling onveranderd blijven. Voor huisartsen, jeugdartsen, wijkverpleegkundigen en kinderartsen is het daarom zinvol om in vraaggesprekken structureel te vragen naar vocht, schimmel en koude in huis.
Tegelijkertijd gaat het niet alleen om sociale huurwoningen: kinderen en kwetsbare groepen kunnen ook wonen in private huurwoningen of koopwoningen, gemengde complexen met zorgappartementen, of tijdelijke huisvesting, waar de kwaliteit van isolatie en ventilatie sterk uiteenloopt. Onze resultaten gelden net zo goed voor deze gebouwen als voor reguliere corporatiewoningen.
Ten slotte onderstrepen de bevindingen dat preventie in de woonomgeving een aanvulling is op de medisch-inhoudelijke zorg, juist in een tijd van hoge werkdruk in de zorg. Als woningen en andere woongebouwen energiezuiniger en gezonder worden, kan dat op termijn leiden tot minder exacerbaties van astma bij kinderen, minder consulten en herhaalrecepten, en meer ruimte voor zorgverleners om aandacht te besteden aan complexere problematiek. Voor beleidsmakers en bestuurders in de zorgsector is het daarom verstandig om verduurzaming van woongebouwen expliciet mee te nemen in preventieprogramma’s en regionale samenwerkingsafspraken, in plaats van dit alleen als klimaat- of energiebeleid te zien.
Over de auteurs
Vincent Roberdel is PhD-student bij de onderzoeksgroep Urban Economics for Technological Innovation aan de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven. Hij zet in big data en econometrische modellen op om te analyseren hoe energietransitie in woningen energiekosten, comfort, gezondheid van de bewoners beïnvloedt. Roberdel is bereikbaar via v.p.roberdel@tue.nl
Ioulia Ossokina is universitair hoofddocent Urban Economics for Technological Innovation bij de faculteit Bouwkunde van TU Eindhoven. Haar groep bouwt modellen en tools om de impact van technologische innovaties op duurzaamheid en kwaliteit van het leven in de stad te voorspellen. Ossokina is bereikbaar via i.v.ossokina@tue.nl
Jos van Ommeren is hoogleraar Stedelijke Economie aan de Vrije Universiteit. Van Ommeren is bereikbaar via jos.van.ommeren@vu.nl
Theo Arentze is emeritus professor Real Estate and Urban Systems bij de faculteit Bouwkunde van TU Eindhoven. Arentze is te bereiken via t.a.arentze@tue.nl
Zoektermen op internet:
Vincent Roberdel, Ioulia Ossokina, Jos van Ommeren, Theo Arentze, beleidsontwikkeling, Gezondheidseffecten woningrenovatie Lancet 2026, energie-efficiëntie en volksgezondheid, astmamedicatie kinderen woningkwaliteit, binnenklimaat vocht schimmel astma, mechanische ventilatie sociale huurwoningen, Roberdel Ossokina verduurzaming, preventie in de woonomgeving, Gezondheidsgelijkheid energiearmoede, stikstofdioxide NO2 gasfornuis longklachten, data zorgverzekeraars medicijngebruik huurders.
