Door Britt Bente, onderzoeker aan de Universiteit Twente van Legal, Ethical, Financial and Technological (LEFT)-aspecten van eHealth.

Samengevat wetenschappelijk artikel: Bente BE, Beerlage-de Jong N, Verdaasdonk RM and van Gemert-Pijnen JEWC Unveiling practical insights of eHealth implementation in Europe: a grey literature review on legal, ethical, financial, and technological (LEFT) considerations Front. Digit. Health (August 2025) 7.

Inleiding en onderzoeksvraag

Digitale zorgtoepassingen beloven veel: betere toegankelijkheid, efficiëntere processen, betaalbare zorg en betere uitkomsten voor gebruikers. Toch laat de praktijk zien dat innovatie alléén niet genoeg is. Het verschil tussen een veelbelovende technologie en daadwerkelijke meerwaarde ontstaat in de implementatie. Juist daar gaat het vaak mis: veel projecten stranden voortijdig in de zogenoemde Valley of Death, waar toepassingen blijven hangen tussen belofte en structurele inbedding in de zorgpraktijk.  

In een scoping review, die werd samengevat in een eerdere nieuwsbriefbijdrage, werd ingezoomd op vier domeinen die vaak onderbelicht blijven maar fundamenteel zijn voor duurzame implementatie van eHealth: de juridische, ethische, financiële en technologische aspecten. Samen vormen zij de afkorting LEFT (Legal, Ethical, Financial, Technological). Uit dat onderzoek kwamen vier belangrijke knelpunten naar voren: wet- en regelgeving blijkt in de praktijk lastig toepasbaar op innovaties; structurele financiering ontbreekt vaak; verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden zijn onduidelijk; en zonder duurzame businessmodellen of passende vergoedingsstructuren verdwijnen veel oplossingen weer even snel als ze opkwamen.

Nog geen zicht op de werkelijke ervaringen met LEFT-uitdagingen in de praktijk

Bovenstaande bevindingen maken duidelijk hoe complex eHealth implementatie in werkelijkheid is. Ze vragen om meer dan oplossingen: er is behoefte aan samenhangende strategieën die wetgeving, ethiek, financiering en technologie met elkaar verbinden. Tegelijkertijd bleef in de scoping review een belangrijk deel onzichtbaar: hoe deze uitdagingen er in de praktijk daadwerkelijk uitzien. Er is weinig zicht op welke LEFT-knelpunten organisaties en professionals tegenkomen bij de implementatie van eHealth, en vooral hoe zij daar in de dagelijkse praktijk mee omgaan. Juist dat inzicht is nodig om beleid niet alleen op papier te laten bestaan, maar ook bruikbaar en uitvoerbaar te maken. Daarom hebben mijn collega´s en ik  aanvullend gekeken naar de zogenoemde grijze literatuur, zoals beleidsrapporten, white papers en praktijkanalyses. Deze bronnen laten zien hoe verschillende organisaties en landen in Europa omgaan met LEFT-vraagstukken bij de implementatie van eHealth. Daarmee vult de grijze literatuur de inzichten uit academisch onderzoek aan met meer praktijkgerichte perspectieven. Door deze verbinding ontstaat een completer beeld van de randvoorwaarden die nodig zijn om digitale zorg niet alleen te ontwikkelen, maar ook duurzaam in de praktijk te implementeren.

De onderzoeksmethode en documentenselectie

Deze grijze literatuur-review volgde zo veel mogelijk de PRISMA-ScR-checklist (Preferred Reporting Items for Systematic Reviews and Meta-analyses extension for Scoping Review), met enkele aanpassingen passend bij het karakter van grijze literatuur. Dit beoordelingsproces werd uitgevoerd door een multidisciplinair team met expertise in eHealth en data-informatie.

Voor inclusie golden de volgende criteria: documenten moesten afkomstig zijn van organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling en implementatie van eHealth-technologieën die gegevensuitwisseling ondersteunen. Ze dienden in te gaan op juridische, ethische, financiële of technologische aspecten van implementatie. Alleen publicaties uit de Europese context, in het Engels of Nederlands, en verschenen vanaf 2018 werden meegenomen. Wetenschappelijke peer-reviewed studies, evenals nieuwsbrieven, persberichten, memoranda en wetgeving zijn bewust buiten beschouwing gelaten. De criteria zijn in eerste instantie getoetst op een selectie documenten en waar nodig verfijnd tijdens het proces. Op basis van bovenstaande methode kwam ik tot volgende LEFT-bevindingen.

Juridisch: regels genoeg, houvast te weinig

Het juridische domein wordt in veel rapporten gezien als een van de grootste struikelblokken voor eHealth implementatie. Wet- en regelgeving zijn onmisbaar om (data)veiligheid en betrouwbaarheid te waarborgen, maar blijken in de praktijk vaak moeilijk te doorgronden en toe te passen. Zorgorganisaties, ontwikkelaars en beleidsmakers worstelen met vragen als: welke regels zijn er nu precies van toepassing, hoe moeten ze worden geïnterpreteerd, en wie draagt de formele verantwoordelijkheid bij gebruik en uitwisseling van gegevens? Deze onzekerheid leidt tot vertraging, terughoudendheid en soms zelfs het niet doorzetten van innovaties.

Privacy en databescherming blijven structurele aandachtspunten. Verschillen in interpretatie en implementatie van Europese kaders leiden ertoe dat lidstaten uiteenlopende eisen stellen aan bijvoorbeeld toestemming, data-uitwisseling of secundair gebruik. Dat bemoeilijkt grensoverschrijdende samenwerking en belemmert schaalbaarheid. Tegelijkertijd laten koplopers als Estland en Denemarken zien dat duidelijke nationale strategieën, gecombineerd met standaardisatie en een sterke borging van dataveiligheid juist vertrouwen en snelheid kunnen opleveren.

Daarnaast speelt een breder strategisch vraagstuk: Europa’s internationale concurrentiepositie. Waar de Verenigde Staten en China vaak sneller digitale innovaties naar de markt brengen, legt Europa sterk de nadruk op privacy en grondrechten. Dat zorgt voor hogere kwaliteit en bescherming van gebruikers, maar betekent ook dat bedrijven afhaken of hun producten buiten Europa lanceren. Het risico is dat Europa economisch achterblijft en dat toepassingen voor bijvoorbeeld zeldzame aandoeningen hier later beschikbaar komen.

Wat nodig is, is niet nog méér regelgeving, maar duidelijkere kaders en praktische handvatten. Denk aan het verhelderen van de rol van iedere stakeholder bij gegevensverwerking of aan nationale richtlijnen die vertalen wat Europese wetgeving concreet betekent voor de praktijk. Zulke werkbare instrumenten bieden houvast en maken duurzame implementatie realistischer.

Ethisch: mooie waarden, maar hoe dan?

In de grijze literatuur worden ethische waarden als autonomie, transparantie en toestemming vaak benadrukt. Toch blijft de uitwerking meestal steken op beleidsniveau, zonder concrete aanwijzingen hoe organisaties dit in de praktijk kunnen toepassen. Daarnaast komt ongelijkheid als belangrijk aandachtspunt naar voren. Wie digitaal vaardig is en beschikt over een goede infrastructuur, profiteert sneller van eHealth dan wie deze middelen mist. Daarmee dreigt digitale zorg bestaande gezondheidsverschillen juist te vergroten.

Sommige rapporten doen oplossingsvoorstellen, zoals heldere procedures voor toestemming bij datagebruik, het versterken van digitale vaardigheden en het betrekken van gebruikers en professionals bij ontwerp en implementatie. Zulke maatregelen vergroten draagvlak, versterken vertrouwen en ondersteunen inclusiviteit.

De kern is dat ethische principes wel vaak worden benoemd, maar nauwelijks worden vertaald naar afspraken en richtlijnen die in de praktijk werkbaar zijn. Er is behoefte aan voorbeelden en handvatten die laten zien hoe waarden als autonomie, transparantie en consent ook echt toepasbaar worden in de dagelijkse zorgpraktijk.

Financieel: zonder businessmodellen geen toekomst

Het ontbreken van duurzame en schaalbare bekostigingsstructuren vormt een van de grootste belemmeringen. Voor structurele inbedding is doorgaans bewijs nodig van effectiviteit of kostenefficiëntie, maar juist het verzamelen van dat bewijs vraagt om langdurige investeringen.

Een belangrijke oorzaak ligt in de afhankelijkheid van tijdelijke subsidies en projectfinanciering. Digitale toepassingen ontstaan vaak in (academische) pilots, maar zodra de subsidie stopt ontbreekt een vervolg. Veel initiatieven blijven daardoor steken in die Valley of Death, in plaats van de overgang van experiment naar duurzame praktijktoepassing te maken.

Daar komt bij dat vaak onduidelijk is wie de kosten moet dragen: de zorginstelling, de verzekeraar of de ontwikkelaar. Omdat dit vraagstuk meestal pas ná de pilotfase wordt opgepakt, ontbreekt in een vroeg stadium een plan voor structurele bekostiging, waardoor continuïteit verder onder druk komt te staan.

De grijze literatuur benadrukt dat eHealth pas duurzaam wordt als al vroeg wordt nagedacht wordt over langetermijnfinanciering. Denk aan vergoedingsstructuren die digitale zorg gelijkstellen aan fysieke zorg, of hybride vormen waarin eHealth een vanzelfsprekend onderdeel vormt van reguliere bekostiging. Positieve voorbeelden zien we in landen als Denemarken en Estland, waar eHealth structureel wordt vergoed en niet als tijdelijke innovatie wordt behandeld. Dit maakt de stap van pilot naar praktijk eenvoudiger en creëert vertrouwen bij zowel aanbieders als gebruikers.

Technologisch: interoperabiliteit is een randvoorwaarde, geen luxe

In het technologische domein komt één boodschap steeds terug: zonder goede technologische basis strandt eHealth vroeg of laat. Interoperabiliteit is daarbij dé randvoorwaarde. Digitale zorgtoepassingen leveren pas meerwaarde als gegevens veilig en betrouwbaar kunnen worden uitgewisseld. In de praktijk blijkt dat echter lastig: zowel tussen landen als binnen landsgrenzen werken zorgorganisaties vaak met systemen die niet met elkaar communiceren.

Ook op nationaal niveau remmen technische beperkingen de vooruitgang. Veel landen kampen nog altijd met gebrekkige digitale infrastructuur, waardoor zelfs basale gegevensuitwisseling niet altijd mogelijk is. Daartegenover laten landen als Estland en Israël zien dat geïntegreerde nationale infrastructuren en breed toegankelijke elektronische patiëntendossiers samenwerking juist vergemakkelijken.

Daarnaast nemen de zorgen rond datakwaliteit toe. Fouten of bias in datasets, vooral bij AI-toepassingen, kunnen leiden tot onnauwkeurige of zelfs misleidende uitkomsten, zonder dat systemen hiervoor waarschuwen. Transparantie, bijvoorbeeld via verplichte registratie van digitale toepassingen in publieke databases, kan hier uitkomst bieden en vertrouwen vergroten.

Zonder robuuste infrastructuur en duidelijke standaarden blijft data gefragmenteerd en wordt het potentieel van eHealth niet benut. Pas wanneer deze randvoorwaarden vanaf de start worden meegenomen, ontstaat de technologische basis die nodig is voor grootschalige en duurzame toepassing.

Van strategie naar actie

De analyse van LEFT-aspecten laat zien dat het probleem niet ligt in een gebrek aan innovatieve ideeën, maar in het ontbreken van structurele randvoorwaarden. Wetgeving is vaak inconsistent en moeilijk toepasbaar, ethische waarden worden onvoldoende naar handelingsperspectief vertaald, structurele financiering ontbreekt en interoperabiliteit blijft te vaak optioneel.

Deze factoren versterken elkaar bovendien: juridische en ethische onzekerheid ontmoedigt investeringen, gebrekkige interoperabiliteit ondermijnen zowel effectiviteit als vertrouwen, en het ontbreken van financiering zet opschaling vrijwel direct on hold. Onduidelijkheden over aansprakelijkheid maken zorgverleners terughoudend, terwijl strenge en gefragmenteerde regelgeving kleinere partijen uit de markt kan drukken. Een opvallende bevinding in de grijze literatuur is dat beleidsdocumenten blijven steken op waarden en ambities, maar zelden praktische handvatten bieden. Daarmee ontstaat een kloof tussen beleid en uitvoering: er zijn strategieën genoeg, maar er is te weinig handelingsperspectief voor concrete actie. Om die kloof te dichten zijn concrete keuzes nodig op drie fronten:

1. Vertaal principes naar praktijk

Juridische en ethische kaders moeten niet alleen bescherming bieden, maar ook houvast. Dat vraagt om concrete richtlijnen: wie draagt aansprakelijkheid bij dataverwerking en -uitwisseling, hoe wordt toestemming vormgegeven, en welke verantwoordelijkheden liggen bij welke stakeholder? Deze vertaalslagen vragen om gecoördineerde inzet op zowel nationaal als Europees niveau, zodat interpretaties worden geharmoniseerd. Alleen dan ontstaat het houvast dat nodig is om met vertrouwen te innoveren en implementeren.

2. Investeer in duurzame financiering

Duurzame bekostiging vraagt om meer dan tijdelijke subsidies. Structurele financiering moet al in de ontwerpfase van projecten worden meegenomen. Denk aan vergoedingsstructuren waarin digitale zorg gelijkwaardig wordt behandeld aan fysieke zorg, en hybride modellen waarin eHealth een vanzelfsprekend deel uitmaakt van reguliere bekostiging. Overheden en investeerders zouden bovendien moeten inzetten op schaalbare investeringsstrategieën en publieke-private partnerschappen, zodat financiering niet alleen op korte termijn beschikbaar is, maar ook toekomstbestendig wordt. De actieve betrokkenheid van business stakeholders is hierbij van groot belang, zodat de financiële last én het eigenaarschap breed gedeeld worden.

3. Maak interoperabiliteit verplicht en werkbaar

Interoperabiliteit is geen technisch detail maar een systeemvoorwaarde. Zolang zorginstellingen hun eigen standaarden hanteren, blijft data gefragmenteerd en samenwerking stroef. Europese initiatieven zoals de European Health Data Space (EHDS) en nationale strategieën in landen als Estland en Denemarken laten zien dat harmonisatie haalbaar is, mits technische én organisatorische afspraken vanaf het begin worden afgedwongen. Dat vraagt om gecoördineerde inzet van beleidsmakers, zorgverleners en technologieontwikkelaars om data-infrastructuren op elkaar af te stemmen. Heldere beleidskaders moeten zorgen dat privacy en bruikbaarheid in balans blijven, en dat data-uitwisseling in de praktijk daadwerkelijk veilig en werkbaar is. Wat deze aanbevelingen verbindt, is het belang van samenwerking en vertrouwen. Succesvolle implementatie vraagt om gedeeld eigenaarschap: niet alleen in de eindfase, maar continu tijdens ontwerp, implementatie en evaluatie. Cross-sectorale samenwerkingen, waarin juridische, technologische, financiële en ethische perspectieven samenkomen, helpen silo’s te doorbreken en innovatie structureel te verankeren.

Tot slot

Onze bevindingen laten zien dat de kennis er is, maar de concrete stappen vaak uitblijven. De rode draad is helder: eHealth implementatie vraagt niet om nóg meer losse beleidsstukken of tijdelijke pilots, maar om structurele randvoorwaarden en geïntegreerde strategieën. Zolang LEFT-vraagstukken ieder in hun eigen silo worden aangepakt, blijft vooruitgang stroef en gefragmenteerd. Obstakels in het ene domein werken immers direct door in het andere.

In ons vervolgonderzoek bouwen we hierop voort door business modeling en waarde proposities expliciet te integreren in de aanpak, in lijn met de recente oproepen van Van Gemert-Pijnen (2025). Waar deze studie liet zien dat randvoorwaarden vaak ontbreken, werken wij verder aan methoden om LEFT-kaders te verbinden met concrete businesscases. Daarmee wordt de stap van beleid naar duurzame praktijk niet alleen beter onderbouwd, maar ook beter uitvoerbaar. Alleen dan blijft er écht niets LEFT behind.

Over de auteur
Britt Bente, MSc., is promovenda aan de Universiteit Twente. Zij onderzoekt de juridische, ethische, financiële en technologische (LEFT) aspecten van eHealth-implementatie en vertaalt die inzichten naar praktische tools. In haar promotietraject werkt zij aan drie kernthema’s: het LEFT-framework, dat inzicht geeft in welke aspecten op welk moment aandacht vragen; de LEFT Game, een spel die samenwerking en discussie tussen stakeholders stimuleert en hen ondersteunt bij het maken van de vertaalslag van theorie naar (hun) praktijk; en het business modeling-proces, waarin waarde proposities en verdienmodellen voor eHealth worden uitgewerkt. Zij is bereikbaar via 
b.e.bente@utwente.nl

Zoektermen voor internet

Britt Bente, digitalisering, eHealth, LEFT, juridisch, ethisch, financieel, technologisch, onderzoek, implementatie