Door Ingeborg Been, Huub Hopman en Stefan Visser (allen werkzaam bij VGZ).

Hoe zal de zorg er over tien jaar uit zien? De zorgvraag stijgt. De krapte op de arbeidsmarkt veroorzaakt grote druk en welke zorg leveren we wel of niet meer? Als immers 1 op de 4 mensen in de zorg nodig zijn en tegelijkertijd de aanname is van het ministerie van VWS dat er niet meer dan 1 op de 6 mensen in de zorg werkzaam zal zijn, dan wordt een derde van de zorg niet of anders geleverd. Dat is een omvang om even op je in te laten werken. Hoe gaan we dan om met de regionale verschillen in personeelstekorten? Hoe gaan we om met de verschillen in krapte binnen de zorg? Binnen de wijkverpleging zijn de tekorten nu al dagelijkse realiteit, binnen de ziekenhuizen worden ze (nu) nog niet altijd gevoeld. Het werk wordt de aankomende jaren voor niemand minder. Hoe gaan zorgverzekeraars dan nog voldoen aan de zorgplicht als de zorgprofessionals ‘op’ zijn en verzekerden ook een redelijke premie verwachten?

Het Medisch Service Centrum (MSC)

Om het gat te dichten tussen de zorgvraag en krappe arbeidsmarkt wordt vaak over de en-en-en-aanpak gesproken:

  • en zorgvraag voorkomen
  • en zelf doen waar mogelijk
  • en personeel behouden voor de zorg
  • en zo veel mogelijk bewezen effectieve zorg leveren en (nu echt) stoppen met de beter niet doen lijstjes
  • en slimme, arbeidsbesparende zorg leveren.

Slimme en arbeidsbesparende zorg kent vele verschijningsvormen. Één daarvan is het Medische Service centrum (MSC), waarover we de laatste maanden steeds meer horen. Waarom? Kunnen MSC’s wellicht een rol vervullen bij de uitdagingen van de zorg? Wat kunnen we leren van eerdere ervaringen of ervaringen in het buitenland? En hoe kijkt VGZ naar deze ontwikkelingen?

Doorbraak thuismonitoren

Door de ontwikkeling van handzame, technisch hoogwaardige meetapparatuur is het mogelijk geworden om veel benodigde medische metingen thuis te verrichten. Hierdoor kunnen patiënten op afstand worden gevolgd. In de afgelopen jaren zijn veel pilots uitgevoerd, maar is het thuismonitoren nog niet breed ingezet. De ontstane druk tijdens covid leidde wel tot opschaling en is meer ervaring opgedaan. Een studie gepubliceerd in het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde geeft aan dat thuisbehandeling van covid- patiënten met telemonitoring en zuurstoftoediening veilig kan worden toegepast en het aanzienlijke ligduurbesparing kan realiseren, waarmee schaarse arbeidskrachten worden vrijgespeeld om andere patiënten te kunnen helpen. En nog belangrijker: het resulteert in een hoge patiënttevredenheid. Thuismonitoren werkt dus!

Patiëntvoordelen

We weten dat zorg ontvangen in je eigen leefomgeving het gevoel van “patiënt zijn” verkleint en helpt om zo normaal mogelijk je eigen leven te kunnen leven. Dat kan als duidelijk is dat bij een incident of tegenslag de terugvaloptie er is. We weten uit diverse voorbeelden dat het realiseerbaar is, zoals met het monitoren van chronische patiënten met bijvoorbeeld COPD- of CVRM.

Daarnaast liet covid zien dat patiënten na de behandeling in het ziekenhuis sneller in de thuissituatie goed kunnen herstellen. Maar ook voorbeelden uit de wijkverpleging, waar patiënten met behulp van beeldbellen op afstand worden gevolgd. Dit heeft een positieve waarde voor patiënten. Hierdoor kunnen zij zelf bepalen wanneer zij opstaan en hoeven zij geen rekening te houden met de komst van de wijkverpleegkundige. Onze leden geven ons terug dit zeer prettig te vinden. Ook kan het de druk op mantelzorgers verlagen, omdat bijvoorbeeld de standaard controleafspraken in het ziekenhuis vervallen door het monitoren op afstand. Dat scheelt de mantelzorger een halve dag vrij te nemen om mee te gaan naar het polibezoek. Het helpt de zorg naar de mensen te brengen, de juiste zorg op de juiste plek.

Belangrijke bijdrage aan verbetering arbeidskrapte

Op basis van data die is verzameld binnen ons ervaringsnetwerk Zinnige Zorg, blijkt een aanzienlijke tijdsbesparing mogelijk (1.300 voltijds werknemers); zorgprofessionals die daarmee vrijgespeeld kunnen worden. Zorgprofessionals die voor zorg ingezet worden die alleen fysiek kan worden gegeven en om wachtlijsten te verkorten of voorkomen. Indien het aantal aandoeningen uitbreidt neemt de besparing nog verder toe. En indien gekeken wordt naar inzet van thuismonitoring in 1e én 2e lijn is de tijdsbesparing mogelijk nog groter. De zorgvraag groeit, dus deze tijdsbesparing is nodig om de werkdruk voor zorgprofessionals draaglijk te houden. Sterker nog, monitoring op afstand biedt ook de kans om wachtlijsten aan de ene kant van het land op te lossen met capaciteit vanuit een andere regio. De zorg wordt daarmee flexibeler om (tijdelijke) regionale capaciteitstekorten op te vangen.

Domeinoverstijgende zorg op afstand

Het toegankelijk houden van zorg wordt waarschijnlijk nog lastiger in andere domeinen dan ziekenhuiszorg. Denk aan de wijkverpleging. Zeker als het aantal thuiswonende ouderen toeneemt als gevolg van de afnemende capaciteit in verpleeghuizen. In de wijkverpleging zijn de tekorten nu al groot. In de wijkverpleging zijn er ook al voorbeelden die de krapte kunnen verminderen, zoals de inzet van een medicijn dispenser, waarbij op afstand gemonitord kan worden of de medicatie daadwerkelijk is uitgenomen. De wijkverpleegkundige kan de bespaarde tijd inzetten om anderen te helpen en komt in actie op het moment dat het nodig is, dus als de medicatie niet is uitgenomen. En de overtreffende trap van uitbreiding is wellicht dat mensen zelf kiezen voor monitoring, daar waar het nog niet medisch is. Ouderen die hun eigen privacy willen behouden, maar wel kwetsbaarder worden, kunnen via domotica een signaal af laten geven als er een afwijkend patroon is, aan bijvoorbeeld familie.

De juiste schaalgrootte

Alleen thuis metingen verrichten is onvoldoende om thuismonitoring goed te laten functioneren voor patiënt en zorgprofessional. Inrichting van thuismonitoring staat of valt met de verwerking van de informatie vanuit huis. De signalen die binnenkomen worden beoordeeld en zo nodig wordt opvolging gestart. De patiënten worden 24/7 gevolgd. Deels kan dit geautomatiseerd, maar supervisie door zorgprofessionals is vereist. Monitoring op afstand doet niets af aan de primaire relatie tussen hoofdbehandelaar en patiënt, maar is ondersteunend en op de achtergrond aanwezig.

Dit vraagt wel andere werkzaamheden, capaciteit en vaardigheden van de professionals, die gedeeltelijk ook door andere professionals kunnen worden geleverd. Het lijkt verstandig om dit niet aanbieder voor aanbieder op te laten zetten, maar gezamenlijk hiervoor een centrum in te richten waar deze signalen binnenkomen, worden beoordeeld en waar de benodigde acties worden gestart. Dit is het idee van een Medisch Service Centrum.

Gezien de benodigde extra capaciteit van zorgprofessionals én benodigde IT-ondersteuning (eveneens schaars beschikbaar), gaat dit gepaard met aanzienlijke investeringen. Ook gaan er veel schaarse middelen en mensuren verloren als het wiel telkens opnieuw wordt uitgevonden. Daarnaast maakt samenwerken in de operationele fase de lastig te vullen uren eenvoudiger te bezetten, zoals ‘s nachts, ‘s avonds en in de weekenden.

We zien veel voordelen in samenwerken en krachten bundelen. Toch moeten we waken dat het aanbod voldoende divers is, zodat de zorgaanbieders niet te maken krijgen met monopolies zoals in de wereld van de EPD’s. We zien dus een oplossing in meerdere centra, die werken op basis van goede afspraken en standaarden rondom data-uitwisseling, zodat overdrachten naar organisaties buiten het netwerk goed mogelijk is en de informatie naadloos en veilig kan meereizen met de patiënt.

Een bekend voorbeeld van een dergelijk centrum is Mercy Virtual in Amerika. Deze partij monitort patiënten van 38 verschillende locaties, over 7 staten in Amerika. Op dezelfde manier willen we de zorg beschikbaar en betaalbaar houden voor een zo groot mogelijke groep mensen, werkdruk wegnemen van zorgprofessionals en hen in staat stellen ruimte te hebben voor de mensen die hun aandacht het hardst nodig hebben.

Toekomst

Indien het Medische Service Centrum domein- en zorgaanbiederoverstijgend wordt opgezet, als spin in het zorgweb, dan is het een instrument dat één deel van het antwoord kan zijn op de grote maatschappelijke uitdagingen voor de zorg. Het kan bijdragen om de zorg toegankelijk, van hoge kwaliteit en betaalbaar te houden. Het geeft bovenal de patiënt vertrouwen en rust te weten dat op afstand door automatische systemen én door professionals de patiënt continu wordt gemonitord en dat actie wordt ondernomen indien dat noodzakelijk is. Hierdoor kan de patiënt zoveel mogelijk een normaal leven leiden. Wie doet mee?