Door Myrthe Ekelmans, beleidsmedewerker Waarborgfonds voor de Zorgsector.  

Minder regels, meer ruimte voor groei – dat is de inzet van het Europese parlement bij het Omnibus-pakket, dat de EU in april uitbracht. Dit is een vereenvoudigingspakket, met als belangrijkste motivatie om het ondernemingsklimaat te bevorderen en bedrijven te stimuleren te groeien en te bloeien. Daarom wordt de rapportageverplichting CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) uitgesteld en ligt ook de invoering van de CSRD-wetgeving in Nederland voorlopig stil. De CSRD verplicht organisaties om gedetailleerd te rapporteren over hun impact op milieu, maatschappij en governance (ESG). Deze nieuwe Europese wetgeving, bedoeld om transparantie en duurzaamheid te stimuleren, verandert niet alleen de spelregels voor grote bedrijven zoals financiers en zorgverzekeraars, maar ook voor hun ketenpartners, waaronder zorginstellingen. Grote ondernemingen met meer dan 250 werknemers hoeven pas in 2028 voor het eerst te rapporteren over hun impact op de mens en de planeet. Beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen hoeven pas in 2029 te voldoen aan deze wetgeving.

Cruciale Europese wetgeving op de lange baan geschoven

Als econome zie ik zeker de voordelen voor het Europese ondernemingsklimaat. Maar als iemand die zich inzet voor verduurzaming van de zorgsector bekruipt mij tegelijkertijd een gevoel van teleurstelling. Cruciale wetgeving die verduurzaming stimuleert wordt op de lange baan geschoven. Het laat zien dat de focus ligt op de winst op korte termijn voor de huidige generatie, maar ten koste gaat van de volgende generaties met langetermijngevolgen.

Duurzaamheid is geen administratieve ballast in de zorg

In mijn vorige artikel in de Nieuwsbrief Zorg & Innovatie pleitte ik er juist voor dat zorginstellingen CSRD niet als een verplicht nummer moeten zien, maar juist als een kans om zich te onderscheiden. Deze wetgeving is bedoeld om transparantie en duurzaamheid van zowel de eigen organisatie als de rest van de waardeketen te stimuleren. Toch wordt duurzaamheid in de zorg vaak gezien als ‘administratieve ballast’, terwijl het in feite een strategische keuze is voor toekomstbestendige zorg. Voor de lange termijn wordt de basis gelegd voor een zorgsector die voor iedereen toegankelijk, betaalbaar en effectief blijft.

Geen nieuwe Green Deal Duurzame Zorg tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars

Mijn teleurstelling wordt versterkt door het feit dat er -voorlopig- ook geen nieuwe Green Deal Duurzame Zorg meer komt. De laatste Green Deal (3.0) tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid loopt tot 2026, maar er is geen zicht op een opvolging (in welke vorm dan ook). Terwijl de Green Deal juist voor veel zorginstellingen een belangrijk houvast is in hun duurzaamheidsbeleid. Zonder nieuwe, heldere lange termijn ambities dreigt duurzaamheid in de zorg naar de achtergrond te verdwijnen. Het is belangrijk dat de verduurzaming van de zorgsector nu niet stilvalt, maar daarentegen wordt versneld. De gevolgen van klimaatverandering worden namelijk steeds duidelijker en dreigen steeds meer onomkeerbaar te worden, als ze dat niet al zijn.

Zorginstellingen snakken naar meer duidelijkheid

De politieke situatie in Nederland draagt daar natuurlijk niet aan bij. Urgente dossiers zoals stikstof, netcongestie, duurzaam wonen en een sluipende demografische vergrijzing worden al jaren vooruit geschoven. Wat een volgend kabinet gaat prioriteren, is uiterst onzeker. De maatschappelijke teneur lijkt ook omgebogen; verduurzaming is niet meer ‘hot en happening’ maar lijkt passé. En juist die politieke stilstand en het staken van het maatschappelijk debat voeden de onduidelijkheid voor zorginstellingen die nu graag willen verduurzamen. Zorginstellingen snakken naar meer duidelijkheid, richting en ondersteuning. Ook worstelen zij met de context; je kunt wel van het gas af willen maar als bouwvergunningen uitblijven vanwege de stikstofcrisis en je de stroom moet opwekken met een dieselgenerator (want: netcongestie) dan is dat geen ‘energizer’. Terwijl er behoefte is aan leiderschap, blijft dit tot nu toe uit.

Er zijn gelukkig ook hoopvolle ontwikkelingen

Toch hóéft de verduurzaming in de zorg niet stil te staan. Integendeel! De huidige situatie biedt ook een kans. Namelijk de kans om eigen ambities te formuleren en om duurzaamheid te koppelen aan het strategisch beleid. Bovendien is het de vraag of we tegenover toekomstige generaties niet verplicht zijn om krachtige ambities en strategisch beleid te formuleren. Er zijn gelukkig ook hoopvolle ontwikkelingen. Steeds meer zorginstellingen werken met de milieuthermometer en een aantal heeft zelfs al de gouden milieuthermometer bereikt. Ook andere partijen in de zorgsector bewegen mee. Het RIVM besteedt in de laatste Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) uitgebreid aandacht aan Leefomgeving en Klimaat en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) neemt duurzaamheid op in haar beleidsplan voor de komende jaren.

Kortom

Door te starten met kleine acties kan je uiteindelijk grote stappen zetten. Kijk bijvoorbeeld eens kritisch naar het gebruik van materialen, zoals papier en verpakkingen of start met een nulmeting van de CO2-uitstoot. Gebruik hiervoor bestaande middelen, zoals de Milieuthermometer. Als de zorgsector zelf het voortouw neemt om te verduurzamen, kunnen partijen zoals VWS, RIVM, IGJ, het Waarborgfonds voor de Zorgsector en de financiers dit faciliteren. Juist nu kan de zorgsector laten zien dat duurzaamheid en toekomstbestendige zorg niet van bovenaf hoeft te worden opgelegd, maar dat het van binnenuit kan groeien. Leiderschap tonen betekent in dit geval zelf de richting bepalen.

Zoektermen voor internet

Myrthe Ekelmans, beleidsontwikkeling, verduurzamen, CSRD, Europese wetgeving, toekomstbestendige zorg