Paul van der Velpen in gesprek met Wouter Staal, hoogleraar kinder-en jeugdpsychiatrie (Radboud MC).
Op verzoek van de redactie van de Nieuwsbrief Zorg & Innovatie had Paul van der Velpen een gesprek met Wouter Staal over de wachtlijsten in de GGZ en de relatie met de werkwijze van professionals.
De wachtlijsten wegwerken in de GGZ, zeker voor kinderen en jongeren, is van groot belang. In welke richting moeten we volgens jou de oplossing zoeken?
We hebben in de GGZ te maken met een tekort aan professionals die vaak een veel te hoge caseload ervaren. Ruimte om vanuit die positie nog extra patiënten te zien die op een wachtlijst staan is vrijwel onmogelijk geworden, terwijl tegelijkertijd het overdragen van behandelingen ook niet eenvoudig is. Dit maakt dat een stuwmeer aan caseload is ontstaan bij professionals, waardoor er nauwelijks instroom is van nieuwe patiënten en wachtlijsten dus groot blijven. Dit is zonder meer ook het geval binnen de jeugd GGZ.
Om hier verandering in te brengen, zullen professionals meer activiteiten moeten ontplooien op gebied van preventie, consultatie en triagering. Door beschikbaar te blijven na afsluiting of overdracht van behandeling om mee te denken indien nodig, zullen andere hulpverleners eerder bereid zijn om patiënten over te nemen waardoor de wachtlijstproblematiek wordt overgenomen. Het laagdrempelig bieden van consultatie naar collega hulpverleners voor en na behandeling, zal maken dat er kansen ontstaan voor betere netwerksamenwerking tussen verschillende zorg-en hulpverleners. Een kind of jongere die nu bij ons komt, heeft meestal al 3-4 andere hulpverleners gehad. Het zou beter zijn als we als kinder- en jeugdpsychiaters meer aan triage aan de voorkant kunnen doen en bv. ook consulten kunnen geven aan hulpverleners die nu jongeren naar de wachtlijst toe leiden: kortom, ze moeten eigenlijk zo vroeg mogelijk in een traject in beeld komen.
Waar zit de ruimte?
Uiteraard vraagt dit om keuzes te maken. Een belangrijk aspect hierin wordt gevormd door te besluiten om te gaan voor een optimum van behandeling op groepsniveau en niet voor een individueel maximum op casusniveau. Dit kan een aanzienlijke reductie teweegbrengen in de grootte van de case-load, met name binnen de ambulante behandelingen, hetgeen weer ruimte biedt voor preventie, consultatie en triage activiteiten. Concreet betekent dit, dat wanneer het grootste deel van een te verwachten behandel effect heeft plaatsgevonden, een behandeling moet worden afgesloten en er niet langdurig moet worden doorbehandeld voor een relatief klein behandeleffect. Dit behandeleffect wordt in de regel meestal in de eerste zes maanden van behandeling gezien. Een besef dat langer doorbehandelen met weinig effect ten koste gaat van diegenen die veel profijt zouden kunnen hebben van diagnostiek en behandeling, is daarin van cruciaal belang. We kennen allen de schrijnende voorbeelden van mensen die ten onder gaan door op een wachtlijst te staan, maar vaak ontbreekt het aan werkelijk contact met deze groep mensen om hun perspectief te doorvoelen. Met andere woorden: besteed capaciteit zo effectief mogelijk; je trekt daarmee een wissel op de maximale kwaliteit ten gunste van meer behandelingen.
Wat zijn je eigen ervaringen op dit punt?
Zelf ben ik de afgelopen jaren steeds meer deze kant op bewogen. Ik hou me als kinder- en jeugdpsychiater vooral bezig met complexe casuïstiek en met het geven van consultatie, o.a. aan een huisartsenpraktijken in Nijmegen (Thermion en huisartsenpraktijk Oosterhout). Consultatie is wel een vak apart én je moet bereid zijn meer fouten te accepteren. Consultatie vraagt verder om vaardigheid op gebied van besliskunde en een heldere afstemming met de consultvrager. Zo’n consult kan wat mij betreft op allerlei manieren: per mail, fysiek, digitaal. Daar moeten we flexibel in zijn.. Een bijkomend voordeel van consultatie is ook dat het een leereffect geeft naar beide kanten. Zo leer ik als specialist van de huisarts meer over het pluis-niet-pluis gevoel, en ik kan iets van specialistische kennis overdragen. We hebben aan een groep studenten gevraagd om kwalitatief onderzoek te doen naar deze vormen van consultatie. Daarin zie je veel positieve waardering van ouders, jongeren en huisartsen voor de consultatie, omdat ze het snel en laagdrempelig krijgen. En nogmaals, het is dynamische consultatie. Het mag per mail, beeldbellen, fysiek. Daarmee kan het ook steeds worden aangepast aan de situatie. Door bv. video-overleg is het mogelijk om vaders er bij te betrekken, iets wat nog steeds niet altijd goed lukt. Er zijn hulpverleners die vinden dat ze door beeldbellen te weinig diagnostische informatie krijgen, ik zou zeggen, andere informatie. Zo had ik laatst beeldbel-contact met een meisje en haar ouders, waarbij het meisje eerst haar huis liet zien. Die belangrijke informatie zou je anders niet gekregen hebben. En vanuit beeldbel-contact kun je natuurlijk altijd nog beslissen om wel fysiek consultatie te verlenen. Dat kun je gewoon bij de huisartsenpraktijk afspreken en dat is voor ouders en kinderen en jongeren natuurlijk veel laagdrempeliger dan bij een GGZ-instelling. We moeten dus ruimte creëren bij elke psychiater dat hij/zij tijd heeft voor triage en consultatie.
Hoe zit het met de financiële kant?
De vergoeding voor consultatie is nu niet goed geregeld en kost ook veel administratie. Je kunt ook niet ineens besluiten massaal over te gaan op consultatie en triage, als je nog zit met grote caseloads. We zouden het echter wel stapsgewijs kunnen opbouwen, door geleidelijk steeds meer middelen ter beschikking te stellen voor consultatie en triage en andere activiteiten minder te vergoeden. Tegelijkertijd zou je onderzoek moeten doen naar de effecten en een lerend netwerk moeten creëren.
Wat is je oproep aan het beroepsveld?
Het is voor mensen lastig om deze, meer dynamische, kant op te gaan. Niet alleen wordt het geven van consultatie vooralsnog nauwelijks door het financiële stelsel ondersteund, het consulteren is ook een vak dat je moet leren, het vereist lef om fouten te durven maken. Maar misschien is wel de allergrootste drempel dat je de jongeren op de wachtlijst niet ziet en degene die je behandelt wel. En voor degene die je behandelt wil je het allerbeste, daarvoor ga je voor een 10. Daarom zou het goed zijn als psychiaters niet alleen consultatie bieden en complexe groepen behandelen, maar ook contact hebben met kinderen en jongeren op de wachtlijst. Nu gebeurt dat voornamelijk nog via papier, via vragenlijsten, maar dat is onvoldoende. Laten we dus de flow in de systemen op gang brengen door ruimte te creëren voor de professionals.
