Door Marcel de Krosse, arts publieke gezondheidszorg.

De stand van zaken is zorgwekkend

De NZa meldt in haar nieuwsbericht van 29 september j.l. dat het aantal wachtenden voor zorg vanuit de Wlz is gestegen. Daarnaast constateert zij dat het de ziekenhuizen nauwelijks lukt het aantal mensen dat wacht op een behandeling te doen dalen; de zogenoemde uitgestelde zorg. Even later uitten de IGJ en de NZa in een open brief aan de ministers dat de huidige personeelstekorten nu al consequenties hebben voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg. Daarbij worden ook de huisartsenzorg, de ggz en de kraamzorg genoemd. Ook bij het CIZ krijgen we al geruime tijd signalen dat een indicatie voor de Wlz, met name in de ouderenzorg, eigenlijk niet te verzilveren is. Het begon jaren geleden al voor cliënten met een zorgprofiel VV04, nu horen we dat over de hele breedte van zorgprofielen. Wat heb je in de Randstad aan een indicatie waarvoor de wachttijd gemiddeld twee jaar is? De gemiddelde tijd van een indicatiebesluit tot overlijden ligt ergens tussen de anderhalf en twee jaar. In de praktijk komt het er dus op neer dat iemand alleen nog maar bij een crisis wordt opgenomen in een verpleeghuis en dat velen nooit in het verpleeghuis terecht zullen komen.

In de aanvraagstromen zien we bij het CIZ al jaren een seizoenspatroon waarbij er in het eerste en vierde kwartaal sprake is van een significant hogere aanvraagstroom dan in het tweede en derde kwartaal. Niet dit jaar! Vanaf mei tot in september zagen we een continu hogere aanvraagstroom, vooral in het oosten van het land. En daarbij constateerden we dat het overgrote deel van de aanvragers voldeed aan de Wlz-criteria. Net als de NZa is het ons nog niet duidelijk waar deze onverwacht hogere aanvraagstoom vandaan komt. Is het een inhaaleffect na COVID? Zien we ons geconfronteerd met de beperkingen van de thuiszorg als gevolg van de vele vacatures?

De NZa constateert ook problemen bij de toegankelijkheid van de ggz. Sinds 1 januari 2021 staat de Wlz ook open voor volwassenen met ggz-problematiek. Voor hen gelden dezelfde criteria als de andere cliëntgroepen binnen de Wlz. Al in 2020 werden we geconfronteerd met veel meer Wlz-aanvragen dan daarvoor door diverse partijen was berekend. Dit heeft in 2020 forse gevolgen gehad voor onze dienstverlening naar andere cliëntgroepen. Nog steeds zien we een aanzienlijk hogere ggz-aanvraagstroom dan geprognotiseerd, bijna vijf keer hoger. En net als voor de ouderenzorg zien we dat het overgrote deel van mensen met ggz-problematiek voldoet aan de criteria. Het is dan ook niet zonder reden dat VWS nu met partijen om tafel zit over interventies om deze veel grotere uitname uit het Wlz-budget te verminderen.

Personeelsschaarste, nu en straks

Zo langzamerhand lijkt het er echter op dat we met een ander soort schaarste te maken hebben. Was het eerst de financiële schaarste, nu is het in de langdurige zorg vooral een probleem van de huidige krappe personeelsmarkt. Maar een probleem van schaarste blijft het. Ik hoef u daar als lezer waarschijnlijk al niet meer van te overtuigen. Alle mooie initiatieven ten spijt de vraag is nu vooral: hoe kunnen we dit organiseren?

Kortom, hoe lang moeten we nog wachten tot de wal het schip keert? Wat moet er gebeuren om iedereen aan te zetten om gezamenlijk oplossingen te vinden voor de problemen van nu? Jazeker, er gebeurt natuurlijk al het nodige. Minister Helder heeft voor de zomer de aftrap gegeven voor het veel omvattende WOZO-programma. Binnen het programma Ouder Worden 2040 wordt gewerkt aan een transformatieagenda voor de toekomst van ouder worden in Nederland. En onder de paraplu van het Nationaal Preventieakkoord zijn met meer dan 70 maatschappelijke organisaties afspraken gemaakt, gericht op een gezonder leven in 2040. We krijgen hierin veelbelovende vergezichten met intenties waar je eigenlijk niet tegen kunt zijn. En al deze programma’s/ bewegingen leiden weer tot een navenante hoeveelheid actielijnen. Ik ben de tel inmiddels kwijt. Maar zoals gezegd, het zijn vergezichten terwijl we nu al behoefte hebben aan oplossingen en creatieve ideeën voor de problematiek van vandaag. Het is natuurlijk heel prettig als we een perspectief op de langere termijn kunnen bieden en daar wordt in al deze programma’s en bewegingen hard aan gewerkt, maar daar heeft de mantelzorger die het water nu al aan de lippen staat helemaal niets aan.

Maatschappelijk debat noodzakelijk

En ik begrijp natuurlijk ook wel dat we niet van de ene op de andere dag een contingent nieuwe zorgprofessionals opgeleid en inzetbaar klaar hebben staan, maar wordt het ondertussen niet eens tijd dat we het maatschappelijk debat hierover starten? Het is nu toch duidelijk dat er gewoon te weinig is om iedereen te kunnen blijven verzorgen en ondersteunen op het niveau waarop we dat gewend waren. Mag je van een zoon of dochter eisen een bijdrage te leveren aan die zorg en ondersteuning, ook als de ouder is opgenomen in een verpleeghuis,? Moet iedereen maar dezelfde rechten hebben? Blijven we in de care dezelfde hoge deskundigheidseisen stellen aan de inzet van personeel of vinden we het vooral belangrijk dat de oudere in zijn laatste maanden liefdevolle verzorging en aandacht krijgt?

Veldpartijen zullen zelf ook aan de slag moeten, want alleen wijzen naar VWS heeft geen zin. Laten we nog eens goed kijken wat er nu al kan en dit ook daadwerkelijk mogelijk maken. Voorbeelden genoeg, o.a. Almere Durft!, Samen sterk ouder worden in het land van Cuijk en Ouderen langer thuis in de wijk Dichteren (Doetinchem). En dat vraagt lef, ondernemerschap en vooral ook het maken van lastige keuzes. En natuurlijk vraagt dat ook wat van VWS. Het ministerie zal nog nadrukkelijker het gesprek aan moeten gaan om aan de hand van goede voorbeelden vermeende obstakels te beslechten, want veel van de best practices blijven te klein. Het blijft me intrigeren waarom veel van dit soort lokaal succesvolle voorbeelden maar zelden op veel grotere schaal uitgerold worden.

De politiek is aan zet

Maar dat niet alleen. De problematiek van nu vraagt ook om beslissingen op de korte termijn, ruim vóór 2030. Deze moeten worden voorbereid. En wellicht staat het huidige coalitieakkoord bepaalde besluiten niet meer toe, maar dan zullen die moeten worden voorbereid en zo snel mogelijk door een volgend kabinet moeten worden genomen.

En dan kom ik als bijna automatisch ook terecht bij de politiek. Juist als er zulke wezenlijke keuzes gemaakt moeten worden, zal de politiek zich hierover moeten uitspreken. En het zijn geen fijne keuzes; het zijn keuzes die door het electoraat niet altijd in dank zullen worden afgenomen. En toch moeten ze worden gemaakt, want de tijd is al voorbij dat kan worden volstaan met een enkele kleine ingreep of doorschuiven naar latere kabinetten. De huidige situatie staat dat simpelweg niet meer toe! Ook dat vraagt dus lef.

Om maar eens de vergelijking te maken met het infarct in het menselijk lichaam: zodra een infarct wordt geconstateerd, moet zo snel mogelijk worden gehandeld. Dat biedt de beste kansen op herstel op de langere termijn!