Door Sonja Visser, directeur en mede-oprichter in 2021 van de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel (NVZH).
Samengevat rapport
- Enden T van den, AJ Kruiter, S. Visser en W. Boevink, De waarde en inbedding van de zelfregie- en herstelbeweging, uitgegeven door het Instituut voor Publieke Waarden en het Zorginstituut Nederland, juli 2025.
Het financieren van preventie en van het mentaal veerkrachtiger maken van de samenleving als geheel is in de zorgwetten niet verboden, maar in de meeste wetten ook geen verplichting. De termen veerkracht, vertragen en onderlinge steun komen in de zorgwetten in zijn geheel niet voor. Dat betekent dat mensen er geen recht op hebben. Het IZA en AZWA sorteren voor op een betere juridische grondslag voor preventie; het voorkomen/ verminderen van ziekte en zorg. Maar de reflex is vooralsnog om dat vooral op de individuele mal te willen managen. Ieder op transformatiegericht mens weet echter inmiddels dat juist in het collectieve het maatschappelijke en economische goud ligt.
Inleiding
Zelfregie en herstelorganisaties (ZHO’s), ook wel laagdrempelige steunpunten genoemd, worden een grote maatschappelijke én economische rol toegedicht in vier belangrijke recente adviezen: het IZA, het AZWA, het advies Op de rem (RVS, 2025) en het advies Beleidsopties mentale gezondheid en ggz (IBO, 2025). Dat is omdat zij een laagdrempelige kansrijke context bieden waar mensen met een (langdurende) psychische kwetsbaarheid sámen, en op hun eigen tempo, omhoog struikelen. ZHO’s hebben een vak gemaakt van wat de RVS adviseert: vertragen om samen terug te veren. Diezelfde ZHO’s worstelen echter met hun bestaanszekerheid omdat er geen passende financiering voor is. Recent publiceerde het Zorginstituut Nederland het hieronder besproken stuk over de impact van ZHO’s, de wetenschappelijke evidentie ervoor, de huidige financiering en wat de zorgfinancieringswetten eigenlijk zeggen over de financierbaarheid ervan (Van den Enden, 2025). Voor Zorginstituut Nederland is het rapport een middel om het gesprek over het financieren van de mentale veerkracht van de samenleving verder te brengen.
Wat zijn zelfregie en herstelorganisaties (ZHO’s)?
Er zijn inmiddels zo’n 120 zelfregie- en herstelorganisaties (ZHO’s) in Nederland, met samen naar schatting tussen de 300-350 locaties, die een breed palet aan activiteiten organiseren, passend bij de lokale context. Het belangrijkste kenmerk is dat ze bottom-up en door en voor mensen met psychische en/of psychosociale kwetsbaarheden worden vormgegeven. Er zijn vier kenmerkende elementen:
- Laagdrempelige inloop en ontmoeting,
- door en voor activiteiten (deelnemersgedreven),
- herstelaanbod (methodische peersupport) en
- een groeivijver (op je eigen tempo omhoog struikelen).
Deze elementen zijn bij bijna alle ZHO’s aanwezig. Daarnaast zijn er talloze activiteiten die deze ZHO’s aanbieden, zoals collectieve belangenbehartiging, voorlichtingsbijeenkomsten, detachering, anti-stigma activiteiten, een respijtvoorziening of individuele ondersteuning. (NVZH, 2025). Belangrijker nog dan wat er precies gebeurt in de ZHO’s, is hoe dat gebeurt. Dit noemen we het vak van zelfregie en herstel. Een aantal centrale begrippen – en daarmee belangrijke kenmerken van het vak van zelfregie en herstel – zijn gelijkwaardigheid, wederkerigheid, laagdrempeligheid, eigen tempo, individuele en collectieve ervaringskennis en talentontwikkeling, (NVZH, 2024).
Individuele en collectieve impact zelfregie en herstelorganisaties
Het rapport van Zorginstituut Nederland geeft antwoord op de vraag: welke toegevoegde waarde leveren zelfregie en herstelorganisaties in het landschap van zorg en welzijn? Met vijf ZHO’s uit het land hebben de auteurs ervan een Theory of Value opgesteld, die de impact van de beweging beschrijft als:
Een betere mentale (volks)gezondheid en een veerkrachtige samenleving die variatie omarmt.
Deze impact hebben we uitgewerkt in verschillende outcome-indicatoren op individueel en collectief niveau. Op individueel niveau (her)vinden deelnemers en naasten mogelijkheden om met psychische kwetsbaarheden en ontwrichting om te gaan, die een plek te geven en te ontworstelen. Deelnemers en naasten (her)vinden en geven elkaar de mogelijkheden om zichzelf (weer) te kunnen zien als iemand die méér is dan zijn kwetsbaarheid en/of wat hem is overkomen, en om zich (weer) verbonden en van betekenis te voelen.
Op collectief niveau worden de kwaliteit en de mentale veerkracht van de samenleving vergroot omdat meer inwoners zich toegerust voelen om (weer) mede-maker van de samenleving te zijn. Doordat mensen zelf bijdragen aan hun eigen en elkaars samenleving wordt deze als geheel veerkrachtiger.
Hoe kun je de impact/outcome van herstel en zelfregie meten?
Op individueel niveau ervaren deelnemers:
- Versterkte capaciteiten om zelf met psychische kwetsbaarheden en ontwrichting om te gaan, die een plek te geven en te ontworstelen;
- Het ontwikkelen van individuele en collectieve ervaringskennis;
- Dat zij meer sociale en maatschappelijke rollen vervullen – als deelnemer, als familielid, als buurvrouw, als vriend, als vrijwilliger, als ervaringsdeskundige en als betaald medewerker;
- Het (zelf)vertrouwen om in de toekomst met de uitdagingen van het leven om kunnen gaan, al dan niet gesteund door anderen;
- Meer kwaliteit van leven;
- Meer zingeving;
- Een betere ervaren mentale gezondheid;
- Een verminderde behoefte aan geestelijke gezondheidszorg en andere hulpverlening.
Op collectief niveau ervaren wijken/gemeenschappen/gemeenten/regio’s:
- Minder eenzaamheid;
- Een hervonden verbondenheid met anderen;
- Nieuwe collectieven waarin mensen samen hun eigen en elkaars problemen oplossen ;
- Minder stigma en negatieve beeldvorming over mentale kwetsbaarheid;
- Nieuw arbeidspotentieel;
- Een betere ervaren mentale gezondheid in de gemeente/regio;
- Een verminderde behoefte aan geestelijke gezondheidszorg en andere hulpverlening in de gemeente/regio.
Wetenschappelijke evidentie over individuele en collectieve impact is beschikbaar
Het hier samengevatte rapport toont het wetenschappelijke bewijs dat ZHO’s deze impact en outcome bereiken. Met name in internationale context bestaat veel bewijs dat cliëntgestuurde (door en voor-) organisaties bijdragen aan een verbetering van de mentale gezondheid, een vermindering van de behoefte aan ggz-zorg en een groei in maatschappelijke participatie. Minder bekendheid bestaat er over o.a. versterkte capaciteiten, kwaliteit van leven en zingeving.
Op collectief niveau is de wetenschappelijke evidentie nog niet goed in kaart gebracht. In de trendrapportage GGZ van het Trimbos-instituut uit 2014 (F. van Hoof, 2014). wordt in elk geval erkend dat er ook maatschappelijke impact uitgaat van de initiatieven, zowel als aanvulling of reactie op de reguliere zorg, als ook in bredere zin. Er zijn echter meer collectieve baten denkbaar, zoals het creëren van nieuwe fte’s die door mensen worden gevuld die voorheen arbeidsongeschikt waren. Deze, en andere, factoren van de initiatieven die de mentale volksgezondheid positief kunnen beïnvloeden zijn nog niet onderzocht.
Huidige financiering zelfregie en herstel is onvoldoende
Het rapport constateert dat de financiering van ZHO’s plaatsvindt vanuit veel verschillende financieringsstromen en -vormen, gekoppeld aan uiteenlopende projecten, doelen en subdoelen en regelmatig met een korte duur van de financiering. Er is behoefte aan meer structurele financiering vanuit minder verschillende bronnen. Bovendien blijft de huidige financiering van ZHO’s (schatting ca. €80 miljoen in 2024) achter bij de geschatte benodigde structurele financiering (ca. €270 miljoen). Hoewel het AZWA hierin een stap in de goede richting lijkt te zijn, zijn ook deze middelen vooralsnog ontoereikend: vanaf 2027 is er €22 miljoen geborgd en dit loopt vanaf 2030 op naar structureel €54 miljoen per jaar. Met bijna €3 miljard aan IZA-aanvragen is €54 miljoen voor het goud, dat we in handen hebben, onderbelicht.
Zorgfinancieringswetten: ZHO’s niet verboden maar ook niet verplicht
Zorgwetten tonen voornamelijk een individueel en ziekte-gericht karakter, terwijl veel van de akkoorden collectieve preventie van ziekte en zorg willen bevorderen. De maatschappelijke opgave is om zorg te voorkomen (preventie) en de samenleving als geheel moet weer mentaal veerkrachtiger worden (collectief en gericht op gezondheid), om het stelsel werkbaar te houden en de zorg toegankelijk voor wie dat nodig heeft.
Het financieren van preventie en van het mentaal veerkrachtiger maken van de samenleving als geheel is in de zorgwetten niet verboden, maar in de meeste wetten ook geen verplichting. De termen veerkracht, vertragen en onderlinge steun komen in de zorgwetten in z’n geheel niet voor; dat betekent dat mensen er geen recht op hebben.
Het IZA en AZWA sorteren voor op een betere juridische grondslag voor preventie; het voorkomen/ verminderen van ziekte en zorg, maar de reflex lijkt vooralsnog om dat dan vooral op de individuele mal te willen managen. En met het vizier systeem-vast op (de mate van) ziekte en zorg van dat individu. Niets menselijks is ons stelsel vreemd: In tijden van nood, of je nou een gezin of een systeempartij bent, beperk je je even tot je verplichtingen. En schrap je de dingen die niet verboden maar vooral niet verplicht zijn.
Gemeenten doen dat ook: om een ravijnjaar te overleven schrappen ze de dingen die ‘niet verboden’ zijn zodat in ieder geval de dingen die verplicht zijn doorgang kunnen vinden. Zorgverzekeraars doen dat ook, overigens niet alleen in tijden van nood: met de draaiknop ‘verplicht’ heb je veel meer stuurmogelijkheden dan met het draaiknopje ‘niet verboden’. Het gaat per slot van rekening om grote bedragen én om mogelijke politieke ravijnen.
Dat niemandsland tussen niet verplicht én niet verboden kennen we als mens, zeker in rafelige tijden, ook goed:
- Omkijken naar elkaar en weten dat er iemand naar je omkijkt? Niet verboden. En hee, ook niet verplicht.
- Betekenisvolle activiteiten en rollen in het leven hebben? Niet verplicht maar ook niet verboden hoor. Succes!
- Op adem kunnen komen, bijvoorbeeld omdat je als moeder van een zorgenkind met 15 hulpverleners, die allemaal het woordje ‘regie’ in hun functienaam hebben, toch geacht wordt om op te letten dat er nog enige samenhang is? Of omdat bij langdurende psychische problemen je er vaak gratis armoede bij krijgt dus even een avondje naar het theater of een weekendje weg niet past in je budget? Zeker niet verboden, maar ook niet verplicht. In Twente zouden ze zeggen: red oe d’r met.
Hoe verder?
De noodzakelijke stap nu is om de toegevoegde waarde van ZHO’s op het gebied van de samenleving als geheel (los van de zorg die zij voorkomt) te verankeren. Dat gaat over hoe mensen, óók met een eventuele psychische kwetsbaarheid, weer mede-maker van de samenleving kunnen zijn. Dat mensen sámen weer terug kunnen veren. Dat mensen – ongeacht hun kwetsbaarheid – weer van betekenis kunnen en willen zijn, ook voor elkaar. We staan op een belangrijk omslagpunt. IZA en AZWA proberen de transformatie een stap verder te brengen. Systemisch gaat dat wel lukken. Maar of het ook de gewenste omslag in de samenleving brengt? Vanuit onze eigen waarden en verwondering toetsen wij dit aan inhoudelijke vragen en ons bestaansrecht.
Het rapport eindigt met de beantwoording van de volgende vragen:
- Kunnen veerkracht, vertragen en samen terugveren een recht van de samenleving worden?
- Verdienen initiatieven als ZHO’s een eigen betaaltitel?
- Is er ruimte om een instrument te ontwikkelen waarmee de beoogde impact op de mentale veerkracht van de samenleving zichtbaar gemaakt kan worden?
- En heel belangrijk qua governance: worden de mensen om wie het gaat in staat gesteld om een gelijkwaardige rol te hebben in de maatschappelijke opgave én in het ontwikkelen van nieuwe instrumenten daartoe?
- Wordt de NVZH in staat gesteld om landelijk gesprekspartner te zijn vanwege de beoogde maatschappelijke en economische rol van ZHO’s?
Het rapport beantwoordt deze vijf vragen met een beargumenteerd ja.
Het schetst verder:
- Hoe een onderzoek naar de impact eruit kan zien,
- hoe een monitorinstrument ontwikkeld kan worden door en voor de mensen om wie het gaat
- en ook welke traditie de zelfregie en herstelbeweging al heeft.
- Hoe wettelijke verankering van ZHO eruit zou kunnen zien.
Het rapport bevat tevens een uitnodiging aan maatschappelijke partners om de mentale veerkracht van de samenleving als geheel een stap verder te brengen. Hoe verder is ook dat we met elkaar omhoog blijven struikelen.
Over de auteur
Sonja Visser is directeur en medeoprichter in 2021 van de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel (NVZH). Ze is medeauteur van het rapport De waarde en inbedding van de zelfregie- en herstelbeweging. Van 2008 t/m 2024 was ze initiatiefnemer en directeur van Zelfregie NL in Noord- en Midden-Limburg. In de periode 2006-2021 was ze actief in diverse projecten van MIND rondom lokale, regionale en landelijke belangenbehartiging en beleidsparticipatie en de ondersteuning van zelfregie en herstelorganisaties. Vanaf 2023 vertegenwoordigt ze de NVZH in de landelijke IZA-werkgroep Laagdrempelige Steunpunten.
Zoektermen op internet:
Sonja Visser, Patiëntaspecten, Zelfregie- en herstelorganisaties, ZHO impact rapport, mentale veerkracht samenleving, herstelbeweging Nederland, zorgfinanciering preventie, IZA en AZWA zorgwetten, herstelaanbod peersupport, Instituut voor Publieke Waarden, mentale gezondheid ggz advies, maatschappelijke baten ZHO
