Door Wim van Dalen, directeur Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP.  

De cijfers spreken boekdelen 

Studenten van het hoger onderwijs drinken veel alcohol. Dat zal niemand verbazen. Het gezag van ouders telt mogelijk minder, de invloed van de NIX-18 campagne heeft wellicht geen of minder vat op hen en het maken van nieuwe vrienden gebeurt veelal in een alcoholvriendelijke omgeving. In 2021 is door het Trimbos, RIVM en GGD GHOR Nederland voor de eerste keer een onderzoek gedaan naar het alcoholgebruik onder ruim 28.000 studenten van 18 t/m 24 jaar van 15 Nederlandse hogescholen en universiteiten. Grofweg drinkt 1 op de 10 mannen meer dan 21 glazen per week en 1 op de 10 vrouwen meer dan 14 glazen per week. Het drinken van meer dan 5 glazen per gelegenheid, het zogenaamde binge drinken, komt voor bij maar liefst 20% van de 18- en 19-jarigen en voor bijna 15% van de 20 tot en met 24-jarigen. De meest gebruikelijke definitie van binge drinken is: 4 glazen voor een man en 5 glazen voor een vrouw, gedronken in korte tijd bij één gelegenheid. Uit het onderzoek blijkt ook dat onder studenten een hoge mate van acceptatie is van het drinken van meer dan 10 glazen alcohol op één avond. Het binge drinken, waar Nederlandse jongeren van 15 en 16 jaar, vergeleken met andere landen in Europa, al jaren hoog scoren, geldt als het meest schadelijk voor de gezondheid.  

Waarom drinken studenten? 

Citaat uit een adviesrapport dat in 2021 door het Trimbos-instituut in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is opgesteld: De drie meest genoemde redenen om alcohol te drinken zijn ‘omdat het leuk is’ (56%), ‘omdat het sociale bijeenkomsten leuker maakt’ (41%) en ‘omdat je het gevoel lekker vindt’ (41%). Studenten drinken veelal alcohol vanuit bepaalde drinkmotieven; ‘enhancement’ (drinken om positieve gevoelens vanuit jezelf te verkrijgen, bijvoorbeeld om je te helpen genieten) en ‘social’ (drinken om gezellig te zijn, om feestjes te vieren) en minder vanuit ‘coping’ (drinken om problemen te vergeten). Er is in het geraadpleegde onderzoek geen sterke samenhang gevonden tussen middelengebruik en mentale gezondheid.  

Anders gezegd: overmatig drinkende studenten gebruiken alcohol niet in de eerste plaats om persoonlijke problemen weg te drinken. Gekscherend zou de lezer kunnen concluderen dat studenten niet de meest logische doelgroep zijn voor het Nationaal Preventieakkoord. Dit akkoord richt zich immers vooral op problematisch alcoholgebruik. Overigens het volgende: De term problematisch alcoholgebruik is naar mijn inschatting mede door de lobby van de commerciële partijen voorafgaande aan de totstandkoming van het Nationaal Preventieakkoord leidend geworden, vandaar de naam van het akkoord: Preventieakkoord Problematisch Alcoholgebruik. De term impliceert dat de alcoholproblemen in onze samenleving primair een gevolg zijn van persoonlijke factoren en niet van product gebonden factoren zoals het prijsniveau, de marketing en de beschikbaarheid van alcohol.  

Uit diverse studies, zowel Nederlandse als buitenlandse, blijkt dat de sociale omgeving van studenten waar alcoholgebruik is genormaliseerd en gemakkelijk verkrijgbaar is, een doorslaggevende rol speelt en daarmee nadrukkelijk medebepalend is voor het overmatige alcoholgebruik. Deze bevinding is van cruciaal belang voor de maatregelen die noodzakelijk zijn om het schadelijke drinkgedrag van een grote groep studenten te beperken.   

Nationaal Preventieakkoord: alcohol moet minder vanzelfsprekend worden voor studenten 

Eind 2018 is onder leiding van staatssecretaris Paul Blokhuis het Nationaal Preventieakkoord afgesloten waarin afspraken staan om Nederlanders gezonder te maken door roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen. Die afspraken waren weinig ambitieus. Het RIVM concludeerde dan ook dat aanvullende maatregelen nodig waren om de doelen van het Preventieakkoord te bereiken. Daarom heeft staatssecretaris Maarten van Ooijen na zijn aantreden de Alcoholtafel weer nieuw leven ingeblazen. Ook hij nodigde zowel gezondheidsorganisaties als commerciële partijen (zoals de alcoholindustrie, de supermarkten, de slijtersbranche en de horeca) uit om samen een effectief alcoholbeleidsplan op te stellen. Nadat duidelijk werd dat er onenigheid ontstond omdat de commerciële partijen, tegen de wens van de gezondheidspartijen in, niet over de door de WHO geadviseerde wettelijke beleidsmaatregelen wilden praten, trok staatssecretaris Van Ooijen de stekker uit het gezamenlijke overleg. Naar zijn zeggen hadden echter alle partijen aangegeven achter de doelstellingen van het Preventieakkoord te staan. Daarom besloot hij met beide kampen afzonderlijk door te praten.  

Eén van de doelstellingen van het Preventieakkoord is een afname van overmatig en/of problematisch alcoholgebruik onder studerende jongvolwassenen van 50% in 2040 ten opzichte van 2018. Overmatig en zwaar alcoholgebruik moet in de toekomst een minder vanzelfsprekend onderdeel van het studentenleven worden. Om het belang van het behalen van deze doelstelling te benadrukken zat ook een vertegenwoordiger van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) aan de overlegtafel van het Preventieakkoord. De LKvV vertegenwoordigt 49 studentenverenigingen. Opmerkelijk is dat in het Preventieakkoord staat dat de LKvV in overleg met de alcoholindustrie (de Nederlandse Brouwers en de STIVA) het overmatige alcoholgebruik onder studenten te lijf gaat o.a. door alcoholvrij bier te promoten. Voor insiders is deze samenwerking tussen de LKvV en de bierindustrie niet verrassend. De STIVA is als vertegenwoordiger van de Nederlandse alcoholindustrie, al jarenlang betrokken bij workshops van de LKvV. Je kunt, wat de commerciële belangen van de alcoholindustrie betreft, de LKvV vergelijken met NOC*NSF en Koninklijke Horeca Nederland (KHN). Goede samenwerking met deze partijen is immers voor de brouwers een garantie voor een miljoenomzet aan bier. Een voormalig medewerker van Bavaria voegt daaraan toe: “Studenten drinken veel bier en als studenten bekend zijn met een biermerk zijn ze sneller geneigd dit merk de rest van hun leven ook te drinken.” 

Wellicht spelen voor de alcoholindustrie ook commercieel politieke belangen een rol als het gaat om samenwerking met de LKvV: met goede samenwerking met toekomstige wetenschappers, beleidsmakers en industriëlen kun je het beste zo vroeg mogelijk beginnen.  

In 2019 ontstond er publieke ophef over de zogenaamde hectoliterbonussen. Het bleek dat studentenverenigingen belangrijke kortingen van de bierbrouwerijen zouden krijgen als zoveel mogelijk bier werd omgezet, ook met als mogelijk gevolg dat het bier voor de studenten extra goedkoop is en er meer wordt gedronken. Regionale omroep RTV Noord kreeg de cijfers van een Groningse studentenvereniging in handen waaruit bleek dat dit om enorme kortingen kan gaan. Jaarlijks kopen zij voor 60.000 euro aan bier, waarbij ze 45.000 euro korting krijgen via de hectoliterbonus. Het aangeschafte bier kost hun in de praktijk dus 15.000 euro in plaats van 60.000 euro. Voor studentenverenigingen, die vaak een begroting van rond de ton hebben, is dat een flinke som geld. Citaat uit een uitzending van RTV Noord: Woordvoerder Esther De Vilder van Swinkels Family Brewers, waar onder andere Bavaria onder valt: ‘Wij zijn leverancier. Zij zijn verantwoordelijk voor het beleid binnen hun vereniging.’  

Op de vraag ‘Hoe kan het dat de bierbrouwerijen hectoliterbonussen geven, terwijl ze aan de andere kant afspraken maken met studentenverenigingen over verantwoord alcoholbeleid?’, antwoordt Vilder: ‘Over commerciële afspraken en contracten met derden mogen en kunnen wij geen uitspraken doen.’ Bij Heineken krijgen we hetzelfde antwoord. ‘Concurrentiegevoelige informatie delen we nooit met derden.’ En de overkoepelende belangenorganisatie Nederlandse Brouwers dan? ‘Als vereniging hebben we geen inzage in de contracten die brouwers met klanten hebben en vanwege mededingingseisen mogen en willen we dat ook niet. Klik hier voor het gehele citaat. 

Is er na 5 jaar Preventieakkoord iets positief te melden wat het alcoholgebruik van studenten betreft?   

Nog geen nieuwe landelijke cijfers 

Het meest recente landelijke onderzoek naar het alcoholgebruik onder Nederlandse studenten dateert van 2021. De resultaten zijn bovenstaand reeds genoemd. In het najaar van 2023 komen nieuwe cijfers beschikbaar.  

Het RIVM heeft in opdracht van het ministerie van VWS in 2021 de tussentijdse resultaten van het Preventieakkoord vastgesteld. Wat de doelgroep studenten betreft staat daarin alleen vermeld dat de eerste vijf steden plannen hebben ontwikkeld voor een alcoholbeleid voor studenten. Dit zijn allen universiteitssteden. De steden met de grote hogescholen zijn nog niet zover. De betrokken partijen geven aan dat er vertraging is bij het behalen van deze doelstelling door de gevolgen van de corona-epidemie in het onderwijs. Daarom hebben de partijen met het ministerie van VWS afgesproken om de uitwerking van de plannen op te schorten tot de zomer van 2022. De implementatie hiervan zal volgen met ingang van het nieuwe studiejaar 2022-2023. Meer valt er vooralsnog, wat de doelgroep studenten betreft, over het resultaat van het Preventieakkoord niet te zeggen.  

Onderzoek onder studenten in Nijmegen: geen verbetering 

Prof. Jacqueline Vink van de Radboud Universiteit komt op basis van een in 2022 uitgevoerd representatief onderzoek onder Nijmeegse studenten tot de conclusie dat er na 5 jaar er nog geen sprake is van enige verbetering. De Nijmeegse hoogleraar Psychopathologie Vink verwacht dat studenten eerder meer, dan minder zijn gaan drinken. Wat het binge drinken betreft: van de Nijmeegse mannelijke studenten drinkt 19% tenminste 2 x per week meer dan 6 glazen en 29% 2 tot 4 keer per maand. Van de Nijmeegse vrouwelijke studenten drinkt 13% meer 4 glazen per keer per week en 43% 2 tot 4 keer per maand. De conclusie van Prof. Vink is dat de cijfers laten zien dat de door het Preventieakkoord beoogde daling van het problematisch en overmatig alcoholgebruik door studenten nog niet is ingezet. Wel noteert ze daarbij dat er grote individuele verschillen zijn tussen studenten. Lang niet elke student doet mee aan drankspelletjes of is dol op comazuipen. 

Beleidsadviezen  

Om ertoe bij te dragen dat de doelen van het Preventieakkoord wat studenten worden behaald zijn er sinds 2020 drie rapporten uitgebracht. Het eerste rapport biedt universiteiten en hogescholen ondersteuning bij het ontwikkelen en implementeren van een effectief alcoholbeleid. Het is geschreven in opdracht van het ministerie van VWS, de Universiteiten van Nederland (UNL) en de Vereniging van Hogescholen (VH). Naast adviezen over goede individuele zorg adviseert het rapport om de beschikbaarheid van alcohol te beperken door o.a. aangepaste schenktijden, kortingsacties te verbieden, alcoholvrij aan te bieden of om de prijzen van alcoholhoudende dranken te verhogen.  

Het advies is om niet alleen te focussen op studenten die over de schreef gaan. Van dit rapport is ook een populaire versie uitgebracht. 

Op de Technische Universiteit Delft zijn de eerste signalen van een aangepast alcoholbeleid zichtbaar. Er is een convenant opgesteld waarin staat dat er doordeweeks pas na 17.00 uur en in het weekend na 13.00 uur alcohol geschonken wordt op de campus. Dranken met meer dan 15% alcohol zijn niet meer toegestaan. Het Delfsch Studenten Corps sluit heel voorzichtig aan bij het nieuwe beleid:  

“Bij feesten en in de kennismakingstijd schenken we bier met 4 procent alcohol. In plaats van het standaard biertje met 5 procent”, aldus de president van het corps.  

Het tweede rapport is een handreiking voor gemeenten. In dit rapport komen alle aspecten van de alcoholproblematiek onder studenten aan de orde. Ook in dit rapport wordt niet alleen gewezen op de noodzaak van vroeg-signalering en goede zorg voor overmatig drinkende studenten maar ook op beleidsaandacht voor de fysieke beschikbaarheid van alcohol, zoals de aanwezigheid van supermarkten en horeca op de campus. Aangegeven wordt dat deze factoren direct geassocieerd zijn met de alcoholconsumptie en alcohol-gerelateerde problemen onder studenten. Op alle universiteitscampussen in Nederland zijn supermarkten en restaurants waar alcohol dus gemakkelijk beschikbaar is. In deze handreiking voor gemeenten worden geen concrete adviezen gegeven om hier verandering in aan te brengen.  

Het derde rapport is bedoeld voor professionals om studenten die risicovol drinken te helpen om de problemen te onderkennen en indien nodig te verwijzen naar noodzakelijke zorg. Anders gezegd: dit rapport is wel specifiek gefocust op studenten die over de schreef gaan.  

Samenvattend: nog nauwelijks resultaat, wel meer inzicht! 

Het feit dat studenten als belangrijke doelgroep in het Nationaal Preventieakkoord worden genoemd heeft op z’n minst geleid tot meer aandacht voor het overmatige alcoholgebruik onder studenten en tot concrete beleidsadviezen. In het aankomend najaar komen nieuwe cijfers beschikbaar waarmee het duidelijk wordt of deze extra aandacht heeft geleid tot een afname van het overmatige drinkgedrag onder studenten. Vooralsnog mogen we niet al te optimistisch zijn o.a. gelet op de sombere bevindingen van het RIVM over de eerste resultaten van het Preventieakkoord. Wat ook zorgen baart is het feit dat de studentenverenigingen, verenigd in de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV), die 46.000 studenten vertegenwoordigt, stevig op de schoot genesteld zitten van de bierproducenten. Het zou daarom goed zijn als studentenverenigingen nadrukkelijk worden uitgenodigd deel te nemen aan overleg over de gewenste beleidsveranderingen, zowel landelijk als plaatselijk. Een rol die zowel weggelegd is voor gemeenten als voor instellingen zoals het Trimbos-Instituut, GGD GHOR Nederland en Verslavingskunde Nederland.  

In één van de adviesrapporten staat het uiteindelijke doel duidelijk aangegeven: het overmatig en zwaar alcoholgebruik moet in de toekomst een minder vanzelfsprekend onderdeel worden van het studentenleven. 

Over de auteur 

Wim van Dalen is sinds 2002 directeur van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP (www.STAP.nl).  Daarnaast is hij als secretaris van de Alliantie Alcoholbeleid Nederland (AAN) coördinator van de campagne ‘Zien drinken, doet drinken’ (www.ziendrinkendoetdrinken.nl), projectleider van EUCAM (www.EUCAM.info), een Europese organisatie met als focus het monitoren van alcoholmarketing en bestuursadviseur van Eurocare, de Europese Alliantie van NGO’s die zich richten op de alcoholproblematiek (www.eurocare.org).  

 Zoektermen voor het internet:   

Wim van Dalen, STAP, preventie, alcoholgebruik, studenten, Preventieakkoord, bierbrouwerijen, problematisch alcoholgebruik, alcoholbeleid, studentenvereniging