Door Benjamin Wendt, Joris Berlage, Kim de Groot en Jessica Veldhuizen, allen met een wijkverpleegkundige vooropleiding.
Inleiding
Na de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025, lag er voor het minderheidskabinet tussen D66, CDA en VVD op 30 januari 2026 een nieuw coalitieakkoord: Aan de Slag, Bouwen aan een beter Nederland. Enigszins verrassend werd in de budgettaire tabel de “eigen bijdrage wijkverpleging” gepresenteerd. Bij nadere beschouwing had een aantal partijen deze maatregel laten doorrekenen bij het CPB, dus we hadden het kunnen zien aankomen. De beroepsvereniging voor Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) haalde daarop in korte tijd 30.000 handtekeningen op voor de petitie geen prijs op de wijkverpleging. De petitie krijgt veel steun van partners uit het veld: de seniorencoalitie (o.a. ANBO-PCOB), Patiëntenfederatie Nederland, Alzheimer Nederland, de Landelijke Huisartsen Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, en ActiZ. Op 30 maart j.l. erkent minister Mirjam Sterk in haar Kamerbrief Wijkverpleging de zorgen die de maatregel oproept, en dat de uitwerking om zorgvuldigheid vraagt. Een analyse van “de effecten van het totaalpakket aan maatregelen” is daarbij toegezegd. Voor het gemak zetten de auteurs hier een aantal effecten alvast op een rij.
Wijkverpleging
We starten met een poging het collectieve geheugen op te frissen. Na de motie Hamer in 2008, is er stevig geïnvesteerd in de rol van de wijkverpleegkundigen, onder andere door het vergroten van zichtbaarheid in de wijk. Daarnaast is er ingezet op het opleiden, het in kaart brengen en het vergroten van de competenties van wijkverpleegkundigen. Met het Zichtbare Schakelproject kwam er aandacht voor het werken van de wijkverpleegkundige in haar “brede functie” met “vrije regelruimte” en de mogelijkheid om “onafhankelijk te kunnen optreden”. Deze brede functie is beschreven in het Het Expertisegebied van Wijkverpleegkundigen | V&VN: “de wijkverpleegkundige is een hbo-opgeleide verpleegkundige die handelt op basis van professionele autonomie en die de spil is van de zorg in de wijk. Het betreft daarbij niet alleen de op de individuele cliënt toewijsbare zorgtaken, maar ook diens directe omgeving, zoals familie en naasten. Bovendien betreft het preventieve activiteiten in de omgeving van de cliënt: de wijk.” Een belangrijke randvoorwaarde om deze brede functie goed uit te voeren is om de wijkverpleging financieel drempelvrij te houden: “juist voor de kwetsbare doelgroepen en zorgmijders, die in de projecten (Zichtbare Schakel, red.) zijn bereikt, is het van belang gebleken dat de wijkverpleegkundigen zonder financiële drempel beschikbaar waren.” Zie: Zichtbare schakel. De wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt interne evaluatie ZonMw juli 2014
Poortwachtersfunctie
In 2015, bij de overheveling van de wijkverpleging van de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) naar de Zorgverzekeringswet (Zvw), is de wijkverpleging vrijgesteld van het “eigen risico” en de eigen bijdrage uit de AWBZ afgeschaft. Uniek in de huidige situatie is de aanspraak “wijkverpleging” binnen de Zvw. De wijkverpleegkundige is hiermee stevig gepositioneerd in de eerstelijnszorg. Met deze aanspraak komt de wijkverpleegkundige op basis van verpleegkundig redeneren tot een indicatie voor ‘verpleging en verzorging’ in de thuissituatie. Het Zorginstituut benadrukt in de duiding over de indicatiestelling dat de verpleegkundige niet alleen verpleegtechnische handelingen verricht, maar ook signaleert, coacht, coördineert en een “wakend oog” heeft. Daarmee is de wijkverpleegkundige niet slechts een “uitvoerder” van zorg, maar degene die de toegang tot verpleegkundige zorg in de thuissituatie professioneel beoordeelt en bewaakt. Dat maakt de huisarts de poortwachter voor de medische zorg, en de wijkverpleegkundige de poortwachter voor de verpleegkundige zorg.
De huidige toegang tot wijkverpleging is gebaseerd op de vragen: wat is nodig, passend en verantwoord? Met een eigen bijdrage komt daar een tweede vraag vóór te staan: wil of kan iemand met een zorgvraag deze zorg betalen? Daarmee verschuift de toegang van professionele noodzaak naar betaalbereidheid of betaalvermogen. Dat raakt direct aan de toegankelijkheid van wijkverpleging. Belangrijk hierbij te vermelden is dat er geen verwijzing van huisarts of medisch specialist nodig is voor wijkverpleging; mensen met een zorgvraag kunnen zelf contact opnemen met een zorgaanbieder. Echter, onderzoek van Nivel laat zien dat slechts slechts 30% van Nederlandse burgers denkt dat zij zonder verwijzing van een huisarts een afspraak met een wijkverpleegkundige kunnen maken, wat zorgt voor onnodige druk op de huisartsenzorg (Jansen L, M Meijer, M Simanowski et al, 2025). Een belangrijke reden waarom de toegankelijkheid tot wijkverpleging eerder verder verbeterd dient te worden dan beperkt.
Zorgmijding, vroegsignalering en preventie
De kamerbrief geeft aan: “de eigen bijdrage mag geen onoverkomelijke financiële drempel worden voor mensen om noodzakelijke zorg te ontvangen”. Ook zonder de voorgestelde extra financiële drempel, mijdt nog altijd een aanzienlijke groep mensen in Nederland zorg vanwege de mogelijke kosten die daarmee gepaard gaan (Van Esch, Brabers, Groenewegen ert al, 2015;. Meijer M, Brabers A, de Jong J., 2023; van Esch TE, Brabers AE, van Dijk C Et al. 2015; Lierde, S. van, Meijer, M. Jong, J. et al 2026). Dit raakt vooral groepen die hun zorgvraag niet vanzelfsprekend formuleren en leidt tot ongelijkheid: kwetsbare groepen worden het hardst geraakt. Denk aan mensen met dementie in ontkenning, psychiatrische problematiek, een licht verstandelijke beperking, beperkte gezondheidsvaardigheden, schulden, wantrouwen richting instanties of eerdere negatieve ervaringen met zorg. Bij deze groepen is laagdrempelig contact essentieel voor vroegsignalering. Dit laatste is een preventieve taak die begint met een intake, adviesgesprek, observatie of korte inzet. In dat eerste contact kunnen achterliggende problemen zichtbaar worden: beginnende dementie, medicatieproblemen, valrisico, overbelasting van mantelzorgers, verwaarlozing, ondervoeding, psychiatrische problematiek, schulden of beperkte gezondheidsvaardigheden. De wijkverpleegkundige voorkomt vaak zwaardere zorg door dit vroegtijdig te signaleren, bij te sturen en (interprofessioneel) te coördineren. Daarmee worden met name besparingen in de tweede lijn gerealiseerd, veroorzaakt door substitutie van (duurdere) tweedelijnsoplossingen met (goedkopere) eerstelijnsoplossingen (Meer EH van der en JP Postma,2012). Een financiële drempel aan de voorkant maakt vroegsignalering en preventie minder toegankelijk en vergroot de kans dat situaties escaleren. Het is tevens in tegenspraak met het coalitieakkoord, dat aangeeft dat zorg zo veel mogelijk passend, dichtbij en preventief moet zijn.
Intermezzo: wijkverpleegkundigen werken nauw samen met sociaal team.
Een wijkverpleegkundige uit Noord-Holland vertelt: “Ik werk zelf in een sociale achterstandswijk en we hebben goed contact met de huisarts, waardoor wij ook laagdrempelig ingezet kunnen worden en hierdoor veel signaleren en sociale ondersteuning kunnen inschakelen. Als de huisarts een kleine reden heeft om wijkverpleging in te schakelen dan is dat vaak een ingang tot alle ondersteunende diensten. Wij hebben namelijk ook met ons sociale wijkteam in deze wijken maandelijks contact om casuïstiek te bespreken. Als hier een eigen bijdrage voor zal worden gerekend, dan zal dat toch voor meer problematieken gaan zorgen specifiek in dit soort probleemwijken.”
Administratieve lasten
Administratieve lasten zijn al jaren een veelkoppig monster in de zorg. Uit onderzoek blijkt dat zorgprofessionals zo’n 30 procent van hun tijd kwijt zijn aan administratie (V&VN-website geraadpleegd op 22 mei 2026). De wijkverpleging is hierop geen uitzondering. Wijkverpleegkundigen ervaren al een verhoogde werkdruk door documentatie. Eenentachtig procent van verpleegkundige en verzorgende professionals vind het dan ook noodzakelijk dat er meer acties moeten komen om de regeldruk terug te dringen (Groot K en W Paans, 2022). Het coalitieakkoord heeft daar op papier aandacht voor: “we gaan het mes zetten in onnodig ingewikkelde regelingen voor burgers en bedrijven.” Ook het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zet stevig in op het verminderen van administratieve lasten. Wie de website van de (NZA, geraadpleegd op 22 mei 2026) bekijkt, zal zonder veel moeite in de regels voor wijkverpleging zo’n onnodig ingewikkelde regeling kunnen herkennen: ActiZ heeft daarom de handige Infographic Goed geregeld? gemaakt. Een eigen bijdrage voegt daar een nieuwe laag aan toe: wie moet betalen, hoeveel, vanaf wanneer, voor welke zorg, met welke uitzonderingen, wie indiceert, wie corrigeert, wie behandelt bezwaar en wie informeert de cliënt? Het uitlegwerk zal in de praktijk bij de zorgprofessional terecht komen. Ook als de formele inning bij een uitvoeringsorganisatie, zeg het CAK komt te liggen, zullen cliënten hun vragen stellen aan wijkverpleegkundigen: “Moet ik betalen?”, “Hoeveel?”, “Geldt dit ook voor wondzorg?”, “Kan ik bezwaar maken?”, “Wat als mijn inkomen veranderd is?” Dat betekent een directe toename van werkdruk, die afleid van de inhoud: kwalitatief goede zorg leveren.
Momenteel (juni 2026) worden er vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bijeenkomsten georganiseerd met veldpartijen waarin meegepraat mag worden over verschillende scenario’s: 1. Een inkomensafhankelijke eigen bijdrage of 2. Een PxQ variant van een eigen bijdrage. Echter, in de beweging naar “passende zorg” komt tegenwoordig nadrukkelijk ook deze optie op tafel: niet behandelen. De verpleegkundige praktijk lijkt hiermee het beleid ingehaald te hebben. De best passende optie is wat ons betreft dan ook een analyse met inachtneming van optie 3: niet doen.
Kortom
De hierboven genoemde studies, voorbeelden en feiten laten zien dat de eigen bijdrage voor de wijkverpleging raakt aan twee kernvoorwaarden voor passende zorg:
- laagdrempelige toegang tot de juiste zorg op de juiste plek, en
- professionele ruimte om vroegtijdig, preventief en doelmatig te handelen.
De eigen bijdrage maakt de toegang tot verpleegkundige zorg minder vanzelfsprekend en de uitvoering complexer. Dat is moeilijk te rijmen met beleid dat inzet op preventie, passende zorg, minder regeldruk en langer thuis wonen. Het voorstel kan dan ook niet rekenen op draagvlak uit het veld.
Over de auteurs
Benjamin Wendt (1987) is wijkverpleegkundige en gezondheidswetenschapper. Benjamin werkt momenteel als docentonderzoeker en coördinator van de Academische Werkplaats Wijkverpleging-Nijmegen (AWW-N) bij de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc en het lectoraat Wijkverpleging van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Benjamin Wendt is bereikbaar via Benjamin.Wendt@radboudumc.nl
Joris Berlage (1979) is sinds 2013 wijkverpleegkundige. In 2015 heeft hij het ambassadeurstraject Wijkverpleegkundigen gevolgd. Sinds 2025 is hij bestuurslid van de afdeling Wijkverpleegkundigen. In zijn werk probeert hij te zoeken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. “De complexiteit van ons zorgstelsel verbaast mij bijna elke dag.” J.berlage@venvn.nl
Kim de Groot (1991) is wijkverpleegkundige en verplegingswetenschapper. Kim werkt momenteel als senior onderzoeker bij het Nivel en bij de Academische Werkplaats Wijkverpleging Limburg (AWW-L). Tevens is zij vicevoorzitter van de Stichting Omaha System Support. Kim is bereikbaar via k.degroot@nivel.nl.
Jessica Veldhuizen (1991) is voormalig wijkverpleegkundige en verplegingswetenschapper. Jessica werkt momenteel als postdoc onderzoeker bij het lectoraat Proactieve Zorg van de Hogeschool Utrecht en bij de Academische Werkplaats Wijkverpleging Utrecht (AWW-U). Tevens is zij docent Verplegingswetenschap bij de Universiteit Utrecht. Jessica is bereikbaar via Jessica.Veldhuizen@hu.nl
Zoektermen op internet:
Benjamin Wendt, Joris Berlage, Kim de Groot, Jessica Veldhuizen, Beleidsontwikkeling, Eerste Lijn, Eigen bijdrage wijkverpleging coalitieakkoord 2026, Mirjam Sterk Kamerbrief wijkverpleging, petitie V&VN geen prijs op de wijkverpleging, poortwachtersfunctie wijkverpleegkundige Zvw, Nivel onderzoek verwijzing wijkverpleging 2025, zorgmijding kwetsbare groepen ouderen, administratieve lasten wijkverpleging CAK, Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord AZWA.
