Door Esther Hendriks & Bronne Pot, beiden werkzaam bij MantelzorgNL.

Werk en mantelzorg moeten beter te combineren zijn. En er moet meer worden geïnvesteerd in een zorgzame samenleving. Dat zijn de conclusies van het advies Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving van de Sociaal-Economische Raad, dat in februari gepubliceerd werd. Een belangrijk advies dat na publicatie veel media-aandacht kreeg én in de Tweede Kamer leidde tot tal van moties en zelfs een apart debat. Dat laat zien dat dit advies een gevoelige snaar raakt en een thema benoemt dat nog altijd onvoldoende geregeld is. Toch is er nog een lange weg te gaan voordat we verbeteringen zien die mantelzorgers écht gaan merken. Want willen we dat het SER-advies werkelijk een succes wordt, dan is eerst een fundamenteel andere houding nodig richting mantelzorg én de mantelzorger.

Een veelzeggend advies

Nederland telt maar liefst vijf miljoen mantelzorgers, van wie velen dag en nacht klaarstaan voor een naaste. Vaak doen ze dat bovenop tal van andere rollen: werken, studeren of als gepensioneerde actief bijdragen aan de samenleving, soms tegelijkertijd met oppassen op de kleinkinderen. Het is dus niet voor niets dat de SER met een alomvattend advies komt. De kern: één vorm van betaald mantelzorgverlof van maximaal acht weken, gefinancierd door de overheid. Daarnaast roept de SER op tot meer maatwerk en flexibiliteit op de werkvloer, ruimte voor gesprek tussen werknemer en werkgever, vereenvoudigde regelgeving, betere gemeentelijke ondersteuning inclusief voldoende respijtzorg, en investeringen in preventie, sterke gemeenschappen en technologie.

Als MantelzorgNL onderschrijven wij dit advies op vrijwel alle punten van harte. Maar wat ons betreft schort het in het bredere debat nog steeds aan een heldere visie op wat we nu precies van de burger vragen. Het kabinet wil van Nederland een economisch sterk land maken, terwijl ze hervormingen in de zorg tegelijkertijd steeds meer bij de burger neerleggen. Werken? Zorgen? Beide? De voorgaande kabinetten hadden hier al geen antwoord op, en ook nu missen wij de integrale visie. Zonder die visie blijft de uitvoering van het SER-advies steken.

Wat de praktijk laat zien

Dat spanningsveld is het scherpst zichtbaar in de praktijk. In november brachten wij samen met ambtenaren van VWS en Sociale Zaken een werkbezoek aan een mantelzorgvriendelijk bedrijf in Ede. Inspirerend: vanuit het managementteam was een gedragen cultuurverandering tot stand gekomen waarbij maatwerk voor werknemers met zorgtaken volledig bespreekbaar is, en dit in een technische sector. De werkende mantelzorgers die we spraken, waren vol lof over hun werkgever. Maar de pijn kwam naar voren toen we vroegen of ze de zorg thuis ook goed geregeld konden krijgen. Daar ging het mis.

Eén van de werknemers vertelde dat hij, omdat hij zelf gezond was, van de gemeente te horen had gekregen niet op ondersteuning te kunnen rekenen. Pas toen hij zelf door overbelasting uitviel, stond de hulp wél direct klaar. Een andere man had gevraagd om huishoudelijke hulp, niet als luxe, maar omdat hij thuis intensieve zorg combineerde met de zorg voor een jong gezin en dat hem enorm zou ontlasten. De gemeente wees het af. Beide voorbeelden laten zien hoe schrijnend aanbodgericht werken uitpakt: de eerste toont de verborgen kosten van uitval, kosten die vele malen hoger zijn dan tijdige ondersteuning. De tweede gaat volledig voorbij aan de vele ballen die deze man elke dag in de lucht moet houden. En beide maken duidelijk: als het bij de werkgever goed geregeld is, betekent dat nog niet dat het thuis goed geregeld is. Die twee moeten gelijk oplopen.

Een maand later spraken wij een vader van een jong gezin waarbij de moeder door een progressieve ziekte aan huis gekluisterd is. Als het thuis rustig is, kan hij met een gerust hart werken, dat was zijn uitgangspunt. De ironie: omdat zijn vrouw nu door ziekte thuis is, is het recht op toeslag voor kinderopvang vervallen. De kosten schoten omhoog, de opvang moest worden opgezegd en daarmee verdween precies de rust die hem in staat stelde te blijven werken. De gemeente weigerde een medische indicatie af te geven voor een vergoeding. Wel bood diezelfde gemeente huishoudelijke hulp aan. Een schoolvoorbeeld van hoe aanbodgericht werken voorbijgaat aan waar het werkelijk om gaat.

Wetten die het tegenovergestelde bewerkstelligen

Het SER-advies stelt terecht dat werk en zorg combineren vraagt om rust, zowel op het werk als thuis. Maar sommige wetten en regelingen bereiken precies het tegenovergestelde. In 2025 trad in Haarlem een nieuwe Jeugdwetverordening in werking. Die stelt als voorwaarde voor een individuele voorziening dat ouders hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen versterken. Als concrete maatregelen worden daarbij voorgesteld: het belang van het kind boven de werkcarrière stellen, en verlof inzetten. Dit mag in de geest van de Jeugdwet wellicht kloppen, maar staat haaks op wat het SER-advies beoogt. Verlof is bedoeld om op adem te komen, om te kunnen blijven werken, niet om het in te leveren als bewijs dat je genoeg voor je kind doet. En wat betekent het in de praktijk om je carrière voor je kind te stellen? Minder werken of stoppen heeft directe financiële gevolgen en de negatieve effecten daarvan op een gezin zijn bekend.

Ook het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg geeft reden tot zorg. Dit akkoord introduceert een afwegingskader voor toegang tot een verpleeghuis, waarbij wordt gekeken wat de mensen om de oudere heen nog kunnen dragen voordat recht op verblijf ontstaat. Maar om wie gaat het hier? Vaak mensen met complexe, meervoudige aandoeningen, die al lange tijd thuis verzorgd worden, vaak door een oudere partner of hun kinderen. Bij MantelzorgNL ontvangen we al signalen dat kinderen onderling roosters maken om bij een ouder te blijven slapen, omdat het simpelweg niet meer verantwoord is hen alleen te laten. Dit is de sandwichgeneratie in de volle betekenis van het woord: mensen die werk en zorg al jaren combineren. En juist aan hen wordt gevraagd: nog meer, nog langer.

De urgentie is hoog

Ruim twee miljoen Nederlanders combineren hun baan met mantelzorg, en dat aantal groeit. Door vergrijzing, kleinere gezinnen en het beleid van zo lang mogelijk thuis wonen neemt de druk toe. De cijfers liegen er niet om: uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen blijkt dat de overbelasting onder werkende mantelzorgers sinds 2022 fors is gestegen, met een nieuwe piek in 2024. Bijna een kwart, 23,7%, van de mantelzorgers tussen 18 en 65 jaar is zwaarbelast. Binnenkort verwachten we de nieuwste cijfers van het SCP, dat een groot landelijk onderzoek doet naar mantelzorg. Het zal ons niet verbazen als ook daaruit blijkt dat de overbelasting verder is opgelopen.

Natuurlijk begrijpen wij dat Nederland voor een grote opgave staat om de zorg betaalbaar en houdbaar te houden. Maar het onverkort doorschuiven van zorg naar mantelzorgers is het verplaatsen van de rekening, niet het verlagen ervan. De kosten van iemand die structureel minder gaat werken of door overbelasting volledig uitvalt, zijn voor de mantelzorger zelf, voor de werkgever én voor de samenleving als geheel vele malen hoger dan tijdige en gerichte ondersteuning.

De mantelzorger regie geven

De kracht van het SER-advies is nu juist dat werkgevers- en werknemersorganisaties de mantelzorger als vertrekpunt hebben genomen. Ze erkennen dat deze persoon veel combineert en dat naar eigen vermogen zo goed mogelijk probeert te doen. En in plaats van daarop in te leveren, stellen zij voor om regie terug te geven: acht weken betaald mantelzorgverlof als zekerheid, als adempauze op het moment dat alles even te veel wordt.

Die lijn moeten we doortrekken, vanuit het besef dat mensen in Nederland ontzettend veel voor elkaar zorgen. Nederland ís een zorgzame samenleving, dat is een kracht die we koesteren en niet mogen uitputten. Om die kracht te behouden, moeten we de mantelzorger centraal stellen en ons bij elk akkoord en elke maatregel de vraag stellen: wat heb jij nodig om de zorg van dit moment voor de komende tijd vol te houden?

Het SER-advies is daarin een eerste en belangrijke stap. Veel aanbevelingen onderschrijven wij, een aantal kan scherper. Maar het fundament is helder: de zorg in Nederland drijft op mantelzorg. Laat dat ons vertrekpunt zijn voor elk zorgakkoord dat we nog gaan maken.

Over de auteurs

Esther Hendriks is bestuurder bij MantelzorgNL.

Bronne Pot is adviseur public affairs bij Mantelzorg NL.

MantelzorgNL is de vereniging van en voor mantelzorgers. Iedere dag zorgen ruim 5 miljoen mensen in Nederland voor een naaste – een partner, ouder, kind, vriend of buur. Vaak uit liefde, vanzelfsprekendheid of plichtbesef. Mantelzorg is waardevol, maar kan ook zwaar zijn. Daarom zet MantelzorgNL zich in voor mantelzorgers: met informatie, steun, belangenbehartiging en een luisterend oor.

Zoektermen voor het internet:   

Esther Hendriks, Bronne Pot, Langdurige Zorg, Ziekenhuizen, SER advies Mantelzorg en werk februari, MantelzorgNL reactie betaald mantelzorgverlof, overbelasting werkende mantelzorgers 2024 2026, sandwichgeneratie werk en zorg combineren, Jeugdwetverordening Haarlem 2025 verlof, Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg afwegingskader verpleeghuis, Gezondheidsmonitor overbelasting mantelzorg, SCP landelijk onderzoek mantelzorg 2026, verborgen kosten uitval mantelzorgers, respijtzorg gemeenten aanbodgericht werken.