Door Kevin Berben.

Samengevatte dissertatie: K. Berben, Patient participation in multidisciplinary team meetings in mental healthcare, Universiteit Gent & Universiteit Hasselt (B), mei 2025.

Inleiding van de redactie

Hieronder volgt een bespreking van een proefschrift over patiëntenparticipatie in multidisciplinaire teambesprekingen in de intramurale geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Deze samenvatting focust op de onderzoeksresultaten en vormt een inkorting van de Nederlandse samenvatting opgenomen in het proefschrift. Hieronder ontbreekt een verantwoording van de keuze van het onderzoeksthema, van de gebruikte definities en van de gekozen onderzoeksmethoden. Evenmin gaat de bespreking in op de beperkingen van de uitgevoerde studies en de vergelijking van de onderzoeksresultaten met die van andere auteurs. Wie meer wil weten over deze aspecten van het proefschrift, kan terecht in de digitale versie. Deze is vindbaar via de hyperlink hierboven.

Probleemstelling van het proefschrift

Patiënten in de GGZ worden vandaag steeds vaker uitgenodigd om actief deel te nemen aan multidisciplinaire teambesprekingen (MTB) tijdens hun opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Waar patiënten vroeger vooral onderwerp van gesprek waren, schuiven ze vandaag steeds vaker zelf mee aan tafel. Deze evolutie sluit aan bij bredere veranderingen binnen de GGZ, waarin herstelgerichte zorg, empowerment en gedeelde besluitvorming centraal staan. Toch roept deze verschuiving ook nieuwe vragen op. Wat betekent participatie in de praktijk? Welke rol nemen patiënten daadwerkelijk op? En wat vraagt dit van zorgverleners en organisaties?

In mijn proefschrift onderzocht ik hoe patiëntenparticipatie tijdens MTB in Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen concreet vorm krijgt en hoe patiënten en zorgverleners dit proces ervaren. De bevindingen tonen dat patiëntenparticipatie veel meer is dan aanwezig zijn tijdens een overleg. Participatie blijkt een relationeel en organisatorisch proces dat impact heeft op herstel, zelfkennis, partnerschap en de organisatie van zorg. Het proefschrift combineert kwantitatief en kwalitatief onderzoek bij zowel zorgverleners als patiënten in Vlaanderen. In totaal werden meer dan 700 zorgverleners en bijna 300 (voormalig) opgenomen patiënten bevraagd. Daarnaast werden diepte-interviews afgenomen met patiënten en verpleegkundigen over hun ervaringen met participatie tijdens MTB. Hieronder volgt een bespreking van de onderzoeksresultaten, ingedeeld in vier categorieën.

1 | De wil is er: Een sterke voorkeur voor een actieve rol

De bereidheid tot patiëntenparticipatie tijdens MTB blijkt groot. In het onderzoek werden 701 zorgverleners in Vlaanderen en 282 (voormalig) opgenomen patiënten bevraagd over hun visie op participatie tijdens MTB in de GGZ. De resultaten tonen een opvallend breed draagvlak: ongeveer negen op de tien patiënten en zorgverleners vinden patiëntenparticipatie tijdens MTB belangrijk en geven aan zich hier actief voor te willen inzetten. Daarnaast voelt een grote meerderheid van de deelnemers zich voldoende bekwaam om participatie tijdens MTB vorm te geven, al ligt dit gevoel van zelfvertrouwen lager bij opgenomen patiënten.

Zowel patiënten als zorgverleners geven bovendien duidelijk de voorkeur aan een actieve rol voor de patiënt tijdens MTB. Dit betekent dat patiënten niet enkel aanwezig zijn, maar actief bijdragen door hun verhaal te delen, vragen te stellen en mee in dialoog gaan over hun zorg. Wanneer het gaat over besluitvorming tijdens MTB, komen echter duidelijke verschillen naar voren tussen patiënten en zorgverleners. Zorgverleners geven vooral de voorkeur aan een collaboratieve vorm van besluitvorming, waarbij beslissingen gezamenlijk genomen worden en verantwoordelijkheid gedeeld wordt tussen patiënt en team. Voormalig opgenomen patiënten blijken vaker een autonome rol te verkiezen, waarbij zij zelf meer regie willen opnemen in beslissingen over hun behandeling. Momenteel opgenomen patiënten kiezen daarentegen significant vaker voor een meer passieve rol, waarbij beslissingen eerder aan het team worden overgelaten. Deze verschillen tonen dat participatie geen statisch gegeven is, maar samenhangt met context, kwetsbaarheid en de fase waarin iemand zich bevindt in het herstelproces. Vooral tijdens een acute opname kan het voor patiënten moeilijk zijn om een actieve rol op te nemen in complexe overlegmomenten. Dat betekent ook dat patiëntenparticipatie niet mag worden benaderd als een uniforme aanpak waarbij van elke patiënt dezelfde mate van autonomie verwacht wordt.

Onze studies tonen daarnaast aan dat de mening van patiënten en zorgverleners beïnvloed wordt door demografische en contextuele factoren. Bij zorgverleners spelen onder meer opleidingsniveau, discipline, teamcultuur, en eerdere ervaring met participatie in MTB een belangrijke rol. Bij patiënten zijn opnamecontext en persoonlijke kenmerken, zoals geslacht en type aandoening, van invloed. Deze factoren zijn bijvoorbeeld bepalend in de mate waarin een actieve rol wordt toevertrouwd aan patiënten binnen het proces van participeren aan MTB. Voor zorgorganisaties zijn dit belangrijke bevindingen. Ze tonen dat patiëntenparticipatie niet vanzelf ontstaat door patiënten simpelweg uit te nodigen voor een overleg. Participatie vraagt een zorgcontext waarin patiënten ondersteund worden, waarin teams vertrouwd zijn met participatieve werkvormen en waarin voldoende aandacht bestaat voor de draagkracht en behoeften van individuele patiënten.

2 | Partnerschap als sleutel voor een actieve rol

Hoewel patiënten en zorgverleners in sterke mate achter patiëntenparticipatie staan, blijkt het opnemen van een actieve rol tijdens MTB in de praktijk niet vanzelfsprekend. De kwalitatieve studies uit het proefschrift tonen dat participatie tijdens MTB voor patiënten een dynamisch groeiproces is, waarin ervaringen met zorgverleners en medepatiënten een belangrijke rol spelen.

Patiënten beschrijven hoe zij tijdens hun opname op zoek gaan naar een nieuwe rol binnen het zorgproces. Waar zij vroeger vaak vooral onderwerp van gesprek waren, worden zij vandaag steeds vaker verwacht actief deel te nemen aan MTB. Die nieuwe rol blijkt echter alleen betekenisvol wanneer patiënten ervaren dat hun bijdrage evenwaardig is aan die van de andere deelnemers aan de teambespreking. Partnerschap vormt daarbij een centraal begrip. Patiënten geven aan dat zij enkel actief willen participeren wanneer zij zich daadwerkelijk erkend voelen als gesprekspartner binnen het team. Om dat partnerschap mogelijk te maken, benoemen patiënten drie essentiële voorwaarden. Ze willen goed geïnformeerd en voorbereid worden op het overleg, zich gezien en gehoord voelen tijdens de bespreking, en begrijpen wat er beslist wordt en waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. Wanneer aan deze voorwaarden voldaan wordt, groeit bij patiënten vaker het vertrouwen om actief deel te nemen aan gesprekken over hun behandeling en herstel. Wanneer deze voorwaarden ontbreken, beschrijven patiënten dat zij zich sneller terugtrekken uit het overleg of opnieuw een meer passieve rol opnemen. Sommige patiënten ervaren participatie dan eerder als iets wat hen overkomt dan als een proces waarin zij werkelijk inspraak hebben.

Deze bevindingen tonen dat patiëntenparticipatie tijdens MTB niet gereduceerd kan worden tot fysieke aanwezigheid tijdens een overlegmoment. Participatie vraagt relationele veiligheid, duidelijke communicatie en een zorgcultuur waarin patiënten ervaren dat hun stem daadwerkelijk betekenis heeft. Voor zorgorganisaties betekent dit dat investeren in participatie ook investeren betekent in voorbereiding, begeleiding en teamgerichte ondersteuning.

3 | De verpleegkundige als belangrijke sleutelfiguur

Zowel patiënten als zorgverleners benadrukken het belang van ondersteuning tijdens MTB. Uit het onderzoek blijkt dat bijna acht op de tien zorgverleners denken dat patiënten nood hebben aan begeleiding door een vertrouwensfiguur uit het team. Dit wordt bevestigd door bijna zeven op de tien patiënten, die aangeven dat zij het belangrijk vinden om tijdens teambesprekingen ondersteund te worden door iemand bij wie zij zich veilig voelen.

De kwalitatieve studies maken duidelijk wie deze vertrouwensfiguur in de praktijk meestal is. Voor veel patiënten blijkt dit de individueel toegewezen verpleegkundige te zijn. Verpleegkundigen zijn vaak het teamlid met wie patiënten de sterkste relationele band opbouwen tijdens hun opname. Patiënten ervaren hen als toegankelijk, nabij en beschikbaar op momenten van onzekerheid of spanning. De rol van verpleegkundigen gaat daarbij verder dan praktische ondersteuning alleen. Patiënten beschrijven hoe verpleegkundigen hen helpen om zich voor te bereiden op gesprekken, moeilijke thema’s bespreekbaar maken en ondersteuning bieden wanneer emoties tijdens een overleg te overweldigend worden. In sommige situaties nemen verpleegkundigen tijdelijk het woord over wanneer patiënten zich onvoldoende in staat voelen om hun gedachten of gevoelens onder woorden te brengen. Daarnaast ondersteunen zij patiënten in het ontwikkelen van een meer actieve rol binnen het zorgproces door hen aan te moedigen tot reflectie, zelfinzicht en dialoog.

Tegelijkertijd tonen de resultaten ook een spanningsveld. Hoewel verpleegkundigen sterk bereid zijn om patiëntenparticipatie te ondersteunen, hebben zij gemiddeld een minder positieve perceptie van participatie tijdens MTB dan andere disciplines, zoals psychologen, leidinggevenden of therapeuten. Aanvullende interviews met verpleegkundigen tonen dat patiëntenparticipatie tijdens MTB ervaren wordt als een complex proces van voortdurend balanceren tussen professionele verantwoordelijkheid en patiëntautonomie. Verpleegkundigen geven aan dat hun rol de voorbije jaren sterk veranderd is. Waar zij vroeger vaker een meer sturende positie innamen, proberen zij vandaag bewust ruimte te maken voor de stem van de patiënt. Tegelijk blijven zij zich sterk verantwoordelijk voelen voor het verloop van het overleg, de emotionele veiligheid van patiënten en de kwaliteit van besluitvorming tijdens de teambespreking.

Voor zorgorganisaties bevatten deze bevindingen belangrijke lessen. Patiëntenparticipatie tijdens MTB kan niet uitsluitend steunen op de individuele inzet van verpleegkundigen of andere zorgverleners. Teams hebben nood aan ondersteuning, reflectie en duidelijke organisatorische kaders om participatie duurzaam vorm te geven. Daarnaast vraagt participatieve zorg voldoende tijd voor voorbereiding, begeleiding en nazorg van patiënten én zorgverleners.

4 | Familieleden als een potentieel waardevolle, maar nog onbenutte kracht

De betrokkenheid van familieleden tijdens MTB roept bij zowel patiënten als zorgverleners gemengde gevoelens op. Uit het onderzoek blijkt dat vier op de tien zorgverleners eerder terughoudend staan tegenover de aanwezigheid van familieleden tijdens deze overlegmomenten. Bij patiënten ligt die terughoudendheid nog hoger: ongeveer zes op de tien patiënten geven aan twijfels te hebben over deelname van familie aan teambesprekingen. Tegelijkertijd tonen de kwalitatieve bevindingen dat patiënten ook belangrijke voordelen zien in familieparticipatie. Familieleden kunnen een belangrijke bron van emotionele steun zijn tijdens de teambespreking en kunnen patiënten helpen om informatie beter te begrijpen of nadien verder te verwerken. Daarnaast krijgen familieleden via deelname aan MTB rechtstreeks inzicht in het zorgproces en de behandeling, wat hun begrip van de psychische kwetsbaarheid van hun familielid kan versterken. Toch blijkt het in de praktijk vaak moeilijk om familie daadwerkelijk te betrekken bij MTB. Patiënten beschrijven onder meer bezorgdheid om familieleden emotioneel te belasten of de vrees dat zij zich minder vrij zullen voelen om open te spreken in aanwezigheid van familie. Ook spanningen binnen familiale relaties kunnen participatie bemoeilijken.

Deze bevindingen tonen dat familieparticipatie binnen de GGZ nood heeft aan een zorgvuldige en genuanceerde aanpak. Familie betrekken tijdens MTB kan waardevol zijn, maar vraagt aandacht voor timing, relationele veiligheid en de wensen van de patiënt zelf. Voor zorgorganisaties ligt hier een belangrijke uitdaging om te zoeken naar werkvormen waarin zowel patiënten als familieleden op een veilige en betekenisvolle manier betrokken kunnen worden bij het zorgproces.

Kortom: Patiëntenparticipatie is meer dan meepraten. Het draait om hoop, zelfkennis en herstel

De kwalitatieve bevindingen tonen dat participatie tijdens MTB binnen de GGZ veel verder gaat dan louter aanwezig zijn tijdens een overleg. Patiënten beschrijven participatie als een intensief proces waarin zij nieuwe ervaringen opdoen en vaardigheden ontwikkelen die raken aan hun herstelproces. Tijdens hun opname worden patiënten vaak gestimuleerd om zich actief voor te bereiden op een teambespreking. Dat gebeurt bv. via schriftelijke reflectie-oefeningen over hun levensverhaal, persoonlijke sterktes, doelen, moeilijkheden en evolutie tijdens de opname. Ook patiënten die niet fysiek aanwezig zijn tijdens een overleg worden vaak betrokken in deze voorbereidende processen. Daarnaast verwachten patiënten een debriefing na afloop van de bespreking en een duidelijke terugkoppeling over de belangrijkste beslissingen en afspraken. Hoewel patiënten deze processen soms als confronterend en emotioneel intensief ervaren, beschrijven velen ze tegelijk als betekenisvol. Participatie helpt hen om stil te staan bij hun eigen herstelproces en nieuwe inzichten over zichzelf te verwerven. De bevindingen tonen aan dat patiëntenparticipatie niet alleen invloed heeft op betrokkenheid bij zorg, maar ook op zelfkennis en zelfbewustzijn.

Daarnaast blijkt participatie tijdens MTB open communicatie tussen patiënten en zorgverleners te stimuleren. Patiënten ervaren meer ruimte om hun eigen verhaal te vertellen, hun ervaringen te delen en actief mee richting te geven aan beslissingen over behandeling en herstel. Participatie versterkt daarmee ook hun ervaringsdeskundigheid en het gevoel opnieuw regie te krijgen over het eigen leven. Opvallend is dat patiënten participatie niet enkel linken aan inspraak of besluitvorming, maar ook aan hoop. Verschillende patiënten beschrijven hoe betrokken worden bij gesprekken over hun behandeling hen helpt om opnieuw perspectief te ervaren en stap voor stap te werken aan een betekenisvol leven na opname.

Deze bevindingen sluiten aan bij bredere evoluties richting herstelgerichte zorg binnen de GGZ in België en Nederland. Ze tonen tegelijk dat participatie tijdens MTB geen administratieve ingreep of organisatorische formaliteit is, maar een praktijk die rechtstreeks raakt aan herstel, empowerment en relationele zorg.

Over de auteur

Kevin Berben (°1980) is ggz-verpleegkundige en doctor in de gezondheidswetenschappen en de verplegingswetenschap. Hij behaalde in 2001 zijn diploma ggz-verpleegkundige aan de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt (B) en studeerde in 2015 met onderscheiding af als master in de verpleegkunde en vroedkunde aan de Universiteit Gent (B). Doorheen zijn loopbaan bouwde hij ruime ervaring op binnen de GGZ, zowel in directe patiëntenzorg als in functies rond zorgbeleid, kwaliteitszorg, onderwijs en onderzoek. Sinds 2022 is hij verbonden aan de Universiteit Hasselt (B), waar hij actief is binnen onderwijs, onderzoek en dienstverlening. Hij is betrokken bij de opleidingen Master of Science in de verpleegkunde en vroedkunde en Master of Science in de systeem -en procesinnovatie in de gezondheidszorg. In 2025 verdedigde hij zijn proefschrift over patiëntenparticipatie tijdens MTB in de GGZ aan de Universiteit Gent en Universiteit Hasselt. Daarmee behaalde hij de titel van doctor in gezondheidswetenschappen en doctor in de verplegingswetenschap. Kevin is bereikbaar via Kevin.Berben@UHasselt.be

Zoektermen voor het internet:   

Kevin Berben, langdurige zorg, patiëntenparticipatie, geestelijke gezondheidszorg, multidisciplinaire teambespreking, team meeting(s), proefschrift, Patient participation mental healthcare 2025, multidisciplinaire teambespreking GGZ participatie, herstelgerichte zorg empowerment psychiatrie Vlaanderen, gedeelde besluitvorming psychiatrisch ziekenhuis, rol verpleegkundige in MTB GGZ, autonomie versus passiviteit acute opname, familieparticipatie teambespreking GGZ drempels, relationele veiligheid herstelgerichte zorg, weigeren of terugtrekken uit MTB psychiatrie, reflectie oefeningen levensverhaal GGZ.