Door Marlies Kraaijeveld, Regiomanager Jong JGZ te Zwijndrecht.
Introductie door de redactie
Eén op de zeven jeugdigen heeft contact met een vorm van jeugdhulp. Dat is vier keer zo veel als 20 jaar geleden. De aanname is dat een groot deel van die kinderen en jongeren (en hun gezinnen) te maken heeft met problematiek die veroorzaakt of aangepakt kan worden buiten de jeugdhulp. Met lichte (opvoed)ondersteuning in het gezin of anders in kinderopvang of onderwijs. Op veel plekken in het land worden initiatieven gestart om die (onnodige) instroom in jeugdhulp te verminderen.
In de nieuwsbrief van 14 mei 2022 hebben Schrijvers, Staal en De Krosse aangegeven dat het vooral belangrijk is om sturing op klantstromen te verbeteren. Zwijndrecht (bijna 45.000 inwoners, waarvan 21,3% 0-19 jarigen) is een van de gemeenten die daarmee aan de slag is. De redactie van de nieuwsbrief vroeg Marlies Kraaijeveld , regiomanager Jong JGZ, om de werkwijze in gemeente Zwijndrecht te beschrijven en aan wethouder Ronald de Meij om de bestuurlijke kant toe te lichten.
De Jeugdgezondheidszorg in Zwijndrecht
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) in de regio Zuid-Holland Zuid wordt uitgevoerd door de zelfstandige organisatie met de naam Jong JGZ. Deze organisatie wordt voor het basisaanbod gefinancierd vanuit een regionale opdracht. Voor het aanvullende aanbod (maatwerk-interventies) maakt zij afspraken per gemeente. In de gemeente Zwijndrecht werkt Jong JGZ met zo’n 9 FTE aan professionals, van arts tot assistente en van jeugdverpleegkundige tot centrale zorgverlener. Wethouder De Meij is in de gemeente verantwoordelijk voor de portefeuille Jeugd, Wmo, Gezondheid, Onderwijs, Sport en Cultuur.
Jeugdgezondheidszorg en wijkteam
Vertrekpunt zijn de opvoedproblemen en opvoedvragen van (jonge) ouders. Ouders kunnen met opvoedvragen aankloppen bij het wijkteam. Maar niet alle ouders met opvoedproblemen doen dat. Daarom is de rol van jeugdgezondheidszorg (JGZ) heel belangrijk, want de meeste ouders komen bij het consultatiebureau. Het JGZ-team richt zich op de leeftijdsperiode van 9 maanden tot 18 jaar en biedt zowel het basisaanbod aan als maatwerk. Het voordeel van JGZ erbij betrekken is dat de jeugdgezondheidszorg vanuit dit reguliere contact ouders kan motiveren om opvoedhulp te ontvangen. Om de toegang tot jeugdzorg te verbeteren zijn we het project “Vroege Insteek” gestart. Daarin werken jeugdgezondheidszorg (jeugdverpleegkundige, jeugdarts en pedagogen) samen met het jeugdteam. Het jeugdteam is onderdeel van het wijkteam. Hoe het contact met ouders is gelegd maakt niet uit, want in het aanmeldteam van het jeugdteam zitten ook twee medewerkers van de jeugdgezondheidszorg.
Gezamenlijk inschatten zorgbehoeften
Belangrijk is dat we hebben besloten allemaal hetzelfde instrument te kiezen voor het in kaart brengen van de problematiek, de GIZ (Gezamenlijk inschatten Zorgbehoeften). De GIZ-methodiek is geschikt voor alle (aanstaande) ouders, kinderen vanaf 8 jaar en jongeren en te gebruiken door alle professionals in de jeugdketen. Zo wordt o.a. bekeken of de opvoedvraag (vermoedelijk) sterk samenhangt met andere problemen. In het aanmeldteam zitten jeugdhulp professionals, volwassenzorg, sociale dienst en de pedagoog van Jong JGZ. Dit aanmeldteam neemt drie soorten beslissingen:
Het aanmeldteam is een soort voorportaal van zorg. Zo’n 20% van de trajecten die aangemeld worden bij het jeugdteam voor lokale (niet-geïndiceerde) jeugdhulp worden opgepakt door de jeugdgezondheidszorg in het kader van preventie en normaliseren.
- Verpleegkundige, jeugdarts of pedagoog van de jeugdgezondheidszorg pakt het op;
- Jeugdteam neemt contact op;
- Er gaat een duo (JGZ-pedagoog en medewerker jeugdteam) op huisbezoek. Daarmee wordt voorkomen dat het gezin van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Dat is vooral van belang bij meervoudige problematiek.
Het aanmeldteam is een soort voorportaal van zorg. Zo’n 20% van de trajecten die aangemeld worden bij het jeugdteam voor lokale (niet-geïndiceerde) jeugdhulp worden opgepakt door de jeugdgezondheidszorg in het kader van preventie en normaliseren.
Aanbod
De aanleiding voor contact met ouders kan bijvoorbeeld een eet-of slaapprobleem van het kind zijn, maar de oorsprong van het probleem ligt meestal niet bij het kind zelf. Het is van groot belang om systeemgericht te kijken en samen met het gezin de noodzakelijke stappen te bepalen. We bieden als jeugdgezondheidszorg ook video-hometraining aan. Dit is een effectieve interventie waarbij ouders goed zien wat hun eigen bijdrage is, en aan welke knoppen ze zelf kunnen draaien.
Kinderopvang en onderwijs
Samenwerking met kinderopvang en onderwijs is uiteraard cruciaal. De jeugdgezondheidszorg heeft ook in het onderwijs een rol. Zij neemt deel aan het zorgadviesteam en heeft momenten van contact met leerlingen en hun ouders. Het is belangrijk om ook met het zorgadviesteam verbinding te leggen. Daarom zijn we in Gemeente Zwijndrecht gestart met een samenwerkingsagenda. In deze samenwerking zijn de jeugdgezondheidszorg, jeugdhulpverlening, kinderopvang en onderwijs vertegenwoordigd en wordt gewerkt aan gezamenlijke ambities: geen kind buiten de regio naar school, geen langdurige thuiszitters, trendbreuk in het gebruik (en instroom) van jeugdhulp.
Organisatie van de werkwijze
Bij de start was het belangrijk dat de nieuwe werkwijze met Vroege Insteek, GIZ en gezamenlijk aanmeldteam niet hoefde te leiden tot bezuinigingen. Bij innovaties wordt nogal eens afgesproken dat het moet leiden tot de inzet van minder personeel. Dat is niet stimulerend, want dan leidt een inhoudelijk goede innovatie meteen tot minder personeel, terwijl de vrijgekomen capaciteit ook gebruikt zou kunnen worden om in jeugdgezondheidszorg te investeren. Bij deze innovatie was dat niet de afspraak en ook niet het geval. De werkwijze zorgt voor slimme samenwerking die voor de Zwijndrechtse gezinnen ‘tijd’ oplevert. Zij hoeven maar één keer hun verhaal te vertellen en niet driemaal voor een intake te komen. Een tweede belangrijk element van de organisatie is dat we de samenwerking hebben verbreed naar meer partners. Het project “De Vroege insteek” is opgegaan in “de samenwerkingsagenda Jeugd en Onderwijs”. Zo is de samenwerking met kinderopvang en onderwijs versterkt. Het geeft het belang weer om gezamenlijke opgaven te formuleren. Een derde kenmerk is dat het is gelukt om bij alle betrokkenen een lerende houding te versterken. Naast het gezamenlijk bespreken van aanmeldingen, het gebruiken van hetzelfde instrument en het zo nodig gezamenlijk optreden richting ouders, hebben we ook regelmatig gezamenlijke leersessies. In een van die leersessies kwamen we erachter dat de aanmeldingen vanuit de kinderopvang eigenlijk te laat waren. We wilden de signalen liever eerder krijgen. We hebben toen gezamenlijk gesprekken gevoerd met de kinderopvang, met als doel om elkaars expertise beter (en eerder) te benutten.’ Het vierde, misschien wel belangrijkste kenmerk is dat de werkwijze goed is geland bij de professionals. Mensen zijn enthousiast. Maar ook positief kritisch en stellen vragen als: wat is nu echt de meerwaarde? Wat is de expertise van de ander? Waarom doet die ander niet wat hij moet doen? Waarom moet ik hier iets in doen. Allemaal vragen die gaan over de ‘mindset’ van professionals.
Resultaten
De nieuwe werkwijze, de samenwerkingsagenda, is nog niet geëvalueerd, maar er is wel een startmeting gedaan van de huidige cijfers en omstandigheden. De startmeting is uitgevoerd door Silo35 en betreft een verzameling van reeds beschikbare cijfers en duiding hiervan.
We staan aan de start van deze (meerjaren) ontwikkeling en willen ons vooral richten op de mindset van de professionals in de gemeente. Concrete resultaten zijn nog niet meetbaar. Maar we merken nu al dat we met deze werkwijze een beter inzicht krijgen in de problematiek rondom instroom en gebruik van jeugdhulp. Dit biedt een basis voor het realiseren van onze ambities.
Zo zijn we er via deze samenwerkingsagenda achter gekomen dat er zo’n 25 kinderen tussen 0 en 5 jaar uitgevallen zijn op de kinderopvang. Deze kinderen zitten thuis en kunnen moeilijk instromen in het (reguliere) onderwijs. Om onze ambities na te streven starten we met een project hiervoor om te onderzoeken hoe we kinderen langer en beter kunnen begeleiden op de kinderopvang. Een klantreis ondersteunt dit project en geeft ons zicht op kritische momenten. Door anders te handelen op deze kritische momenten hebben deze kinderen meer kans op een goede instroom in het onderwijs. Misschien dat gezinnen dan nog wel contact met jeugdhulp nodig hebben, maar dan wel met lichtere (lokale) hulp, voor kortere periode. Zo is doorstroom naar gespecialiseerde hulp niet meer nodig.
Bestuurlijke reactie
De verantwoordelijk wethouder van Zwijndrecht, Ronald de Meij gaf (desgevraagd door de redactie) een reactie op bovenstaand verhaal:
Vanuit de gemeente zijn we initiatiefnemer van de genoemde samenwerkingsagenda en faciliteren we het proces. Het verhaal van Marlies is dan ook helemaal bekend. Er is nu echt een gedeelde aanpak met concrete doelen. Ik ben zelf heel blij dat kinderopvang en onderwijs, OO en VO volledig zijn aangesloten en mededrager van het gedachtengoed. Alleen de huisartsen zitten nog wat op afstand. We zien dat de instroom in de jeugdzorg zich ook heeft verlegd naar de huisartsen.
We zijn een poos geleden naar Porto in Portugal geweest met de partners van de samenwerkingsagenda, zoals bestuurders onderwijs, woningbouw en zorg. Dat was heel inspirerend. Daar staan de “special needs” van leerlingen 0-18 jaar centraal en is er veel minder invloed van aanbieders. Ook hebben scholen allemaal een schoolpsycholoog. Het onderwijs in Portugal is inclusiever, wat in Nederland niet erg lukt ondanks het programma Weer Samen Naar School.
Zoektermen op internet:
Marlies Kraaijeveld, eerste lijn, Jeugdgezondheidszorg, Jeugdhulp, Opvoedondersteuning, Gemeente Zwijndrecht, Wijkteam, Samenwerkingsagenda jeugd en onderwijs, GIZ-methodiek, Preventieve jeugdhulp, Opvoedvragen, opvoedingsondersteuning, zorgbehoefte, Jong JGZ
