Door Marcel de Krosse, arts publieke gezondheidszorg.
Inleiding op dit artikel
De verschillen in Wlz‑afwijzingspercentages tussen Nederlandse gemeenten (Databank CIZ, het jaar 2025) lijken op het eerste gezicht vooral iets te zeggen over lokale indicatiestelling of regionale zorgcultuur. Maar zodra we dieper kijken, ontstaat een veel fundamenteler beeld: de Wlz sluit uitstekend aan op de zorgvraag van ouderen, maar veel minder op die van jongeren. Dat inzicht verandert de interpretatie van gemeentelijke verschillen ingrijpend. Hieronder bespreekt de auteur een belangrijke bevinding uit de onlangs gereed gekomen versie 2025 van de openbare CIZ-databank.
Eenderde van de Wlz-indicaties onder de jongeren wordt afgewezen
De cijfers zijn scherp. Landelijk wordt 9,3% van de Wlz‑aanvragen afgewezen. Maar onder jongeren tot 18 jaar is dat percentage 34,2%, terwijl het bij 85‑plussers slechts 6% bedraagt. Deze kloof laat zien dat de Wlz in de kern een stelsel is dat ontworpen is voor langdurige, voorspelbare en medisch goed objectiveerbare zorg – precies het domein van ouderenzorg. Bij jongeren is de zorgvraag vaak nog niet definitief vast te stellen. Deze is complexer, diffuser en verweven met opvoeding, psychiatrie, veiligheid en gedragsproblematiek. Het is zorg die niet altijd past binnen de strikte criteria van de Wlz, maar die wel intensief en kostbaar is.
Veel afwijzingen van Wlz-indicaties in grote steden
Deze systemische scheefgroei heb ik gelegd naast de financiële positie van gemeenten. De gemeenten heb ik beoordeeld aan de hand van de volgende parameters: structurele exploitatieruimte, weerstandsvermogen, netto schuldquote, solvabiliteit, investeringsdruk en toezichtsregime. Omdat actuele cijfers per gemeente niet uniform publiek beschikbaar zijn in één dataset, zijn deze cijfers door ChatGPT verzameld uit algemene, doorlopende financiële analyses van de grote gemeenten, aangevuld met bekende trends uit jaarrekeningen, meerjarenramingen en provinciale toezichtsignalen. Door de vergelijking ontstaat een patroon dat veel verklaart. Grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben relatief jonge bevolkingen, veel gezinnen in kwetsbare omstandigheden en een hoge prevalentie van psychische en gedragsproblematiek. Het is dan ook geen toeval dat juist deze steden de hoogste Wlz‑afwijzingspercentages kennen (resp 16,7; 13,1; 14,6 en 13,7%) . Niet omdat de indicatiestelling strenger zou zijn, maar omdat de zorgvraag daar vaker buiten de Wlz‑definitie valt. De consequentie is dat deze zorg automatisch terugvalt op gemeentelijke domeinen zoals de Jeugdwet en de Wmo – domeinen die al jaren kampen met structurele tekorten.
Grote steden zijn financieel kwetsbaar door afgewezen Wlz-indicaties
Daarmee ontstaat een dubbele druk: gemeenten met de hoogste afwijzingspercentages zijn precies de gemeenten die financieel het zwaarst worden belast. De Wlz dekt de zorg niet, maar de zorgvraag verdwijnt niet. Ze verschuift slechts van het Rijk naar de gemeente. En omdat het vooral gaat om intensieve, langdurige en complexe zorg, lopen de kosten snel op. De financiële kwetsbaarheid van grote steden blijkt dus niet los te staan van hun Wlz‑profiel; het is er direct mee verbonden.
Goede triage en sterke regionale zorgketens verbeteren Wlz-indicatiestelling
Aan de andere kant zien we gemeenten zoals Groningen en Eindhoven, waar de afwijzingspercentages juist laag zijn (resp. 6,4 en 7,4%). Dat kan wijzen op een zorgvraag die beter aansluit op de Wlz‑criteria, maar ook op sterke regionale zorgketens waarin triage, diagnostiek en verwijzing goed op elkaar zijn afgestemd. Deze gemeenten worden daardoor minder zwaar belast in het sociaal domein, wat hun financiële positie indirect versterkt.
Kortom
De conclusie is helder: Wlz‑afwijzingspercentages zijn geen demografische indicator, maar een sociaal‑maatschappelijke. Ze vertellen niet hoeveel ouderen een gemeente heeft, maar hoeveel jongeren met complexe zorgvragen buiten de Wlz vallen. En precies die groep bepaalt in hoge mate de druk op gemeentelijke financiën. De verschillen tussen gemeenten zijn dus geen toeval, maar het gevolg van een stelsel dat beter past bij ouderenzorg dan bij jeugdproblematiek.
Wie de financiële toekomst van gemeenten wil begrijpen, moet daarom verder kijken dan begrotingen en reserves. De sleutel ligt in de samenhang tussen jeugdproblematiek, Wlz‑criteria en gemeentelijke verantwoordelijkheid. Zolang de Wlz slechts een deel van de zorgvraag dekt, blijven gemeenten met veel kwetsbare jongeren structureel zwaarder belast. De cijfers laten zien dat dit geen incident is, maar een systemische realiteit.
Over de auteur
Marcel de Krosse is arts publieke gezondheidszorg. Zie ook het interview met hem op12 november 2025.
Zoektermen op internet:
Marcel de Krosse, langdurige zorg, Wlz-indicatie, CIZ-databank 2025, gemeentelijke financiën, jeugdzorgtekorten, indicatiestelling Wlz, sociaal domein, Wmo, grote steden zorgkosten, zorgvraag jongeren, regionale zorgketens, CIZ, Wet Langdurige Zorg, jongeren, ouderen, indicatiestelling
