Door Lies van Gennip, o.a. voorzitter coalitie Digivaardig in de Zorg.  

Inleiding

Afgelopen zomer verscheen het digitale boek “Techwijs in zorg en welzijn”. Een initiatief van Marjolein den Ouden, lector Technology, Health & Care van de Saxion Hogeschool samen met vier collega-onderzoekers van de Saxion Hogeschool in de redactie. Maar liefst 47 auteurs hebben bijgedragen. Het boek biedt een rijk overzicht van kennis en vaardigheden die zorgprofessionals helpen bij te dragen aan effectieve inzet van (digitale) technologie in de zorg. Het zogenaamde V-model, ontwikkeld door Den Ouden et.al. in 2016 vormt de structuur voor het boek. Dit model wordt uitgelegd in hoofdstuk 6 van het boek en onderscheidt zes basis-technologie competenties en zes verdiepende technologie competenties.

De inhoud van het boek

Er zijn 26 korte hoofdstukken, elk rond een competentie of thema, die zijn ondergebracht in drie delen. Deel 1 gaat over “Waarom is technologie belangrijk voor jouw werk?”. Deel 2 behandelt “Hoe kun je aan de slag met technologie?” waarbinnen conform het V-model een onderscheid wordt gemaakt tussen basis technologie competenties en verdiepende technologie competenties. Deel 3 heeft als titel “Hoe kun je impact maken met technologie?”. In het boek worden veel praktijkvoorbeelden gegeven die illustreren hoe individuele zorgprofessionals een rol kunnen spelen bij introductie en toepassing van technologie. Daarmee wordt een verbinding van theorie met praktijk gelegd. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een korte quiz, waarmee de lezer kan toetsen of hij/zij zich het geleerde eigen heeft gemaakt.

Door als het ware de zorgprofessional (student) direct aan te spreken en door de opzet met praktijkvoorbeelden en vragen na elk hoofdstuk, lijkt het boek een soort leerboek, dat zo gebruikt kan worden in beroepsonderwijs. De website zegt dat het boek zich richt op “(toekomstige) zorg – en welzijnsprofessionals die bewust en betekenisvol willen werken met technologie. (…) We hopen dat het je inspireert, aan het denken zet én uitnodigt om met andere het gesprek aan te gaan over technologie in jouw werk of opleiding.

Ik vraag me echter af of dat gaat werken omdat de doelgroep wel erg breed is en niet alle beschreven competenties voor alle zorg- en welzijnsprofessionals (en de diversiteit aan opleidingen die er zijn voor zorg en welzijn) even relevant zijn. Verschillende beroepen en opleidingen daartoe hebben verschillende rollen en verantwoordelijkheden in innovatie. Een CNIO (Chief Nursing information Officer) heeft een andere rol dan een digicoach of een projectleider innovatie. Die verschillende rollen staan goed uitgelegd in hoofdstuk 13 van het boek, maar onvoldoende duidelijk wordt dat deze rollen elk verschillende competenties vragen. Bovendien worden competenties best kort behandeld en zal een diepgaander behandeling van competenties in opleidingen nodig zijn om deze echt eigen te maken. Dat maakt het boek wat mij betreft niet minder waardevol. Het boek biedt wél een goede kapstok voor (docenten in het) MBO en HBO beroepsonderwijs, om binnen specifieke beroepsopleidingen de juiste competenties op te nemen en te ontwikkelen, zodat studenten beter worden voorbereid op rollen die belangrijk zijn voor innovatie en transformatie. En dat is hard nodig.

Het is positief dat het boek “open” is opgezet, met een uitnodiging om het aan te vullen en te actualiseren. Dat open karakter past sowieso goed bij het onderwerp innovatie, maar er zijn bovendien een aantal aandachts- en verbeterpunten te benoemen:

  • Ik miste de aandacht voor “gewone” zorgprofessionals, die niet leidend willen of kunnen zijn in innovatie en toch voldoende digivaardig en ook verandervaardig moeten zijn, om te kunnen omgaan met de digitaliserende zorg. Beroepsopleidingen in de zorg bereiden studenten daar nu niet of in ieder geval onvoldoende op voor. Uit onderzoek dit jaar van Jolanda van Til e.a. blijkt dat zorgprofessionals die vers van het MBO komen in hun eerste baan basale digivaardigheden missen die ze in hun werk nodig hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van digitaal bestandsbeheer, (online) veiligheid, privacy en het kunnen omgaan met programma’s in de zorg. Jonge professionals lopen vast en verlaten niet zelden daardoor de zorg. Dit soort basisvaardigheden komen niet aan bod in het boek. Jolanda van Til is overigens wel één van de auteurs.
  • De suggestie in een aantal hoofdstukken dat individuele zorgprofessionals zelf op zoek gaan naar innovatieve technologie en die kunnen toepassen, vind ik onhandig. Bv in het voorbeeld van wijkverpleegkundige Liz die beter wil kunnen communiceren met haar Arabische cliënt Ahmed. Liz gaat zelf op zoek, probeert google translate uit en vindt daarna een vertaalcomputer die ze uiteindelijk kiest. Daarna gaat ze pas in overleg met haar afdelingshoofd (in H8, over competentie veranderen). Of in het voorbeeld van verpleegkundige Melvin die werkt op de kinderafdeling en verschillende generatieve AI apps uitprobeert om een behandelplan te maken (in H14, over vertaling technologische ontwikkeling naar toepassingen). Het is belangrijk dat zorgprofessionals wordt geleerd open te staan voor innovatieve mogelijkheden en hoe ze deze mogelijkheden binnen hun zorgorganisatie kunnen signaleren. Er individueel direct mee aan de slag gaan is meestal geen goed idee. Dat kan botsen met belangen van andere stakeholders (cliënten/patiënten, collega’s) en het organisatiebeleid t.a.v. bijvoorbeeld veiligheid, interoperabiliteit, beheersbaarheid, financierbaarheid en onderhoud.
  • Beter is het als zorgprofessionals leren de juiste kanalen in hun organisatie op te zoeken wanneer ze kansen zien om met technologie processen te verbeteren. Of nog beter, zelf onderdeel worden van die kanalen. Dat staat overigens wel goed beschreven in de hoofdstukken over bijvoorbeeld ethische reflectie, evaluatie en verbinden. In dat laatste hoofdstuk beschrijft het praktijkvoorbeeld van Teun (verpleegkundige in de thuiszorg) over de inzet van technologie bij medicatietoediening veel realistischer hoe zorgprofessionals een belangrijke rol kunnen spelen.
  • Tot slot adviseer ik in een volgende druk explicieter landelijke ontwikkelingen op dit gebied mee te nemen. Landelijk beleid en ontwikkelingen (onder andere ingezet vanuit IZA en AZWA) zijn erop gericht versnippering tegen te gaan en zorgprofessionals en hun organisaties te helpen effectief te innoveren en op te schalen. Bijvoorbeeld Digizo, het landelijke initiatief vanuit IZA dat digitale toepassingen op hun meerwaarde onderzoekt en randvoorwaarden voor opschaling analyseert, had wel meer aandacht mogen krijgen in het hoofdstuk “vinden”. Digizo is juist als landelijk initiatief opgezet om te voorkómen dat individuele professionals en organisaties ieder voor zich het wiel uitvinden. Het is jammer dat de Digizo website niet is opgenomen in het lijstje “handige websites” in het hoofdstuk “vinden” en dat alleen wordt verwezen naar “Weten wat werkt” van Saxion als hulpmiddel om juist individueel die toets te doen.

Andere landelijke initiatieven die meer aandacht mogen hebben zijn overheidsontwikkelingen op het gebied van databeschikbaarheid, ontwikkelingen op het gebied van AI en ontwikkelingen en beschikbare ondersteuning rond informatieveiligheid (wet- en regelgeving op dit gebied, de aankomende Cyberbeveiligingswet, NEN7510, het dreigingsbeeld van Z-Cert, Informatieveilig gedrag in de zorg).

Kortom

 “Techwijs in zorg en welzijn” – is een goed initiatief omdat het agendeert en een overzicht biedt van competenties die professionals in zorg- en welzijn nodig hebben om bij te dragen aan innovatie en transformatie. Daardoor biedt het een kapstok voor ontwikkeling van het MBO- en HBO-beroepsonderwijs, waarin die competenties nu niet vanzelfsprekend zijn opgenomen. Ik zie nog wel wat verbeterpunten en zaken die ontbreken aan die kapstok, maar gezien het open karakter van de publicatie kunnen die worden toegevoegd. Op een schaal van vijf sterren krijgt deze publicatie van mij 4 sterren. Het boek is gratis te downloaden: Menig docent zal dit in de overwegingen betrekken bij het verplicht stellen ervan voor de MBO-, HBO- en WO-studenten.

Over de auteur van deze recensie

Lies van Gennip is opgeleid als bioloog en promoveerde in 1988 aan de Rijksuniversiteit Leiden. In de jaren negentig deed zij technologie assessments van nieuwe ICT-toepassingen in de zorg. Daarna volgden bestuursfuncties bij diverse zorgorganisaties. Van 2012 tot 2020 was zij werkzaam als bestuurder van Nictiz. Lies van Gennip is tegenwoordig toezichthouder bij o.a. Koninklijke Visio en Hartstichting, en voorzitter van de Coalitie Digivaardig in de zorg Home – Digivaardigindezorg, Informatieveilig gedrag in de zorg Homepage | Aan de slag met informatieveilig gedrag, Adviescommissie Stimuleringsregeling Technologie en Ondersteuning in Zorg Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ) | RVO.nl, en ZonMW commissie Versnellers voor Opschaling van digitale en hybride zorg Versnellingsimpuls voor Hybride en Digitale Zorg. Van Gennip is bereikbaar via emsj.vangennip@gmail.com  

 Over de eerste auteur van het gerecenseerde boek

Marjolein den Ouden werkt als lector Technology, Health & Care bij Saxion. Zij combineert deze baan met haar werk als Practor Zorg en Technologie bij het ROC van Twente, een samenwerking tussen het college voor Gezondheidszorg en het college Metaal, Elektro- en installatietechniek (inclusief ICT).
Marjolein studeerde zowel Bewegingswetenschappen als Epidemiologie. In 2013 is zij aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd op het onderwerp: ‘Disability in activities of daily living: a multifactorial approach’. Marjolein bouwt voort op de onderzoekslijnen van het lectoraat waarbinnen mens en technologie centraal staan. In interdisciplinaire groepen werkt ze samen met mbo-studenten, hbo-studenten, docent/onderzoekers en zorgprofessionals om de adoptie en acceptatie van technologieën in gezondheidszorg en welzijn te vergroten. Deze projecten dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg, welzijn en kwaliteit van leven van zorgvragers. 

Zoektermen op internet:

Lies van Gennip, digitalisering, V-model, beroepsonderwijs, Marjolein den Ouden, technologie, zorgprofessionals