Door Sanne van Dijk, die hieronder haar proefschrift samenvat.

Samengevat proefschrift:

Achtergrond van het proefschrift

Chronische obstructieve longziekte (COPD) en chronisch hartfalen (CHF) zijn progressieve aandoeningen met een hoge ziektelast, met respectievelijk 212,3 (Saeid Safiri S et al, 2022) en 56,2 miljoen (Tao Yan et al, 2023) patiënten wereldwijd. Beide ziekten delen belangrijke risicofactoren, zoals roken, en overlappende patho-fysiologische mechanismen. Het is dan ook niet verrassend dat COPD en CHF vaak gelijktijdig voorkomen.

Zowel COPD als CHF worden gekenmerkt door episodes van plotselinge verslechtering van symptomen: acute exacerbaties van COPD (AECOPD) en acuut hartfalen (AHF). Symptomen als kortademigheid en vermoeidheid komen bij beide ziekten voor en treden regelmatig gelijktijdig op. Dit maakt het in de klinische praktijk moeilijk om vast te stellen welke aandoening op dat moment de belangrijkste oorzaak is van de klachten. Die diagnostische onzekerheid belemmert tijdige en adequate behandeling.

Daarbij worden COPD en CHF doorgaans behandeld volgens afzonderlijke, ziekte-specifieke richtlijnen. Een geïntegreerde richtlijn voor patiënten met beide aandoeningen ontbreekt. De complexiteit van deze multimorbiditeit vraagt echter om een meer multidisciplinaire en gepersonaliseerde benadering van ziektemanagement. Dit proefschrift beoogt bij te dragen aan die verschuiving.

De vragen die het proefschrift beantwoordt

Het proefschrift richt zich op volgende vragen:

  • In welke mate komen AECOPD en AHF gelijktijdig voor?
  • Welke diagnostische markers helpen om onderscheid te maken tussen AECOPD en AHF?
  • Hoe beïnvloeden verslechteringen van COPD- en CHF-symptomen elkaar, op groeps- en individueel patiëntniveau?
  • Hoe kan het personaliseren van ziektemanagement voor patiënten met COPD en CHF ondersteund worden, met behulp van bijvoorbeeld technologische innovaties?

Gelijktijdig optreden van exacerbaties

In hoofdstuk 2 zijn patronen van AECOPDs en opvlammingen van comorbiditeiten binnen de internationale gerandomiseerde COPE-III-studie onderzocht. De onderzoekspopulatie bestond uit 201 patiënten. Patiënten hielden gedurende één jaar dagelijks hun symptomen bij in een dagboek.

Bij 48 patiënten werden zowel AECOPDs als comorbide opvlammingen (AHF, opvlammingen van angst en depressie) waargenomen. Tijdlijnen, met daarop zichtbaar AECOPDs en comorbide opvlammingen, lieten zien dat bij 65 procent van de patiënten AECOPDs meestal gelijktijdig optraden met AHF en/of psychische klachten. Deze bevinding onderstreept dat verslechtering van COPD-symptomen zelden op zichzelf staat. Zowel cardiovasculaire als mentale comorbiditeiten spelen een belangrijke rol in het ziekteverloop, maar: niet voor alle patiënten in gelijke mate. Dit pleit voor een bredere, gepersonaliseerde benadering van COPD-management, waarin ook meer aandacht is voor comorbiditeiten.

Kunstmatige intelligentie (AI) bij systematische reviews

Hoofdstuk 3 beschrijft een methodologische blik op het gebruik van de AI-tool ASReview ter ondersteuning van systematische literatuurreviews. In het review uit hoofdstuk 4 leidde toepassing van deze tool tot een reductie van 77 procent in de werklast voor het screenen van titels en abstracts.

Hoofdstuk 3 reflecteert op belangrijke keuzes bij het gebruik van AI, zoals het bepalen van een geschikte stopregel, het bewaken van betrouwbaarheid en het waarborgen van transparante rapportage. AI kan de efficiëntie aanzienlijk verhogen, maar vraagt om zorgvuldige toepassing om betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid te garanderen.

Diagnostische markers: beperkt bewijs

Vanwege overlappende symptomen is het cruciaal om AHF te kunnen onderscheiden van AECOPD. Hoofdstuk 4 presenteert een systematische review van 5.386 artikelen, waarvan uiteindelijk 16 artikelen uit 10 studies werden geïncludeerd.

De kwaliteit van het bewijs bleek beperkt; negen studies hadden een hoog risico op bias. Alleen de laboratoriummarkers BNP en NT-proBNP leken potentieel bruikbaar om AHF te onderscheiden van AECOPD bij patiënten met acute kortademigheid. Gezien de beperkte en methodologisch zwakke onderbouwing moeten deze markers echter altijd worden geïnterpreteerd in combinatie met andere klinische bevindingen. Het review benadrukt de dringende noodzaak van robuuster diagnostisch onderzoek bij deze patiëntengroep.

Dynamiek tussen COPD- en CHF-symptomen

In hoofdstuk 5 werd de wisselwerking tussen COPD- en CHF-symptomen onderzocht bij 33 patiënten uit de COPE-III-studie. Dagboekgegevens werden gebruikt om dagelijkse intensiteitsscores van symptoomverergering te berekenen. Visualisaties van individuele symptoomdynamieken van COPD en CHF over tijd lieten grote heterogeniteit zien tussen patiënten.

Multilevel-modellen toonden op groepsniveau een relatie in beide richtingen aan: verergering van CHF-symptomen voorspelde toename van COPD-symptomen en omgekeerd. Op individueel niveau varieerden de richting en sterkte van deze associaties echter sterk. Binnen de meeste patiënten wezen de resultaten op een patroon waarbij verslechtering van COPD-symptomen een episode van AHF leek uit te lokken, en minder vaak andersom. Deze hoge mate van heterogeniteit, zowel in de symptoomdynamiek als in de geschatte associaties, suggereert dat de onderliggende pathofysiologische processen patiënt-specifiek zijn.

Bayesiaanse benadering in de RE-SAMPLE-studie

Hoofdstuk 6 beschrijft analyses binnen de Europese prospectieve RE-SAMPLE cohortstudie (Medisch Spectrum Twente, 2022), waarin dagelijkse symptoomgegevens via elektronische dagboeken werden verzameld. Met Bayesiaanse multilevel-modellen konden associaties, inclusief onzekerheidsmarges, binnen individuele patiënten worden geschat, zelfs in het geval van deze kleine steekproef (n = 9).

Op groepsniveau werd opnieuw een wisselwerking in beide richtingen gevonden. Op individueel niveau kon bij één patiënt overtuigend worden aangetoond dat verslechtering van COPD leidde tot toename van CHF-symptomen. Bij de overige patiënten was de onzekerheid te groot om definitieve conclusies te trekken.

Deze studie laat zien dat het met deze methode mogelijk is om individuele patiënten te identificeren voor wie gerichte, gepersonaliseerde behandeling overwogen kan worden.

Visualisaties als brug tussen patiënt en professional

In hoofdstuk 7 werd onderzocht hoe visualisaties van individuele symptoompatronen, verkregen via monitoring op afstand binnen de RE-SAMPLE studie, kunnen bijdragen aan gepersonaliseerd multimorbide ziektemanagement.

Zeven patiënten en zeven zorgprofessionals uit verschillende disciplines werden geïnterviewd. De analyse identificeerde drie hoofdthema’s: samenhang tussen ziekten, besluitvorming en zelfmanagement. Patiënten en zorgverleners bleken niet altijd dezelfde visie te hebben op deze thema’s. Visualisaties van individuele data kunnen helpen om deze perspectieven dichter bij elkaar te brengen en gezamenlijke besluitvorming te ondersteunen.

Algemene beschouwing en implicaties

Dit proefschrift laat zien dat de traditionele, ziekte-specifieke benadering tekortschiet bij patiënten met zowel COPD als CHF. Niet alleen treden opvlammingen vaak gelijktijdig op, ook verschilt de onderlinge relatie tussen COPD en CHF sterk per individu. Juist die heterogeniteit vraagt om zorg die zich niet primair richt op afzonderlijke aandoeningen, maar op afzonderlijke mensen.

Dit vraagt om een fundamentele herziening van de klinische praktijk. In plaats van afzonderlijke zorgpaden voor COPD en CHF is een geïntegreerde, multidisciplinaire aanpak nodig waarin ook psychosociale factoren gezamenlijk worden meegewogen. Remote monitoring en een treatable traits’-benadering kunnen helpen om verslechteringen vroegtijdig te signaleren en behandeling beter af te stemmen op patronen binnen de individuele patiënt. Tegelijkertijd vraagt deze omslag om verdere wetenschappelijke onderbouwing. Toekomstig onderzoek dient zich te richten op het identificeren van betrouwbare diagnostische markers en het verder verfijnen van gepersonaliseerde ziektemanagementstrategieën. Alleen zo kan de zorg voor patiënten met zowel COPD als CHF structureel worden verbeterd.

Over de auteur

Sanne van Dijk promoveerde in 2025 aan de Universiteit Twente. Tegenwoordig is zij werkzaam als epidemioloog in het Catharina Ziekenhuis & Medisch Spectrum Twente. Ze is bereikbaar via Sanne.vanDijk@mst.nl.

Zoektermen op internet: 

Sanne van Dijk, Patientenaspecten, COPD en hartfalen overlap, symptoomdynamiek onderzoek, chronic obstructive pulmonary disease, chronic heart failure, multimorbiditeit zorg, ASReview AI tool, diagnostiek AECOPD AHF, gepersonaliseerde zorg chronisch zieken, RE-SAMPLE studie, Universiteit Twente proefschrift